RaboResearch - Economisch Onderzoek

Belastingplannen kabinet: te kleine stap in de goede richting

Economisch commentaar

Delen:
  • Voorgestelde belastinghervormingen verlagen lasten op arbeid
  • Dit leidt tot meer banen en economische groei
  • Structurele knelpunten fiscale stelsel worden echter niet aangepakt

De door het kabinet voorgestelde plannen voor belastinghervorming leiden tot lastenverlichting op arbeid en daardoor naar verwachting tot meer banen en economische groei. Van een daadwerkelijke belastinghervorming is echter geen sprake: de meeste door de fiscaliteit gedreven economische verstoringen in het Nederlandse belastingstelsel pakt de overheid niet aan.

Enkele maanden geleden hebben wij een Special gepubliceerd waarin wij concludeerden dat een grondige hervorming van het Nederlandse belastingstelsel economisch wenselijk is (zie Het Nederlandse belastingstelsel: genoeg te hervormen). Nu het kabinet zijn belastingplannen op hoofdlijnen naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is het daarom de hoogste tijd om te kijken in hoeverre deze conceptplannen de Nederlandse economie structureel versterken. Volgens ons blijkt dit onvoldoende het geval: de nu voorgestelde belastingplannen zijn een stapje in de goede richting, maar tegelijkertijd een gemiste kans om de huidige economische verstoringen in het belastingstelsel substantieel te verminderen. De uiteindelijke vormgeving van de plannen, die vermoedelijk met Prinsjesdag in hun definitieve vorm zullen worden gepresenteerd, is nog ongewis. Het kabinet zal moeten zoeken naar een meerderheid in de Eerste Kamer om überhaupt tot substantiële wijzigingen te kunnen komen. Het is daarbij niet te hopen dat het alleen ongerichte lastenverlichting biedt, zonder dat het de structurele knelpunten in het Nederlandse fiscale stelsel aanpakt.

Voorgestelde plannen economisch verstandig…

Het huidige belastingplan van het kabinet dat is voorgelegd aan de Tweede Kamer bestaat uit twee concrete pakketten (zie tabel 1) en nog enkele overige voorstellen. Voor het eerste pakket lijkt zich een parlementaire meerderheid af te tekenen in zowel de Eerste als de Tweede Kamer; de politieke haalbaarheid van het tweede pakket is onduidelijk.

Tabel 1: Overzicht voorstellen kabinet
Tabel 1: Overzicht voorstellen kabinetBron: Rijksoverheid

Pakket 1

De voorgestelde maatregelen van pakket 1 hebben positieve gevolgen voor de Nederlandse economie. De lastenverlichting van vijf miljard euro van pakket 1 zal naar verwachting leiden tot een hogere consumptie van werkenden doordat hun besteedbare inkomen toeneemt. Dit zorgt voor meer banen en economische groei. Het feit dat de voorgenomen lastenverlichting vrijwel geheel bij werkenden terecht komt, leidt modelmatig tot een additioneel effect op de werkgelegenheid. Een groter inkomensverschil tussen actieven (werkenden) en inactieven (pensioengerechtigden en uitkeringsgerechtigden) maakt werken aantrekkelijker, waardoor meer mensen zich op de arbeidsmarkt aanbieden. Dat versterkt het groeipotentieel van de Nederlandse economie.

Pakket 2

Uit de economische literatuur blijkt duidelijk dat een verlaagd btw-tarief ondoelmatig is (Bettendorf en Cnossen, 2014). Het leidt tot administratieve rompslomp en een verstoord inkoop- en uitbestedingsbeleid van bedrijven.[1] Indien de overheid bepaalde sectoren wil stimuleren, is het beter om daar een directe subsidie aan te geven.

Zo bezien is het verstandig dat het kabinet de btw-tarieven voor het grootste deel gelijk wil trekken. Een eerder voorstel van de Commissie Van Dijkhuizen was om dan één generiek btw-tarief in te voeren maar dat tarief dan wel te verlagen (Commissie inkomstenbelasting en toeslagen, 2013). Door nu (bijna) alle groepen naar 21% te trekken[2] en tegelijkertijd de lasten op arbeid met nog eens vijf miljard euro te verlagen, zorgt de overheid ervoor dat er een substantiële lastenverschuiving plaatsvindt van arbeid naar consumptie. Indien groepen als ouderen en uitkeringsgerechtigden hiervoor niet worden gecompenseerd, leidt dit opnieuw tot een groter inkomensverschil tussen actieven en inactieven. Of dit sociaal wenselijk is, is een politieke afweging, maar puur vanuit economisch oogpunt is het te verwachten dat het de arbeidsparticipatie bevordert (zie boven).

Ook de negatieve gevolgen van de btw-verhoging voor het MKB zullen naar verwachting meevallen. Het hogere btw-tarief heeft een prijsopdrijvend effect. Maar doordat de opbrengsten van de tariefverhoging worden gebruikt voor lastenverlichting zullen huishoudens meer te besteden hebben en dus meer kunnen consumeren. Hierbij ontstaat natuurlijk wel substitutie tussen verschillende producten. Ook is het belangrijk dat het btw tarief voor bepaalde producten niet substantieel hoger wordt dan in de ons omringende landen, om problemen voor ondernemers bij de grensstreken te voorkomen.

…maar van hervormen is geen sprake

Toch kun je op basis van de huidige voorstellen nauwelijks spreken van een echte belastinghervorming. In onze Special over het Nederlandse belastingstelsel (zie Het Nederlandse belastingstelsel: genoeg te hervormen) concludeerden we dat de grootste economische verstoring de fiscale behandeling van vermogens betreft. De vermogensrendementsheffing is een economisch inefficiënte belasting. Uit de literatuur blijkt namelijk dat het beter is om daadwerkelijke kapitaalinkomsten te belasten dan een forfaitair rendement. Ook de gunstige fiscale behandeling van het eigen huis en pensioenen is economisch ondoelmatig en zorgt voor gemiste belastinginkomsten die zouden kunnen worden gebruikt voor extra lastenverlichting op arbeid.

Aan al deze fiscale verstoring verandert het kabinet vooralsnog weinig. Afgezien van bovengenoemde twee pakketten stelt het in zijn kamerbrief voor de vermogensrendementsheffing zo te hervormen dat het rendement per vermogenstitel (spaarsaldo, aandelenportefeuille, onroerend goed) wordt herijkt op basis van in de markt gerealiseerde rendementen. Dit komt weliswaar dichter in de buurt bij het belasten van daadwerkelijke kapitaalinkomsten, maar de vraag blijft waarom een echte kapitaalinkomstenbelasting niet mogelijk is. Ook de substantiële fiscale voordelen op het eigen huis en pensioen worden niet verminderd, terwijl ook de economisch weinig doelmatige gunstige fiscale behandeling van zelfstandigen (zelfstandigenaftrek) en dga’s onveranderd blijft. De voorgestelde belastingplannen zijn daarom niet meer dan een kleine stap in de goede richting.

Voetnoten

[1] Als een bedrijf de btw over gekochte diensten niet kan doorberekenen zal er een grotere prikkel zijn om die diensten zelf te leveren of uit te besteden aan een andere sector met een laag btw-tarief. Dit verstoort daardoor het inkoop- en uitbestedingsbeleid, wat economisch inefficiënt is.

[2] De btw op dagelijkse boodschappen blijft op het lage tarief van 6%.

Bibliografie

Bettendorf, L. & Cnosson, S. (2014). Bouwstenen voor een moderne btw. Den Haag: CPB.

Commissie inkomstenbelasting en toeslagen (2013). Naar een activerender belastingstelsel, juni 2013.

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven