RaboResearch - Economisch Onderzoek

Verkiezingen Spanje: nieuwe partijen, nieuw beleid?

Economisch commentaar

Delen:
  • De zittende conservatieve centrumrechtse regering wint de nationale verkiezingen, maar verliest meerderheid in het parlement
  • Het is nog onduidelijk wie Spanje de komende jaren gaat regeren, maar de kans op politieke instabiliteit is niet te verwaarlozen
  • Spanje kampt nog altijd met grote structurele uitdagingen. Het is vooralsnog de vraag of de komende regering deze uitdagingen grondig zal aanpakken

De zittende centrumrechtse regering van Mariano Rajoy won zondag opnieuw de landelijke verkiezingen in Spanje, maar verloor haar absolute meerderheid in het parlement. De conservatieve Partido Popular (PP) bezet na de verkiezingen ongeveer 123 van 350 zetels in het Spaanse parlement (figuur 1). De verkiezingen waren spannend omdat voor het eerst meer partijen een serieuze kans maakten op een significant aantal zetels in het parlement. Dit komt doordat twee nieuwe partijen hun intrede deden op het landelijke toneel: Podemos en Ciudadanos (C’s). Deze partijen hebben een einde gemaakt aan het post-Franco tweepartijensysteem waarmee Spanje de afgelopen 37 jaar is bestuurd. In de verkiezingen behaalde het radicaal-linkse Podemos 20,7% van de stemmen terwijl de liberale hervormingsgezinde C’s 13,9% van de stemmen bemachtigde (figuur 1).

Figuur 1: Zetelverdeling congres van afgevaardigden
Figuur 1: Zetelverdeling congres van afgevaardigdenBron: Guardian

De ‘oude’ partijen Partido Popular (PP) en de PSOE (Socialisten) behaalden respectievelijk 28,7% en 22% van de stemmen. Gegeven de uitslag van de verkiezingen is het nog onduidelijk wie Spanje de komende jaren gaat regeren. Het is echter duidelijk dat Spanje voor het eerst sinds de terugkeer naar democratie een coalitieregering zal hebben. Omdat er geen ervaring met coalities is, zal de volgende regering vermoedelijk minder stabiel zijn.

Mogelijke coalities

Voor de PP ligt een samenwerking met Ciudadanos het meest voor de hand, maar samen komen ze dertien zetels tekort voor een meerderheid. Mogelijk dat zij als minderheidsregering door de steun van regionale partijen aan een meerderheid geholpen kunnen worden. Een coalitie van de twee grote linkse partijen zou samen ook zestien zetels tekort komen en het is nog of onduidelijk of Ciudadanos bereid zou zijn om hen te steunen, omdat het qua standpunten op economisch beleid ver af staat van deze partijen. In theorie is een brede coalitie tussen PP en PSOE ook mogelijk maar veel experts achten deze optie onwaarschijnlijk. Welke coalitie het uiteindelijk ook wordt, de regeringswissel zal grote gevolgen hebben voor de hervormingsdrang en het begrotingsbeleid en daarmee de economie als geheel. Dit terwijl Spanje nog kampt met grote economische uitdagingen.

Uitdagingen voor Spanje

Het is belangrijk om op te merken dat Spanje nog steeds aanzienlijke structurele problemen heeft die het volgende kabinet zal moeten aanpakken. Zo heeft Spanje te maken met een structureel dalende productiviteit[1] (figuur 2). Dit heeft onder andere te maken met een sterke regulering van product- en dienstenmarkten. Hierdoor is het moeilijk om een bedrijf op te starten en remt wet- en regelgeving de groei van bedrijven. Daarnaast heeft het land van oudsher een rigide arbeidsmarkt. Ontslagvergoedingen liggen hoog en voor de crisis was het voor de meeste bedrijven niet mogelijk om loongroei af te laten hangen van productiviteitsgroei omdat collectieve arbeidsovereenkomsten (landelijk) voor gehele sectoren golden. Daardoor zijn de lonen in veel sectoren in de crisis sterker gestegen dan de productiviteit waardoor de werkloosheid tot boven de 25% opliep. Met arbeidsmarkthervormingen in de afgelopen jaren is het gelukt om op een aantal indicatoren rond het eurozonegemiddelde uit te komen (figuur 3). Maar de hervormingen zijn onvoldoende en zijn bovendien niet populair en kunnen worden teruggedraaid.

Figuur 2: Dalende productiviteit
Figuur 2: Dalende productiviteitBron: Total Economy Database, Rabobank
Figuur 3: Moeilijk afgedwongen arbeidsmarkthervormingen
Figuur 3: Moeilijk afgedwongen arbeidsmarkthervormingenBron: OECD, Rabobank

Voetnoot
[1] Productiviteit is hier gemeten als totale factor productiviteit (TFP). Dit is de arbeidsproductiviteit nadat productiviteitontwikkeling door de inzet van menselijk, ICT en ander kapitaal al is meegenomen.

Risico’s voor de Spaanse economie

Met de structurele uitdagingen van Spanje zien we risico’s in het uitvoeren van de verkiezingsbeloftes van sommige partijen. Zo hebben PSOE en Podemos beloofd om verschillende arbeidsmarkthervormingen deels terug te draaien. Ook de beweging om meer regionale en bedrijfsspecifieke loononderhandelingen toe te staan, zou onder PSOE en Podemos onder druk kunnen komen te staan. Daarnaast beschouwen we het als een risico dat Spanje mogelijk te weinig doet om product- en dienstenmarkten te liberaliseren. Zo doet Podemos hier geen enkele grote beloften toe en heeft ook de PP zich hier niet over uitgelaten. De PSOE geeft in haar verkiezingsprogramma wel aan hier naar te zullen kijken, maar in het verleden heeft ze in dit kader niet veel gedaan. In de sterke hervormingsbeloften van Ciudadanos zien we juist een kans.

Spanje heeft arbeidsmarkthervormingen en liberalisering van product- en dienstenmarkten nodig omdat deze gunstig zijn voor de potentiële groei en het concurrentievermogen (en dus de export) van het land. Deze groei is juist hard nodig om de hoge werkloosheid (21%) en de hoge staatsschuld (bijna 100% van het BBP) terug te dringen. De uiteindelijke coalitie bepaalt of Spanje hierin slaagt. Wij schatten de kans hierop groter in bij een coalitie van PP en Ciudadanos dan bij een coalitie waar PSOE en Podemos onderdeel van uitmaken.

Bron
The Guardian, Spanish election: national newcomers end era of two-party dominance, 21 December 2015

Delen:
Auteur(s)
Jurriaan Kalf
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2257 0569

naar boven