RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wij zijn geen schuldenland maar een vermogend land

Column

Delen:

Verschenen in De Volkskrant, Opinie, 15 juni 2015

In de Volkskrant staat een interview met Dirk Bezemer over de omvang van de financiële sector. Wat ons betreft is dat een relevant en belangrijk onderwerp. Het zou daarom een goede zaak zijn als op de economische redeneringen en de gepresenteerde cijfers in het stuk niets af te dingen zou zijn. Dat is helaas niet het geval.

Om te beginnen is het onderscheid tussen 'productieve' bedrijfsfinancieringen en 'improductieve' hypotheekschulden niet zinvol. Lang niet alle bedrijfsleningen zijn 'productief' in de zin dat zij toevoegen aan het productieve vermogen van de economie. Zij omvatten bijvoorbeeld ook het financieren van overnames van bedrijven of van bestaande productiemiddelen. In dat geval leidt kredietverlening aan bedrijven niet tot een toename van de productiecapaciteit.

Aan de andere kant zijn investeringen in huizen maatschappelijk wel nuttig, al vergroten zij het economisch productiepotentieel minder sterk dan investeringen in nieuwe technologieën. Maar aan wonen in huizen ontlenen mensen wel degelijk economisch nut. Daarom worden investeringen in woningen in de Nationale Rekeningen terecht als productieve investeringen behandeld en wordt de productie van woondiensten gezien als onderdeel van het bruto binnenlands product.

Het vreemde van het onderscheid van Bezemer komt naar voren als je de markt voor koopwoningen even wegdenkt en ervan uitgaat dat iedereen in een huurwoning zou wonen. Die huurwoningen moeten dan natuurlijk worden gebouwd en onderhouden worden. De betrokken ontwikkelaars en verhuurders moeten worden gefinancierd. Dat zijn dan bedrijfsleningen. Dan zouden het in de definitie van Bezemer opeens wél productieve investeringen zijn. Hij vindt dus investeren in eigen woningbezit niet productief, maar investeringen in huurwoningen wel. Dat is een redenering die geen enkel economisch fundament kent.

Welvaart verhogen

Voor de volledigheid: ook kredietverlening die niet tot een verhoging van de productiecapaciteit van de economie leidt, kan de welvaart verhogen door mensen in staat te stellen om hun inkomen en bestedingen beter over hun leven te spreiden. De focus op het al dan niet verhogen van de economische groei is een wel erg nauwe benadering om naar het nut van kredietverlening te kijken.

Een snel groeiende hypotheekschuld kan op economische onevenwichtigheden wijzen, zoals een te snelle toename van de woningprijzen of een uit de hand gelopen nieuwbouw. Dat is bijvoorbeeld in Spanje en Ierland een belangrijke oorzaak van de economische crisis geweest. Het grootste probleem voor de financiële sector in die landen waren echter niet de woninghypotheken, maar de bedrijfskredieten die verstrekt waren aan ontwikkelaars van bouwbedrijven.

Dan de cijfers. Nederland is netto geen schuldenland. Naast een tabel 'Nederland schuldenland' had een tabel moeten staan met 'Nederland: een vermogend land'. Dan blijkt dat ons land aanmerkelijk meer bezittingen dan schulden heeft. Daar worden in het interview welgeteld twee zinnen aan besteed.

Schulden huishoudens en bedrijven

Wat echter vooral opvalt is dat de omvang van de financiële sector in het artikel gelijkgesteld wordt aan de omvang van de schulden van huishoudens en bedrijven. Vanaf dat moment gaan twee onderwerpen, die beide op zich interessant zijn, door elkaar lopen: de omvang van de financiële sector en de hoogte van de private schulden. Beide hoeven niet perse met elkaar te maken te hebben. Landen met een grote financiële sector hoeven, getuige Zwitserland, geen hoge private schulden te hebben en landen met hoge private schulden kunnen een relatief beperkte omvang van de financiële sector hebben.

Bezemer noemt de private schuld van 278 procent-BBP als bewijs voor de grote omvang van de financiële sector. Nadere beschouwing van de Oeso-cijfers leert dat circa 130 procent BBP bestaat uit schuld van gezinnen en 150 procent uit schuld van bedrijven. Tegelijk wordt er op gewezen dat het bankwezen meer hypotheken dan bedrijfsleningen verstrekt. Dat blijkt dus niet uit deze cijfers. Hoe dat kan?

Bankkrediet

De private schuld wordt maar ten dele middels bankkrediet gefinancierd. Van de woninghypotheken wordt ongeveer eenvijfde door andere financiële instellingen dan de Nederlandse banken verstrekt. Afgaand op cijfers van De Nederlandsche Bank over de hypotheekverstrekking en de balans van gezinshuishoudingen wordt door de banken voor ongeveer 83 procent-BBP krediet aan huishoudens verstrekt.

Uit cijfers van diezelfde Nederlandsche Bank blijkt dat Nederlandse banken voor 46 procent-BBP leningen aan Nederlandse bedrijven verstrekken. De rest komt uit andere bronnen.

Zo is dus duidelijk dat Nederlandse banken inderdaad meer krediet verstrekken aan Nederlandse huishoudens dan aan Nederlandse bedrijven. Maar het gaat om geheel andere hoeveelheden dan de cijfers die Bezemer in zijn interview noemt. Dirk Bezemer doet zichzelf tekort met zijn slordigheid in de omgang met data en onzorgvuldige redeneertrant. Alles loopt in zijn interview door elkaar, waardoor een belangrijk onderwerp, dat niet alleen de geïnterviewde maar ook ons aan het hart gaat, niet de zorgvuldige aandacht krijgt die het verdient.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5128 1405
Tim Legierse
Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven