RaboResearch - Economisch Onderzoek

Ondanks lage rente blijft Nederland sparen, maar wel in mindere mate

Economisch commentaar

Delen:
  • Werknemers in loondienst beleggen indirect via opbouw pensioenvermogen
  • Huishoudens met lage buffer wordt aangeraden door te sparen, ongeacht hoogte spaarrente
  • Vermogensopbouw via aflossing hypotheek alternatief voor beleggen

De Financiële Telegraaf schrijft vandaag dat Nederlanders liever sparen dan beleggen. Ondanks de lage rente hebben Nederlanders een voorkeur voor sparen, omdat dit veilig en toegankelijk is. Die lage animo voor beleggen wijt het artikel aan een gebrek aan kennis en mogelijk een gebrek aan vertrouwen in de financiële sector. Hiermee gaat het artikel voorbij aan het feit dat Nederlanders indirect juist een groot deel van hun vermogen beleggen, via de vermogensbeheerders van de pensioenfondsen. Ook negeert het artikel de opbouw van vermogen in de eigen woning.

Spaarmotieven

In Nederland bouwen werknemers in loondienst veel vermogen op in collectieve pensioenregelingen. Nederlanders hebben zelfs de hoogste pensioenopbouw ter wereld, zo blijkt keer op keer uit onderzoek. (Mercer, 2014, OECD 2012). Het pensioenvermogen bedraagt meer dan 60% van de totale financiële vorderingen van Nederlandse huishoudens (CBS, ultimo 2013).

De noodzaak om zelf te sparen voor de oude dag is daarom voor de meeste Nederlanders minder sterk dan in de meeste andere landen. Het spaargedrag van de meeste Nederlanders is dan ook meer gebaseerd op het creëren van een buffer voor onverwachte uitgaven (voorzorgsmotief) of voor specifieke doelen zoals een vakantie, de aankoop van een woning of de studie van kinderen (doelmotief). Daarbij is het liquiditeitsmotief belangrijker dan het rendement. Volgens het Nibud (2012) is de minimaal benodigde buffer voor onverwachte uitgaven tussen de € 3.550 en € 5.900 per huishouden, afhankelijk van de gezinssamenstelling. Om een minimale buffer op te bouwen en voor spaardoelen op de korte termijn is sparen de meest geschikte manier. De waarde van beleggingen kan immers op de korte termijn behoorlijk fluctueren en zij kunnen niet altijd op korte termijn zonder koersverlies liquide worden gemaakt. Huishoudens met een te lage buffer doen er goed aan om te blijven sparen, ongeacht de hoogte van de spaarrente.

Pas wanneer er voldoende spaargeld aanwezig is om een buffer te kunnen creëren en om spaardoelen op korte termijn te bereiken, kan het vanuit rendementsperspectief interessant zijn om een deel van het spaargeld te gaan beleggen voor de (middel-)lange termijn. Maar er zijn ook dan méér alternatieven voorhanden.

Schuldafbouw

De overgrote meerderheid van de Nederlanders met een koopwoning heeft deze gefinancierd met een hypothecaire lening. Door de lage spaarrentes kiezen steeds meer Nederlanders ervoor om ‘overtollig’ spaargeld te gebruiken om de hypotheek verder af te lossen. In 2013 en 2014 groeiden de spaartegoeden daarom veel minder hard dan voorheen, terwijl de hypotheekschuld juist daalde (figuur 1). Naast beleggen in aandelen en obligaties biedt vermogensopbouw in het huis dus nog een ander alternatief voor de spaarrekening.

Figuur 1: Verandering spaartegoeden en hypotheekschuld
Figuur 1:  Verandering spaartegoeden en hypotheekschuldBron: DNB. Cijfers voor 2014 t/m het derde kwartaal.

Literatuur

CBS (2013), Sectorrekeningen; financiële balansen en transacties naar sectoren.

Mercer (2014), Global Pension Index, Mercer/Australian Center for Financial Studies.

Nibud (2012), Een referentiebuffer voor huishoudens. Onderzoek naar het vermogen en het spaargedrag van Nederlandse huishoudens.

OECD (2012), Gross pension wealth.

Telegraaf (2015), Ondanks lage rente blijft Nederland maar sparen, 19 januari.

Delen:
Auteur(s)

naar boven