RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Impact van een Brexit omgeven met economische onzekerheden

Themabericht

Delen:
  • De meerderheid van de Britse bevolking stemt in het Brexitreferendum waarschijnlijk vóór lidmaatschap van de EU
  • Een Brexit is voor zowel het VK als de EU vanwege de economische en politieke impact minder gunstig dan behoud van EU-lidmaatschap
  • Als de Brexit toch plaatsvindt, is de impact op de Britse handel, de financiële sector en de onafhankelijkheidsdiscussies van de Britse deelstaten mogelijk significant

Wij verwachten vooralsnog dat de Britse bevolking vóór EU-lidmaatschap zal stemmen tijdens het referendum dat uiterlijk voor eind 2017 zal worden gehouden. Dit vanwege de nationale afweging van de economische en politieke belangen die zijn gemoeid met een vertrek van het VK uit de EU (Brexit). We plaatsen echter wel twee belangrijke kanttekeningen en dan gaat het om aspecten die het eurosceptische sentiment kunnen vergroten. Ten eerste de mate waarin de Britse regering erin slaagt om EU-verdragen te hervormen. Een van de wensen van Cameron is de toegang tot sociale zekerheid voor immigranten te beperken om de instroom van EU-immigranten te verminderen. Dit tornt echter aan het vrije verkeer van personen, één van de fundamentele principes van de unie. Gebrek aan concessies van Europese regeringsleiders zullen het risico op een uittreding vergoten. Op de andere terreinen lijken concessies meer waarschijnlijk, zoals bij hervormingen die de concurrentie verbeteren, de bureaucratie verminderen, de niet-eurozonelanden beschermen, een grotere rol aan nationale overheden geven en het VK vrijstellen van de verdragsdoelstelling ‘ever closer union’.

Ten tweede heeft de turbulente zomer, met de Griekse schuldencrisis en de vluchtelingenproblematiek, al geleid tot een toename van euroscepsis onder de Britse bevolking. In september zou voor het eerst in jaren een meerderheid van de Britten, 51%, voor uittreding stemmen volgens een peiling van de Mail on Sunday. Dit geeft echter niet per se een juist beeld, omdat de Britse peilingen er het afgelopen jaar met de federale verkiezingen en het Schotse referendum behoorlijk naast zaten.

Verdere Europese integratie in gevaar na een Brexit

Een vertrek van het VK is om drie redenen onwenselijk voor de EU. Allereerst is het VK een belangrijke lidstaat met een BBP van ongeveer 10% van het BBP van de EU en een bijdrage van ongeveer 10% aan het EU-budget. Ten tweede zou de Brexit de trend van alsmaar verdere Europese integratie onderbreken en daarmee problematisch kunnen zijn voor de eenwording van Europa. Zeker met de mogelijke uittreding van Griekenland uit de eurozone nog vers in het geheugen en ook gezien de huidige politieke verdeeldheid van EU-landen over de oplossing voor de vluchtelingenstroom. Bovendien is het de vraag in hoeverre een Brexit tot een domino-effect zal leiden. De euroscepsis is namelijk in veel landen toegenomen (zie ook Politieke ontwikkelingen in Europa). Een stap terug in de Europese integratie tornt mogelijk aan de macht van het blok Europa en aan zijn positie in de wereld. Ten derde lijdt de Europese economie vanwege de handelsbelangen onder een Brexit. Eventuele herintroductie van importtarieven zullen vanwege de prijsopslag op Britse producten het besteedbare inkomen van EU-consumenten en de Europese investeringen benadelen. Daarnaast zullen Europese producten vanwege importtarieven minder aantrekkelijk worden voor Britse afnemers. Gegeven het handelsoverschot van de EU met het VK kan dit significante impact hebben. In 2014 bedroeg de export van goederen vanuit de EU naar het VK ruim 6% van de totale export[1]. Voornamelijk Duitsland (6%), Frankrijk (8%) en Nederland (8%, figuur 1)[2] exporteren een relatief groot aandeel van hun goederen en diensten naar het VK. De invoering van importtarieven op Britse goederen kan echter deels worden opgevangen door diversificatie van het handelsverkeer binnen de EU.

Figuur 1: Nederlandse uitvoer naar het VK per sector
Figuur 1: Nederlandse uitvoer naar het VK per sectorBron: OESO

Het Britse EU-lidmaatschap is van speciaal belang voor Nederland omdat beide landen op het gebied van regelgeving vaak dezelfde visie hebben. Bovendien is het VK een sterke tegenpartij voor grootmachten Duitsland en Frankrijk. Bij een Brexit verliest Nederland dus een belangrijke en zwaarwegende bondgenoot in Europese beleidsdiscussies.

Voetnoten
[1] Niet gecorrigeerd voor wederuitvoer.
[2] Exportwaarden voor Duitsland, Frankijk en Nederland zijn gecorrigeerd voor wederuitvoer en dateren van 2011.

Britse overwegingen

De impact van een Brexit op de Britse economie is vooralsnog onduidelijk, maar verloopt via uiteenlopende wegen. Verschillende studies hebben het effect op het Britse BBP geschat, maar de resultaten lopen uiteen van -5 tot +6 procentpunten. Voornamelijk het verlies van toegang tot de Europese interne markt kan een enorme economische impact hebben. Op korte termijn heeft de juridische onduidelijkheid waarmee een Brexit omgeven zal zijn mogelijk een negatieve impact op het investeerderssentiment. 

Britse handel heeft relatief veel te verliezen bij een Brexit

De EU is een belangrijke afzetmarkt voor het VK: van de totale Britse uitvoer had 40% de EU als bestemming (figuur 2). Daarmee droeg de uitvoer naar de EU in 2011 10% bij aan het Britse BBP. Het vrije verkeer van Britse goederen naar de EU vervalt na een Brexit. Zonder vrijhandelsakkoord zouden importtarieven opnieuw worden ingevoerd. Vermoedelijk zullen de Britse autoriteiten er alles aan doen om na een Brexit tenminste gedeeltelijk handelsverdragen met de EU af te sluiten, maar het is nog onzeker in welke mate en op welke termijn er weer vrijhandel zal zijn.

Hoewel meer dan de helft van de totale uitvoer naar de EU commerciële dienstverlening betreft en diensten veelal vrij zijn van importtarieven, kunnen zij wel belemmeringen ondervinden via wet- en regelgeving. Voor alle Britse sectoren is de EU bovendien een belangrijke afzetmarkt (figuur 3). Handelsbelemmeringen zullen dus in elke sector voelbaar zijn.

Figuur 2: EU een belangrijke bestemming van Britse uitvoer
Figuur 2: EU een belangrijke bestemming van Britse uitvoerBron: OESO
Figuur 3: EU is een belangrijke afzetmarkt voor alle Britse sectoren
Figuur 3: EU is een belangrijke afzetmarkt voor alle Britse sectoren Bron: OESO

Zonder nieuwe handelsverdragen met de EU zal het VK een handelsregime hebben op basis van de Most Favoured Nations (MFN) regelgeving van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). De MFN-tarieven zijn op meer dan 95% van de waarde van de goederenuitvoer van het VK naar de EU van toepassing en het handelsgewogen tarief voor het VK zou neerkomen op ruim 3%. Bedrijven in sectoren met hoge MFN-tarieven, zoals de auto-industrie met tarieven van 10% en de tabaksindustrie met tarieven die oplopen tot wel 74,9%, zullen hun concurrentiepositie flink zien verslechteren door de sterke prijsopslag. Dit heeft een negatief effect op de competitiviteit van Britse exporteurs (vergeleken met concurrenten binnen de EU en concurrenten gevestigd in landen met wie de EU een handelsovereenkomst heeft) en gezien het relatief grote Britse handelsvolume met de EU een negatief effect op de Britse economie. Bovendien vervallen na een Brexit ook alle handelsverdragen die de EU met andere landen heeft afgesloten en komt er op de Britse goederenuitvoer naar die landen tevens een invoertarief. Het is aannemelijk dat de Britse overheid beperkte importtarieven op Europese goederen zal heffen, om goodwill te kweken in de EU en om het inkomen van Britse huishoudens en bedrijven te behoeden voor de prijsopslag door invoertarieven (55% van de Britse invoer komt uit de EU, figuur 4).

Figuur 4: EU grote leverancier van Britse invoergoederen
Figuur 4: EU grote leverancier van Britse invoergoederenBron: Office for National Statistics (ONS)

Nieuwe kansen voor de Britse handel?

Zonder EU-lidmaatschap is het VK vrij om bilaterale vrijhandelsakkoorden te sluiten, bijvoorbeeld met de VS en opkomende markten. Een bilateraal akkoord met deze landen is wellicht veel sneller gesloten, omdat er geen rekening hoeft te worden gehouden met de wensen van 28 verschillende landen. Zwitserland en IJsland zijn er de afgelopen twee jaar bijvoorbeeld in geslaagd om een vrijhandelsverdrag met China te sluiten. Het is voor een relatief klein land (VK) tegenover een groot land (China, VS) echter lastig om gunstige voorwaarden af te dwingen. Een blok zoals de EU is daartoe beter in staat aangezien de belangen van het collectief worden behartigd. Daarbij komt dat het vaak jaren duurt om zulke verdragen te sluiten, waardoor het VK deze voordelen pas op lange termijn zou kunnen benutten. 

De Britse financiële sector loopt risico

De Britse financiële sector, met Londen als middelpunt, loopt risico na een Brexit omdat banken mogelijk hun toegang tot de interne markt van de EU en hun paspoortrechten (wederzijdse erkenning van een bankvergunning ) verliezen. Non-tarifaire handelsrestricties zullen dus de uitvoer van financiële diensten belemmeren. Veel bedrijven, banken in het bijzonder, van buiten de EU gebruiken het VK als toegangspoort naar de EU omdat ze profiteren van vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Toegenomen directe investeringen vanuit niet-EU landen in de financiële sector en de omvang van de uitvoer van financiële diensten naar de EU weerspiegelen het belang van het EU-paspoort (figuur 5 en 6). Als het VK de toegang tot de interne markt verliest en transacties met bedrijven en banken op het Europese vasteland lastiger worden, vertrekken banken en financiële bedrijven mogelijk vanuit Londen naar het vaste land van Europa. Een aantal banken en investeringsbedrijven heeft al kenbaar gemaakt/gedreigd uit Londen te vertrekken in het geval van een Brexit.

Figuur 5: Toenemende FDI (van buiten de EU) in de financiële dienstverlening          
Figuur 5: Toenemende FDI (van buiten de EU) in de financiële dienstverleningBron: ONS
Figuur 6: Groot aandeel van de Britse uitvoer van financiële diensten naar de EU
Figuur 6: Groot aandeel van de Britse uitvoer van financiële diensten naar de EUBron: Wereldhandelsorganisatie

EU-immigranten, overheidsfinanciën en regelgeving

Hoewel de aanpassing van het EU-immigratiebeleid een van de speerpunten van de Britse regering is bij de heronderhandelingen van EU-verdragen, heeft de instroom van EU-immigranten een aantal potentiële positieve effecten op de Britse economie. De meeste EU-immigranten reizen naar het VK om werkgerelateerde redenen: of omdat er zekerheid is op een baan, of omdat ze er op zoek gaan naar werk (figuur 7). Van de totale EU-immigranten in het VK had in 2014 ruim 40% tertiair onderwijs genoten (figuur 8). Dit is hoog vergeleken met andere EU-landen met een hoge EU-immigranteninstroom. Bovendien is het aandeel laagopgeleiden dat instroomt relatief klein. De instroom van hoogopgeleiden heeft vanwege hun gemiddeld genomen hoge productiviteit een positief effect op de Britse economie. Dit effect verdwijnt mogelijk als de immigrantenstroom aan banden wordt gelegd. Daarnaast komen Dustmann en Frattini (2014) tot de conclusie dat immigranten vanuit de EU tussen 2001 en 2011 meer belasting betaalden dan dat ze ontvingen aan uitkeringen. Ze hadden per saldo dus een positief effect op de overheidsfinanciën.

Wel zou de Britse overheid netto ongeveer tussen de negen en tien miljard pond per jaar aan afdrachten aan de EU-begroting kunnen besparen als het VK de EU verlaat. Dat is ongeveer een zevende van het voor dit jaar geraamde begrotingstekort.

Na een Brexit zou de Britse economie kunnen profiteren van deregulering van de arbeidsmarkt, verwerping van duur energiebeleid en de mogelijkheid goedkoop voedsel vanuit de hele wereld te importeren. Met name kleine ondernemingen maken hoge kosten door Europese regelgeving.  Als het VK de EU verlaat, betekent dat echter niet noodzakelijkerwijs een intrekking van wetten en regels. Als het VK toegang wil houden tot de interne markt, zal het de EU-regelgeving gedeeltelijk aan moeten houden. Gezien de vele Europese productieketens waar Britse bedrijven een onderdeel van uitmaken, is dit voor veel sectoren wellicht noodzakelijk. Het VK zou in dat geval gedeeltelijk nog steeds de lasten van wet- en regelgeving ondervinden, maar verliest wel zijn inspraak hierop.

Figuur 7: Arbeidsmotieven drijven EU-migranten     
Figuur 7: Arbeidsmotieven drijven EU-migrantenBron: ONS, Internation Passenger Survey
Figuur 8: Relatief hoog aandeel hoogopgeleide EU-immigranten in het VK
Figuur 8: Relatief hoog aandeel hoogopgeleide EU-immigranten in het VKBron: Europese Commissie
Notitie bij figuur 7: EU2: Bulgarije en Roemenië; EU8: Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slowakije en Slovenië; EU15: Oostenrijk, België, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Ierland, Spanje, Zweden en het VK.

Verdeeldheid van de Britse deelstaten over de Brexit-wens

De verdeeldheid van de verschillende Britse deelstaten over de Brexit-kwestie blaast mogelijk nieuw leven in de onafhankelijkheidskwesties van deze deelstaten. Schotland en in mindere mate Wales en Noord-Ierland zijn namelijk meer pro-Europa dan Engeland. Omdat de Engelse bevolking groter is, kan zij de uitslag van het Brexit-referendum in de richting van ‘uittreden’ duwen, terwijl de overige deelstaten mogelijk voor behoud van EU-lidmaatschap zijn. Dit zal tot discussies over onafhankelijkheid binnen het VK, en Schotland in het bijzonder, leiden en mogelijk zelfs tot het (gedeeltelijk) uiteenvallen van het VK.

Brexit – alternatieve scenario’s

Een optie voor het VK na een vertrek uit de EU is lid worden van de Europese Economische Ruimte (EER), zoals Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. De EER is redelijk nauw verbonden met de EU en geeft toegang tot de interne markt maar biedt wel vrijheden op het gebied van regelgeving. Het nadeel van de EER is dat het VK geen onafhankelijk immigratiebeleid zou kunnen voeren, nog steeds te maken zou hebben met EU-regelgeving maar er veel minder invloed op zou hebben, en nog ongeveer de helft van de huidige contributies aan het EU-budget zou moeten afdragen. Dit is dus geen aantrekkelijk alternatief voor het VK.

Dan kan het VK er nog voor kiezen om lid te worden van de EFTA, zoals Zwitserland, die losser met de EU is verbonden. Toegang tot de interne markt blijft dan behouden, maar banken verliezen wel hun paspoortrechten. Ook dit is dus geen aantrekkelijk alternatief voor het VK. 

Delen:
Auteur(s)

naar boven