RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Sub-Sahara Afrika: het belang van instituties voor het ontwikkelen van F&A-waardeketens

Special

Delen:

Naar de overzichtspagina van de Sub-Sahara Afrika regiostudie

  • Met het oog op de bevolkingsgroei vormt het oplopende voedsel en landbouw (F&A)-handelstekort in Sub-Sahara Afrika een grote uitdaging
  • Er liggen groeimogelijkheden om de rol van de regio in de F&A-waardeketens verder te ontwikkelen
  • De randvoorwaarden voor de ontwikkeling van F&A-waardeketens verschillen flink  per land en er is een sterk verband met de algemene institutionele ontwikkeling

Co-auteurs: Sierk Plaat en Dragos Aftoni

Ondanks het grote potentieel heeft de F&A-(voedsel- en landbouw-)productie in Sub-Sahara Afrika de bevolkingsgroei nauwelijks bij kunnen houden doordat de groei van de productiviteit achterbleef. In de afgelopen decennia is de regio netto importeur van voedsel geworden. De F&A-handelstekorten stijgen, wat een risico voor de voedselzekerheid vormt. Om dit aan te pakken, moet de regio zijn rol in de F&A-waardeketens verder ontwikkelen. In plaats van productie door overwegend kleine boeren voor een informele markt en export van (landbouw-)grondstoffen moet meer waarde worden toegevoegd in  de verschillende stadia van de waardeketen. De mogelijkheden hiervoor hangen in de eerste plaats af van klimatologische en bodemomstandigheden en de aanwezigheid van de juiste randvoorwaarden. De mate waarin landen gunstige voorwaarden kunnen scheppen, verschilt flink in de regio, en is sterk gerelateerd aan  de algemene institutionele ontwikkeling van de landen, zoals blijkt uit het onderzoek van een aantal relevante indicatoren. 

Het oplopende F&A-handelstekort in Sub-Sahara Afrika stelt hoge eisen aan het beleid

'Afrika blijft overwegend een agrarisch continent’ (Africa Economic Outlook 2015).[1] Voor heel Sub-Sahara Afrika maakt de landbouw 14% van het BBP uit. Maar in veel landen in de regio is de landbouw een van de grootste, zo niet de grootste, economische sector (figuur 1). Landbouwactiviteiten vinden in hoge mate  plaats in de informele economie. Dit heeft belangrijke negatieve gevolgen voor de volledigheid en betrouwbaarheid van de gegevens.[2]

Figuur 1: Toegevoegde waarde landbouw
Figuur 1: Toegevoegde waarde landbouwBron: Wereldbank, Wereld Ontwikkelingsindicatoren

In de loop der tijd is Afrika een netto voedselimporteur geworden. De belangrijkste redenen hiervoor zijn bevolkingsgroei, lage en stagnerende landbouwproductiviteit, verstorend beleid, zwakke instituties en slechte infrastructuur (Rakotoarisoa et al., 2011). De figuren 2 (verschil tussen feitelijke opbrengst en potentiële opbrengst) en 3 (groei totale factorproductiviteit[3]) laten zien dat de Afrikaanse landbouwproductie veel meer achterblijft bij haar potentieel dan de landbouwproductie op andere continenten.

Tegelijkertijd is het landbouwpotentieel van de regio enorm. Belangrijk is dat het mogelijke aanbod van grond voor landbouwdoeleinden veelbelovend is. Maar tegelijkertijd schieten de omstandigheden om dat land te ontwikkelen nog tekort, zoals een geschikte infrastructuur en regelgeving voor het recht op grondbezit (figuur 4).

Figuur 2: Verschil tussen feitelijke opbrengst en potentiële opbrengst - Afrika in vergelijking met andere regio's
Figuur 2: Verschil tussen feitelijke opbrengst en potentiële opbrengst - Afrika in vergelijking met andere regio'sBron: FAOSTAT
Figuur 3: Groei totale factorproductiviteit in de landbouw
Figuur 3: Groei totale factorproductiviteit in de landbouwBron: USDA, Economic Research Service, uit Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en andere landbouwdata verkregen met de in Fuglie et al. (2012) beschreven methoden.

Sub-Sahara Afrika is niet alleen een netto importeur van voedsel geworden, maar het F&A-handelstekort loopt ook steeds verder op. Rakotoarisoa et al. (2011) wijzen erop dat de binnenlandse voedselproductie tussen 1980 en 2007 slechts met 2,7% per jaar is gestegen, nauwelijks meer dan de bevolkingsgroei in dit tijdvak. Dit houdt in dat een toename van de import moest voorzien in een toename van de consumptie per hoofd van de bevolking. Recentere data wijzen uit dat deze trend verder doorzet: figuur 5 laat een snel groeiende onevenwichtigheid op de handelsbalans zien. 

Figuur 4: Mogelijk aanbod nieuwe grond voor regen-afhankelijke landbouw
Figuur 4: Mogelijk aanbod nieuwe grond voor regen-afhankelijke landbouwBron: Wereldbank
Figuur 5: Handelsbalans voor landbouw en veeteelt
Figuur 5: Handelsbalans voor landbouw en veeteeltBron: FAOSTAT

De ontwikkeling van de rol van Sub-Sahara Afrika in de (mondiale) F&A-waardeketens biedt groeimogelijkheden

Om te kunnen voldoen aan de voedsel- en landbouwbehoefte van Sub-Sahara Afrika moet de regio integreren in mondiale F&A-waardeketens en zelf F&A-waardeketens ontwikkelen[4]. In de mondiale waardeketens wordt in ieder stadium van de (toeleverings-)keten waarde toegevoegd voordat deze de grens overgaat naar het volgende stadium.[5] Volgens het IMF kunnen landen door de opkomst van mondiale waardeketens hun relatieve voordelen beter benutten. Ook wordt een verhoogde deelname aan de mondiale waardeketens geassocieerd met meer inclusieve groei. Maar volgens het IMF bevinden de landen in Sub-Sahara Afrika zich over het algemeen nog aan het begin van het integratieproces in de mondiale waardeketens. Hun export begint meestal onder aan de keten, tekenend voor de overheersende rol van grondstoffen in de export. Ook is noch de complexiteit van de export noch de kwaliteit van de geëxporteerde goederen in de afgelopen twee decennia verbeterd in Sub-Sahara Afrika.

Als we de F&A-waardeketens nader bekijken, bestaan ze uit de volgende universele hoofdelementen: input, productie, verwerking, distributie en detailhandel (figuur 6).

Figuur 6: De voedsel- en landbouwwaardeketen
Figuur 6: De voedsel- en landbouwwaardeketenBron: Rabobank

Om waarde toe te voegen aan de hele keten is een holistische benadering nodig, waarin de effectiviteit van iedere stap wordt verbeterd en waar de verschillende elementen van de waardeketen met elkaar worden verbonden en aan elkaar aangepast. In de praktijk houdt dit in dat de productie alleen daar kan plaatsvinden waar input eenvoudig beschikbaar of toegankelijk is; dat de verwerker de eindgebruiker voor ogen moet houden; en dat distributie en detailhandel rekening moeten houden met de fysieke omgeving en de voorkeuren van de consument. In de productie voor lokale markten moeten formele bedrijven bijvoorbeeld een manier vinden om met informele leveranciers te concurreren. Dit is vooral het geval in landen met een zwakke wet- en regelgeving. Ze kunnen dit doen door waarde toe te voegen aan het eindproduct door een betrouwbare aanvoer te garanderen of door hygiëne- en kwaliteitscontroles voor versproducten te bieden. In Kader I staat een voorbeeld van de invloed van regionale verschillen -in dit geval tussen West- en Oost-Afrika- op de kans op ontwikkeling van de zuivelwaardeketen. De productie voor de exportmarkt zorgt weer voor andere uitdagingen: er moet rekening worden gehouden met de ontwikkelingen op de exportmarkt, zoals de toenemende vraag naar duurzaam geproduceerde producten en transparantie over hun oorsprong. Kader II geeft een indruk van hoe dergelijke externe ontwikkelingen de organisatie van de waardeketen van Ethiopische Arabica koffie op de proef stellen.  

Kader I: De zuivelwaardeketen in Sub-Sahara Afrika - een casestudy

Nu de concurrentie in de zuivelsector in Azië en Latijns-Amerika steeds heviger wordt en de melkquota in Europa zijn losgelaten, wordt groei in Afrika gezien als volgende grote kans voor de zuivelsector.

1: Regionale verschillen... 

Consumentenvoorkeuren, productiemogelijkheden en de mate van (in-)formaliteit in de zuivelwaardeketen verschillen enorm in de diverse landen en regio's. Fundamentele factoren als natuurlijke bronnen, de mate van economische ontwikkeling en overheidsinterventie bepalen deze verschillen: 

<br>

 2. ... leveren verschillende problemen op voor de ontwikkeling van de zuivelindustrie

De fundamentele determinanten van de waardeketen verschillen per land en regio en dus verschillen ook de behoefte aan investeringen, de succesfactoren en de voornaamste uitdagingen: 

<br>
Bron: Rabobank

 

Kader II: Ethiopische koffie

Ethiopië is de grootste koffie-exporteur van Afrika. In de hooglanden zijn de klimatologische en bodemomstandigheden dermate gunstig dat er een van de beste Arabica’s  ter wereld wordt geproduceerd. Het land heeft een groot potentieel als goedkope producent voor de wereldwijde koffiespecialiteitenmarkt. Helaas gaat dit potentieel grotendeels verloren  door belemmeringen onder in de koffiewaardeketen. Zo gaat 80% van de door Ethiopië geëxporteerde koffie via de Ethiopische goederenbeurs (ECX). Hierdoor kan de oorsprong van de koffie niet meer worden achterhaald, terwijl de vraag naar duurzaamheid en oorsprong in Europa en de VS juist sterker wordt: Het prijsniveau van duurzame en gecertificeerde koffie ligt tot 30% hoger en blijkt door de jaren heen minder volatiel. Een herziening van wet- en regelgeving voor tracking en tracing van koffiespecialiteiten hoger in de keten en efficiëntere logistieke processen zouden een nieuwe exportgroei teweeg kunnen brengen.                                                                                                                                       

Bron: Rabobank

Voorwaardenscheppend klimaat voor ontwikkeling van F&A-waardeketens verschilt flink per land

Hoe kan Sub-Sahara Afrika nu verder integreren in de mondiale waardeketen en de regionale waardeketens verder ontwikkelen? De mogelijkheden hiervoor hangen in de eerste plaats af van de geografische omstandigheden en de aanwezigheid van een voorwaardenscheppend klimaat.

Onderaan de waardeketen zijn klimaat en bodem de eerste determinanten voor F&A-productie. Figuur 7 laat de belangrijkste agro-ecologische zones voor Afrika zien, met producten die juist in die zones kunnen groeien. 

Figuur 7:Agro-ecologische zones in sub-Sahara Afrika
Figuur 7:Agro-ecologische zones in sub-Sahara AfrikaBron: FAO, Rabobank

Vervolgens moeten de voorwaarden worden geschept om de klimatologische omstandigheden te benutten en een gewas te produceren (of te importeren), het te verwerken en het naar de eindgebruikers te brengen. De randvoorwaarden voor de ontwikkeling van F&A-waardeketens zijn als volgt geïdentificeerd:

Figuur 8: Randvoorwaarden voor de ontwikkeling van F&A-waardeketens
Figuur 8: Randvoorwaarden voor de ontwikkeling van F&A-waardeketensBron: FAO, Rabobank

Iedere randvoorwaarde kan aan een of meer indicatoren worden gekoppeld zodat we een kwantitatieve maatstaf kunnen hanteren voor het ontwikkelingsniveau van een land op dit gebied. In bijlage I staan de gebruikte indicatoren. Sommige indicatoren zijn illustratief voor de algemene institutionele ontwikkeling van een land. Waar mogelijk zijn indicatoren gebruikt die specifiek voor de landbouw gelden, zoals in het geval van landbouwleningen, onderzoek & ontwikkeling en beleid. De relatieve score van een land op deze indicatoren is gebruikt om een samengestelde Z-score te berekenen voor ieder land apart, waarmee wordt aangegeven in hoeverre een land klaar is voor de ontwikkeling van de F&A-waardeketen[6].

Figuur 9 rangschikt de landen in Sub-Sahara Afrika aan de hand van hun Z-score voor het scheppen van een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van F&A-waardeketens. Hierbij moet worden opgemerkt dat van de tien best presterende landen Botswana, Zuid-Afrika, Mauritius, Seychellen, Namibië en Kaapverdië ook tot de top tien van landen behoren waar de landbouw procentueel de minste waarde toevoegt aan het BBP (zie bovenstaande figuur 1). Met andere woorden: landbouw is in deze landen geen kernactiviteit. Dit duidt erop dat de landbouw minder belangrijk wordt naarmate de economie zich verder ontwikkelt en de institutionele kwaliteit verbetert, wat figuur 10 eveneens toont. Tegelijkertijd scoren sommige landen die bekend staan om aantrekkelijke klimatologische omstandigheden voor de landbouw (Zimbabwe) of om een groot potentieel vanwege onontgonnen maar vruchtbaar land (DRC) laag op het gebied van de aanwezigheid van randvoorwaarden  voor de ontwikkeling van F&A-waardeketens.

Figuur 9: Gunstig klimaat voor ontwikkeling F&A-waardeketen - relatieve performance
Figuur 9: Gunstig klimaat voor ontwikkeling F&A-waardeketen - relatieve performanceBron: Rabobank
Figuur 10: Belang van de landbouw voor de economie en F&A Z-scores
Figuur 10: Belang van de landbouw voor de economie en F&A Z-scores Bron: Wereldbank, (Wereld Ontwikkelingsindicatoren), Rabobank

 Bron: Wereldbank, (Wereld Ontwikkelingsindicatoren), Rabobank

Voetnoten

[1] AfDB en OECD, Africa Economic Outlook 2015, blz.19.

[2] Waar er in individuele gevallen alleen data beschikbaar zijn uit vorige jaren, zijn de meest recente data genomen. Als deze meer dan vijf jaar oud zijn, beschouwen wij de data als niet beschikbaar.

[3] De totale factorproductiviteit is een maatstaf voor de efficiëntie waarmee input wordt gebruikt voor de productie.

[4] Rabobank, ‘Looking for Delta. How global companies can help Sub-Saharan Africa reach its F&A potential’, 2012.

[5] IMF, Regional Economic Outlook for Sub-Saharan Africa, 2015.

[6] Bijlage II geeft een overzicht van de Z-score van ieder land voor iedere aparte indicator. De Z-score meet het aantal standaarddeviaties van het gemiddelde en is als zodanig een maatstaf voor de relatieve performance ten opzichte van andere landen. 

Literatuur

AfDB en OECD, Africa Economic Outlook 2015.

Rabobank, Looking for Delta. How global companies can help Sub-Saharan Africa reach its F&A potential, 2012.

Rakotoarisoa, Manitra A., Massimo Iafrate en Marianna Paschali, Why Africa has become a net food importer? Explaining Africa agricultural and food trade deficits, Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties Rome 2011.

IMF, Sub-Saharan Africa Regional Economic Outlook, 2015. 

Bijlagen

Bijlage I: Lijst met indicatoren voor randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de F&A-waardeketen
 Bijlage I: Lijst met indicatoren voor randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de F&A-waardeketen
Bijlage II: Z-scores
Bijlage II: Z-scores

Naar de overzichtspagina van de Sub-Sahara Afrika regiostudie

Colofon

Deze studie is een uitgave van Kennis en Economisch Onderzoek (KEO) van Rabobank.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Macrobond. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Kennis en Economisch Onderzoek aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: FAO: Voedsel- en landbouworganisatie de Verenigde Naties, FAOstat: Statistische afdeling van de FAO, USDA:  Amerikaanse ministerie van landbouw

Gebruikte afkortingen landen: Angola: AO, Benin: BJ, Botswana: BW, Burkina Faso: BF, Burundi: BI, Kameroen: CM, Kaapverdië: CV, Tsjaad: TD, Centraal Afrikaanse Republiek: CF, Comoren: KM, Congo (Democratische Republiek): CD, Congo: CG, Djibouti DJ, Equatoriaal Guinee: GQ, Eritrea: ER, Ethiopië: ET, Gabon: GA, Gambia: GM, Ghana: GH, Guinee: GN, Guinee-Bissau: GW, Ivoorkust: CI, Kenia: KE, Lesotho: LS, Liberia: LR, Madagaskar: MG, Malawi: MW, Mali: ML, Mauritanië: MR, Mauritius: MU, Mozambique: MZ, Namibië: NA, Niger: NE, Nigeria: NG, Rwanda: RW, St Tomé & Principe: ST, Senegal: SN, Seychellen: SC, Sierra Leone: SL, Zuid-Afrika: ZA, Zuid-Soedan: SS, Swaziland: SZ, Tanzania: TZ, Togo: TG, Oeganda: UG, Zambia: ZM, Zimbabwe: ZW

Gebruikte afkortingen valuta: AOA: Angolese kwaza, ETB: Ethiopische birr, KES: Keniaanse shilling, MZN: Mozambique metical, RWF: Rwandese frank, TZS: Tanzaniaanse shilling, UGX: Oegansese shilling, ZAR: Zuid-Afrikaanse rand, ZMW: Zambiaanse kwacha

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rabobank.nl

Eindredactie
Allard Bruinshoofd, hoofd Internationaal Onderzoek

RedactieEnrico Versteegh

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Productiecoördinatie: Ester Barendregt en Christel Frentz

Delen:
Auteur(s)
Ester Barendregt
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 - 21 52312

naar boven