RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse economie groeit harder door binnenlandse bestedingen

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De Nederlandse economie groeit naar verwachting met 2% in 2015 en 2016
  • De uitvoer en de binnenlandse bestedingen zorgen voor breed gedragen groei
  • Mogelijke lastenverlichting kan de economie in 2016 extra rugwind geven
  • Werkloosheid neemt af, maar blijft hoog

Per saldo verwachten wij dat de Nederlandse economie dit en volgend jaar met 2% zal groeien. Deze groei wordt breed gedragen; naast de uitvoer leveren ook de binnenlandse bestedingen een bijdrage. Hierbij spelen vooral de particuliere consumptie en de woninginvesteringen een voorname rol. De overheidsbestedingen zullen ten opzichte van de afgelopen jaren de groei niet afremmen. Het is zelfs denkbaar dat de binnenlandse bestedingen een extra duwtje krijgen door lastenverlichting voor burgers en bedrijven. De werkloosheid daalt dit jaar wel iets minder hard, met name door een toename van het arbeidsaanbod.

Groei zet gestaag door in eerste kwartaal

De omvang van de Nederlandse economie is in het eerste kwartaal van 2015 voor het vierde kwartaal op rij gegroeid. Het reële Bruto Binnenlands Product (BBP) nam met 0,4% toe ten opzichte van het laatste kwartaal van 2014, toen de economie met 0,8% groeide (figuur 1). In het vierde kwartaal speelden tijdelijke factoren een rol die een opwaarts effect hadden op de groei in dat kwartaal, zoals de afloop van de verruimde schenkingsvrijstelling en de op handen zijnde strengere fiscale regels rond zuinige auto’s. Dit heeft de woninginvesteringen en de autoverkopen eind vorig jaar omhoog geduwd. Daarom hadden wij rekening gehouden met een wat grotere terugval van de groei in het eerste kwartaal dan nu het geval was. Daarbij was vooral de ontwikkeling in de woninginvesteringen opvallend. Na de zeer forse groei in het vierde kwartaal volgde in het eerste kwartaal opnieuw een aanzienlijke toename. De uitvoer stelde juist teleur. Een lastig te verklaren krimp van de dienstenuitvoer deed de groei van de goederenuitvoer teniet.

Wij verwachten verdere economische groei in dit en volgend jaar en gaan uit van 2% BBP-groei voor beide jaren (tabel 1). Naast een hogere uitvoer zorgen de private investeringen en de particuliere consumptie voor een positieve bijdrage aan de economische groei. De aantrekkende woningmarkt, de groei van de werkgelegenheid en de stijgende koopkracht wakkeren het herstel van de binnenlandse bestedingen aan.

Figuur 1: Wederom BBP-groei in eerste kwartaal
Figuur 1: Wederom BBP-groei in eerste kwartaalBron: CBS, Rabobank
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Uitvoer blijft zijn steentje bijdragen

In het eerste kwartaal van dit jaar daalde het uitvoervolume met 0,1% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Deze daling komt grotendeels voor rekening van een krimp in de dienstenuitvoer van 2,2% kwartaal-op-kwartaal, vooral vanwege lagere royalty’s en licentierechten. De goederenuitvoer nam in het eerste kwartaal met 0,9% toe. Omdat de krimp van de dienstenuitvoer naar verwachting tijdelijk is, zal de uitvoer in de komende kwartalen waarschijnlijk weer een positieve groeibijdrage gaan leveren. De export wordt daarbij ondersteund door de lage waarde van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en het Britse pond. Hoewel de euro in de afgelopen maanden wat in waarde is gestegen (figuur 2), verwachten we dat de euro de komende kwartalen weer licht zal verzwakken (zie ook het hoofdstuk Rente en valuta).

Figuur 2: Waardedaling van de euro
Figuur 2: Waardedaling van de euroBron: Macrobond

Ook de groei in de rest van de eurozone trekt naar verwachting verder aan, waar Nederlandse bedrijven via de uitvoer van zullen profiteren. Wel zijn er neerwaartse risico’s. Het conflict tussen Rusland en Oekraïne leek stabiel. De recente nieuwe escalatie van dit conflict kan onze groeiverwachting echter verstoren. Tevens is het de vraag hoe de situatie rond een mogelijke zich de komende maanden ontwikkelt (zie ook het hoofdstuk Eurozone). Wanneer deze neerwaartse risico’s niet tot uiting komen, verwachten wij dat de uitvoer dit jaar met 4¼% zal toenemen ten opzichte van 2014. Voor 2016 gaan wij er vanuit dat de uitvoer verder aantrekt, en dat deze zal groeien met 5¼%. 

Consument heeft er weer zin in

Vorig jaar droeg de particuliere consumptie nog nauwelijks bij aan de economische groei. Dit en volgend jaar verwachten we een duidelijke consumptiegroei te zien. In de afgelopen jaren zorgden vooral de daling van de reëel beschikbare inkomens en de toenemende besparingen voor een krimpende consumptie. De seinen voor de particuliere consumptie staan nu echter op groen. Wij verwachten dan ook dat de reële particuliere consumptie in beide jaren met 1½% zal groeien.

Er zijn verschillende factoren die dit jaar bijdragen aan een hogere consumptiegroei. Het lage inflatieniveau en de stijging van de cao-lonen zorgen voor een stijging van het reële beschikbare inkomen van huishoudens. Hetzelfde geldt voor de verdere toename van de werkgelegenheid. Daarnaast stijgt het consumentenvertrouwen al geruime tijd. Hierbij valt op dat de houding van de Nederlandse consument ten aanzien van het doen van grote aankopen over de afgelopen twee jaar geleidelijk aan is verbeterd (figuur 3). Voor 2016 voorzien we een lagere groei van de reële lonen, omdat de inflatie weer oploopt. Toch verwachten wij een verdere groei van de particuliere consumptie, aangezien huishoudens steeds meer uit de spaarstand komen en de werkgelegenheid naar verwachting verder toeneemt. Dat de spaarneiging naar verwachting niet verder toeneemt, heeft onder andere te maken met de afname van de onderwaterproblematiek op de woningmarkt door eerdere aflossingen en stijging van de huizenprijzen.

Figuur 3: Toename gunstige tijd voor grote aankopen
Figuur 3: Toename gunstige tijd voor grote aankopenBron: CBS

Het hogere aantal woningverkopen heeft met name een positieve invloed op de consumptie van woninginrichting, huishoudelijke apparaten en huishoudelijke artikelen. Uit de relatie tussen de activiteit op de woningmarkt en duurzame consumptie in het verleden blijkt dat een stijging van de woningtransacties met 10% in een bepaald kwartaal met een vertraging leidt tot een stijging van de duurzame consumptie van 0,7% (Giesbergen, 2014). We verwachten dan ook dat de particuliere consumptie dit en volgend jaar steun krijgt van de positieve ontwikkelingen op de woningmarkt, zoals beschreven in ons meest recente Kwartaalbericht Woningmarkt

Woninginvesteringen dragen groei private investeringen

Naast de positieve gevolgen van het woningmarktherstel voor de consumptie is er een positief effect op de investeringen. De eindejaarsrally van het aantal transacties op de woningmarkt zorgde in het vierde kwartaal van 2014 voor een forse toename van de woninginvesteringen. Deze stegen in dat kwartaal met maar liefst 15,5% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Wij hadden vanwege deze sterke stijging een terugval verwacht in het eerste kwartaal van dit jaar, maar dit was niet het geval. Naast een hogere dan verwachte toename van het aantal huizenverkopen en een toename van de nieuwbouw heeft dit mogelijk ook te maken met de anticipatie op de afloop van het tijdelijk verlaagde btw-tarief (6%) op arbeidskosten voor verbouwingen en renovaties per 1 juli 2015.

Hoewel de woninginvesteringen in het eerste kwartaal doorgroeiden, lieten de bedrijfsinvesteringen wel een daling zien (figuur 4). Vooruitkijkend verwachten wij dat de private investeringen in 2015 en 2016 onder invloed van een aantrekkende binnenlandse vraag en hogere exportgroei zullen toenemen. Door het oplopen van de bezettingsgraad bij bedrijven zal langzamerhand meer behoefte ontstaan aan uitbreidingsinvesteringen (figuur 5).

Figuur 4: Groei van de woninginvesteringen zet door
Figuur 4: Groei van de woninginvesteringen zet doorBron: CBS
Figuur 5: Bezettingsgraad industrie
Figuur 5: Bezettingsgraad industrieBron: CBS

Is er ruimte voor lastenverlichting?

Hoewel de overheidsbestedingen de afgelopen jaren steeds negatief bijdroegen aan de groei, verwachten wij dat er hiervan in 2015 en 2016 een neutraal effect zal uitgaan. Hierdoor zullen de overheidsbestedingen, naast de bezuinigingen die voor dit en volgend jaar al waren ingeboekt, naar verwachting geen extra rem uitoefenen op de economische groei.

Het begrotingstekort van de overheid kwam vorig jaar uit op 2,3% van het BBP (figuur 6). Dit was net zo hoog als in 2013, maar onderliggend was er sprake van een verbetering omdat een aantal eenmalige meevallers uit 2013 in 2014 wegviel. Inmiddels hebben we het grootste deel van de in de afgelopen jaren afgesproken bezuinigingen en lastenverzwaringen achter de rug. Door deze maatregelen en de verwachte toename van de economische groei blijft het begrotingstekort in de komende twee jaar naar verwachting ruim onder de door de Europese Commissie gestelde 3%-norm. Voor 2015 gaan wij uit van een tekort van -1¾% van het BBP. In 2016 zal dit naar verwachting nog iets verder dalen, naar -1% van het BBP. Hierdoor hoeft het kabinet voor de komende jaren geen aanvullende bezuinigingen of lastenverzwaringen door te voeren. In Den Haag wordt momenteel zelfs gesproken over de mogelijkheid van lastenverlichting in 2016.

Figuur 6: Verbetering overheidsfinanciën
Figuur 6: Verbetering overheidsfinanciënBron: CBS

De vraag is wat de mogelijkheden zijn voor lastenverlichting. Naast het feitelijke begrotingstekort kijkt Brussel ook in welke mate het structurele overheidssaldo aan de middellangetermijndoelstelling (MTO) voldoet. Dit is het voor conjuncturele en eenmalige ontwikkelingen gecorrigeerde begrotingssaldo dat volgens het Centraal Planbureau (CPB) in 2015 en 2016 uitkomt op -0,5%-BBP (CPB, 2015). Hiermee voldoet Nederland exact aan zijn middellangetermijndoelstelling, waardoor er strikt genomen geen ruimte bestaat voor lastenverlichting (zie ook Raad van State, 2015). Het is nog onduidelijk hoe strikt het kabinet zich aan deze regels uit de zogenoemde preventieve tak van het Stabiliteits- en Groeipact zal willen houden.

Maar zelfs als er ruimte is om het begrotingstekort op te laten lopen, is lastenverlichting niet het enige op het verlanglijstje van de regering. De geopolitieke ontwikkelingen hebben een wens gecreëerd om meer uit te geven aan defensie en veiligheid. Bovendien moet nog een besluit worden genomen over het plafond aan de gaswinning in Groningen, wat mogelijk leidt tot lagere inkomsten. Al met al is er toch een grote kans dat volgend jaar de lasten zullen worden verlaagd. De regering zal er alles aan gelegen zijn om de economie in de aanloop naar de verkiezingen in 2017 zo veel mogelijk steun in de rug te geven. Overigens houden wij in onze ramingen nog geen rekening met lastenverlichting omdat hier nog geen besluit over is genomen. Maar als het gebeurt, kan het de binnenlandse bestedingen komend jaar nog wat extra rugwind geven.

Werkloosheid daalt mondjesmaat

Sinds de tweede helft van 2014 ontwikkelt de werkloosheid zich tamelijk vlak. Hoewel de werkgelegenheid wel degelijk is toegenomen, zien we dit niet in gelijke mate terug in het werkloosheidsniveau. Dit komt onder andere door een vrijwel even grote stijging van het arbeidsaanbod. Dit heeft een aantal verklaringen. Door de gunstigere economische omstandigheden gaan meer mensen op zoek naar een baan (aanzuigeffect). Ook lokken de aanpassingen in met name uitkeringen en toeslagen meer arbeidsaanbod uit. Verder wordt de daling van de potentiële beroepsbevolking tegengegaan door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Dit alles heeft een beperkend effect op de daling van de werkloosheid waardoor deze slechts mondjesmaat afneemt. Per saldo gaan wij voor dit en volgend jaar uit van een gematigde daling van de werkloosheid. Dit jaar zal de werkloosheid naar verwachting uitkomen op 7% van de beroepsbevolking om in 2016 verder te dalen naar 6½% (Eurostat/ILO-definitie).

In het eerste kwartaal van 2015 daalde het aantal werkzame personen sterk in de niet-commerciële dienstverlening, met name in de zorg (figuur 7). Het aantal werkzame personen in de commerciële dienstverlening nam juist toe, vooral in de zakelijke dienstverlening. Wij verwachten dat de werkgelegenheid dit jaar verder zal toenemen, met name in de private sector. Arbeidsmarktindicatoren zoals de stijging van het aantal vacatures en de uitzenduren ondersteunen deze verwachting. Het aantal vacatures nam in het eerste kwartaal voor het zevende kwartaal op rij toe. De ontwikkeling van de uitzenduren wijst in dezelfde richting (figuur 8). Als de werkgelegenheid aantrekt, is dit vaak het eerste merkbaar doordat bedrijven meer flexibele arbeid zoals uitzendkrachten inhuren.

Vanuit de Wet Werk en Zekerheid vinden er per 1 juli diverse aanpassingen aan het ontslagrecht plaats. Het is onduidelijk wat het effect hiervan is op de kortetermijnontwikkeling van de werkloosheid. Zo komt er een uniform ontslagstelsel waarbij het vooraf duidelijk is welke ontslagroute werkgevers nemen. Tevens wordt de ontslagvergoeding versoberd. Naast de wijzigingen binnen het ontslagrecht krijgen flexwerkers meer zekerheid en komen zij sneller dan voorheen in aanmerking voor een vast dienstverband. Ook ontvangen zij een transitievergoeding bij het einde van een dienstverband van twee jaar of langer. Het is op dit moment nog onzeker wat de mogelijke effecten hiervan zijn op de werkgelegenheid en de werkloosheid. Werkgevers zouden hierop kunnen anticiperen door hun werknemers eerder of juist later dan 1 juli te ontslaan. Uit het geregistreerde aantal ontslagaanvragen van het UWV tot en met april blijkt dat hier op dit moment geen noemenswaardige anticipatie-effecten vanuit werkgevers in zijn te ontdekken.

Figuur 7: Niet-commerciële diensten zorgen voor daling aantal werkzame personen
Figuur 7: Niet-commerciële diensten zorgen voor daling aantal werkzame personenBron: CBS
Figuur 8: Groei uitzenduren duidt op verdere toename aantal werkzame personen
Figuur 8: Groei uitzenduren duidt op verdere toename aantal werkzame personenBron: CBS

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, BIS: Bank for International Settlements, CEIC: CEIC Macroeconomic Databases for Emerging and Developed Markets.

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, BE: België, FI: Finland, LU: Luxemburg, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië, MT: Malta, LT: Lithouwen, LV: Letland, EE: Estland EZ: Eurozone, SK: Slowakije.

Gebruikte afkortingen valuta: BRL: Braziliaanse real, IDR: Indonesische roepia, INR: Indiase roepie, TRY: Turkse lira, ZAR: Zuid-Afrikaanse rand.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven