RaboResearch - Economisch Onderzoek

Lage grondstoffenprijzen goed voor de wereldeconomie?

Economisch commentaar

Delen:
  • De grondstoffenprijzen zijn in juli fors gedaald
  • De lage grondstoffenprijzen hebben waarschijnlijk een negatief effect op de economische groei van landen die per saldo grondstoffen exporteren. Die landen hebben enige beleidsruimte om de economie te ondersteunen en de omvang van het negatieve effect te beperken
  • Landen die per saldo grondstoffen importeren profiteren van de lage prijzen. Gezien hun grotere belang in de mondiale economie kunnen de lage grondstoffenprijzen per saldo positief zijn voor de groei van de wereldeconomie
  • De vooruitzichten voor de grondstoffenprijzen zijn vrij onzeker. Daarom is het raadzaam dat exporterende landen hun beleid aanpassen op minder gunstige prijzen, maar importerende landen mogen zich ook nog niet rijk rekenen. 

Forse daling grondstoffenprijzen…

Sinds 2011 vertonen de prijzen van grondstoffen een neerwaartse trend. In juli dit jaar waren de prijzen 9,5% lager dan begin 2015 en 5,7% lager dan in juni. De daling zien we terug in alle categorieën (figuur 1).

De aanleiding voor de recente prijsdaling lijkt te komen uit China, ’s werelds grootste grondstoffenimporteur. De wereldhandel is fors teruggelopen in de eerste vijf maanden van het jaar en de hoofdreden was een daling van de Chinese invoer (figuur 2). In juni trok de invoer weer aan, maar vervolgens viel de Inkoopmanagersindex voor de Chinese maakindustrie flink terug in juli. Samen met koersdalingen op de Chinese beurs voedde dit de zorgen over de staat van de Chinese economie.

Figuur 1: Grondstoffenprijzen dalen
Figuur 1: Grondstoffenprijzen dalenBron: EIU, Bloomberg
Figuur 2: Daling van Chinese import
Figuur 2: Daling van Chinese importBron: Macrobond

… is slecht voor de grondstoffenexporteurs…

De lagere grondstoffenprijzen treffen vooral de landen die per saldo grondstoffen exporteren.Door de lagere export dalen de inkomsten in buitenlandse valuta, wat de eigen munt en de betalingsbalans onder druk zet. Daardoor deprecieert de eigen valuta, met hogere inflatie en dus minder ruimte voor monetaire verruiming en koopkrachtverlies als gevolg. Dit beperkt de economische groei. Daarnaast leidt de daling van de grondstoffenprijzen vaak tot een daling van de overheidsinkomsten. Dit zet de overheidsuitgaven en hun bijdrage aan de groei onder druk. Landen met een goede economische en budgettaire uitgangssituatie hebben meer ruimte om de klap op te vangen en dus de economische impact te beperken.

De wereld telt 112 landen met een aandeel van grondstoffen in de totale uitvoer van minstens 50%. Die landen zijn goed voor 26% van het mondiale BBP. Binnen die groep richten wij ons op de zeven landen met een aandeel in het mondiale BBP van minimaal 1%: Rusland, Brazilië, Indonesië, Saoedi Arabië, Canada, Iran en Australië. Hun gezamenlijke aandeel in het wereld-BBP bedraagt 14%. Deze landen zijn allemaal netto exporteurs van grondstoffen (zie tabel 1), wat betekent dat het effect van lagere grondstoffenprijzen negatief is voor de economische groei. Daarnaast is de uitvoer van grondstoffen in alle landen behalve Brazilië (6%) goed voor meer dan 10% van het BBP en dus belangrijk voor de economie. 

De daling van de grondstoffenprijzen is als eerste te zien in de wisselkoersen (figuur 3), omdat daarvoor dagelijkse data beschikbaar zijn. Saoedi Arabië en Iran hebben een vaste wisselkoers met de dollar. De valuta van de overige vijf landen deprecieerden in de afgelopen maanden. In Brazilië spelen ook andere problemen een grote rol. Uit een blik op enkele economische indicatoren (zie tabel 2) blijkt dat Australië, Canada en Saoedi Arabië de monetaire ruimte hebben om groei te ondersteunen. Alle landen zullen wel de pijn voelen in de staatskist. Aangezien alle zeven landen een begrotingstekort hebben, is de ruimte voor budgettaire stimulering van de economie beperkt. Brazilië en Indonesië staan er het slechtst voor, omdat de hoge inflatie daar geen ruimte laat voor monetaire verruiming en de hoge lopende rekeningtekorten al veel externe financiering vereisen. In die landen is de grondstoffenuitvoer echter minder belangrijk dan voor de andere landen. Al met al is de impact op de economische groei in deze landen negatief, maar er is wel enige ruimte om de economie met monetair en budgettair beleid te ondersteunen.

Figuur 3: Valuta grondstoffenexporteurs minder waard
Figuur 3: Valuta grondstoffenexporteurs minder waardBron: Macrobond
Figuur 4: Betere economische omstandigheden grondstoffenimporteurs
Figuur 4: Betere economische omstandighe-den grondstoffenimporteursBron: IMF, Markit, UNCTAD

… maar gunstig voor de grondstoffenimporteurs

Ondanks het negatieve effect op de economische groei in de hiervoor genoemde landen zou de mondiale economische groei juist kunnen profiteren van de lagere grondstoffenprijzen. Acht van de grootste economieën, samen goed voor ruim 62% van het wereld-BBP, zijn per saldo importeurs van grondstoffen en profiteren dus van de lagere grondstoffenprijzen. Gezien het belang van de grondstoffenimporten in het totale BBP (zie tabel 1) zijn de lagere prijzen met name gunstig voor China, India, Japan en Zuid-Korea. Ook de eurozone en Turkije kunnen met een netto-grondstoffeninvoer van rond 3% van het BBP profiteren.

De lagere importkosten voor grondstoffen hebben via verschillende kanalen een positief effect op de economische groei in de bovengenoemde landen. Op de korte termijn oefenen de dalende grondstoffenprijzen een neerwaartse druk uit op de inflatie. Hierdoor stijgt de koopkracht van consumenten en neemt de druk op centrale banken om de beleidsrentes te verhogen af. Dit geeft een positieve impuls aan consumptieve bestedingen en bedrijfsinvesteringen. Daarnaast kunnen hogere winstmarges, als gevolg van aanhoudend lagere kosten, op termijn de investeringen van bedrijven bevorderen. 

Door de versnelde daling van de grondstoffenprijzen zakte de inflatie in de meeste hierboven genoemde landen naar minder dan 1,5% in mei van dit jaar (figuur 4). Vooral in de eurozone, het VK en Zuid-Korea is de inflatie bijzonder laag, waardoor het monetaire beleid in deze landen ruim kan blijven. Dit geldt niet voor India en Turkije. Ondanks een daling van gemiddeld 11% in 2013 naar ongeveer 6% in mei 2015 blijft de inflatie in India hoog. In Turkije heeft de forse depreciatie van de lira het gunstige effect van de lagere grondstoffenprijzen op de inflatie grotendeels teniet gedaan.

De ontwikkeling van de inkoopmanagersindices voor de maakindustrie (PMI’s) in de afgelopen maanden suggereert dat zich de hierboven beschreven effecten voor grondstofexporterende en grondstofimporterende landen mogelijk al voordoen (zie figuur 4). Zo wijzen de PMI’s van juli erop dat de grondstofimporteurs het momenteel beter doen dan de grondstofexporteurs. Alhoewel niet alle grondstofimporteurs een verbetering van hun PMI’s zagen staan de indices voor de meeste landen boven het niveau van 50 punten dat op aanhoudende groei in de maakindustrie duidt. De PMI’s van de grondstofexporteurs daarentegen zijn allemaal gedaald naar niveaus van onder de 50 punten (behalve Canada). Gelet op het vooruitlopende karakter van de PMI’s zou de economische groei in de grondstofimporterende landen in de komende maanden dus kunnen aantrekken. Dankzij hun relatief grotere belang in het wereld-BBP zou hierdoor de groeivertraging in de grondstofexporterende landen meer dan gecompenseerd kunnen worden.

Maar het tij zou ook weer kunnen keren

De toekomstige ontwikkeling van de prijzen van grondstoffen is onzeker. Het IMF verwacht dat de grondstoffenprijzen verder zullen dalen, gebaseerd op verwachtingen in de financiële markten. Mede door beleidsstimuli die de Chinese overheid heeft aangekondigd zal de groei in China waarschijnlijk stabiliseren na een terugval in het eerste kwartaal. Dit kan de grondstoffenprijzen helpen stabiliseren. Het is daarom raadzaam dat grondstofexporterende landen hun beleid aanpassen op minder gunstige grondstoffenprijzen. Desalniettemin, grondstoffenprijzen blijven volatiel, dus netto importeurs mogen zich ook niet rijk rekenen.

Bijlage

Tabel 1: Belang grondstoffen in de grootste 20 economieën van de wereld
Tabel 1: Belang grondstoffen in de grootste 20 economieën van de wereldBron: IMF WEO, UNCTAD, Wereldbank
Tabel 2: Economische indicatoren voor de grootste grondstoffenexporteurs
Tabel 2: Economische indicatoren voor de grootste grondstoffenexporteursBron: IMF WEO, IMF IFS, EIU

 

Delen:
Auteur(s)
Alexandra Dumitru
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 2326 6856
Fabian Briegel
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 5357 3114

naar boven