RaboResearch - Economisch Onderzoek

Nederlandse totale industriële productie krimpt fors in mei door lagere gaswinning

Economisch commentaar

Delen:
  • De totale industriële productie, die behalve de maakindustrie ook de mijnbouw en de energieproductie omvat, noteerde in mei een forse krimp
  • Deze ontwikkeling zal de economische groeicijfers voor het tweede kwartaal negatief beïnvloeden
  • De productie in de Nederlandse maakindustrie daalde in mei met 1,2% ten opzichte van een maand eerder maar de trend bleef positief
  • Sentimentsindicatoren duiden al een aantal maanden op groei van de maakindustrie
  • De vooruitzichten voor de maakindustrie zijn dus positief, maar er zijn ook neerwaartse risico’s die het gunstige beeld kunnen verstoren

Gunstige ontwikkeling productie maakindustrie

Hoewel het seizoensgecorrigeerde productievolume van de maakindustrie met 1,2% kromp ten opzichte van de maand ervoor, was het momentum in mei nog positief (figuur 1). De jaar-op-jaarontwikkeling maakt al maanden een gunstige ontwikkeling door. Hiermee lijkt de maakindustrie na een zwakke start aan het begin van dit jaar nu weer een opwaartse trend te pakken te hebben.

Figuur 1: Forse daling momentum totale industriële productie
Figuur 1: Forse daling momentum totale industriële productieBron: CBS, Rabobank

De totale industriële productie, die behalve de maakindustrie ook de mijnbouw en de energieproductie omvat, daalde wel fors in mei. Deze kromp maar liefst met 5,7% ten opzichte van april en met 7,6% ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Het momentum nam hierdoor fors af (figuur 1). Deze negatieve ontwikkeling verstoort onze huidige verwachtingen van de industriële productie, waardoor de groei van het reële Bruto Binnenlands Product in het tweede kwartaal waarschijnlijk lager uitvalt dan verwacht. Deze ontwikkeling is waarschijnlijk gedreven door een afname van de gasproductie. Inmiddels is besloten om de productie van gas ook in de rest van het jaar te beperken, wat de groei van het BBP verder remt. Hoewel het onderliggende economische herstel dus op peil blijft, zullen de ontwikkelingen in de gaswinning de economische groeicijfers verstoren. 

Vooruitzichten maakindustrie positief, maar omgeven met risico’s

De relevante sentimentsindicatoren ondersteunen de gunstige ontwikkelingen in de maakindustrie. Zij lieten in de afgelopen maanden een opwaartse trend zien. De Inkoopmanagersindex (PMI) laat sinds februari een onafgebroken stijging zien en bereikte in juni een stand van 56,2 (figuur 2). Het door het CBS gemeten producentenvertrouwen bereikte in juni de hoogste stand in ruim vier jaar tijd. Onderliggend viel hierbij op dat vooral de sub-indicatoren ‘verwachte bedrijvigheid’ en ‘orderontvangsten’ de positieve ontwikkeling ondersteunen (figuur 3).

Ondanks al deze gunstige ontwikkelingen liggen er wel neerwaartse risico’s op de loer. Dit heeft te maken met geopolitieke ontwikkelingen die een bedreiging kunnen vormen voor verdere groei van de productie in de maakindustrie. De meest in het oog springende risico’s zijn de situatie rond Griekenland en de beursdalingen in China. Een vergroting van deze problemen kan het sentiment van huishoudens en bedrijven negatief beïnvloeden. Omdat die vertrouwenseffecten niet alleen in Nederland maar ook in de rest van Europa zullen spelen, kan dit tevens leiden tot lagere economische groei in de rest van Europa en daarmee tot een lagere uitvoer- en productiegroei in Nederland.

Figuur 2: Recente toename PMI
Figuur 2: Recente toename PMIBron: CBS, Markit,
Figuur 3: Stijging orderpositie en bedrijvigheid
Figuur 3: Stijging orderpositie en bedrijvigheidBron: CBS
Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven