RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederland: hoog inkomen, maar weinig te besteden

Economisch commentaar

Delen:
  • In een serie stellingen bespreken we veelgehoorde misverstanden of terechte vaststellingen over de Nederlandse economie en belichten we bijzondere kenmerken en ontwikkelingen
  • Nederland heeft een van de hoogste nationale inkomens per inwoner ter wereld
  • Huishoudens kunnen daarvan maar een relatief klein deel naar eigen inzicht besteden

Stelling: Nederland heeft een van de hoogste inkomens ter wereld

Nederland staat hoog op de ranglijst van Bruto Binnenlands Product per inwoner…

Ondanks jaren van recessie en laagconjunctuur staat Nederland nog steeds hoog op de ranglijst van landen naar Bruto Binnenlands Product (BBP) per hoofd van de bevolking (figuur 1). Boven ons bevinden zich twaalf landen: zeven olieproducerende landen, de stadstaten Singapore en Hong Kong, en Luxemburg, Zwitserland en de VS. 

Figuur 1: Ranglijst BBP per inwoner
Figuur 1: Ranglijst BBP per inwonerBron: IMF via Macrobond 

… en in de Europese top van Bruto Nationaal Inkomen per inwoner…

Het BBP laat zien hoeveel goederen en diensten binnen de Nederlandse landsgrenzen worden geproduceerd. Een deel van die productie wordt echter gemaakt door buitenlandse bedrijven en werknemers en levert geen inkomen op voor Nederlanders. Tegelijkertijd verdienen Nederlanders ook inkomen met productie in andere landen. Een betere maatstaf voor het inkomen per hoofd van de bevolking is dus het Bruto Nationaal Inkomen (BNI). In een groep van 23 Europese landen waarvoor we recente en goed vergelijkbare gegevens over het BNI hebben staat Nederland op de tweede plaats. Alleen Zweden moeten we voorlaten.

… maar bij het beschikbare huishoudinkomen komt een grote groep landen langszij

Het Bruto Nationaal Inkomen komt voor een deel bij huishoudens terecht. De rest van het inkomen blijft bij bedrijven hangen of vloeit naar de overheid[1]. In het algemeen hebben landen met een hoger BNI per hoofd van de bevolking ook een hoger bruto beschikbaar huishoudinkomen[2]. Toch is de ranglijst van het BNI zeker niet gelijk aan de ranglijst van het bruto beschikbare huishoudinkomen (figuur 2). Nederland hoort bij de landen waar huishoudens een relatief klein deel van het nationale inkomen direct kunnen uitgeven. Daardoor zakken we op de Europese ranglijst van de tweede naar de negende plaats. Ook Zweden en Denemarken dalen behoorlijk.

Figuur 2: Ranglijst BNI en huishoudinkomen
Figuur 2: Ranglijst BNI en huishoudinkomenBron: Eurostat via Macrobond, bewerking Rabobank

Terwijl het BBP per hoofd van de bevolking in Frankrijk 17% onder dat van Nederland ligt, hebben de Franse huishoudens 12% meer inkomen te besteden dan de Nederlanders. Zelfs in Italië, waar het BBP per hoofd bijna 24% lager is dan in Nederland, hebben huishoudens meer te besteden. 

Waar blijft het inkomen?

Dat Nederlandse huishoudens een relatief klein deel van het nationale inkomen uit kunnen geven, wil natuurlijk niet zeggen dat er met de rest van het inkomen niets nuttigs gebeurt. Twee belangrijke redenen voor het relatief lage besteedbare huishoudinkomen zijn de relatief hoge pensioenbesparingen en vooral de relatief hoge overheidsuitgaven aan zorg en onderwijs.

Er zijn grote verschillen tussen landen in de mate waarin de overheid voor zorg en onderwijs betaalt. Deze uitgaven worden individuele overheidsconsumptie genoemd, omdat ze ten goede komen aan de individuen die er daadwerkelijk gebruik van maken. Als zorg en onderwijs grotendeels door de overheid worden betaald, houden die overheden meer belasting in om dit te kunnen betalen dan in landen waar huishoudens zelf meer moeten betalen. Om rekening te houden met deze institutionele verschillen tussen landen, wordt wel gekeken naar het gecorrigeerde beschikbare inkomen van huishoudens. Daarbij wordt de individuele overheidsconsumptie bij het beschikbare huishoudinkomen opgeteld. In figuur 3 gaat het om de lichtblauwe balken. Vooral in Nederland, Zweden en Denemarken leidt dit tot relatief grote correcties.

Figuur 3: Huishoudinkomen op drie manieren bekeken
Figuur 3: Huishoudinkomen op drie manieren bekekenBron: Eurostat via Macrobond, bewerking Rabobank

Ook de pensioenbesparingen die automatisch van het loon van werknemers worden ingehouden, zijn in Nederland, Zweden en Denemarken relatief groot. In feite is dit wel degelijk inkomen van huishoudens, maar omdat de pensioenafdrachten worden ingehouden op het loon kunnen ze dit inkomen niet besteden. Daardoor ligt het besteedbare inkomen relatief laag in vergelijking met landen waar dit type pensioenbesparingen minder groot is. 

Als we de individuele overheidsconsumptie en de netto pensioenbesparingen bij het beschikbare huishoudinkomen optellen, dan stijgen de inkomens in Nederland, Zweden en Denemarken behoorlijk hard (figuur 3). Nederland stijgt dan weer op de ranglijst en komt op de vierde plaats te staan. Ook dan blijft dit gecorrigeerde huishoudinkomen nog 8,5% achter bij dat van koploper Duitsland, terwijl ons BBP per hoofd van de bevolking juist 5% hoger ligt. Daar staat tegenover dat Nederlandse huishoudens meer zorg en onderwijs door de overheid gefaciliteerd krijgen en een betere pensioenvoorziening hebben. Dat is mooi, maar tegelijkertijd hebben Nederlandse huishoudens wel relatief weinig vrijheid om het nationale inkomen naar eigen inzicht te besteden. 

Conclusie: juist

Nederland heeft inderdaad een van de hoogste inkomens ter wereld. Daarbij valt echter wel op dat Nederlandse huishoudens maar een relatief klein deel van het nationale inkomen naar eigen inzicht kunnen besteden. 

 

Voetnoten

[1] Een klein stukje gaat in de vorm van giften naar het buitenland.

[2] Bruto betekent in deze context niet ‘voor belastingen’. In het macro-economische begrippenkader bestaat het verschil tussen bruto en netto uit de afschrijvingen op kapitaalgoederen, zoals huizen. Bruto beschikbaar huishoudinkomen is het inkomen dat huishoudens daadwerkelijk kunnen uitgeven, dus na aftrek van belastingen, sociale premies en overige inkomensoverdrachten.

Delen:
Auteur(s)

naar boven