RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Politieke ontwikkelingen in Europa

Themabericht

Delen:
  • Europese landen zien zich geconfronteerd met een aantal destabiliserende politieke trends
  • De opkomst van nieuwe partijen zonder bestuurlijke ervaring in combinatie met de afbrokkeling van traditionele partijen kan leiden tot zwakkere coalitieregeringen die moeten werken met meer gefragmenteerde nationale parlementen
  • Het toegenomen euroscepticisme beperkt de ruimte voor hervormingen in Zuid-Europa en maakt Noord-Europa terughoudender om budgettair lucht te geven aan Zuidelijke lidstaten. Bovendien wordt het vinden van Europese oplossingen voor supranationale problemen erdoor bemoeilijkt
  • Sommige Zuidoost-Europese landen worden steeds autoritairder. Dit vormt een bedreiging voor democratische instellingen en de rechtsorde
  • Spanningen tussen de EU en Rusland nemen waarschijnlijk niet af, maar zullen de macro-economie slechts in geringe mate schaden
  • Wellicht wordt in 2015/2016 het Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP) afgesloten. Dit zou tot een verbetering van de geopolitieke positie van de EU kunnen leiden
  • Na de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk zal er mogelijk een referendum worden gehouden over EU-lidmaatschap, maar een Brexitscenario ligt niet in de lijn der verwachting
  • De nieuwe Commissie onder voorzitterschap van Juncker is veel politieker ingesteld dan haar voorganger

Veranderingen in het politieke landschap kunnen leiden tot grotere instabiliteit

Na ruim vijf jaar van zeer zwakke economische groei en een voortslepende eurocrisis ondergaat het politieke landschap in verschillende Europese landen grote veranderingen (tabel 1). In de periferie van de zuidelijke eurozone hebben corruptie en persoonlijk winstbejag van politici samen met een streng begrotingsbeleid de kiezers vervreemd van de gevestigde politieke partijen die daarvoor nog bepalend waren voor het beleid. Nieuwe, soms populistische, partijen spinnen goed garen bij deze vervreemding en in sommige gevallen zijn zij ruim vertegenwoordigd in het nationale parlement (Griekenland, Italië) en/of vormen ze zelfs een nieuwe regering (Griekenland). Door de aanhoudende zorgen over de voortdurende financiële hulp aan kwakkelende eurolidstaten groeide in diverse noordelijke staten de steun voor de reeds bestaande conservatieve (extreem-)rechtse partijen (‘Echte Finnen’ in Finland) of ontstonden er nieuwe eurosceptische partijen (Alternative für Deutschland in Duitsland). Daarnaast kan het groeiende belang van deze nieuwe partijen de vorming van stabiele coalities en regeringen ondermijnen, vooral als de schuldencrisis in de eurozone weer oplaait. De ruimte om beleid te formuleren zou wel eens kleiner kunnen worden als het maatschappelijke draagvlak voor de noodzakelijke structurele hervormingen op nationaal en Europees niveau afneemt. De spanningen in het eurogebied nu in Griekenland de links-rechtse Syriza-Anel-coalitie aan de macht is gekomen, vormen in dit opzicht een goed voorbeeld.

Tot nu toe blijft de situatie in Griekenland uniek, ook gezien de uitzonderlijke omvang van de crisis, en lijkt deze zich niet uit te breiden naar de andere noodlijdende eurolanden. Al krijgen de populistische partijen soms veel steun in een aantal landen, hun directe invloed op de beleidsvorming is tot nu toe beperkt gebleven. De Italiaanse Vijfsterrenbeweging vertraagt, ondanks een forse vertegenwoordiging in het parlement, slechts de uitvoering van het beleid maar kan het niet tegenhouden. Ondertussen moet in Spanje de linkse partij Podemos in de aanloop naar de parlementsverkiezingen in december 2015 flink terrein prijsgeven aan de pro-Europese liberale partij Ciudadanos, wat de zittende Partido Popular de mogelijkheid zou kunnen bieden een coalitieregering te vormen. In Cyprus en Portugal, waar in oktober 2015 parlementsverkiezingen worden gehouden, zijn geen nieuwe partijen op het politieke toneel verschenen, terwijl Slovenië geen politieke veranderingen meer heeft doorgemaakt sinds de nieuw opgerichte SMC-partij in september 2014 de macht overnam. In diverse noordelijke eurolidstaten, waaronder Duitsland, zijn de eurosceptische partijen een wezenlijk deel gaan uitmaken van het lokale politieke landschap. Als werkloosheid en armoede de drijvende kracht achter het groeiende populisme zijn, zal een langdurige eurocrisis of een volgende recessie de steun voor deze partijen alleen maar versterken. De mate van herstel en in het bijzonder het terugdringen van de werkloosheid is cruciaal voor de ontwikkeling van de politieke risico’s.

Tabel 1: Nationale verkiezingen in Europa 2015-2016 (++ betekent een sterke trend, terwijl -- een sterke omkering van de bepaalde trend betekent)
Tabel 1: Nationale verkiezingen in Europa 2015-2016 (++ betekent een sterke trend, terwijl -- een sterke omkering van de bepaalde trend betekent)Bron: www.parties-and-elections.eu, Eurazië, Rabobank

Gevolgen van euroscepticisme voor de gevestigde partijen

Volgens onze analyse van partijprogramma's is er in de meeste landen sprake van een eurosceptische trend (figuur 1). Als je op de media-aandacht afgaat, zou je dit toe kunnen schrijven aan de groei van partijen als UKiP in het Verenigd Koninkrijk, Front National in Frankrijk, Alternative für Deutschland in Duitsland en de Partij voor de Vrijheid in Nederland. Uit onze analyse blijkt dat het niet zozeer ligt aan de groei van de populistische partijen als wel aan het feit dat de gevestigde partijen geleidelijk aan steeds eurosceptischer worden. Deze politieke ontwikkelingen hebben verregaande gevolgen voor de manier waarop de EU met supranationale kwesties om kan gaan. Ten eerste is er op het niveau van de lidstaten nog een aanzienlijke behoefte aan structurele hervormingen, vooral in Zuid-Europa.[1]

Figuur 1: Toename van euroscepticisme in de nationale politiek
Figuur 1: Toename van euroscepticisme   in de nationale politiekBron: Manifesto database, Rabobank

Het wordt steeds moeilijker deze hervormingen door te voeren nu ze meer als bevelen vanuit de EU worden opgevat (zoals in Griekenland) en de EU steeds minder populair wordt. Ook de bereidheid van Noord-Europa om een accomoderende houding aan te nemen ten opzichte van het Zuiden begint af te nemen nu het euroscepticisme[2] ook in het Noorden wortel schiet. Ondertussen vraagt op Europees niveau een aantal supranationale problemen om een overdracht van soevereiniteit van de lidstaten naar de EU. De EMU heeft nog steeds geen begrotingsunie, waarbij inkomensoverdrachten tussen lidstaten plaatshebben. Dit is nodig om macro-economische schokken op te vangen. In een meer eurosceptische politieke arena wordt het steeds onwaarschijnlijker dat dergelijke mechanismen ontstaan. Bovendien is in een klimaat waar de nationale politieke belangen hoogtij vieren de ruimte om met één stem te spreken beperkt. Een voorbeeld hiervan is het ontbreken van een gezamenlijk buitenlands beleid van de EU. Dit zal een belemmering blijven voor de geopolitieke reikwijdte van de EU in de wereld.

Autoritaire tendens in Zuidoost-Europa

Sinds het einde van het communisme hebben de meeste noordelijke Centraal- en Oost-Europese landen hun politieke bestel succesvol omgevormd tot een stabiele, pluriforme democratie. Maar de Zuidoost-Europese landen en Turkije blijven vatbaar voor autoritaire tendensen, of ze nu lid zijn van de EU of niet. In de afgelopen jaren zijn vooral de regeringen in Hongarije, Turkije en in diverse voormalige Joegoslavische republieken autoritairder geworden. In Hongarije, ooit een van de meest liberale opkomende Europese economieën, heeft de Fidesz-KDNP-partij van Victor Orban haar twee derde meerderheid gebruikt om een nieuwe grondwet aan te nemen die het systeem van checks and balances afzwakt. Bovendien is de onafhankelijkheid van de centrale bank en de rechtsorde aangetast door zuiveringsacties binnen de overheid en de gedwongen pensioneringen van enkele hoge rechters. Toch lijkt een verdere verergering van de situatie niet waarschijnlijk nu het beleid van Fidesz bij de EU onder het vergrootglas ligt en er toenemend maatschappelijk verzet in Hongarije zelf is tegen de afkalving van democratische normen en waarden. Hetzelfde kan echter niet van Turkije worden gezegd. Hier heerst nog een duidelijke autoritaire tendens en dreigt de vooruitgang in democratische normen en waarden van de afgelopen jaren verloren te gaan. In 2014 hebben forse zuiveringen plaatsgevonden binnen politie en justitie in het land, is er een campagne tegen de –toch al zeer beperkte- persvrijheid gevoerd en is er stevige druk uitgeoefend op de centrale bank om de beleidsrente te verlagen vooruitlopend op de parlementsverkiezingen in juni 2015. Er valt een verdergaande achteruitgang te verwachten als de zittende AKP-partij in de verkiezingen van juni een grondwettelijke meerderheid behaalt, waarmee zij een nieuw presidentieel systeem zou kunnen invoeren. Ook in de andere Zuidoost-Europese landen, en in het bijzonder in de voormalige Joegoslavische republieken, valt een soortgelijke afzwakking van democratische normen en waarden waar te nemen. In de hele regio lijkt een autoritairder systeem hand in hand te gaan met toenemende corruptie, zwakkere democratische checks and balances en een verminderde onafhankelijkheid van de centrale bank. Hierdoor neemt het risico toe op een schadelijk populistisch economisch en monetair beleid dat een bedreiging zou vormen voor de toch al zwakke economische prestatie in de regio. 

Geopolitieke spanningen tussen EU en Rusland nemen toe

De Europees-Russische relaties zijn flink bekoeld na de escalatie van het conflict tussen Oekraïne en Rusland over de Krim en Oost-Oekraïne. Door de Russische annexatie van de Krim en de (vermeende) steun voor de pro-Russische separatisten in Oost-Oekraïne is de angst voor Russische inmenging weer opgelaaid binnen de EU. Dit is vooral het geval bij de oostelijke lidstaten die met argusogen het agressievere Russische buitenlandbeleid bekijken. Gezien het grote wantrouwen aan beide kanten zullen de spanningen tussen de EU en Rusland de komende jaren in stand blijven. Herhaalde diplomatieke inspanningen om het militaire conflict in Oekraïne vreedzaam op te lossen hebben tot dusver niets opgeleverd en economische sancties door de EU en de VS hebben niet tot een milder Russisch beleid in Oekraïne geleid. De enorme afhankelijkheid van de Russische energieleveranties maakt de EU naar alle waarschijnlijkheid voorzichtiger met het innemen van een politiek standpunt ten opzicht van Rusland dan de VS. De sancties zullen waarschijnlijk wel gehandhaafd blijven totdat er een houdbare vrede in Oost-Oekraïne is bereikt. Al raakt Rusland door deze sancties nog dieper in recessie, het is niet waarschijnlijk dat het land het hoofd buigt voor druk uit de EU en de VS, nu het zich ingesloten voelt door de Westerse mogendheden. De economische consequenties van de tegensancties door Rusland zijn voor de EU niet heel groot. Maar Rusland heeft wel pogingen ondernomen zijn invloed op de door de crisis getroffen eurolidstaten Cyprus en Griekenland te vergroten, en ook haalt het de banden aan met voormalige communistische bondgenoten zoals Montenegro en Servië, die aan de EU grenzen. De NAVO heeft in reactie op de Russische assertiviteit de militaire aanwezigheid in de regio opgevoerd naar aanleiding van de grote zorgen in de Baltische staten (allemaal voormalige Sovjetrepublieken) over ‘hybrid warfare’ op hun grondgebied. Een directe militaire confrontatie tussen beide partijen blijft hoogst onwaarschijnlijk, maar door de militaire aanwezigheid aan de Russische grenzen zullen de spanningen niet snel afnemen.

Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP)

Sinds 2013 onderhandelen de EU en de VS over een Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP). In aanvulling op een conventioneel Vrijhandelsakkoord (FTA) bevat TTIP artikelen over wederzijdse erkenning van productnormen waar deze in beide landen hoog liggen (bijvoorbeeld auto's en farmaceutica). Bovendien ontstaat er door TTIP een dialoog over samenwerking bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving voor nieuwe producten. Beide zaken zouden de non-tarifaire belemmeringen, die vaak wel 20% van de waarde van producten bedragen, enorm kunnen verminderen. De Europese Commissie (EC) heeft aangegeven dat door TTIP de economische bedrijvigheid met naar schatting € 119 miljard per jaar zal stijgen. Dit cijfer is echter nog met twijfel omgeven, omdat de onderhandelingen nog niet zijn afgerond. Een akkoord wordt ergens in 2015 of 2016 verwacht. Met TTIP zullen de VS en de EU in de toekomst samen wereldwijde industriële normen vast kunnen stellen. De grote opkomende economieën, zoals China, interpreteren TTIP dan ook als een geopolitieke zet van de EU en de VS. De verwachting is op dit moment niet dat TTIP zal leiden tot liberalisatie van de export voor Amerikaanse olie en LNG maar deze zou er op termijn wel kunnen komen; de EU is erop gebrand andere wegen te vinden naast de gasinvoer uit Rusland om haar geopolitieke positie te versterken. Als TTIP in zijn huidige vorm van de grond komt, zou het de economische groei structureel kunnen bevorderen en de geopolitieke horizon van de EU verbreden.

Risico op een Brexit

In mei zijn er landelijke verkiezingen in Groot-Brittannië geweest, die premier David Cameron heeft gewonnen. Zoals tijdens de verkiezingscampagne beloofd zal er een referendum over het Britse EU-lidmaatschap worden gehouden, maar het valt nog te bezien of de Britten voor een Brexit zouden stemmen. Na een dieptepunt in 2013 is het percentage burgers dat vóór de EU is weer hersteld tot 52. In de laatste peiling van het Pew Research Center is 41% van de bevolking voor een Brexit. Over het geheel genomen verwachten we geen Brexit, maar het blijft een belangrijk staartrisico: een kleine kans, maar met zeer grote geopolitieke en economische gevolgen als het echt zover zou komen.

Nieuwe Europese Commissie

In het najaar van 2014 is er een nieuwe Europese Commissie geïnstalleerd onder leiding van de voormalige premier van Luxemburg, Jean-Claude Juncker. Twee belangrijke elementen zullen van invloed zijn op het beleid op Europees niveau. Ten eerste is het team van Juncker veel politieker ingesteld dan de vorige Commissie. Juncker heeft zeven vicepresidenten (VP) benoemd, die ieder een team van commissarissen gaat aansturen. Dit systeem moet ervoor zorgen dat commissarissen en hun respectievelijke ambtenarenapparaten helpen hun nationale oriëntatie te overwinnen en nauwer samen te werken. Een aantal van deze VP's zijn voormalige premiers of vicepremiers. Dit is een duidelijk signaal dat Juncker de positie van de Commissie vis-à-vis de lidstaten wil versterken. Het valt nog te bezien of deze nieuwe structuur de effectiviteit en invloed van de Commissie zal bevorderen; de structuur van het team kan ook tot een politieke impasse tussen de verantwoordelijke commissaris en de vicepresident leiden waardoor de effectiviteit juist afneemt. De tweede ontwikkeling is de sterke Duitse invloed binnen de Commissie. Deze blijkt uit het grote aantal Duitse senior beleidsmakers die zijn toegetreden tot de tweede bestuurslaag. Naast het stimuleren van niet door schuld gedreven groei bestaan de voornaamste beleidsdoelstellingen van de nieuwe Commissie uit de oprichting van een Energie-unie om de onderhandelingskracht van de lidstaten over de invoer van energie te versterken en het creëren van een gemeenschappelijke Europese kapitaalmarkt.

Voetnoten

[1] We hebben de volgende regio's samengesteld: Noord-Europa (Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden), West-Europa (Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland), Zuid-Europa (Cyprus, Griekenland, Italië, Malta, Portugal, Slovenië, Spanje), de Baltische staten (Estland, Letland, Litouwen), Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Hongarije, Polen, Slowakije), Zuidoost-Europa (Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Kosovo, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Roemenië, Servië) en Turkije. 

[2] De mate van positiviteit is gemeten door het aantal positieve vermeldingen van de EU in partijprogramma's te delen door het totaal aantal vermeldingen van de EU. De afname van positiviteit in de EU wordt als een toename van euroscepticisme geïnterpreteerd.

Colofon

Deze studie is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: AMECO: Annual Macro-Economic Database, BIS: Bank for International Settlements, DOTS: Directions of Trade Statistics, EC: European Commission, ECB: European Central Bank, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, EIU: Economist Intelligence Unit, IMF: Internationaal Monetair Fonds, WEO: World Economic Outlook, UN: Verenigde Naties

Gebruikte afkortingen landen: AL: Albanië, AT: Oostenrijk, BE: België, BG: Bulgarije, BA: Bosnië Herzegovina, CH: Zwitserland, CY: Cyprus, CZ: Tsjechië, DE: Duitsland, DK: Denemarken, EE: Estland, ES: Spanje, FI: Finland, GB: Groot Brittannië (UK), GR/EL: Griekenland, IE: Ierland, HR: Kroatië, IS: IJsland, HU: Hongarije, IT: Italië, LU:Luxemburg LV: Letland, LT: Litouwen, MD: Moldavië, ME: Montenegro, MK: Macedonië, MT: Malta, NL: Nederland, NO: Noorwegen, PL: Polen, PT: Portugal, RO: Roemenië, RS: Servië, SI: Slovenië, SK: Slowakije, TR/TK: Turkije, XK: Kosovo, SE: Zweden, EA17: Euro regio-17, EU27: Europese Unie.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek

RedactieEnrico Versteegh

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

ProductiecoördinatieMaartje Wijffelaars en Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Fabian Briegel
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5357 3114

naar boven