RaboResearch - Economisch Onderzoek

Het geluk van een huidige koopstarter

Column

Delen:

Afgelopen week kreeg ik de sleutel van mijn eerste koopwoning en trad daarmee toe tot het gezelschap van koopstarters in Amsterdam. In deze behoorlijk krappe markt is het toch gelukt om iets te vinden wat past bij mijn woonwensen. Ik ben hier vanzelfsprekend blij mee. Maar als ik over alle verdwenen, aangepaste en nieuwe regels lees, vraag ik me wel eens af: heb ik het nu getroffen of niet?

Verplicht aflossen

Ik begin met de fiscale maatregelen. Tot 2013 konden starters een fiscaal gunstige spaar- of aflossingsvrije hypotheek met aanzienlijk lagere maandlasten afsluiten. Om anno 2015 in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek is annuïtaire of lineaire aflossing verplicht. Meer keuzes zijn er niet, ook wel weer makkelijk. Maar de hogere maandlasten en kleinere fiscale voordelen zijn toch wel een tegenvaller. Het is overigens een annuïteitenhypotheek geworden, want dan zijn de lasten in de eerste jaren net wat lager. De koopgeneratie voor mij kon ook nog volop profiteren van hypotheekrenteaftrek. Sinds 2014 wordt het maximale tarief waartegen een huizenbezitter de hypotheekrente mag aftrekken jaarlijks met 0,5%-punt verlaagd, tot 38% in 2041. Overigens ondervind ik hier zelf nog geen last van.

Minder lenen

Er zijn ook kredietbeperkende maatregelen genomen. Huizenkopers kunnen minder lenen dan een aantal jaren geleden. Dit komt onder andere door de verlaging van de maximale loan-to-value (LTV). In mijn geval kon ik nog maximaal 103% van de woningwaarde lenen. Dat betekende dat ik net geen spaargeld hoefde te gebruiken om alle bijkomende kosten te dekken. Hierdoor houd ik wel geld over voor onverwachte uitgaven en heb ik de meubels uit eigen zak kunnen betalen. De komende jaren zal de LTV verder worden verlaagd. Door deze maatregel moeten koopstarters een steeds groter bedrag meenemen als zij een huis willen kopen. Eerst sparen (en huren), dan pas kopen wordt het devies.

Ook voordelen?

Zijn er dan alleen maar nadelen ten opzichte van de situatie voor de crisis? Nee, zeker niet, want hoewel de huizenprijzen in Amsterdam in de afgelopen periode weer zijn opgelopen, kost een gemiddelde woning nog steeds 6,2% minder dan voor de crisis. Verder is de hypotheekrente historisch laag, de overdrachtsbelasting permanent verlaagd, en uiteindelijk bouw ik nu wel vermogen op, zij het verplicht. En door die aflossingsverplichting is de kans op een toekomstige restschuld op den duur kleiner. Verder is er nu beleidsrust op de woningmarkt en dat neemt onzekerheden weg. Genoeg redenen voor mij om nu een eerste huis te kopen.

Woongenot staat voorop

Terug naar mijn vraag. Hoewel de meeste financieringsvoorwaarden van voor de crisis gunstiger waren, kon ik in 2008 nog helemaal geen huis kopen. Mijn woongenot in mijn studentenkamer was toen optimaal. Dat gold overigens ook voor het vorige huurappartement en hopelijk ook voor het huidige koopappartement. Het samenvallen van mijn persoonlijke woonwensen met het bestaande woningaanbod heeft dus in alle gevallen geleid tot woongenot. En dat is toch het allerbelangrijkste? Ik vraag me nu iets anders af: zijn het wel fijne buren, ligt het balkon wel echt op het zuiden en vind ik die keuken over 2 jaar nog mooi? Als dat allemaal inderdaad zo is, dan ben ik zeker een gelukkige koopstarter. Want ik heb mijn woning tenslotte toch vooral gekocht om plezierig in te wonen. 

Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven