RaboResearch - Economisch Onderzoek

Duitsland: regionale verschillen in de economische structuur

Special

Delen:
  • Duitsland kent aanzienlijke regionale verschillen, niet alleen tussen de voormalige DDR en de voormalige BRD, maar ook tussen het rijke zuiden en de rest van Duitsland
  • De convergentie tussen het oosten en het westen is niet tot stilstand gekomen, maar wel trager dan in de eerste jaren na de hereniging
  • Ook binnen het voormalige West-Duitsland zijn de verschillen in productiviteitsgroei opvallend. De noordelijke deelstaten hebben de afgelopen jaren aanmerkelijk minder goed gepresteerd dan het zuiden van het land
  • De toenemende verstedelijking zorgt voor oplopende verschillen tussen de grootstedelijke agglomeraties en het platteland

Van buitenaf wordt Duitsland als economische eenheid gezien, maar het land is sinds 1949 een federatie van in grote mate zelfstandige deelstaten met eigen rechten en verplichtingen. Tot 1989 waren dat er tien en sinds de ‘Wende’ zijn dat er zestien. In dit Themabericht gaan we nader in op het economische convergentieproces na de eenwording. De verschillen tussen de voormalige Oost- en West-Duitse deelstaten bestaan, ruim 25 jaar na de val van de muur, nog steeds. Maar ook de ‘oude’ deelstaten lopen uiteen qua economische structuur en ontwikkeling.

In deze tekst gaan we dieper in op deze economische verschillen die meestal verscholen blijven achter het landelijke macroplaatje. Hiervoor nemen we het Duitse belastingsysteem als startpunt, dat een inkijk geeft in inkomensoverdrachten tussen de deelstaten. Daarna gaan we dieper in op het economische convergentieproces sinds de eenwording. De uitgebreide financiële steun heeft niet alle verschillen weten weg te nemen. Een trend die in geheel Duitsland geldt is verstedelijking, net als in veel andere landen. Economische verschillen tussen de grootstedelijke agglomeraties en het platteland zullen ook in de toekomst steeds meer gaan toenemen. Ten slotte delen we Duitsland in drie gebieden in op basis van de economische structuur en geografie. Het zeer welvarende zuiden, dat de kern is van de Duitse maakindustrie; het diverse noordwesten van het land met tegelijkertijd relatief rijke gedeelten, maar ook plaatselijk nog zeer hoge werkloosheid; en ten slotte oostelijk Duitsland, dat nog steeds een hogere werkloosheid heeft dan het westen en een lagere welvaart. De achterstand van oostelijk Duitsland is voor een deel het gevolg van het dunbevolkte karakter. Zo wonen er in de gehele DDR (exclusief Berlijn) evenveel mensen als in de deelstaat Beieren (tabel 1).

Tabel 1: Statistieken Duitse deelstaten
Tabel 1: Statistieken Duitse deelstatenBronnen: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder“; Macrobond (Bundesagentur für Arbeit); Destatis

De regionale verschillen binnen Duitsland vallen mee als deze worden vergeleken met de regionale verschillen in andere Europese landen. Regionale verschillen in veel Oost-Europese landen, maar ook in Frankrijk, Italië en het VK zijn vergelijkbaar of groter (figuur 1). In de studie ‘Regionale variatie in Europa’ wordt geconcludeerd dat deze verschillen ontstaan door de ligging in Europa, de economische structuur en de aanwezigheid van grootstedelijke agglomeraties.

Figuur 1: Regionale verschillen geen typisch Duits fenomeen
Figuur 1: Regionale verschillen geen typisch Duits fenomeenBron: Eurostat

Overheidsfinanciën geven een eerste blik in de regionale verschillen

Om te kunnen voldoen aan de taken die de Duitse grondwet stelt, moeten de deelstaten over voldoende financiële middelen beschikken. Hiervoor worden eerst de belastinginkomsten verdeeld tussen de federale regering en de deelstaten. Vervolgens dragen ‘rijkere’ deelstaten inkomsten af aan de ‘armere’ deelstaten, via de zogenaamde ‘Länderfinanzausgleich’. Ten slotte worden middelen herverdeeld via overdrachten van het federale budget naar de armere deelstaten (onder andere de solidariteitstoeslag).

Figuur 2: Zuid-Duitsland financiert de rest
Figuur 2: Zuid-Duitsland financiert de restBron: Bundesfinanzministerium

De ‘Länderfinanzausgleich’ zorgt elk jaar voor steeds meer ophef in de betalende deelstaten. De totale bruto overdracht is met ruim negen miljard euro (0,3%-BBP) echter beperkt. Desondanks is het een goede, eerste indicator van de regionale verschillen binnen Duitsland. Deelstaten die minder belastingen ontvangen dan dat ze aan financiering behoeven, worden door de andere deelstaten gecompenseerd. Deze financieringsbehoefte wordt voor elke deelstaat berekend aan de hand van het aantal inwoners. Daarnaast wordt gecorrigeerd voor stadsstaten (Berlijn, Bremen en Hamburg) en dunbevolkte deelstaten die relatief hoge lasten per inwoner hebben en daarom ook een hoger bedrag per inwoner ontvangen. Hierdoor zijn Berlijn en Bremen de grootste ontvangers, samen met de ‘nieuwe’ deelstaten. Opvallend is dat ook veel West-Duitse deelstaten ontvangers zijn geworden. Alleen Hamburg, Hessen en de Zuid-Duitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg zijn netto betalers.

Convergentie tussen de voormalige BRD en DDR vindt niet meer plaats

Een tweede bron van discussie rondom de herverdeling van publieke middelen binnen Duitsland vormt de solidariteitstoeslag. In het voormalige West-Duitsland (de Bundesrepublik Deutschland, of BRD) bestaat het beeld dat men nog steeds betaalt voor de wederopbouw van het oosten (de Deutsche Demokratische Republik, of DDR) via de ‘solidariteitstoeslag’ op de inkomstenbelasting. Dit is echter een misvatting. Het betreft een federale belasting, die zowel in de ‘oude’ als in de ‘nieuwe’ deelstaten wordt geheven en wel alleen wordt ingezet in Oost-Duitsland. In het verleden zijn de inkomsten echter ook gebruikt voor de wederopbouw van andere voormalige Oostbloklanden en de financiering van de Golfoorlog. De afgelopen jaren is het fonds ook niet meer volledig uitgegeven en is het restant bij de algemene begroting van de federale overheid meegenomen.

In de eerste jaren na de hereniging trad een snelle convergentie op tussen de ‘nieuwe’ en de ‘oude’ deelstaten dankzij de grote omvang van de investeringen van de federale overheid in het oosten (ruim 2.000 miljard euro tot op heden, figuur 3). Waar het nominale BBP per inwoner in Oost-Duitsland in 1991 op slechts 38% van het Duitse gemiddelde lag, was dit vijf jaar later al 66% en in 2013 71%. Hieruit is ook af te lezen dat de convergentie fors is vertraagd. Dit is vooral het gevolg van de economische structuur. Na de hereniging zijn veel laagproductieve fabrieken in Oost-Duitsland gesloten, terwijl andere zijn opgegaan in een West-Duits bedrijf. Het Oost-Duitse bedrijfsleven is na de Wende gedecimeerd. Hierdoor heeft de maakindustrie in het oosten een lager aandeel in de economie dan gemiddeld. Daarnaast bevindt zich in de oostelijke deelstaten geen enkel hoofdkantoor van een bedrijf genoteerd in de beursgraadmeter DAX (dertig grootste Duitse beursgenoteerde bedrijven). Van andere beursgenoteerde bedrijven bevinden zich slechts enkele hoofdkantoren in de voormalige DDR.

Figuur 3: Geen verdere economische convergentie
Figuur 3: Geen verdere economische convergentieBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder"

Anders dan qua welvaart is op het gebied van werkloosheid in de afgelopen tien jaar juist grote voortgang geboekt (figuur 4). Dit is waarschijnlijk te danken aan de invoering van de arbeidsmarkthervormingen in 2003. Deze zogenaamde Hartz-IV hervormingen maakten arbeid flexibeler en goedkoper. Sinds 2011 is de werkloosheid in West-Duitsland gestabiliseerd rond de 6%, terwijl deze in het oosten nog bleef dalen. Waar het verschil in de ratio in 2003 nog ruim 10% was, is dit gedaald naar slechts 3,5% in de eerste maanden van 2015. Ook lijkt de geleidelijke invoering van het minimumloon vooralsnog geen negatief effect te hebben op de werkgelegenheid in Oost-Duitsland.

De statistieken op het gebied van brutoloon per uur (figuur 5) geven weer dat de tweesplitsing tussen het oude West-Duitsland en het oude Oost-Duitsland nog steeds bestaat. In vrijwel alle sectoren, met uitzondering van de landbouwsector, zijn de lonen in het oosten fors lager. De verschillen in bruto uurloon in de publieke sector zijn beperkt. Wel is de gemiddelde nominale loongroei over de afgelopen vijf jaar in de ‘nieuwe’ deelstaten (3,3% per jaar) hoger dan in de ‘oude’ deelstaten (2,6% per jaar). Dit ligt in lijn met de hogere groei van de productiviteit (nominaal BBP per gewerkt uur) in Oost-Duitsland, die over dezelfde periode steeg met gemiddeld 2,6% per jaar tegenover 1,9% per jaar in het westen. Op basis van deze arbeidsmarktstatistieken kunnen we dan ook concluderen dat de economische convergentie misschien wel is vertraagd, maar nog niet tot stilstand is gekomen.

Figuur 4: Verschillen in werkloosheid tussen oost en west zijn wel kleiner geworden
Figuur 4: Verschillen in werkloosheid tussen oost en west zijn wel kleiner gewordenBron: Macrobond (Bundesagentur für Arbeit)
Figuur 5: Lonen liggen in het oosten nog steeds lager dan in het westen
Figuur 5: Lonen liggen in het oosten nog steeds lager dan in het westenBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder

Trek naar de steden: platteland loopt leeg en vergrijst

Een trend in geheel Duitsland is de toenemende verstedelijking. Dit proces blijkt duidelijk uit de binnenlandse migratiecijfers (zie figuur 6). Vooral München en omgeving trekken veel nieuwe inwoners aan, evenals de steden Hamburg, Frankfurt am Main en Berlijn. Ook andere steden in de zuidelijke deelstaten Baden-Württemberg en Beieren zijn populair. Met uitzondering van Berlijn zijn dit steden met een hoge werkgelegenheidsgroei en relatief hoge inkomens. Bedrijven geven ook aan zich het liefste in deze grootstedelijke agglomeraties te vestigen. Daarentegen loopt het platteland leeg, zowel in Oost-Duitsland als in West-Duitsland. Volgens de Bertelsmann-Stiftung zal deze trend zich tot 2030 verder voortzetten. Over heel Duitsland zal de bevolking met 3,7% krimpen, maar in plattelandsgebieden zal dit proces veel sneller gaan met uitschieters tot een krimp van de bevolking met 20%. Deze pieken zijn gedreven door een combinatie van vergrijzing en negatieve migratieprognoses. Dit betreft voornamelijk gemeenten in Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen, het Saarland en Saksen-Anhalt. De afstand tot de meest dynamische steden vanuit deze gebieden is groot, wat nog wordt verergerd door een achterstand in infrastructuur, zowel fysiek (wegen, spoorwegen) als ICT. Internettoegang is in plattelandsgebieden traag; snel breedbandinternet is alleen beschikbaar in de verstedelijkte gebieden.

Figuur 6: Bevolking trekt naar de steden
Figuur 6: Bevolking trekt naar de stedenBron: Statistische Ämter des Bundes und der Länder
Figuur 7: Verschil in prijsontwikkeling tussen stad en platteland is groot
Figuur 7: Verschil in prijsontwikkeling tussen stad en platteland is grootBron: Macrobond (Bundesbank, gebaseerd op data van Bulwiengesa)

De woningprijzen weerspiegelen het verschil in demografische ontwikkeling tussen de grote steden en het platteland. In de periode 2010-2014 zijn de woningprijzen in de grootste steden met in totaal 32% gestegen, terwijl de prijsstijging in geheel Duitsland ongeveer de helft daarvan is geweest (figuur 7). Ook het aantal transacties ten opzichte van de bevolking zal in de steden waarschijnlijk hoger liggen dan op het platteland. In de steden wonen meestal kleinere huishoudens. Hier neemt ook het aantal huishoudens sterker toe dan de bevolking. De groei in woningbehoefte is dan ook sterker dan de bevolkingsgroei (zie Themabericht).

Duitsland in drie regio’s

Op basis van geografie, economische structuur en productiviteitsgroei kan Duitsland in drie regio’s worden ingedeeld. In Duitsland als geheel vormt de publieke sector de belangrijkste werkgever, maar alleen in Oost-Duitsland levert deze ook de grootste sectorale bijdrage aan het BBP. Zuid-Duitsland daarentegen is de kern van de Duitse exportmachine; de maakindustrie draagt hier bijna 30% bij aan het BBP. Daarnaast is de financiële sector hier van groot belang met Frankfurt am Main en München als twee belangrijke financiële centra. Noordwest-Duitsland is als regio minder homogeen. Financiële en zakelijke diensten (onder meer Düsseldorf, Keulen, Hannover en Hamburg), de transportsector (Bremen en Hamburg) en de maakindustrie hebben hier een groot aandeel in de economie. Opvallend is dat de productiviteitsgroei in het noordwesten lager ligt dan het landelijke gemiddelde en ook beduidend lager is dan in Beieren en Baden-Württemberg (figuur 9). Vooral tegenvallende productiviteitsgroei in de maakindustrie in de noordwestelijke deelstaten lijkt hier debet aan te zijn.

Figuur 8: Bijdrage vanuit de verschillende sectoren aan het BBP
Figuur 8: Bijdrage vanuit de verschillende sectoren aan het BBPBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder“
Figuur 9: Productiviteitsgroei hoogst in het oosten en zuiden
Figuur 9: Productiviteitsgroei hoogst in het oosten en zuidenBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder“

Oosten – Berlijn en de rest

De oostelijke deelstaten zijn relatief dunbevolkt, waarbij de verschillen tussen Berlijn en andere deelstaten aanzienlijk zijn, zowel economisch als qua omvang. Het inkomen en de productiviteit liggen in Berlijn een stuk hoger. De achterstand in arbeidsproductiviteit ten opzichte van de ‘oude’ deelstaten bedraagt nog maar 11%, terwijl dit verschil in de overige ‘nieuwe’ deelstaten op 28% ligt (figuur 10). Deze achterstand is in bijna alle sectoren nog aanwezig. Alleen de productiviteit in de landbouw is hoger dan gemiddeld in Duitsland, wat te verklaren valt door de schaalgrootte. Daarnaast is het opvallend dat in het gehele oosten ‘overheid en zorg’ de belangrijkste sector is, zowel qua bijdrage aan het BBP als qua werkgelegenheid (figuur 11). In Berlijn, Brandenburg en Mecklenburg-Voorpommeren is de financiële en zakelijke dienstverlening de op-een-na-belangrijkste sector. In de overige deelstaten is dit de maakindustrie.

Figuur 10: Productiviteit in de ‘oude’ deelstaten blijft achter
Figuur 10: Productiviteit in de ‘oude’ deelstaten blijft achterBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder“
Figuur 11: Overheid bovengemiddeld belangrijk voor de Oost-Duitse economie
Figuur 11: Overheid bovengemiddeld belangrijk voor de Oost-Duitse economieBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder“

Noordwesten – een divers gebied

Het noordwestelijke gedeelte van Duitsland omvat de aan Nederland grenzende deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen en Bremen, Hamburg en Sleeswijk-Holstein. De economische structuur van deze gebieden verschilt sterk. Zo is handel en vervoer zeer belangrijk voor de stadsstaten Hamburg en Bremen, maar ook voor Sleeswijk-Holstein (figuur 12). Alle drie herbergen belangrijke havengebieden. Financiële en zakelijke dienstverlening dragen veel bij aan het BBP in Hamburg en Noordrijn-Westfalen (media, financiële dienstverlening). De maakindustrie is belangrijk voor Nedersaksen (auto-industrie, hoofdkantoor Volkswagen) en Noordrijn-Westfalen (chemie, levensmiddelenindustrie, auto-industrie).

Figuur 12: Handel en vervoer belangrijk voor Noordwest-Duitsland
Figuur 12: Handel en vervoer belangrijk voor Noordwest-DuitslandBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder“

Delen van de deelstaat Noordrijn-Westfalen zijn de neergang van de kolen- en staalindustrie in de jaren zeventig nog niet te boven. In het Ruhrgebied is het werkloosheidspercentage nog steeds twee keer zo hoog als landelijk (figuur 13). De steden aan de Rijn (Düsseldorf, Keulen) waren van oudsher succesvoller in de overgang naar een door diensten gedreven economie. Bijna een derde van de hoofdkantoren van DAX-ondernemingen is gevestigd in Noordrijn-Westfalen, wat gedeeltelijk een erfenis is van het industriële verleden. Hieronder vallen E.ON en RWE (energievoorziening), Bayer (farmaceutische industrie) en ThyssenKrupp (staalindustrie). De grote concentratie van consumenten weerspiegelt zich in de hoofdkantoren van detailhandelsbedrijven zoals METRO, REWE en ALDI. Als afzonderlijk land zou Noordrijn-Westfalen de belangrijkste handelspartner van Nederland zijn.

Figuur 13: Verschillen in werkloosheid zijn groot binnen voormalig West-Duitsland
Figuur 13: Verschillen in werkloosheid zijn groot binnen voormalig West-DuitslandBron: Statistische Ämter des Bundes und der Länder

Zuiden – de kern van de Duitse maakindustrie

De zuidelijke deelstaten zijn de rijkste van Duitsland. Het werkloosheidspercentage ligt ruim onder het landelijke gemiddelde (figuur 13), met voornamelijk nog frictiewerkloosheid in Beieren en Baden- Württemberg. In enquêtes geven werkgevers hier dan ook aan dat het zeer lastig is om nog goed geschoold personeel te vinden. Qua economische structuur wordt het zuiden van Duitsland gekenmerkt door de grote rol van de maakindustrie (figuur 14), de kern van de Duitse exportmachine. Hoofdkantoren en fabrieken van onder andere Audi, BMW, BASF, Daimler en Siemens zijn gevestigd in het zuiden.

Figuur 14: Zuid-Duitsland heeft een productieve maakindustrie
Figuur 14: Zuid-Duitsland heeft een productieve maakindustrieBron: Arbeitskreis “Volkswirtschaftliche Gesamtrechnungen der Länder"

De regio van München huisvest ook veel hoofdkantoren van verzekeraars. Daarnaast zitten er in de regio veel kleine en middelgrote bedrijven die zijn gespecialiseerd in elektrotechniek, machinebouw en specialistische onderdelen voor de auto-industrie. Een uitzondering hierop vormt Hessen, waar de financiële en zakelijke dienstverlening de belangrijkste sector is. Ook is de transportsector in Hessen belangrijk, wat samenhangt met het feit dat de luchthaven van Frankfurt am Main de grootste van Duitsland is en de stad ook door haar centrale ligging een belangrijk infrastructureel knooppunt vormt.

Delen:
Auteur(s)

naar boven