RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederland: aanzienlijke belastingclaim op pensioenvermogen

Economisch commentaar

Delen:
  • In een serie stellingen bespreken we veelgehoorde misverstanden of terechte vaststellingen over de Nederlandse economie en belichten we bijzondere kenmerken en ontwikkelingen
  • Nederland heeft een aanzienlijk pensioenvermogen in verhouding tot de omvang van de economie
  • De overheid heeft een omvangrijke uitgestelde belastingclaim op het pensioenvermogen. Dit is goed voor de stabiliteit van de overheidsfinanciën op langere termijn.

Stelling: Door de uitgestelde belastingclaim op pensioenen te innen, kan de overheid de staats-schuld grotendeels afbetalen

Het Nederlandse pensioenstelsel

Nederland heeft een van de beste pensioenstelsels ter wereld (Mercer, 2014). Positieve eigenschappen van het Nederlandse pensioensysteem zijn onder andere de gemiddeld hoge uitkeringsbedragen, de brede dekking van pensioenvoorzieningen en gemengde vormen van financiering. Om te beginnen is er een publiek basispensioen in de vorm van de AOW. Daarnaast sparen Nederlanders jaarlijks omvangrijke bedragen via de tweede pijler van aanvullende werknemerspensioenen en de derde pijler van individuele levensverzekeringen en pensioenspaarproducten. Ook is er nog een informele vierde pijler uit het in de eigen woning opgebouwde vermogen en andere vermogensbestanddelen zoals spaargeld en beleggingsportefeuilles.

Figuur 1 Nederland heeft een hoog pensioenvermogen
Figuur 1 Nederland heeft een hoog pensioenvermogenBron: OECD

De pensioenpremies die binnen de tweede en derde pijler worden ingelegd zijn -binnen bepaalde grenzen- vrijgesteld van belastingen. Dit geldt ook voor het rendement dat op deze premies wordt behaald. De pensioenuitkeringen zijn daarentegen belast, maar dat geschiedt tegen een gemiddeld lager tarief dan waartegen premies worden afgetrokken. Door het tariefverschil ontstaat een subsidie op vermogensopbouw via pensioenregelingen. De overheid zelf heeft door deze fiscale structuur een uitgestelde belastingclaim op het pensioenvermogen (dit wordt in de literatuur ook wel een ‘nested egg’ genoemd). Nederlandse pensioenfondsen hadden vorig jaar gezamenlijk circa €1.200 miljard aan belegd vermogen. Hiermee heeft Nederland binnen de OESO het hoogste pensioenvermogen uitgedrukt als percentage van de omvang van de economie (Figuur 1).

Overheidsschuld en Europese begrotingsnormen

Nederland kwam in de nasleep van de economische recessie van 2009 terecht in de zogeheten buitensporige tekortprocedure van de Europese Commissie. Directe aanleiding was dat het begrotingstekort boven de grenswaarde van 3%-BBP uitkwam (Figuur 1). Om het tekort terug te dringen, heeft de Nederlandse overheid sinds 2010 grootschalige bezuinigingen en lastenverzwaringen opgetuigd. In de toenmalige discussie over de noodzaak van bezuinigingen kregen wij bij lezingen vaak de opmerking dat de Nederlandse overheid helemaal geen staatsschuld zou hoeven hebben, omdat zij met de belastingclaim op de pensioenfondsen de schuld grotendeels zou kunnen afbetalen. 

Uitgaande van een gemiddeld tarief van 35% waarmee pensioenuitkeringen worden belast (Jacobs, 2014), bedraagt de uitgestelde belastingclaim op het pensioenvermogen ongeveer € 409 miljard. Als de overheid de belastingclaim op pensioenvermogen direct en in zijn geheel zou innen, dan kan ze de overheidsschuld dus inderdaad zo goed als aflossen. Het is echter maar de vraag of dit verstandig zou zijn. De noodzaak vanuit Europese begrotingsregels om de staatsschuld snel te verlagen is inmiddels ook minder groot.

Een nadeel van het naar voren halen van de belastingclaim op pensioenvermogen is dat het de stabiliteit van de overheidsfinanciën op langere termijn vermindert, omdat de belastingopbrengsten in de toekomst dan lager uitvallen en het tekort hoger. Een maatstaf die ook rekening houdt met de toekomstige belastingopbrengsten en overheidsuitgaven is het houdbaarheidssaldo. Een houdbaarheidsoverschot wil zeggen dat de overheid de huidige overheidsvoorzieningen (zoals AOW en zorg) ook in de toekomst kan voortzetten, zonder dat de overheidsschuld uit de hand loopt (CPB, 2014). Dankzij een aantal ingrijpende hervormingen (vooral de verhoging van de AOW-leeftijd en koppeling aan de levensverwachting) heeft Nederland inmiddels een houdbaarheidsoverschot. Er is dus geen structureel begrotingsprobleem. Maar als de overheid de belastingclaim gebruikt om de staatsschuld deels af te lossen, dan zal zij een oplossing moeten vinden voor de verslechterde begrotingsvooruitzichten die zich dan zullen voordoen.

Het kabinet is er de afgelopen jaren bovendien al in geslaagd om het tekort flink terug te dringen (figuur 2). Vorig jaar stond het begrotingstekort op 2,3%-BBP. De verwachting is dat het tekort dit en volgend jaar verder daalt onder aanvoering van de economische groei. De overheidsschuld bevond zich vorig jaar op 68,8%-BBP (ruim € 450 miljard). Dit is weliswaar boven de toegestane waarde van 60% van het Europese Stabiliteits- en Groeipact (SGP), maar Nederland boekt ook in dit opzicht voldoende vooruitgang, en zit daarom sinds vorig jaar ook niet langer in de buitensporige tekortprocedure.

Figuur 2: Tekort onder 3%, overheidsschuld nog boven 60%
Figuur 2: Tekort onder 3%, overheidsschuld nog boven 60%Bron: CBS, Rabobank
Figuur 3 Historisch lage rente op staatspapier
Figuur 3 Historisch lage rente op staatspapierBron: CBS

Nederland voldoet dus weer aan de belangrijkste Europese begrotingsregels en heeft geen structureel probleem op de overheidsbegroting. Ook om een aantal andere redenen is het niet nodig de staatsschuld te verlagen door het naar voren halen van de belastingclaim op pensioenvermogen:

  • Tegenover de schuld van de overheid staan ook bezittingen. Deze bestaan uit de publieke kapitaalgoederenvoorraad (zoals gebouwen en infrastructuur), de financiële activa (zoals het vermogen van De Nederlandse Bank) en de gasvoorraad. De omvang van dit vermogen is groter dan de staatsschuld (de Nederlandse overheid heeft een netto vermogenspositie);
  • De rente die de Nederlandse overheid betaalt op staatspapier is historisch laag (figuur 3). De rentelasten voor de overheid worden voor dit jaar geraamd op € 8,4 miljard, een gering deel van de totale uitgaven van € 260 miljard. De Nederlandse overheid geniet op de internationale financiële markten een veiligehavenstatus.

Conclusie: juist

De stelling dat de overheid met het innen van de belastingclaim op pensioenen de staatsschuld grotendeels kan aflossen is waar. We hebben hierboven echter ook betoogd dat een dergelijke ingreep niet noodzakelijk is.

Bronnen

CPB (2014), Minder zorg om vergrijzing

Mercer (2014), Global Pension Index, Mercer/Australian Center for Financial Studies

Jacobs, B. (2014), Pensioenen worden gesubsidieerd met 17 cent per gespaarde euro

Delen:
Auteur(s)

naar boven