RaboResearch - Economisch Onderzoek

Eurozone Uitgelicht

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

In het hoofdstuk 'Eurozone: een door consumptie gedreven herstel' beschrijven we het economische beeld voor de eurozone als geheel. Dit is de resultante van onze economische analyse van de ontwikkelingen in de grotere eurolanden.
In onderstaande teksten lichten we deze analyses separaat toe.

Duitsland: groei zet door

  • Wij verwachten dat de Duitse economie in 2015 met 1¾% groeit
  • De daling van de inflatie in combinatie met flinke nominale loonstijgingen leidt tot een verdere toename van het besteedbare inkomen
  • De Duitse rijksbegroting zal in 2015 waarschijnlijk wederom een overschot laten zien

Gematigde groei zet door

De Duitse economie heeft 2014 afgesloten met krachtige groei in het vierde kwartaal (0,7% k-o-k). Hierdoor was Duitsland na Estland en samen met Spanje in de laatste drie maanden van vorig jaar het best presterende land van de eurozone. De kwartaalgroei kwam vooral voor rekening van een sterkere binnenlandse vraag. Consumenten gingen meer besteden en ook namen de investeringen toe, vooral die van de overheid en de bouwinvesteringen. De sterkere binnenlandse dynamiek leidde tot hogere importen, maar de export groeide nog iets sterker. Daardoor heeft ook de netto uitvoer positief bijgedragen aan de BBP-groei.

Vooruitkijkend verwachten wij dat de robuuste binnenlandse vraag de groei blijft ondersteunen (tabel 1). In 2015 zal de private consumptie steun krijgen van een verwachte sterke groei van het reëel beschikbare inkomen. Door de toegenomen risico’s -zowel binnen de eurozone (Griekenland) als vlak daarbuiten (Oost-Oekraïne)- zullen private investeringen wederom worden doorgeschoven. Hierdoor zal de investeringsgroei in de eerste kwartalen van dit jaar nog beperkt blijven. Verrassend is dat deze ontwikkelingen nog niet hebben geresulteerd in een lager producentenvertrouwen (figuur 1). Hierbij zij opgemerkt dat deze indicatoren in de jaren na de crisis een te positief beeld schetsten van de economische ontwikkelingen. Op de langere termijn zal de toenemende vraag vanuit binnen- en buitenland in combinatie met de relatief hoge bezettingsgraden leiden tot hogere investeringen. Een toenemende groei bij belangrijke handelspartners en de lagere euro ondersteunen de Duitse export (zie ook de bijdrage Rente en valuta).

Tabel 1: Kerngegevens Duitsland
Tabel 1: Kerngegevenstabel DuitslandBron: Macrobond, Rabobank
Figuur 1: Producentenvertrouwen neemt langzaam toe
Figuur 1: Producentenvertrouwen neemt langzaam toeBron: Macrobond

Besteedbaar inkomen blijft groeien

De angst onder Duitse economen en beleidsmakers voor een hogere werkloosheid door de invoering van een wettelijk minimumloon lijkt vooralsnog ongegrond. In januari is de werkloosheid (nationale definitie) zelfs nog gedaald. Ook zijn veel banen die als atypisch worden geclassificeerd (zoals mini-jobs) omgezet in reguliere werkgelegenheid (vaste contracten). Daarnaast blijft de hoeveelheid vacatures nog steeds stijgen. De krapte op de arbeidsmarkt resulteert in een hogere loondruk. In combinatie met een inflatie die gemiddeld over 2015 onder de nul zal schieten bij de huidige olieprijsverwachting, leidt dit tot een forse stijging van de bestedingskracht van huishoudens (figuur 2). Gegeven de hoge waardes van de sub-indices koopbereidheid en inkomensverwachtingen van het GFK consumentenvertrouwen (figuur 3) verwachten wij dan ook dat de private consumptie dit jaar verder zal toenemen.

Figuur 2: Reëel besteedbaar inkomen blijft toenemen
Figuur 2: Reëel besteedbaar inkomen blijft toenemenBron: Macrobond
Figuur 3: Koopbereidheid consumenten blijft hoog
Figuur 3: Koopbereidheid consumenten blijft hoogBron: Macrobond

Wederom een overschot op de overheidsbegroting

Volgens de voorlopige jaarrekening over 2014 heeft de Duitse federale overheid een evenwicht op de begroting bereikt, terwijl een tekort van € 6,5 miljard werd verwacht. Het structurele begrotingssaldo was in 2014 licht positief (0,3%-BBP, zie figuur 4). Ook voor het huidige jaar heeft het Duitse ministerie van Financiën een sluitende begroting gepresenteerd. Daarnaast zijn de rentes op Duitse staatsobligaties met een looptijd tot en met zes jaar negatief. De totale overheid (inclusief lokale overheden, deelstaten en sociale zekerheidsfondsen) had een overschot van 0,6%-BBP. Binnen de Europese en de Duitse begrotingsregels is er dan ook voldoende financiële ruimte voor extra publieke investeringen. Onder meer op het gebied van onderwijs en infrastructuur worden deze al jaren vooruitgeschoven, wat het groeiperspectief op termijn kan schaden.

Figuur 4: Duitse overheid heeft ruimte om economie te stimuleren
Figuur 4: Duitse overheid heeft ruimte om economie te stimulerenBron: Macrobond

Frankrijk: huishoudconsumptie acteert als traditionele groeimotor

  • De Franse economie groeit naar verwachting met 1% in 2015 en met 1½% in 2016
  • De economische groei in 2015 zal te laag zijn om de werkloosheid omlaag te brengen
  • De beperkte capaciteit van de Franse regering om structureel te hervormen is geen goed teken voor de economische groei op lange termijn

De Franse economie groeide in het vierde kwartaal van 2014 met 0,1% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Hiermee komt de economische groei voor 2014 neer op 0,4% ten opzichte van 2013. De huishoudconsumptie steeg vorig jaar met 0,6% j-o-j en was daarmee een belangrijke aanjager van de economische groei.

Figuur 1: Economische groei gedragen door private consumptie
Figuur 1: Economische groei gedragen door private consumptieBron: Insee
Tabel 1: Kerngegevens Frankrijk
Tabel 1: Kerngegevens FrankrijkBron: Rabobank

Ook voor 2015 en 2016 verwachten we dat de huishoudconsumptie de economie grotendeels zal dragen (zie tabel 1). Allereerst ondersteunt de reële loongroei de koopkracht van huishoudens (figuur 2). Aangezien de inflatie gedurende 2015 en 2016 waarschijnlijk laag blijft (tabel 1) terwijl de nominale loongroei hierboven blijft, verwachten we dat het positieve effect van de reële loongroei tijdens de voorspelperiode aanhoudt. Ook de lage energieprijzen hebben de komende twee jaar via een verlaagde energierekening een positieve impact op de koopkracht. Daarnaast is er recent een daling in de inkomstenbelasting voor lage inkomens geïmplementeerd wat een positief effect heeft op de beschikbare inkomens van huishoudens. Ten slotte sterkt een verbetering van het consumentenvertrouwen de consumptieve bestedingen. Indicatoren van Insee en de Europese Commissie (figuur 3) laten beide in de tweede helft van 2014 een verbetering zien.

Figuur 2: Lonen stijgen harder dan prijzen
Figuur 2: Lonen stijgen harder dan prijzenBron: Franse Ministerie van arbeid, werkgelegenheid en gezondheid, Insee
Figuur 3: Consumentenvertrouwen verbetert
Figuur 3: Consumentenvertrouwen verbetertBron: Europese Commissie

Arbeidsmarkt blijft zwak

De werkloosheid (10,2% in januari) blijft in 2015 en 2016 naar verwachting hoog. De werkgelegenheid en het aantal vacatures zijn in 2014 afgenomen, terwijl het aantal werklozen is gestegen (figuur 4). Vooruitkijkend verwachten we dat de banengroei langzaam op gang komt, gesteund door de zwakke economische groei en initiatieven zoals de CICE (een belastingkorting voor concurrentievermogen en werkgelegenheid) en het ‘verantwoordelijkheidspact’ om de arbeidskosten te verlagen. De groei van de werkgelegenheid zal echter niet voldoende zijn om de toenemende beroepsbevolking te absorberen (figuur 5). De werkloosheid zal daarom naar verwachting hoog blijven en pas tegen het einde van 2015 langzaam dalen. Gesteund door de aantrekkende binnenlandse en buitenlandse vraag verwachten we dat deze trage daling zich in 2016 voortzet.

Figuur 4: Aantal nieuwe vacatures daalt, aantal werklozen stijgt
Figuur 4: Aantal nieuwe vacatures daalt, aantal werklozen stijgtBron: Insee
Figuur 5: Beroepsbevolking groeit harder dan werkgelegenheid
Figuur 5: Beroepsbevolking groeit harder dan werkgelegenheidBron: OECD, Insee

Macron wet: structurele hervormingen blijven lastig

Het grote verzet tegen de inmiddels doorgevoerde Macron wet, vernoemd naar de Franse minister van Economische Zaken, onderstreept de beperkte capaciteit van de huidige Franse regering om structureel te hervormen. De wet heeft de intentie de gesloten Franse economie gedeeltelijk open te breken, onder meer door winkels de mogelijkheid te geven vaker op zondag open te zijn en de concurrentie voor openbaar vervoer en juridische banen op te schroeven. Dit zijn tamelijk bescheiden maatregelen en onvoldoende om het concurrentievermogen van de Franse economie substantieel te verbeteren. De EC heeft Frankrijk daarom opgedragen om in april 2015 een ambitieuzer hervormingsplan in te dienen. De beperkte capaciteit om structureel te hervormen maakt het lastig om aan de Europese regels te voldoen. Bovendien is dit gebrek aan structurele hervormingen geen goed teken voor de economische groei op lange termijn. 

Op korte termijn verwachten we dat de overheidsuitgaven minder hard zullen stijgen vanwege de al eerder aangekondigde € 21 miljard aan bezuinigingen in 2015. Daarnaast heeft de EC in februari bekend gemaakt dat Frankrijk dit jaar zijn structurele tekort met 0,2% van het BBP moet verbeteren, ondanks de twee jaar uitstel om het overheidstekort onder de 3%- BBP te brengen. Aanvullende bezuinigingsmaatregelen of belastingverhogingen om te voldoen aan de tekortregels zullen de economische groei op korte termijn verder drukken.  

België: economische groei zet rustig door

  • De Belgische economie groeide in het vierde kwartaal van 2014 met 0,1% ten opzichte van het kwartaal ervoor
  • Voor 2015 verwachten we dat de economie met ongeveer 1¼% groeit. De huishoudconsumptie en de uitvoer trekken dit jaar wat aan
  • In 2016 zal de economische groei verder aantrekken (1½%), door de groeiende mondiale economie en een toename van de investeringen. De consumptiegroei valt dan licht terug

Investeringsgroei vertekend door eenmalige aankopen

De recente versoepeling van de kredietvoorwaarden en de toenemende winstmarges stimuleren gedurende de prognoseperiode de bedrijfsinvesteringen. Ook de toegenomen industriële capaciteitsbezettingsgraad draagt hieraan bij. Laatstgenoemde staat momenteel rond zijn langjarige gemiddelde waardoor naar verwachting steeds meer bedrijven overgaan tot uitbreidingsinvesteringen (figuur 2). De lage olieprijzen, de lage lonen en het bedrijfsvriendelijke beleid van de overheid ondersteunen de winstmarges.

Tabel 1: Kerngegevens België
Tabel 1: Kerngegevens BelgiëBron: Rabobank

Een grote aankoop van schepen door een maritiem bedrijf en de aankoop van een belangrijke licentie in het derde kwartaal van 2014 vertekenen de groeicijfers van de investeringen voor 2014 en 2015. Mede door deze aankopen noteerden de bedrijfsinvesteringen in het derde kwartaal van 2014 een groei van 14,3% j-o-j (figuur 2). Omdat deze schepen en de licentie uit het buitenland komen, is de invoer in even grote mate toegenomen en is het effect op de BBP-groei nul (figuur 1). Deze eenmalige bedrijfsinvesteringen veroorzaken in 2015 overloopeffecten in de jaargroeicijfers voor de invoer en de investeringen.

Figuur 1: Eenmalige uitschieter investeringen in 14K3
Figuur 1: Eenmalige uitschieter investeringen in 14K3Bron: NBB
Figuur 2: Bezettingsgraad bereikt het langjarige gemiddelde
Figuur 2: Bezettingsgraad bereikt het langjarige gemiddeldeBron: Europese Commissie, Belgostat

Loonmatiging remt huishoudconsumptie

We verwachten dat de private consumptiegroei iets aantrekt in 2015 (1¼% j-o-j) en iets terugvalt in 2016 (1% j-o-j). Dit jaar ondersteunt de lage olieprijs de koopkracht van huishoudens en daarmee de consumptie. Ook de zeer geleidelijk aantrekkende werkgelegenheid heeft een licht positief effect. De verhoogde aftrek van beroepskosten van de inkomstenbelasting zal de inkomensgroei van gezinnen in 2015 bovendien ondersteunen. Vanaf 2016 zullen bezuinigingsmaatregelen de inkomensgroei weer drukken.

Hoewel de reële loongroei in 2014 nog bijdroeg aan de consumptie (figuur 3), verwachten we dat dit effect dit en volgend jaar wegvalt. Nominale loonstijgingen zijn in België namelijk gekoppeld aan de inflatie. Aangezien wij verwachten dat de inflatie in 2015 en 2016 zeer laag blijft (tabel 1), is er tot begin 2016 weinig aanleiding voor een loonaanpassing. Bovendien blijft de reële loonstop die de regering in 2013heeft ingevoerd tot 2016 van kracht. Omdat de overheid heeft besloten de eerst­volgende loonindexatie over te slaan (die begin 2016 zou plaatsvinden), verwachten wij dat de lonen pas vanaf 2017 weer in reële termen zullen groeien. De loonmatiging remt de huishoudcon­sumptie­groei in 2015 en 2016. We verwachten dat de impulsen die de huishoudconsumptie in 2015 nog steu­nen in 2016 deels weg zullen vallen. Dit zal de huishoudconsumptiegroei in 2016 mogelijk remmen. Het consumentenvertrouwen onderschrijft ons beeld van een gematigde groei van de huishoud­consumptie. De index beweegt de goede kant op en stond in februari weer boven het langjarige gemiddelde (figuur 4), maar het vertrouwen blijft zwak. Dit laatste kan mede worden verklaard door de bezuinigings- en hervormingsaankondigingen van de nieuwe regering. Vergeleken met andere eurozonelidstaten zijn de nog te realiseren bezuinigingen in België relatief groot. Daardoor vrezen gezinnen voor inkomensverlies.

Figuur 3: Lage inflatie positief voor besteedbaar inkomen
Figuur 3: Lage inflatie positief voor besteedbaar inkomenBron: OECD
Figuur 4: Consumentenvertrouwen net boven langjarig gemiddelde
Figuur 4: Consumentenvertrouwen net boven langjarig gemiddeldeBron: Europese Commissie

Buitenlandse vraag trekt aan

Figuur 5: België heeft belangrijke handelspartners buiten de eurozone (2009 waarden)
Figuur 5: België heeft belangrijke handelspartners buiten de eurozone (2009 waarden)Bron: OECD

Ook de buitenlandse vraag ondersteunt de Belgische economie in 2015 en 2016. De economieën van de belangrijkste handelspartners binnen en buiten de eurozone trekken aan. Daarnaast heeft de zwakke euro een positief effect op de handel met landen buiten de eurozone (figuur 5). In 2016 zal de verbeterende internationale concurrentiekracht van Belgische bedrijven de uitvoer verder stimuleren. Dit is onder meer te danken aan de loonmatiging en een verlichting van de belasting op arbeid.

Spanje: stevige BBP-groei door binnenlands herstel

  • Wij verwachten dat de Spaanse economie in 2015 rond de 2¼% zal groeien
  • Deze groei is voornamelijk toe te schrijven aan de consumentenbestedingen
  • Ook zullen de overheidsuitgaven een bijdrage leveren
  • Naar verwachting zal het exportsaldo de BBP-groei negatief beïnvloeden, aangezien de invoer door de toegenomen binnenlandse vraag sterk blijft groeien

Stijgende consumentenbestedingen en overheidsuitgaven

Voor 2015 en 2016 verwachten wij een sterke BBP-groei, hoofdzakelijk gedragen door de consumentenbestedingen. Deflatie stimuleert in 2015 de groei van de bestedingen, aangezien zij de reële lonen verhoogt. Deze deflatie is het gevolg van de sterke daling van de olieprijs in de afgelopen maanden (figuur 2).

Figuur 1: Stevige terugkeer naar groei in 2014
Figuur 1: Stevige terugkeer naar groei in 2014Bron: Macrobond
Figuur 2: Lage olieprijzen laten de balans doorslaan naar deflatie
Figuur 2: Lage olieprijzen laten de balans doorslaan naar deflatieBron: Macrobond, Rabobank

De lage olieprijs zal de inflatie voor het grootste deel van 2015 blijven drukken. Behalve door de deflatie wordt de groei van de consumentenbestedingen ook bevorderd door een bescheiden werkgelegenheidsgroei en een lichte stijging van de lonen. Naar verwachting zullen ook de overheidsuitgaven een positieve bijdrage leveren daar de Spaanse ontwerpbegroting voor 2015 op een lichte begrotingsimpuls in 2015 en 2016 wijst. Dit mag geen verrassing zijn met de parlementsverkiezingen voor de deur. De zittende Partido Popular (PP) ligt in slechts de helft van de opiniepeilingen aan kop, terwijl de nieuwkomer Podemos de andere helft aanvoert. De positieve bijdrage van de overheidsuitgaven aan het BBP zal door overloopeffecten in 2016 voortduren. In hoeverre Spanje verdere bezuinigingen zal doorvoeren, hangt voor een groot deel af van de partij die de verkiezingen wint. Een overwinning van de populistische partij Podemos zal waarschijnlijk helemaal niet tot ingrijpende overheidsbezuinigingen in 2016 leiden.

Tabel 1: Kerngegevens Spanje
Tabel 1: Kerngegevens SpanjeBron: Macrobond, Rabobank

Investeringen positief maar gematigd

In 2014 zagen we voor het eerst sinds het begin van de crisis een herstel van de investeringen. Dit viel samen met een toename van de industriële activiteit en een aantrekkende bouwsector (figuur 3), waardoor er meer personeel is aangenomen. Vooruitkijkend zien we sterke inkoopmanagersindices (PMI's) die wijzen op een aanhoudende groei in de industriële sector. Wij verwachten daarom dat deze positieve investeringstrend zich in 2015 en 2016 zal voortzetten en tot een positieve investeringsbijdrage aan de BBP-groei zal leiden.

Figuur 3: Bijdragen aan BBP-groei naar sector
Figuur 3: Bijdragen aan BBP-groei naar sectorBron: Macrobond, Rabobank
Figuur 4: Groei invoer overtreft groei consumentenbestedingen al een jaar
Figuur 4: Groei invoer overtreft groei consumentenbestedingen al een jaarBron: Macrobond, Rabobank

Hoogtijdagen netto exportbijdrage BBP-groei voorbij

Na de crisis is het exportsaldo flink verbeterd waardoor het tekort op de lopende rekening in een tijdsbestek van vijf jaarpositief is geworden. In het vierde kwartaal van 2013 bereikte het saldo op de lopende rekening een hoogtepunt van 1,5% van het BBP. Sindsdien is de groei van de invoer gestegen (figuur 4) door de sterke binnenlandse vraag. We verwachten dat deze groei aanhoudt, maar we plaatsen hier wel twee kanttekeningen bij. Ten eerste is de export de laatste maanden weer aangetrokken. Ten tweede is de euro in waarde gedaald met de komst van kwantitatieve verruiming in de eurozone. Een goedkope euro stimuleert de export en remt de groei van de invoer. Het effect zal echter gematigd zijn daar Spanje zijn buitenlandse handel grotendeels met andere eurozonelanden drijft. Naar verwachting zullen deze ontwikkelingen leiden tot een bescheiden negatief effect op de export in 2015.

Italië: economisch herstel komt dichterbij

  • In 2014 is het Italiaanse BBP-volume met 0,4% gekrompen
  • In 2015 zal de economie naar verwachting eindelijk beginnen te groeien, zij het nog heel langzaam
  • Consumptie en buitenlandse vraag ondersteunen het herstel in 2015. In 2016 leveren ook de investeringen een positieve bijdrage

BBP-volume zal langzaam groeien

In 2014 kromp het BBP-volume voor het derde jaar op rij (-0,4% op jaarbasis). De investeringen droegen als enige negatief bij (tabel 1). Vooruitkijkend verwachten we dat de economie langzaam zal aantrekken in 2015, gesteund door de buitenlandse vraag en de private consumptie. In 2016 zullen ook de investeringen positief bijdragen aan de groei. Mede hierdoor zal de economische groei licht opleven. Wel zal de groei van de Italiaanse economie naar verwachting achterblijven bij die van andere eurozonelidstaten. Hetzelfde geldt voor het herstel van het BBP-volume dat verloren is gegaan sinds het hoogtepunt van voor de crisis (figuur 1).

Tabel 1: Kerngegevens Italië
Tabel 1: Kerngegevens ItaliëBron: Macrobond, Rabobank
Figuur 1: Herstel in Italië blijft achter
Figuur 1: Herstel in Italië blijft achterBron: Macrobond, Rabobank

Export: mondiaal economisch herstel en zwakke euro               

De zwakkere euro en een versnellende economische groei bij de voornaamste handelspartners van Italië stimuleren de buitenlandse vraag. Wel moeten we hierbij aantekenen dat de totale toegevoegde waarde van de export naar landen buiten de eurozone slechts 12,5% van het BBP bedraagt. Bovendien is de concurrentiekracht van Italië ten opzichte van vergelijkbare landen in de eurozone de laatste jaren verslechterd. Daarnaast blijft de vraag vanuit handelspartners in de eurozone in 2015 nog redelijk ingetogen, alvorens in 2016 verder aan te trekken. We verwachten wel dat het exportsaldo de komende twee jaar een positieve bijdrage zal leveren aan de groei. Terwijl de export toeneemt, blijven de zwakke binnenlandse economische omstandigheden namelijk drukken op de groei van de invoer.

Private consumptie: lagere olieprijzen, maar hogere werkloosheid

Consumenten zullen de komende kwartalen naar verwachting niet noemenswaardig meer gaan uitgeven, al helpt de scherpe olieprijsdaling de consumptie wel. Consumentenbestedingen staan onder druk door de hoge werkloosheid (12,6% in januari, figuur 2) en lage loonstijgingen. Ze worden echter ondersteund door de sterk afgenomen en waarschijnlijk aanhoudend lage inflatie (figuur 3) en een verlaging van de inkomstenbelasting die is geïntroduceerd in 2014. Een stijging van het reëel beschikbare inkomen in 2015 zal de private consumptie weliswaar bevorderen, maar een groot deel zal waarschijnlijk ook worden gespaard. De vooruitzichten op de arbeidsmarkt blijven namelijk nog slecht en het overheidsbeleid is onzeker. Bovendien duurt het nog wel even voordat het verlies aan inkomen en spaargeld uit de periode 2008-2014 weer is goedgemaakt.

Figuur 2: Werkloosheidspercentage historisch hoog
Figuur 2: Werkloosheidspercentage historisch hoogBron: Macrobond
Figuur 3: Reële loonstijging versnelt
Figuur 3: Reële loonstijging versneltBron: Macrobond

Op de korte termijn geen voordeel van afschaffing 'Artikel 18'
Het parlement is onlangs akkoord gegaan met een historisch belangrijke hervorming van de arbeidsmarkt. Het veel besproken 'Artikel 18' is afgeschaft. Dit artikel maakte het werkgevers met meer dan vijftien man personeel uitermate moeilijk om werknemers te ontslaan. Door deze hervorming zal de Italiaanse arbeidsmarkt nog flexibeler worden dan de Duitse. Maar op korte termijn zal dit waarschijnlijk niet zorgen voor een snellere banencreatie. De economische vooruitzichten zijn immers nog steeds zwak.

Onzeker begrotingsbeleid
De begroting voor 2015 is slechts matig verkrappend (de begrotingsinspanning is 0,25% van het BBP, figuur 4) en zal de economische groei naar verwachting dan ook niet aanzienlijk schaden. Op basis van de Europese begrotingsregels verlangde de Europese Commissie (EC) in eerste instantie een begrotingsinspanning van 2,5% van het BBP in 2015. Een dergelijke inspanning zou de binnenlandse vraag aanzienlijk verslechteren. Op 25 februari heeft de EC echter besloten dat de huidige begroting adequaat is voor dit jaar, vanwege het zwakke economische klimaat en een voldoende gespecificeerde hervormingsagenda. Maar vanaf 2016 zal de begrotingsinspanning vermoedelijk weer hoger moeten zijn, met mogelijk negatieve effecten voor de economische groei.

Figuur 4: Begrotingsbeleid slechts beperkt verkrappend
Figuur 4: Begrotingsbeleid slechts beperkt verkrappendBron: Europese Commissie
Figuur 5: Kredietvoorwaarden minder streng
Figuur 5: Kredietvoorwaarden minder strengBron: Macrobond, Banca d’Italia

Investeringen: vooruitzichten verbeteren langzaam

De investeringen zullen in de komende kwartalen naar verwachting langzaam toenemen, na zeven jaar van krimp. De vooruitzichten zijn verbeterd, maar niet voldoende om tot een flinke investeringsgroei te leiden:

  • De bezettingsgraad in de maakindustrie is weliswaar gestegen, maar blijft toch onder het langetermijngemiddelde;
  • De kredietvoorwaarden zijn versoepeld, maar nog altijd redelijk strikt (figuur 5);
  • Belastingen voor bedrijven zijn verlaagd, maar slechts marginaal en het toekomstige overheidsbeleid is onzeker;
  • De economische vooruitzichten zijn beter, maar de groei blijft traag en onzeker, wat wordt bevestigd door aanhoudend zwakke nieuwe order.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, BIS: Bank for International Settlements, CEIC: CEIC Macroeconomic Databases for Emerging and Developed Markets

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, BE: België, FI: Finland, DK: Denemarken, LU: Luxemburg, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië, MT: Malta, EZ: Eurozone, SK: Slowakije

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666
Carlijn Prins
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 60033
Marcel Weernink
Rabobank KEO
030 21 62666
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740

naar boven