RaboResearch - Economisch Onderzoek

Europese begrotingsregels bieden Nederland beperkte ruimte voor lastenverlichting

Economisch commentaar

Delen:
  • In een serie stellingen bespreken we veelgehoorde misverstanden of terechte vaststellingen over de Nederlandse economie en belichten we bijzondere kenmerken en ontwikkelingen
  • Omdat het begrotingstekort volgend jaar ruim onder de 3%-BBP ligt, lijkt er in 2016 ruimte voor de door de regeringspartijen gewenste lastenverlichting
  • Vanuit de preventieve tak van de Europese begrotingsregels wordt echter vooral gekeken of een land voldoet aan de doelstelling voor het structurele begrotingssaldo
  • Op basis van de verwachte ontwikkeling van dit structurele saldo is er komend jaar slechts beperkt ruimte voor lastenverlichting

Stelling: De Nederlandse overheid heeft ruimte voor lastenverlichting in 2016

Begrotingstekort voldoet weliswaar aan de Europese norm…

Door de bezuinigingsmaatregelen van de afgelopen jaren (figuur 1) en de verwachte toename van de economische groei blijft het begrotingstekort (feitelijke saldo) dit en volgend jaar naar verwachting ruim onder de door de in het Stabiliteits- en Groei Pact (SGP) afgesproken 3%-norm. Voor 2015 gaan wij uit van een tekort van -1¾% van het Bruto Binnenlands Product (BBP). In 2016 zal dit naar verwachting nog iets verder dalen, naar -1% van het BBP (figuur 2). Hierdoor hoeft het kabinet voor de komende jaren geen aanvullende bezuinigingen of lastenverzwaringen door te voeren. In Den Haag wordt momenteel zelfs gesproken over de mogelijkheid van lastenverlichting in 2016. Het kabinet heeft in juni aangegeven om voor komend jaar vijf miljard euro netto lastenverlichting te willen doorvoeren (zie ook: Kamerbrief belastingherziening). De vraag is echter of hier ruimte voor is als we naar alle Europese begrotingsregels kijken.

Figuur 1: Tekortreducerende maatregelen
Figuur 1: Tekortreducerende maatregelenBron: CPB
Figuur 2: Feitelijk tekort en schuld
Figuur 2: Feitelijk tekort en schuldBron: CBS, Rabobank

…maar Brussel kijkt ook naar het structurele saldo…

Doordat het Nederlandse begrotingstekort was gereduceerd tot onder de 3% van het BBP voldoet Nederland aan de regels in de correctieve arm van het SGP. Ons land is daarom sinds 2014 ontslagen uit de buitensporige-tekortprocedure. Maar naast de correctieve tak van de regels is er ook de zogenoemde preventieve tak[1]. Hierin wordt debegrotingsprestatie niet beoordeeld op het feitelijke begrotingssaldo, maar op het structurele begrotingssaldo. Dit is het voor de conjunctuur en eenmalige inkomsten en uitgaven gecorrigeerde begrotingssaldo. De Europese Commissie (EC) kijkt in welke mate het structurele saldo aan de Middellange Termijn Doelstelling[2] (MTO) voldoet dan wel of er voldoende verbetering zichtbaar is in de richting van de MTO. Voor Nederland geldt op dit moment een MTO van -0,5% van het potentiële BBP (EC, 2015). De EC houdt rekening met een marge[3] van 0,25%-BBP vanwege schattingsonzekerheden rondom het structurele saldo.

…en dat biedt maar weinig ruimte om lastenverlichting door te voeren

De EC voorziet voor Nederland in 2015 en 2016 een structureel saldo van respectievelijk -0,3% en -0,4% (EC, 2015). Volgens het Centraal Planbureau (CPB) komt het structurele saldo in 2015 en 2016 uit op -0,5% (CPB, 2015). De marge ten aanzien van het structurele saldo ten opzichte van de MTO is dus zeer beperkt (figuur 3).

Figuur 3: MTO en structureel saldo Nederland
Figuur 3: MTO en structureel saldo NederlandBron: EC

Bij de huidige berekeningen van het structurele saldo door het CPB en de EC is nog geen rekening gehouden met de verlaging van het plafond van de gasproductie in Groningen voor 2015 naar 30 miljard m3 gas. Daarbij wordt het productieplafond in 2016 waarschijnlijk niet verder verhoogd dan 33 miljard m3 (zie ook: Kamerbrief gasbesluit). Daarmee is de verlaging van de gasbaten structureel van aard, waardoor naast het feitelijke begrotingstekort ook het structurele saldo zal verslechteren, met ongeveer 0,2%-punt. 

Gezien de huidige stand van het structurele saldo ten opzichte van de MTO schiet het structurele saldo hierdoor door de MTO van -0,5% heen. Voor lastenverlichting is dan alleen ruimte wanneer de 0,25% marge wordt gebruikt. Dit is echter onwenselijk aangezien deze is bedoeld voor schattingsonzekerheden. In miljarden gaat het dan bovendien om ongeveer één miljard euro, een stuk minder dan de door het kabinet beoogde vijf miljard euro aan lastenverlichting. 

Conclusie: juist

Wanneer we de Europese begrotingsregels uit de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groei Pact in acht nemen dan is de ruimte voor lastenverlichting in 2016 zeer beperkt. Door de (permanent) lagere gasbaten schiet het voorspelde structurele saldo waarschijnlijk door de Middellange Termijn Doelstelling van -0,5% heen.

 

Voetnoten

[1] Voor meer informatie over de preventieve tak van het SGP zie ook: Infographic Europese begrotingsregels: feit of fabel?

[2] MTO is het structurele begrotingssaldo dat een lidstaat op de middellange termijn moet handhaven om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de middellange termijn te garanderen. De EC berekent de minimale MTO voor een lidstaat; deze wordt tenminste iedere drie jaar opnieuw berekend. Naast het structurele saldo bevat de preventieve arm ook een strikte uitgavenrichtlijn: de groei van de overheidsuitgaven dient niet hoger te zijn dan de geschatte potentiële BBP-groei. Ook moet de staatsschuld, wanneer deze meer dan de toegestane 60%-BBP bedraagt, in voldoende mate dalen naar de 60%. Het deel boven de norm moet met 1/20e per jaar worden afgebouwd (de 1/20e-regel geldt als gemiddelde over drie jaar). Doordat Nederland nog in de transitiefase zit, voldoet het aan beide regels.

[3] Binnen deze marge geldt een maximale afwijking van 0,5% over een periode van twee jaar. In feite zou men in het eerste jaar dan ook 0,4% af kunnen wijken en in het tweede jaar 0,1%.

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62562

naar boven