RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: hogere economische groei eerste kwartaal

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • BBP-groei eerste kwartaal 2015 opwaarts bijgesteld van 0,4% naar 0,6%
  • Positieve ontwikkelingen maakindustrie
  • Consumentenvertrouwen op hoogste punt sinds 2007
  • Negatieve economische gevolgen Nederland door Grexit lijken beperkt

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de economische groei van het eerste kwartaal van 2015 in zijn tweede raming opwaarts bijgesteld van 0,4% naar 0,6%. Dit heeft vooral te maken met een opwaartse bijstelling van de groei van de private consumptie, de bedrijfsinvesteringen en de export. Ook de export in de voorgaande kwartalen is opwaarts bijgesteld.

De naar boven bijgestelde groei is positief voor de groeiverwachtingen voor 2015. Er zijn echter ook recente ontwikkelingen die de groei in 2015 negatief beïnvloeden. Minister Henk Kamp heeft besloten de gasproductie in Groningen te verlagen, waardoor er in 2015 geen 39 miljard kuub maar 30 miljard kuub zal worden gewonnen. Dit vermindert de economische groei en is een tegenvaller voor het begrotingstekort. Daarnaast is de kans op een Grexit de afgelopen weken aanzienlijk groter geworden. 

Positieve ontwikkelingen maakindustrie

De productie van de Nederlandse maakindustrie groeide in april met 2% m-o-m (seizoensgecorrigeerd). Ook het momentum (3m/3m-ontwikkeling) was in april positief. Door de hogere sentimentsindicatoren zijn de vooruitzichten voor de maakindustrie verder verbeterd. De Inkoopmanagersindex (PMI) is sinds het begin van dit jaar sterk gestegen en nam in juni verder toe tot 56,2 (figuur 1). Ook het producentenvertrouwen steeg in juni. Beide sentimentsindicatoren wijzen op een relatief sterke groei van de maakindustrie in de komende maanden.

De Nederlandse export groeide sterk in april, met 3,3% ten opzichte van de maand ervoor. Vanwege de zwakke exportontwikkeling in voorgaande maanden was het momentum echter licht negatief. Door de depreciatie van de euro ten opzichte van het Britse pond en de Amerikaanse dollar en de goede groeivooruitzichten voor de voor Nederland belangrijke handelspartners verwachten wij dat de export in de komende maanden verder zal aantrekken.

Figuur 1: Vertrouwen maakindustrie neemt toe
Figuur 1: Vertrouwen maakindustrie neemt toeBron: Markit, CBS
Figuur 2: Sterke jaar-op-jaarstijging export
Figuur 2: Sterke jaar-op-jaarstijging exportBron: CBS

Hoogste punt consumentenvertrouwen in acht jaar

De particuliere consumptie ontwikkelde zich in de afgelopen maanden zwak. In april daalde het volume van de huishoudconsumptie voor de tweede maand op rij licht met 0,1% maand-op-maand. Het momentum nam daardoor verder af (figuur 3). Ten opzichte van een jaar geleden groeide de consumptie wel relatief sterk, gedragen door een consumptiegroei van duurzame goederen en energie.

De vooruitzichten voor de consumptie zijn positief. Door de aantrekkende arbeidsmarkt en de lage inflatie stijgt het reëel beschikbare inkomen dit jaar naar verwachting relatief hard. Ook het toenemende vertrouwen van huishoudens is een positieve factor voor de consumptie. Het consumentenvertrouwen is in juni verder gestegen en staat nu op het hoogste punt sinds 2007 (figuur 4). Zowel de verwachtingen van Nederlanders over het economische klimaat als de koopbereidheid namen toe. Sindsdien is de onzekerheid rond Griekenland echter fors toegenomen.

Figuur 3: Zwakke ontwikkeling consumptie
Figuur 3: Zwakke ontwikkeling consumptieBron: CBS
Figuur 4: Consumentenvertrouwen op hoogste punt sinds 2007
Figuur 4: Consumentenvertrouwen op hoogste punt sinds 2007Bron: CBS

Gevolgen mogelijke Grexit voor Nederlandse economie lijken beperkt

Nu de mogelijkheid van een Grexit steeds dichterbij komt, is de relevante vraag in hoeverre deze de Nederlandse economie kan schaden. De directe effecten via de uitvoer zullen meevallen. Slechts 0,5% van de waarde van onze totale goederenuitvoer is bestemd voor Griekenland, terwijl het aandeel in onze invoer met 0,1% bijna verwaarloosbaar is.

Wel kunnen indirecte ontwikkelingen de Nederlandse economie schaden. Het meest waarschijnlijke kanaal waardoor de onrust in Griekenland de Nederlandse economie schade kan toebrengen, is via het vertrouwen. De onzekerheden die gepaard gaan met een mogelijke Grexit kunnen leiden tot een daling van het consumentenvertrouwen en het producentenvertrouwen, wat de consumptie van huishoudens en de investeringen van bedrijven zou kunnen verminderen. Omdat die vertrouwenseffecten niet alleen in Nederland maar ook in de rest van Europa zullen spelen, leidt dit waarschijnlijk ook tot lagere economische groei in de rest van Europa en daarmee tot een lagere uitvoergroei.

Tabel 1: Kerngegevenstabel Nederland
Tabel 1: Kerngegevenstabel NederlandBron: Rabobank, CBS

De Nederlandse financiële sector heeft slechts zeer beperkte uitzettingen in Griekenland. Daar staat tegenover dat de Nederlandse overheid nog wel grote leningen heeft uitstaan bij de Grieken, via deelname aan de verschillende hulppakketten. De totale directe verliezen voor de Nederlandse overheid zullen in geval van volledige wanbetaling rond de zestien miljard euro liggen (Bruinshoofd et al., 2015), of 2,4% van het BBP. Dit zal echter buiten het begrotingstekort omgaan en direct de staatsschuld in lopen. Het risico dat de overheid daardoor extra zou moeten bezuinigen is daarom klein. 

Bibliografie
Bruinshoofd, A., de Groot, E. en Weernink, M. (2015). Statusupdate ‘dossier Griekenland’. Rabobank Special.

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven