RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Blik op de wereld: meeste beweging zit onder de motorkap

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • De economische groei zwakt in grote delen van de wereld in 2015 vermoedelijk af, met als gevolg een lagere mondiale groei
  • Van de grote wereldeconomieën heeft de eurozone als een van de weinigen de wind in de rug, door lage grondstofprijzen en de goedkope euro
  • Mogelijk ondermijnt monetaire verruiming elders op termijn het  voordeel van de goedkope euro
  • De Chinese groeivertraging raakt onder andere ontwikkelingslanden die grondstoffen produceren
  • Handelsverdragen zullen de klap van een zwakker groeiend China niet op korte termijn op kunnen vangen
  • Geopolitieke spanningen blijven een neerwaarts risico vormen voor de wereldeconomie

Na een aantal sterke jaren zwakt de economische groei in de VS, het VK en China in 2015 vermoedelijk wat af, met als gevolg een lagere mondiale economische groei (figuur 1). De groeiversnelling van de eurozone is onvoldoende om dit te compenseren. 

Figuur 1: Afzwakking economische groei in de VS, het VK en China
Figuur 1: Afzwakking economische groei in de VS, het VK en ChinaBron: Rabobank

De Amerikaanse economische groeivertraging ten opzichte van 2014 wordt voornamelijk gedreven door het zwakke eerste kwartaal en de dure dollar, maar er lijken ook technische, statistische factoren mee te spelen (zie het hoofdstuk Verenigde Staten, elders in dit Kwartaalbericht). Vooral een afzwakkende investeringsgroei remt de Chinese economie. Het huidige groeipad bevindt zich echter aan de ondergrens van wat de overheid accepteert, waardoor er waarschijnlijk alsnog meer monetaire stimulering en begrotingsimpulsen zullen komen om de economische groei op peil te houden (zie het hoofdstuk China,  elders in dit Kwartaalbericht).

Toch zal China in 2015 niet meer de snelst groeiende grote economie ter wereld zijn, aangezien de Indiase economie dit jaar naar verwachting ongeveer met 7½% zal groeien. Dit is echter wel deels afhankelijk van een succesvolle implementatie van de aangekondigde hervormingen. Gezien de omvang van de Indiase economie is de impact op de wereldeconomie echter onvoldoende.  

Hoewel de Japanse economische groei in het eerste kwartaal redelijk hoog was (0,6% ten opzichte van het kwartaal ervoor), is dit onder meer te danken aan een sterke toename van de voorraden. De bijdrage van de overige componenten was gezamenlijk slechts 0,2 procentpunt, voornamelijk gedreven door bedrijfs- en consumentenbestedingen. Dit wijst erop dat de Japanse economie slechts gematigd blijft groeien en duidt niet op een spectaculair herstel  (zie het hoofdstuk Japan, elders in dit Kwartaalbericht).

Eurozone heeft de wind in de rug, maar ten koste van wie?

De economie van de eurozone heeft de wind juist in de rug: lage grondstofprijzen ondersteunen het besteedbare inkomen van huishoudens terwijl de goedkope euro de uitvoer ondersteunt. Hoewel consumenten in de eurozone en wereldwijd gebaat zijn bij de huidige lage grondstofprijzen, drukt dit zwaar op de publieke en particuliere inkomens van producerende landen. Zo zal het Australische overheidskort voor 2015-2016 dankzij de lagere opbrengsten van ijzererts verdubbelen naar 2,1% van het BBP, vergeleken met de voorspelling van vorig jaar.

Sinds halverwege 2014 heeft het ruime monetaire beleid van de ECB -en later ook de verwachting in de markt van de kwantitatieve verruiming- geleid tot een daling van de euro tegenover andere grote munten (zie het hoofdstuk Rente en valuta, elders in dit Kwartaalbericht). Een zwakke euro maakt producten uit de eurozone goedkoper voor het buitenland. Dit geeft op termijn een positieve impuls aan de export vanuit de eurozone en stimuleert daarmee de economische groei. De zwakkere euro betekent echter ook een sterkere dollar, wat de Amerikaanse economie veel overlast bezorgt (de Amerikaanse export kromp mede hierdoor met 2,0% k-o-k in het eerste kwartaal van 2015).  

Het positieve effect van de goedkope euro op de uitvoer bleef in het eerste kwartaal echter uit. Waarschijnlijk overtroffen de groeivertragingen bij belangrijke handelspartners als de VS, het VK en China het prijsvoordeel (figuur 2). In de raming voor de rest van 2015 ligt weliswaar besloten dat de voordelen zullen doorwerken in de uitvoer, maar ook dat de invoer nog sneller groeit, waardoor de groeibijdrage van de netto uitvoer uitblijft (zie het hoofdstuk Eurozone, elders in dit Kwartaalbericht).

Figuur 2: Azië trekt wereldhandelsgroei in de min
Figuur 2: Azië trekt wereldhandelsgroei in de minBron: CPB, Rabobank
Figuur 3: Goedkope euro en yen door monetaire verruiming
Figuur 3: Goedkope euro en yen door monetaire verruiming Bron: Macrobond, Bis

Monetaire race naar de bodem?

Terwijl de euro en de yen goedkoper zijn geworden door onder meer het ruime monetaire beleid van respectievelijk de ECB en de Japanse centrale bank (BoJ), zijn andere valuta als keerzijde juist duurder geworden. Waaronder de dollar (figuur 3), wat de Amerikaanse export in het eerste kwartaal van 2015 tegenwind bezorgde. Vermoedelijk zal dit de komende kwartalen zo blijven. Met deze zwakkere economische voorruitzichten door onder meer de sterke dollar zal de Amerikaanse centrale bank, de Fed, haar beleidsrente vermoedelijk pas in het vierde kwartaal van 2015 verhogen. Daarnaast zal de beleidsrente mogelijk met meer voorzichtige stappen stijgen dan we in het verleden hebben gezien. De Fed reageert hiermee -impliciet en gedeeltelijk- op de mondiale verruimingstrend.

Ook de Chinese centrale bank (PBOC) mengt zich in de monetaire verruimingsstrijd. De overheid probeert de economische groei op peil te houden, nu deze dit jaar naar verwachting rond de 6¾% zal uitkomen, het laagste groeicijfer sinds 1990. Daarbij is de Chinese concurrentiepositie recent verzwakt doordat de Chinese munt gekoppeld is aan de dollar en daardoor sterk in waarde is gestegen. Sinds de start van dit jaar heeft de PBOC daarom al twee beleidsrentedalingen doorgevoerd. Aanvullende rentedalingen dit jaar zijn waarschijnlijk, omdat het huidige Chinese groeipad aan de ondergrens is van wat de overheid wenselijk acht.

De Fed en de PBOC zijn niet de enigen met een tegenreactie op de mondiale verruimingstrend. In navolging van de ECB en de Bank of Japan (BoJ) hebben meer dan twintig centrale banken dit jaar hun monetaire beleid verruimd. Figuur 4 toont een selectie van de renteverlagingen sinds de aankondiging van de ECB om met kwantitatieve verruiming te beginnen. Het doel van de monetaire verruiming verschilt per land. Sommige landen hebben last van zeer lage inflatie, andere landen proberen zo hun gekoppelde wisselkoers te beschermen of de appreciatie van hun munt af te zwakken.

Het einde van de wereldwijde monetaire verruiming lijkt daarbij nog niet in zicht. De ECB is pas net begonnen met het uitvoeren van haar programma van kwantitatieve verruiming en de BoJ zal haar verruimingstempo mogelijk later dit jaar nog verder opvoeren. Dit zou weer nieuwe reacties van monetaire beleidsmakers elders uit kunnen lokken, zeker aangezien de wereldwijde lage inflatie hiertoe nog ruimte biedt (figuur 5). Het is daarom de vraag in hoeverre de eurozone het  voordeel van een goedkope munt kan behouden. 

Figuur 4: Beleidsrenteverlagingen na aankondiging van kwantitatieve verruiming ECB
Figuur 4: Beleidsrenteverlagingen na aankondiging van kwantitatieve verruiming ECBBron: Macrobond
Figuur 5: Lage inflatie biedt ruimte voor aanvullende monetaire verruiming
Figuur 5: Lage inflatie biedt ruimte voor aanvullende monetaire verruimingBron: Macrobond

Effecten van groeivertraging China op wereldwijde uitvoer

De Chinese groeivertraging ten opzichte van voorgaande jaren heeft vooral zijn weerslag op de Chinese industrie en bouw. Hierdoor stijgt de Chinese importvraag naar grondstoffen niet zo hard als in de afgelopen jaren, terwijl de productiegroei van grondstoffen naar verwachting wel op peil blijft. Ontwikkelingslanden die grondstoffen naar China exporteren, worden zo op twee manieren geraakt. Ten eerste drukt dit de toch al lage prijs van grondstoffen. Wel heft de dure dollar het effect hiervan op de inkomsten van grondstofproducerende landen gedeeltelijk op, aangezien de meeste grondstoffen in dollars worden verhandeld. Ten tweede groeit de afzetmarkt voor grondstoffen niet zo hard als in het verleden. Het voordeel van de sterke Chinese importgroei waarvan grondstofproducerende landen in het verleden profiteerden, valt nu dus weg. 

Figuur 6: Export naar China in waarde flink gedaald in de eerste maanden van 2015
Figuur 6: Export naar China in waarde flink gedaald in de eerste maanden van 2015Bron: Macrobond

Bovendien worden niet alleen grondstofproducenten geraakt; ook landen die gefabriceerde producten exporteren zien hun uitvoer dalen. Vooral de Aziatische ontwikkelingslanden, in het bijzonder die in de ASEAN regio, merken dit door hun sterke verbinding met de Chinese economie. Maar ook Latijns-Amerika, Europa, de VS en Afrika zagen hun exporten uitgedrukt in dollars naar China dalen, al speelt hier ook het effect van de dure dollar mee (figuur 6).  

Kunnen handelsverdragen tegenwicht bieden aan een economisch zwakker presterend China?

De effecten van aanhoudend lagere groei in China op de economieën die gedeeltelijk afhankelijk zijn van de export naar China, zouden kunnen worden opgevangen door meer intensieve handel tussen deze landen. Momenteel wordt er over twee grote vrijhandelsverdragen onderhandeld. Het Trans-Pacific Partnership (TPP) betreft een vrijhandelsverdrag tussentwaalf landen uit de Stille Oceaan, waaronder de VS. Het Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) is een verdrag tussen de VS en de Europese Unie. Samen beslaan de landen die bij deze twee verdragen zijn betrokken 60% van de mondiale economie. De inhoud van beide verdragen is echter nog niet uitgekristalliseerd en de implementatie ervan op korte termijn dus weinig realistisch. Bovendien worden de baten van handel, ook bij snelle implementatie, meestal pas op middellange tot lange termijn gerealiseerd. We verwachten daarom niet dat handelsverdieping op korte termijn het negatieve effect van de lagere Chinese economische groei kan compenseren. Het slagen en implementeren van deze handelsverdragen zelf leidt overigens op langere termijn niet per definitie tot nieuwe handel. Deels kan de handel namelijk slechts worden verschoven, van handel tussen landen die buiten een verdrag vallen naar handel tussen landen binnen een verdrag. Wat dat betreft kan ook handelsverdieping –net als monetaire verruiming– ten koste gaan van derden, hoewel TTIP voor de eurozone op termijn de pijn zou kunnen verzachten van een zwakkere vraag vanuit China. 

Het TPP zou tegenwicht kunnen bieden aan de dominantie van China in de trans-Atlantische regio. De onderhandelingen zijn echter nog in volle gang en er is nog geen akkoord bereikt over de mate van liberalisering en de deelnemende sectoren. Japan heeft bijvoorbeeld moeite om de nu nog zeer beschermde landbouwsector open te stellen, terwijl in de VS weerstand bestaat omdat men vreest voor verlies van Amerikaanse banen aan Aziatische lagelonenlanden. Aangezien president Obama momenteel slechts beperkte autoriteit heeft om te onderhandelen zonder bemoeienis van het Congres, is het onzeker of er dit jaar een akkoord kan worden bereikt over het TPP. Omdat de onderhandelingen over de TPP verder zijn dan de onderhandelingen over de TTIP, de VS een deal met Azië waarschijnlijk prioriteit geven en er ook vanuit Europa de nodige weerstand bestaat tegen TTIP, zal een akkoord over de TTIP waarschijnlijk zelfs nog langer op zich laten wachten. 

Geopolitieke spanningen blijven een risico voor de wereldeconomie

De geopolitieke spanningen in de wereld blijven een neerwaarts risico vormen voor de wereldeconomie. Athene zoekt al maanden zonder resultaat naar een overeenkomst met zijn crediteuren. Zonder deal zouden de Grieken hun aflossingsverplichtingen aan het IMF in juni mogelijk niet na kunnen komen (juli is zonder deal  zo goed als zeker onoverbrugbaar). Het is dan mogelijk dat zij uit de euro treden. Met de herverkiezing van president David Cameron op 7 mei in het VK is een referendum, en dus een uittreding van het VK uit de Europese Unie, ook een stapje dichterbij gekomen. Beide uittredingen kunnen hun weerslag hebben op het Europese sentiment. Ditzelfde geldt voor een escalatie van de conflicten in Oost-Oekraïne en het Midden-Oosten. 

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development, IMF: Internationaal Monetair Fonds, BIS: Bank for International Settlements, CEIC: CEIC Macroeconomic Databases for Emerging and Developed Markets.

Gebruikte afkortingen landen: VK: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, BE: België, FI: Finland, LU: Luxemburg, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië, MT: Malta, LT: Lithouwen, LV: Letland, EE: Estland EZ: Eurozone, SK: Slowakije.

Gebruikte afkortingen valuta: BRL: Braziliaanse real, IDR: Indonesische roepia, INR: Indiase roepie, TRY: Turkse lira, ZAR: Zuid-Afrikaanse rand.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven