RaboResearch - Economisch Onderzoek

Woningmarktherstel trekt consumptie mee omhoog

Economisch commentaar

Delen:
  • De aantrekkende woningmarkt heeft een positief effect op de goederenconsumptie van Nederlandse huishoudens
  • Vooral de consumptie van duurzame goederen bestemd voor woningen, zoals woninginrichting en elektrische apparatuur, heeft hier baat bij
  • Wij verwachten dat een verder aantrekkende woningmarkt voor een extra stimulans van de binnenlandse consumptieve bestedingen zorgt

De consumptieve bestedingen van Nederlandse huishoudens laten na jaren van krimp weer een positieve trend zien; sinds het tweede kwartaal van 2014 nemen deze voortdurend toe. De aantrekkende woningmarkt speelt een voorname rol bij het herstel van de particuliere consumptie. Dit effect hebben wij eerder beschreven in ons themabericht Herstel op de woningmarkt: een vliegwieleffect? In dit economisch commentaar hebben wij het model uit het themabericht geactualiseerd op basis van nieuwe CBS-data. Hieruit blijkt dat een stijging van woningtransacties met 10% met een vertraging van een aantal kwartalen leidt tot een stijging van de consumptie van woninginrichting en elektrische apparatuur met ongeveer 0,8%. Voor dit en komend jaar verwachten wij dat de Nederlandse woningmarkt verder aantrekt, waarvan ook de particuliere (duurzame) goederenconsumptie zal profiteren.

Gunstige ontwikkeling goederenconsumptie voor woningen

De Nederlandse goederenconsumptie laat sinds het tweede kwartaal van 2013 een positieve trend zien, met uitzondering van het eerste kwartaal van 2014. De forse krimp in dat kwartaal werd veroorzaakt door eenmalige factoren: door het relatief warme weer nam de energieconsumptie fors af ten opzichte van het normale seizoenspatroon. Met name de categorieën woninginrichting en elektrische apparaten zitten sinds het ingezette herstel op de woningmarkt in de zomer van 2013 in de lift. Gedurende de crisis en de neergang van de woningmarkt was er ook een duidelijk negatieve ontwikkeling zichtbaar (figuur 1). In 2014 was het juist deze goederencategorie die de hoogste groeibijdrage leverde. Behalve het aantrekken van de woningmarkt zijn er diverse factoren waardoor de consumptieve bestedingen dit en volgend jaar verder zullen stijgen, zoals de stijging van het consumentenvertrouwen, de toename van de reëel beschikbare huishoudinkomens en het aantrekken van de werkgelegenheid.

Figuur 1: Ontwikkeling goederenconsumptie
Figuur 1: Ontwikkeling goederenconsumptieBron: CBS, Rabobank
Figuur 2: Aantrekkende woningmarkt
Figuur 2: Aantrekkende woningmarktBron: Kadaster, Rabobank

Om een inschatting te kunnen maken van de omvang van het effect van de woningverkopen op de consumptie, hebben wij ons eenvoudige regressiemodel geactualiseerd[1]. Hierin verklaren we de veranderingen van twee typen duurzame consumptie (woninginrichting en elektrische apparaten). De verklarende variabelen in het model zijn het reëel beschikbare inkomen en de verkopen[2] van bestaande koopwoningen. In de bijlage laten we de uitkomsten zien van deze regressievergelijking.

De forse stijging van de woningverkopen in 2014 (figuur 2) zagen we in dat jaar niet direct terug in een hogere goederenconsumptie ten behoeve van woningen. In dat jaar was er een gemiddelde stijging van het aantal transacties zichtbaar van ruim 35% ten opzichte van 2013, maar dit was nog niet geheel terug te zien in de consumptie van woninginrichting en elektrische apparatuur. Dit komt doordat er sprake is van vertragingen: na ondertekening van een koopovereenkomst kunnen huishoudens een tijd sparen voordat zij bijvoorbeeld een nieuwe keuken of nieuwe meubels aanschaffen. Op basis van de vertraging verwachten wij dat het effect van de forse toename in woningtransacties in 2014 dit jaar een sterker vervolg zal laten zien in deze consumptiecategorieën. In 2016 zal het effect minder sterk zijn, aangezien het tempo van het woningmarktherstel in transacties afneemt.

Actualisatie regressiemodel voor duurzame consumptie

Uit de actualisatie van ons model blijkt dus opnieuw dat er een significant positief effect is van het aantal verkopen van bestaande koopwoningen op de consumptie van woninginrichting en elektrische apparatuur. Uit de resultaten blijkt dat een stijging van de woningtransacties met 10% met een vertraging van een aantal kwartalen leidt tot een stijging van de duurzame consumptie met 0,8%. Voor dit jaar verwachten wij een stijging van de woningtransacties met minimaal 4,6% en maximaal 18%. Op basis van ons model leidt dit met een vertraging tot een toename van de consumptie van woninginrichting en elektrische apparaten met 3,7-14,4% in dit en volgend jaar. Verdere groei van de woningverkopen is dus een duidelijk vliegwiel voor daaraan gerelateerde duurzame consumptiecategorieën.

 

Voetnoten

[1] Door een herschikking van consumptiecategorieën in CBS Statline hebben wij ons regressiemodel uit ons vorige themabericht geactualiseerd en opnieuw geschat op basis van de nieuwe consumptiecategorieën.

[2] Koopovereenkomsten of transacties, afhankelijk van de modelspecificatie.

[3] Met dank aan Pieter van Dalen voor de modelspecificaties.

Literatuur

Giesbergen, B. (2014). Herstel op de woningmarkt en consumptie woninginrichting: een vliegwieleffect? Rabobank Themabericht.

Bijlage

Tabel 1: Regressies op duurzame goederenconsumptie voor woningen
Tabel 1: Regressies op duurzame goederenconsumptie voor woningen
Bron: berekening Rabobank

met: t=(19961, 19962,…,20151), i= aantal vertragingen, RPDI= reëel beschikbare inkomen per huishouden en overige reeksen zijn woningtransacties NVM of Kadaster. Dit zijn allen seizoensgecorrigeerde reeksen.

Toelichting: tussen haakjes staan gecorrigeerde robuuste standaardfouten. ***, ** en * geven significantie aan op respectievelijk één-, vijf- en tienprocentsniveau.

In elk van de drie gebruikte modellen is er een significant positief effect van de transacties, met een vertraging van een aantal kwartalen. Gezien de sterke vertragingseffecten geven de modellen met de actuele NVM-koopovereenkomsten een betere verklaring voor de ontwikkeling van de duurzame consumptie. Uit model I blijkt een sterk positief effect: de eerste, tweede en vijfde vertraging zijn significant positief. Uit model II en III blijkt vooral het significante effect van het reëel beschikbare inkomen op de duurzame goederenconsumptie[3].

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven