RaboResearch - Economisch Onderzoek

China: flinke afzwakking van de groei

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Economische groei in 2015 valt tot nu toe tegen en was in het eerste kwartaal waarschijnlijk een stuk lager dan het officiële groeicijfer van 7%
  • Vooral groei van investeringen en die van industrie dalen sterk
  • Overheid blijft hervormen, maar primaat ligt weer meer bij stimulus

Sterke afzwakking…

De groei van de Chinese economie is in de eerste maanden van dit jaar behoorlijk afgezwakt. De reële groei in het eerste kwartaal van 2015 bedroeg 7% jaar-op-jaar (j-o-j), het laagste groeicijfer sinds het eerste kwartaal van 2009. In nominale termen groeide het BBP zelfs met maar 5,8% j-o-j (figuur 1). Waarschijnlijk ligt de daadwerkelijke economische groei een stuk lager dan de eerdergenoemde 7%. Binnenlandse prijsveranderingen verklaren het verschil tussen het nominale en reële cijfer, hiervoor gebruiken economen de BBP-deflator. In een periode met dalende grondstofprijzen zou deze deflator positiever moeten zijn dan consumenten- en producentenprijsinflatie. Bij deze laatste prijsindices worden namelijk (de in deze situatie doorgaans dalende) importprijzen meegenomen, terwijl dit bij de BBP-deflator niet zou moeten gebeuren. In China worden echter bij de berekening van de BBP-deflator deze importprijzen wel meegenomen. Dit impliceert dat de daadwerkelijke BBP-deflator in het eerste kwartaal niet zo negatief was als de data suggereren. En dat impliceert dat de reële groei dus nog lager was dan het officiële cijfer van 7%. Activiteitenindicatoren geven verder aan dat de verzwakking van de groei in april nog verder doorzette.

Het meest nadrukkelijk deed de groeivertraging zich voor in de industrie en de bouw. De industriële productie groeide in april met slechts 5,9% j-o-j, tegenover 6,4% in het eerste kwartaal en 7,6% in het laatst kwartaal van 2014. Ook de investeringsgroei is de afgelopen maanden blijven teruglopen. Dit hangt samen met de ontwikkelingen op de huizenmarkt. De huizenverkopen, die na een sterke stijging in 2014 begonnen te dalen, nemen de laatste tijd weer wat toe, waarschijnlijk door een versoepeling van de kredietverstrekking. Dit heeft zich echter nog niet vertaald in extra bouwproductie. De kans dat een aantrekkende bouwproductie weer sterk bijdraagt aan de groei achten wij klein gezien de hoge bouwproductie van de afgelopen jaren. Wij zien eerder een risico op verdere groeiremming.

Figuur 1: Duidelijke groeivertraging…
Figuur 1: Duidelijke groeivertraging…Bron: Macrobond
Figuur 2: …gedreven door industrie en bouw
Figuur 2: …gedreven door industrie en bouwBron: Macrobond

De consumptie deed het iets beter. De groei van de detailhandelsverkopen zwakte iets af, maar bleef met 9,9% j-o-j in april vrij sterk. Aan de aanbodkant is een vergelijkbaar beeld zichtbaar: waar de groei in de industriële sector sterk afzwakte, liep de groei van de dienstensector minder terug (figuur 2). Dit cijfer is waarschijnlijk wat vertekend doordat de financiële sector naar verwachting sterk profiteerde van de snelle stijging van de beurskoersen (figuur 3). Ook als voor dit niet-structurele effect wordt gecorrigeerd, doet de dienstensector het echter nog steeds relatief goed. Zo was er ook enige vooruitgang waar te nemen voor wat betreft de gewenste herbalancering van de economie. Aangezien de dienstensector relatief arbeidsintensief is, zorgt dit groeipatroon er daarbij voor dat er ondanks de afzwakking vooralsnog geen sprake is van oplopende werkloosheid en de door de overheid gevreesde sociale instabiliteit.

...brengt overheid tot meer monetaire en fiscale verruiming

Toch lijkt de overheid zich nu wel echt zorgen te maken over de afname van de groei. Het zal een flinke uitdaging worden om het groeidoel voor 2015 van ongeveer 7% te halen. Daarbij laten de data zien dat ook de groei in de dienstensector enigszins meedeint op het groeitempo van de rest van de economie. Verder zou een te sterke terugval in de industrie en de bouw tot betalingsproblemen kunnen leiden voor bedrijven met hoge schulden. Daarnaast zijn de exportcijfers de laatste tijd vrij zwak, wat waarschijnlijk samenhangt met de reële appreciatie van de impliciet aan de USD gekoppelde Chinese yuan.

Figuur 3: Sterke stijging beurskoersen
Figuur 3: Sterke stijging beurskoersenBron: Macrobond
Figuur 4: Kredietgroei overtreft nominale BBP-groei
Figuur 4: Kredietgroei overtreft nominale BBP-groeiBron: Macrobond

De overheid is de economie daarom meer gaan stimuleren. In april had zij de reserveverplichtingen voor banken al met 100 basispunten teruggebracht. Dit laatste werkt verruimend, aangezien het banken toestaat meer uit te lenen ten opzichte van hun tegoed bij de centrale bank. Begin mei verlaagde de centrale bank daarnaast de beleidsrente met 25 basispunten naar 5,1%, de derde verlaging in een half jaar. De daling van de inflatie die zich in de loop van vorig jaar voordeed, zorgt er echter voor dat renteverlaging niet direct resulteert in een veel lagere reële rente.

Ook voerde de centrale overheid de investeringen in infrastructuur op. Financiële hervormingen belemmeren daarbij de investeringen door lokale overheden. De centrale overheid heeft het lokale overheden verboden gebruik te maken van vaak ondoorzichtige speciale financieringsvehikels. Deze zijn in de afgelopen jaren veelal gebruikt voor het financieren van bouwprojecten en droegen volgens schattingen van het IMF sterk bij aan het oplopen van het totale overheidstekort tot zo’n 7 à 8% van het BBP. In plaats hiervan moeten overheden zich meer gaan financieren met leningen waarop zij een expliciete garantie hebben verstrekt. Naar verluidt verliep de uitgifte van deze leningen initieel moeizaam, al is het waarschijnlijk dat dit door recente maatregelen zal verbeteren, zoals de toekenning van een lage risicoweging van 20% voor dit soort leningen. 

Tot slot

Figuur 5: Groei vlakt af
Figuur 5: Groei vlakt afBron: Macrobond, Rabobank raming (2015 en 2016)

De overheid neemt opnieuw haar toevlucht tot stimuleringsmaatregelen. Dit kan de gewenste herbalancering van het Chinese groeimodel afremmen. Weliswaar heeft de overheid recent financiële hervormingen doorgevoerd (naast bovengenoemde hervorming van lokale overheidsfinanciën is er bijvoorbeeld een depositogarantiestelsel gelanceerd), maar de stimulering geeft toch weer een impuls aan investerings- en kredietgroei. Tegelijkertijd is de kredietgroei, ondanks maatregelen gericht op het terugdringen van schaduwbankieren, nog steeds veel hoger dan de nominale economische groei (figuur 4). Stimulering zal een verdere terugval van de groei in de komende kwartalen waarschijnlijk voorkomen, waardoor de overheid het groeidoel zou moeten kunnen halen. Tegelijkertijd blijft het realiseren van het op middellange termijn gewenste doel van herbalancering van het groeimodel een enorme uitdaging.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, BIS: Bank for International Settlements, CEIC: CEIC Macroeconomic Databases for Emerging and Developed Markets.

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, BE: België, FI: Finland, LU: Luxemburg, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië, MT: Malta, LT: Lithouwen, LV: Letland, EE: Estland EZ: Eurozone, SK: Slowakije.

Gebruikte afkortingen valuta: BRL: Braziliaanse real, IDR: Indonesische roepia, INR: Indiase roepie, TRY: Turkse lira, ZAR: Zuid-Afrikaanse rand.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven