RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Institutionele kwaliteit in Europa: uiteenlopende trends in economisch zware tijden

Themabericht

Delen:
  • De institutionele kwaliteit in Europa ligt hoog in mondiaal perspectief, maar varieert sterk over het continent
  • Instituties in de Noord-Europese landen behoren tot de beste van de wereld, terwijl de institutionele kwaliteit in de Balkanregio met inbegrip van Griekenland en Turkije rond het mondiale gemiddelde schommelt
  • Door de tijd zijn er uiteenlopende trends geweest in de ontwikkeling van de instituties in de Europese regio's en landen. Met name Polen en sommige Baltische staten laten sinds 2010 een opvallende verbetering zien van de institutionele kwaliteit, terwijl de crisislanden in de eurozone en IJsland in dit opzicht juist verslechteren
  • De institutionele verslechtering in de crisislanden van de eurozone wordt voornamelijk veroorzaakt door toenemende corruptie, afzwakkende rechtsorde en soms duidelijk afnemende kwaliteit van regelgeving. Door de steeds autoritairdere trend in Hongarije en Turkije staan zeggenschap en verantwoording onder druk in beide landen, maar alleen in Hongarije heeft dit tot dusverre geleid tot een aantasting van de rechtsorde
  • Omdat institutionele kwaliteit een belangrijke katalysator vormt voor economische groei, kan een verslechtering de groei op de middellange en lange termijn ondermijnen

Waarom is institutionele kwaliteit belangrijk?

Economische theorie en breed empirisch bewijs tonen het belang van institutionele kwaliteit in de verklaring van economische ontwikkelingen. Trends in institutionele kwaliteit vormen een belangrijke graadmeter voor het potentieel van landen om zoveel mogelijk van hun fysiek en menselijk kapitaal te profiteren. Of, zoals Djankov e.a. (2006) concluderen: “Landen met een betere regelgeving groeien harder.” Acemoglu en Robinson (2012) stellen instituties centraal in hun verklaring voor het economisch slagen of mislukken van landen in de afgelopen eeuwen. Er lijkt een causaal verband te zijn tussen institutionele en economische ontwikkelingen. Instituties die in ruime zin 'juridische bescherming' bieden, spelen daarbij een belangrijk rol.

Een nadere analyse van het institutionele kader kan daarnaast bepaalde landenrisico's aan het licht brengen die betrekking hebben op bijvoorbeeld de juridische omgeving en de mate van corruptie.

Hoe laten de Europese regio’s zich qua institutionele kwaliteit vergelijken?

Het goed ontwikkelde institutionele raamwerk in Europa behoort al tientallen jaren tot de beste ter wereld. Geheel volgens de economische theorie en als bewijs voor de samenhang tussen instituties en economische ontwikkeling behoort ook het BBP-niveau per hoofd van de bevolking in grote delen van het continent tot de hoogste ter wereld. Na de economische crisis van de afgelopen jaren, de pijnlijke bezuinigingsmaatregelen en economische hervormingen, en de stijgende onvrede onder kiezers met de regeringspartijen zijn er aanwijzingen dat de institutionele kwaliteit in dit proces is verslechterd. Maar ondanks de recente diepe economische crisis in Europa en het tergend langzame herstel mogen grote delen van het continent nog steeds tot de best ontwikkelde regio's van de wereld worden gerekend als het gaat om institutionele kwaliteit.

Het niveau van institutionele kwaliteit varieert niettemin sterk over het continent, waarbij lidmaatschap van de EU en de eurozone niet automatisch samengaat met een hoger niveau van institutionele kracht (zie tabel 1 in de bijlage). Ondertussen hebben de ooit arme, voormalig communistische economieën in Centraal-Europa een gelijktijdige verbetering laten zien van zowel de institutionele kwaliteit als de inkomensniveaus.[1]

Box 1: Meten van institutionele kracht

Een algemeen geaccepteerde objectieve maatstaf voor de institutionele kwaliteit van een land bestaat niet. Toch kunnen internationaal vergelijkbare indicatoren, die de relatieve prestatie van de verschillende aspecten van institutionele ontwikkeling in de afzonderlijke landen meten, worden gebruikt om veelomvattende indicatoren op te stellen. Dergelijke indicatoren stellen ons in staat het relatieve niveau en de verandering in institutionele kwaliteit in een land te bepalen over de afgelopen jaren. Met de academische literatuur als kompas richten we ons op drie verschillende indicatoren: i) een algemene indicator voor de institutionele kracht, ii) een indicator voor juridische bescherming, en iii) een indicator voor de afwezigheid van corruptie. Alle indicatoren zijn gebaseerd op de z-scores van diverse subindicatoren, die de genormaliseerde prestatie van een land aangeven ten opzichte van het mondiale gemiddelde.

De indicator voor institutionele kracht is gebaseerd op het ongewogen gemiddelde van de zes subindicatoren van de World Governance Indicators van de Wereldbank en de Ease of Doing Business Index. Deze indicator geeft een algemene indruk van de institutionele kwaliteit van een land. De indicator voor juridische bescherming meet de bescherming van eigendomsrechten in een land en peilt daarmee de aantrekkelijkheid om te investeren. Deze indicator is opgebouwd uit het ongewogen gemiddelde van de subindicator ‘handhaving van contracten’ van de Ease of Doing Business Index van de Wereldbank, de subindicator ‘rechtsorde’ van de Governance Indicators van de Wereldbank en de indicator ‘eigendomsrechten’ van de jaarlijkse Global Competitiveness Index van het Wereld Economisch Forum. De indicator voor de afwezigheid van corruptie beïnvloedt het ondernemingsklimaat van een land in het algemeen en de wet- en regelgeving (waaronder de bescherming van beleggers die de indicator voor juridische bescherming meet) in het bijzonder. Deze indicatoris gebaseerd op het ongewogen gemiddelde van de subindicator ‘corruptiebeheersing’ van de World Governance Indicators en de subindicator ‘ethiek en corruptie’ van de Global Competitiveness Index. 

Figuur 1: Algemene indicator voor institutionele kracht 2013
Figuur 1: Algemene indicator voor institutionele kracht 2013Bron: Wereldbank, Rabobank
Figuur 2: Verandering in institutionele kracht 2010-2013
Figuur 2: Verandering in institutionele kracht 2010-2013Bron: Wereldbank, Rabobank
Figuur 3: Indicator voor juridische bescherming
Figuur 3: Indicator voor juridische beschermingBron: Wereldbank, Wereld Economisch Forum, Rabobank
Figuur 4: Verandering in juridische bescherming 2008-2014
Figuur 4: Verandering in juridische bescherming 2008-2014Bron: Wereldbank, Wereld Economisch Forum, Rabobank
Figuur 5: Indicator voor afwezigheid van corruptie
Figuur 5: Indicator voor afwezigheid van corruptieBron: Wereldbank, Transparency International, Wereld Economisch Forum, Rabobank
Figuur 6: Verandering in afwezigheid van corruptie 2008-2014
Figuur 6: Verandering in afwezigheid van corruptie 2008-2014Bron: Wereldbank, Transparency International, Wereld Economisch Forum, Rabobank

De Noord-Europese landen behouden topposities

In Noord-Europese landen is de totale institutionele kwaliteit in zowel Europa als in de wereld het hoogst. Zij presteren sterk op alle subindicatoren. In de afgelopen jaren hebben wel wat veranderingen plaatsgevonden, waarbij de meest opvallende trend de verslechtering van de indicator voor de afwezigheid van corruptie is in Denemarken, Zweden en vooral in het zwaar door de crisis getroffen IJsland. Maar ondanks deze veranderingen blijft de institutionele kwaliteit van de Noord-Europese landen erg hoog. Dit belooft veel goeds voor de toekomstige economische ontwikkeling in de regio.

West-Europa handhaaft een hoog institutioneel kwaliteitsniveau bij licht toenemende corruptie

Van de Europese subregio's heeft West-Europa het op één na hoogste institutionele kwaliteitsniveau, gemiddeld nauwelijks onder het niveau van de Noord-Europese landen. Binnen deze regio presteren Zwitserland en Nederland het beste, terwijl de Franse institutionele kwaliteit de zwakste is (vergelijkbaar met Estland, het best presterende Centraal-Europese land). West-Europese landen presteren over het algemeen goed op de meeste subindicatoren van de algemene institutionele kracht. Het gemak waarmee zaken kunnen worden gedaan is een relatief zwak punt in Frankrijk en Luxemburg.

In vergelijking met 2010 is de algemene institutionele kwaliteit in Oostenrijk, Frankrijk en Ierland verslechterd. Juridische bescherming en de afwezigheid van corruptie blijven sinds 2008 relatief constant, al is de laatste wel aanzienlijk verslechterd in Oostenrijk. Omdat West-Europa het relatief hoge niveau van zijn institutionele kwaliteit vast weet te houden, lijkt het groeipotentieel in dat opzicht niet geleden te hebben in de afgelopen jaren. Dit zou het herstel in de regio een steuntje in de rug moeten geven. Wel valt op dat de al relatief zwakke institutionele positie van Frankrijk verder achteruit is gegaan.

Centraal-Europa en de Baltische staten nemen een middenpositie in

Dankzij grote structurele hervormingen sinds het einde van het communisme in 1989 nemen de Centraal-Europese en de Baltische landen momenteel een middenpositie in voor wat betreft institutionele kwaliteit in Europa. De institutionele kwaliteit is in de meeste landen vergelijkbaar met de niveaus die we in Zuid-Europese landen als Portugal, Cyprus of Spanje zien. In vergelijking met de andere eurolanden presteert de regio relatief goed op het gebied van politieke stabiliteit, het gemak van zaken doen, en zeggenschap en verantwoording, met als opvallende uitzondering Hongarije en Letland. Effectiviteit van de overheid en kwaliteit van regelgeving zijn hier echter middelmatig, terwijl de matige corruptiebestrijding een belangrijke tekortkoming blijft vormen van de regio.

Na een aantal controversiële economische en sociale beleidsinitiatieven van de zittende Fidesz-regering heeft Hongarije nu de slechtste kwaliteit van instituties, met een aanmerkelijk verslechterde zeggenschap, verantwoording en rechtsorde sinds 2010. Met de opvallende uitzondering van Hongarije, Slowakije en Slovenië is de institutionele kwaliteit van de regio inmiddels wel verbeterd sinds 2010, omdat er op het vlak van corruptiebeheersing in verschillende landen goede vooruitgang is geboekt. Juridische bescherming en de afwezigheid van corruptie zijn in Polen duidelijk verbeterd, maar in Hongarije is de juridische bescherming sterk verslechterd doordat de lokale overheid verschillende crisisbelastingen heeft opgelegd aan de door het buitenland gedomineerde sectoren.

Gemengd beeld Zuid-Europa

Qua institutionele kwaliteit zijn er grote verschillen in Zuid-Europa. De instituties in Spanje, Portugal en Cyprus zijn goed te vergelijken met de onderste laag van de West-Europese groep, terwijl Italië en vooral Griekenland meer op de Zuidoost-Europese groep lijken. De eerste drie landen presteren relatief sterk voor wat betreft de effectiviteit van de overheid, maar op het gebied van kwaliteit van regelgeving, politieke stabiliteit en de afwezigheid van geweld en terrorisme presteert de regio toch zwak, vooral Spanje (Baskische afscheidingsbeweging) en Cyprus (spanningen met Turkije en Noord-Cyprus). Sinds 2010 is de totale institutionele kwaliteit in deze drie landen relatief stabiel gebleven. Een lichte achteruitgang in de kwaliteit van regelgeving en de rechtsorde in Spanje en Cyprus wordt gecompenseerd door een verbeterde effectiviteit van de overheid in Portugal en Spanje. Portugal vormt een uitzondering, maar in Spanje en Cyprus zijn de juridische bescherming en de afwezigheid van corruptie ondanks alles duidelijk verslechterd. Toch hield de totale institutionele kwaliteit zich in deze drie landen de afgelopen jaren goed staande, wat gunstig is voor de economische ontwikkeling op termijn.

Ditzelfde kan echter niet worden gezegd van Italië en Griekenland, die beide een hogere economische groei nodig hebben om de houdbaarheid van hun schulden te verbeteren. Beide landen lijden onder een combinatie van wijdverbreide corruptie, zwakke rechtsorde en lage effectiviteit van de overheid, wat nog wordt verergerd door een zwakke politieke stabiliteit, met name in Griekenland. Terwijl hervormingen al jaren worden vertraagd of tegengehouden, is de toch al zeer problematische corruptie alleen maar toegenomen. De algemene institutionele kwaliteit van Italië is vrijwel onveranderd. Ondertussen leveren in Griekenland de onlangs doorgevoerde hervormingen, zoals afgesproken in het reddingsplan van de EU en het IMF, tot nu toe nog geen verbetering van de algemene institutionele kwaliteit op. De regels en procedures voor het zakendoen zijn weliswaar verbeterd, maar de rechtsorde en de juridische bescherming zijn duidelijk verslechterd, het laatste deels door juridische ingrepen als onderdeel van de hervormingen. Het toch al aanzienlijke probleem van corruptie in Griekenland is alleen maar toegenomen, en de kwaliteit van de democratische instituties is verslechterd.

Zuidoost-Europa blijft ernstig achter

Ten opzichte van de rest van Europa ligt de institutionele kwaliteit van Zuidoost-Europa op een zeer laag niveau. Een kwalijke combinatie van zwakke juridische bescherming en rechtsorde, matige corruptiebeheersing, lage effectiviteit van de overheid en aanhoudende politieke instabiliteit heeft grote institutionele tekortkomingen teweeggebracht die stuk voor stuk erger zijn dan het mondiale gemiddelde. Hoewel de regio nog heel ver achterblijft bij de rest van Europa, is de prestatie voor wat betreft de kwaliteit van regelgeving en het gemak van zakendoen beter dan het mondiale gemiddelde. Binnen de regio presteren de relatief jonge westelijke Balkanlanden, met uitzondering van Kroatië en Montenegro, bijzonder slecht, terwijl Turkije, de grootste economie van de regio, een middenpositie inneemt. Turkije heeft baat bij de relatief sterke effectiviteit van de overheid, de kwaliteit van regelgeving en het gemak van zakendoen, maar lijdt onder een zeer laag niveau van politieke stabiliteit en zeggenschap en verantwoording, dat sinds 2010 nog verder is verslechterd. Deze twee indicatoren getuigen van de toenemende polarisatie in de Turkse samenleving en de gelijktijdige verslechtering van de persvrijheid en angst voor een autoritairder systeem, omdat president Erdoğan steeds meer macht naar zich toe probeert te trekken.

Ondanks het EU-lidmaatschap blijft de institutionele kwaliteit in Bulgarije, Kroatië en Roemenië onder de maat. Ondertussen zijn zeggenschap en verantwoording en politieke stabiliteit er verslechterd, waarbij de laatste een weerspiegeling is van de aanhoudende instabiliteit van de regeringen in Bulgarije en Roemenië. De verschillende zwakke punten van de regio drukken waarschijnlijk zwaar op het economische ontwikkelingsperspectief. In combinatie met de slechte fysieke infrastructuur doet het huidige niveau van institutionele kracht ernstig afbreuk aan de aantrekkingskracht van de regio op buitenlandse investeerders, die zouden kunnen worden aangetrokken door het over het algemeen zeer lage loonniveau. Turkije kan dankzij de betrekkelijk jonge, groeiende bevolking en de relatief gunstige regelgeving beter presteren dan de rest van de regio, als tenminste de politieke en sociale situatie niet verder achteruit gaat en de afkalvende institutionele kwaliteit de weg niet vrijmaakt voor populistische economische beleidsvorming.

Hebben de Grote Recessie en bezuinigingsmaatregelen de institutionele kwaliteit aangetast?

De Grote Recessie en het daaropvolgende trage herstel hebben een enorme invloed gehad op samenlevingen en economieën en klinken ook door in de institutionele kwaliteit. De economische pijn van de aanpassing binnen een muntunie komt duidelijk tot uitdrukking in de ontwikkeling van het koopkracht-gecorrigeerde Bruto Binnenlands Product (BBP) per hoofd van de bevolking (figuur 7). De EMU-programmalanden hebben duidelijk het meest geleden, terwijl de rechterkant van de figuur (toename van economische welvaart sinds de Grote Recessie) bijna geheel bestaat uit niet-EMU-landen.

Aan de ene kant gingen de interventies van de Trojka in de EMU-programmalanden gepaard met economische hervormingen en dit kan de institutionele kwaliteit hebben verbeterd. Aan de andere kant kan het verlies aan economische welvaart door de recessie en de daaropvolgende bezuinigings- en hervormingsmaatregelen (vooral in de EMU-programmalanden) hebben geleid tot verlies aan institutionele kracht. Het zorgpunt hier is hoe structurele economische vooruitgang zich verhoudt tot de manier waarop politieke instituties veranderen tijdens historische keerpunten (Acemoglu en Robinson, 2012), waarvan de Grote Recessie er achteraf misschien eentje blijkt te zijn geweest.

De verandering van institutionele kwaliteit tijdens episodes van strenge bezuinigingen en grote hervormingen kan het beste worden begrepen door ze grafisch tegen elkaar af te zetten (figuur 8). De figuur geeft aan dat er in de relatief korte periode 2010-2013 geen duidelijk verband is tussen begrotingsconsolidatie en het afglijden van de algemene institutionele kwaliteit. Maar dit geldt niet voor de bestrijding van corruptie (figuur 9) en de juridische bescherming (figuur 10), waar een negatieve correlatie is waargenomen. Er is geen hard bewijs, maar desondanks duiden deze bevindingen er op dat de winst op korte termijn voor wat betreft grote verbeteringen in de overheidsfinanciën en de invoering van belangrijke economische hervormingen ten koste kan gaan van de institutionele kwaliteit. Daarom kan er door het afglijden van instituties een hysterese-effect optreden, waarbij tijdelijke economische zwakte kan verworden tot structureel zwakker presteren. Tegen de achtergrond van de soms hoge staatsschulden en de gelijktijdig lage en verslechterende institutionele kwaliteit (bijvoorbeeld in Italië) steunen deze waarnemingen de casus voor het parallel doorvoeren van structurele institutionele hervormingen in tijden van budgettaire consolidatie.

Figuur 7: Verandering in het koopkracht-gecorrigeerde BBP per hoofd van de bevolking
Figuur 7: Verandering in het koopkracht-gecorrigeerde BBP per hoofd van de bevolkingBron: IMF, Rabobank
Figuur 8: Budgettaire consolidatie en verandering in institutionele kwaliteit
Figuur 8: Budgettaire consolidatie en verandering in institutionele kwaliteitBron: IMF, Wereldbank, Rabobank
Figuur 9: Budgettaire consolidatie en veranderingen in juridische bescherming
Figuur 9: Budgettaire consolidatie en veranderingen in juridische beschermingBron: IMF, Wereldbank, Wereld Economisch Forum, Rabobank
Figuur 10: Budgettaire consolidatie en corruptiebeheersing
Figuur 10: Budgettaire consolidatie en corruptiebeheersingBron: IMF, Wereldbank, Transparency International, Wereld Economisch Forum, Rabobank

Voetnoot

[1] In deze studie worden de volgende regiobenamingen gebruikt: Noord-Europa (Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden), West-Europa (Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland), Zuid-Europa (Cyprus, Griekenland, Italië, Malta, Portugal, Slovenië, Spanje), de Baltische staten (Estland, Letland, Litouwen), Centraal- en Oost-Europa (Tsjechië, Hongarije, Polen, Slowakije), Zuidoost-Europa (Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Kosovo, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Roemenië, Servië) en Turkije.

Literatuur

Acemoglu, D. en J. Robinson (2012), Why Nations Fail: The Origins of Power, Prosperity, and Poverty, Crown

Djankov, S., McLiesh, C., en R. Ramalho (2006), Regulation and Growth, Economics Letters 92 (3), 395–401.

Bijlage

Tabel 1: Algemene indicator voor institutionele kracht 2013
TitelRabobank
Tabel 2: Mutatie 2010-2013
Tabel 2: Mutatie 2010-2013Rabobank

Colofon

Deze studie is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: AMECO: Annual Macro-Economic Database, BIS: Bank for International Settlements, DOTS: Directions of Trade Statistics, EC: European Commission, ECB: European Central Bank, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, EIU: Economist Intelligence Unit, IMF: Internationaal Monetair Fonds, WEO: World Economic Outlook, UN: Verenigde Naties

Gebruikte afkortingen landen: AL: Albanië, AT: Oostenrijk, BE: België, BG: Bulgarije, BA: Bosnië Herzegovina, CH: Zwitserland, CY: Cyprus, CZ: Tsjechië, DE: Duitsland, DK: Denemarken, EE: Estland, ES: Spanje, FI: Finland, GB: Groot Brittannië (UK), GR/EL: Griekenland, IE: Ierland, HR: Kroatië, IS: IJsland, HU: Hongarije, IT: Italië, LU:Luxemburg LV: Letland, LT: Litouwen, MD: Moldavië, ME: Montenegro, MK: Macedonië, MT: Malta, NL: Nederland, NO: Noorwegen, PL: Polen, PT: Portugal, RO: Roemenië, RS: Servië, SI: Slovenië, SK: Slowakije, TR/TK: Turkije, XK: Kosovo, SE: Zweden, EA17: Euro regio-17, EU27: Europese Unie.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek

RedactieEnrico Versteegh

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

ProductiecoördinatieMaartje Wijffelaars en Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Fabian Briegel
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 64053
Allard Bruinshoofd
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven