RaboResearch - Economisch Onderzoek

Hoe ECB nieuw leven in economie Europa kan blazen

Column

Delen:

Door Harald Benink en Wim Boonstra

Verschenen als opinie-artikel in het Financieele Dagblad - 7 januari 2015

Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB), stelt dat de inflatie in de eurozone omhoog moet in de richting van 2%. Op dit moment zakt het Europese inflatietempo weg naar 0% en in de komende maanden zal het prijspeil in de eurozone zelfs dalen. Wij zijn het met Draghi eens, maar menen dat de ECB nog niet de optimale route heeft gevonden om de inflatie omhoog te brengen.

Naar onze mening moet de ECB geen overheidsobligaties gaan opkopen van landen in de eurozone als deel van een traditioneel programma van monetaire verruiming (quantitative easing). Deze actie zal waarschijnlijk slechts tot nieuwe financiële zeepbellen leiden zonder duidelijk hogere economische groei te creëren. De ECB kan beter tot een bedrag van € 1000 mrd obligaties gaan opkopen die worden uitgegeven door de Europese Investeringsbank (EIB). De EIB kan met de aldus verkregen middelen grootschalig nieuwe infrastructuurprojecten in de eurolanden financieren.

De eurozone heeft dringend behoefte aan een groeistimulans. Vele internationale organisaties, waaronder het Internationaal Monetair Fonds en de Oeso, hebben een forse investeringsimpuls in de Europese infrastructuur aanbevolen. Daarbij moet het gaan om publieke investeringen die ook het groeipotentieel van de Europese economie versterken. Denk aan bruggen, transportinfrastructuur, duurzame energie, electriciteitsnetwerken, ICT-netwerken en hoogwaardig onderwijs en onderzoek. Door de slechte staat van hun overheidsfinanciën hebben de meeste landen in de eurozone nauwelijks ruimte om deze publieke investeringen te verrichten. Duitsland, en tot op zeker hoogte ook Nederland, hebben die begrotingsruimte wel, maar lijken vooralsnog niet genegen om tot een investeringsimpuls over te gaan.

Voorzitter Jean-Claude Juncker van de Europese Commissie heeft voorgesteld om een fonds onder auspiciën van de EIB op te richten. Daarmee zou met een kapitaalsbasis van € 21 mrd aan belastinggeld via fondsen bij private beleggers een bedrag van ruim € 300 mrd voor nieuwe infrastructuurprojecten kunnen worden aangetrokken. Dit plan is een belangrijke stap in de goede richting maar lijkt ons te mager. Bovendien vermindert het plan-Juncker niet echt het risico van deflatie in de eurozone. Afwenden van deflatie vereist een substantiële, monetair gefinancierde groei-impuls.

Ons voorstel om de ECB door de EIB uitgegeven obligaties te laten opkopen, waarbij de opbrengsten zullen worden gebruikt om projecten in de Europese infrastructuur te financieren, heeft drie duidelijke voordelen.

Ten eerste zal een investeringsimpuls van € 1000 mrd de vraag stimuleren en de werkloosheid naar beneden brengen. Belangrijk is dat alleen al de aankondiging van zo’n substantiële economische impuls een positieve invloed zal hebben op het vertrouwen in de economie van zowel consumenten als bedrijven. Dit vergroot de kans dat zij meer gaan consumeren en investeren.

Ten tweede zullen hogere, gerichte investeringen in de Europese infrastructuur de aanbodzijde van de economie versterken, waardoor de concurrentiekracht en het groeipotentieel van Europa op de langere termijn worden versterkt.

Ten derde zal de aankondiging van een omvangrijke monetaire impuls die, anders dan QE, daadwerkelijk in bestedingen zal neerslaan en die het balanstotaal van de ECB op termijn zal verhogen van zo’n € 2000 mrd tot € 3000 mrd, de inflatieverwachtingen voor de langere termijn verhogen. De neerwaartse beweging van inflatieverwachtingen zal worden gekeerd waardoor het risico op een deflatoir scenario in de eurozone aanzienlijk wordt ingeperkt. Dit zal het vertrouwen en de economische groei positief beïnvloeden.

Het moge duidelijk zijn dat ons voorstel geen pleidooi is voor monetaire financiering van lopende overheidsuitgaven van landen in de eurozone. Wel worden met het opkopen van EIB-obligaties de grenzen van het mandaat van de ECB opgezocht, wat de ECB de afgelopen jaren al meerdere malen heeft gedaan.

Een aantal economen heeft hun bezorgdheid geuit over het mogelijk inflatoire gevaar van een substantiële monetaire verruiming. In normale tijden hebben zij zeker een punt, maar naar onze mening gaan zij volledig voorbij aan de huidige inflatiedreiging. De eurozone zal binnenkort worden geconfronteerd met prijsdalingen en het gevaar van een echte deflatie ligt op de loer. Deflatie heeft aanzienlijke negatieve gevolgen voor de houdbaarheid van schulden en economische groei.

Ons voorstel moet worden gezien als deel van een groter pakket waarin landen als Frankrijk en Italië zich committeren aan structurele hervormingen, vooral van de arbeidsmarkten en dienstensectoren. Zonder zo’n programma van hervormingen zou de EIB geen investeringen in de infrastructuur in deze landen moeten financieren.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 66617
Overige auteurs
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven