RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Blik op de wereld: ruimte voor sterker groeiherstel

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Recente data ondersteunen onze verwachting van een mondiale economische groei van 3½% in 2015. Er zijn zelfs ingrediënten aanwezig voor een sterker groeiherstel.
  • Onzekerheid rondom zowel de Europees-Griekse onderhandelingen als het gewapende conflict in Oost-Oekraïne werpen evenwel een schaduw over de economische vooruitzichten.
  • Voor 2016 verwachten we dat de mondiale groei licht versnelt tot 3¾%. De eurozone-groei trekt naar verwachting van een lager niveau iets sneller aan, van 1¼% in 2015 naar 1¾% in 2016.

De recente economische signalen zijn niet ongunstig. Met een blik op de achteruitkijkspiegel zien we dat de eurozone-economie in het vierde kwartaal van 2014 in volume toenam met 0,3% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Het VK noteerde 0,5% vooruitgang, terwijl het groeicijfer in de VS zelfs uitkwam op 0,7%. Tegelijkertijd is de olieprijs sinds het slotkwartaal van 2014 fors verder gedaald, heeft de Europese Centrale Bank een programma van kwantitatieve verruiming aangekondigd en is de euro behoorlijk in waarde gedaald ten opzichte van andere valuta. Als we onze blik daarmee verleggen naar de voorruit, dan zijn er meer economische ingrediënten aanwezig voor een aantrekkende groei in 2015 en 2016 van zowel de eurozone-economie als de mondiale economie.  

Tegelijkertijd spelen (geo-)politieke risico’s nadrukkelijker op waardoor wij aarzelen om de gunstige signalen volledig in een positievere economische groeiraming neer te laten slaan. We schrijven dit Economisch Kwartaalbericht in de veronderstelling dat Europa en de Grieken tot een akkoord komen over de invulling van het huidige hulpprogramma. Ook veronderstellen we dat het lokale conflict in Oekraïne niet significant escaleert. Het mag duidelijk zijn dat het mislukken van de Grieks-Europese onderhandelingen of een significante escalatie in Oost-Oekraïne de economische vooruitzichten negatief zou kunnen beïnvloeden. Lastiger in te schatten is in hoeverre recente ontwikkelingen nu al op het vertrouwen en daarmee de economische vooruitzichten drukken.

Goedkope olie als stimulans en risico

Tussen juni 2014 en januari 2015 is de olieprijs in Amerikaanse dollars gemeten met ruim 50% gedaald (figuur 1). Op mondiaal niveau zorgt de olieprijsdaling voor een enorme verschuiving van inkomen van (netto-)producerende naar (netto-)consumerende landen. Aangenomen dat de olieproducenten gemiddeld genomen een lagere bereidheid hebben om hun inkomsten in bestedingen om te zetten dan de olieconsumerende landen, is dat een positief signaal voor de mondiale economische activiteit.

Hoewel consumenten wereldwijd zijn gebaat bij de extra koopkracht door de lagere olieprijzen, is het inkomensverlies in de olieproducerende landen per saldo aanzienlijk (figuur 2). Een aantal van hen is daar kwetsbaar voor, zie bijvoorbeeld Hayat (2015). De inspraak en vrijheid van de bevolking is er doorgaans beperkt, in ieder geval wanneer we deze vergelijken met onze Westerse standaard. Het economische leed van de Grote Recessie kon hier worden verzacht ­–en het risico van sociale onrust feitelijk afgekocht– met uit oliegelden gefinancierde extra sociale uitgaven. De lagere olieprijs maakt dit sociale model lastiger houdbaar.

Figuur 1: Olieprijs maakt enorme duikvlucht
Figuur 1: Olieprijs maakt enorme duikvluchtBron: Macrobond, Rabobank
Figuur 2: Lagere olie-inkomsten drukken zwaar op begrotingen
Figuur 2: Lagere olie-inkomsten drukken zwaar op begrotingenBron: IMF, Eurasia, Rabobank

Het genot van tijdelijke deflatie

In de eurozone was de inflatie begin 2015 negatief. Deflatie dus. Chronische deflatie is slecht voor de economie (zie Boonstra en Verduijn, 2014). Maar de huidige mondiale afname van de consumentenprijsinflatie (figuur 3) is een directe reflectie van de koopkrachtwinst van olieconsumerende landen en daarom een positief signaal voor de economische groei. Consumenten voelen de lagere prijzen in hun energierekening en aan de benzinepomp. Bedrijven zien het energiedeel van de productiekosten dalen en geven die door aan consumenten of zien hun winst stijgen. Bedrijven en huishoudens krijgen dus ruimte om koopkrachtwinst (deels) in extra bestedingen om te zetten.

Monetaire beleidsmakers zijn tegelijkertijd op hun hoede om de lage en negatieve inflatie niet verankerd te laten raken in de verwachtingen van consumenten en producenten. Voor de VS verwachten wij bijvoorbeeld dat de Amerikaanse centrale bank, de Fed, haar geplande renteverhoging in juni niet zal kunnen realiseren (zie ook onze bijdrage over de VS). In de eurozone zag de ECB zich in januari zelfs gedwongen om over te gaan tot kwantitatieve verruiming, bovenal omdat de daling van de inflatieverwachtingen doorzette (zie ook onze bijdrage over de Rente en valuta.

Figuur 3: Lagere olieprijs komt door in lagere inflatie en deflatie
Figuur 3: Lagere olieprijs komt door in lagere inflatie en deflatieBron: Macrobond
Figuur 4: ECB-aankondiging verzwakt euro
Figuur 4: ECB-aankondiging verzwakt euroBron: Macrobond (BIS)

Zwakkere euro steunt eurozone-economie, maar plaatst andere landen in lastige positie

De recente verzwakking van de euro (zie figuur 4) is een direct resultaat van de aangekondigde kwantitatieve verruiming door de ECB en een positieve impuls voor de economische groei in de eurozone. De zwakke eenheidsmunt stimuleert immers de buitenlandse vraag naar producten uit de muntunie en drukt de importvraag. Wij gaan er overigens van uit dat dit ook de sterkste stimulans van het ECB-beleid op de economie zal zijn (zie ook onze bijdrage over de eurozone).

Maar de zwakkere euro impliceert hardere munten elders. De ECB zet hiermee andere monetaire beleidsmakers onder druk, zoals we zien in Zwitserland en Denemarken. De Zwitserse centrale bank (SNB) zag zich in januari gedwongen om de sinds 2011 bestaande begrenzing van de wisselkoers (op 1,20 CHF/€) los te laten. In anticipatie op het ECB-besluit tot kwantitatieve verruiming stroomde er (wederom) veel kapitaal naar Zwitserland. De Zwitsers hadden de afgelopen jaren al voor het equivalent van 90% van hun Bruto Binnenlands Product (BBP) aan euro’s opgekocht om de franc ten opzichte van de euro constant te houden. Het extra Zwitserse geld dat hiermee in omloop kwam, dreef onder andere de Zwitserse vastgoedprijzen ongewenst hoog op. Nadat de koppeling was losgelaten, apprecieerde de CHF scherp om een nieuwe balans te vinden tussen 1,05-1,10 €/CHF op het moment van schrijven. De Denen heb­ben hun kroon al veel langer aan de euro gekoppeld, als onderdeel van hun monetaire beleids­anker. Maar ook de Deense centrale bank moest stevig ingrijpen om die koppeling te beschermen tegen een al te grote instroom van buitenlands kapitaal. De Denen verlaagden de depositorente al tot -0,75%.

Ook grotere landen worstelen met de bijwerkingen van het nieuwe Europese monetaire experiment. De VS haalden we al kort aan. Ook voor China is de goedkopere euro niet gunstig. De Chinese yuan is namelijk (impliciet) gekoppeld aan de dollar en apprecieert dus in tandem met de dollar tegenover de euro. Dit komt nu ongelegen. China streeft naar lagere groei met een duurzamere samenstelling, maar nu de groei afzwakt door afnemende investeringsgroei, is een gelijktijdige verslechtering van de concurrentiepositie slecht nieuws. In de afgelopen maanden profiteerde China van de dalende olie- en grondstofprijzen en bleef de groei onder meer door de buitenlandse vraag nog redelijk op peil. Chinese stemmingsindicatoren geven echter inmiddels aan dat nu ook de buitenlandse vraag wat verzwakt. Een ingreep van de Chinese centrale bank om de yuan te verzwakken kunnen we daardoor niet uitsluiten (zie ook onze bijdragen over China en de Rente en valuta.

Seinen op groen, sentiment en data laten nog op zich wachten

Met de lagere olieprijzen, de koopkrachtwinst voor de consumenten in de vorm van lagere inflatie, en –voor de eurozone– de extra groeisteun vanuit de zwakkere euro staan alle seinen op groen voor een sneller dan tot dusver verwacht mondiaal economisch herstel. Dat zien we op het moment van schrijven echter nog niet overtuigend in de hardere data doorkomen. Deels zullen we hierin wat meer geduld moeten hebben; de jongste groeicijfers voor het eurogebied wierpen bijvoorbeeld slechts een blik op de achteruitkijkspiegel, naar de maanden oktober-december van 2014. Maar deels toont ook de mondiale stemming onder producenten nog geen robuust effect van deze impulsen (figuur 5). Ook komen uit diverse landen signalen dat juist een zwakkere handelsdynamiek bijdraagt aan de economische uitdaging. En dat terwijl de wereldhandelsgroei de afgelopen jaren toch al weinig robuust te noemen was in historisch perspectief (figuur 6).

Een aantal verklaringen voor deze laatste observatie laat zich aandragen. Zo doet het verhaal de ronde dat China de grondstoffenvoorraden enigszins afbouwt. Harde cijfers hebben we hier niet bij voorhanden, maar dit verhaal is wel consistent met het gegeven dat niet alleen de olieprijs, maar ook de prijzen van grondstoffen in bredere zin dalen. Ook blijkt uit gesprekken met Chinese tegenpartijen en zakelijke Chinese klanten dat men heel nadrukkelijk inspeelt op de aangepaste toon van de overheid over de Chinese groei. Zie ook onze bijdrage over China. Daarnaast is het alleszins denkbaar dat de voortdurende schuldafbouw in de industrielanden nog altijd een sterkere wissel trekt op met name de investeringsbereidheid. Ten slotte, maar allerminst in de laatste plaats, is het mogelijk dat de (geo-)politieke oprispingen van de afgelopen maanden nu al zwaarder dan verwacht wegen op het sentiment en de positieve signalen per saldo opheffen. Concreet hebben de Griekse verkiezingen en de radicaal andere intenties van de nieuwe Griekse regering tot nervositeit geleid op de financiële markten en mogelijk ook tot (extra) terughoudendheid in Europa bij ondernemers die grensoverschrijdende investeringen overwogen. Maar ook het in januari weer oplaaiende conflict in Oekraïne kan een verklaring bieden. De Russische rol in dit conflict, in het bijzonder de steun aan de Oekraïense separatisten, blijft moeilijk te peilen. Los van de economische sancties heeft de Russische economie het momenteel zwaar door de lagere olieprijs. Het Oekraïense conflict lijkt de binnenlandse populariteit van president Poetin alleen maar te hebben vergroot en kan Moskou een welkome afleiding bieden van de binnenlandse economische moeilijkheden.

Figuur 5: Stemming producenten niet zichtbaar beter
Figuur 5: Stemming producenten niet zichtbaar beterBron: Macrobond, Rabobank
Figuur 6: Wereldhandel weinig dynamisch
Figuur 6: Wereldhandel weinig dynamischBron: CPB World Trade Monitor, Rabobank

Alles bij elkaar genomen zijn de ingrediënten aanwezig voor een sterker economisch herstel dan in onze raming besloten ligt. Daar staan evenwel nadrukkelijker opspelende (geo-)politieke risico’s tegenover. Per saldo gaan we daarom uit van een mondiaal bescheiden aantrekkende groei van 3½% in 2015 en 3¾% in 2016. Vooral door aansterkende binnenlandse vraag versnelt de economische groei in de eurozone van een lager niveau iets meer, van 1¼% in 2015 naar 1¾% in 2016.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, BIS: Bank for International Settlements, CEIC: CEIC Macroeconomic Databases for Emerging and Developed Markets

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, BE: België, FI: Finland, DK: Denemarken, LU: Luxemburg, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië, MT: Malta, EZ: Eurozone, SK: Slowakije

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)

naar boven