RaboResearch - Economisch Onderzoek

"U bent te duur"

Column

Delen:

"We zoeken nog medewerkers, maar we hanteren een maximumleeftijd van twintig jaar", zei een filiaalmanager van een bekende landelijke winkelketen op maandag. "Míjn afstudeerstage gáát nog wel, maar een klasgenoot moet op zijn stageplek het archief opruimen. Dat had een uitzendkracht ook kunnen doen, maar ja… een stagiair is goedkoper", verzuchtte een HBO-student op dinsdag.

Zomaar twee willekeurige gesprekken die een inkijkje geven in de dynamiek van de arbeidsmarkt. Ik zou nu een betoog kunnen schrijven over verdringing op de arbeidsmarkt. Verdringing van volwassenen door scholieren en studenten, zoals dit gebeurt in de detailhandel en de horeca. En verdringing van laag of middelbaar opgeleide uitzendkrachten door hoogopgeleide stagiairs. Ik zou een pleidooi kunnen houden voor een maximum aantal uren dat scholieren mogen werken. Of een oproep kunnen doen tot betere controle op de inhoud en relevantie van stages door scholen.

Maar als econoom zie ik ook de positieve kant van deze anekdotes: ze laten zien dat prijsprikkels werken! Een werknemer met een nettominimumloon van circa € 7 per uur kost de werkgever al gauw € 11 per uur. Het is niet voor alle werkzaamheden rendabel om voor dit tarief iemand in te huren. En daarom worden sommige functies vrijwel uitsluitend ingevuld door jongeren, omdat het minimumjeugdloon of een stagevergoeding een stuk goedkoper is. Ook blijft er werk liggen. Hoe lager nu de prijs, hoe sneller het loont om iemand in te huren. Maar de prijs die de werkgever betaalt, is niet de prijs die de werknemer ontvangt: belastingen en premies drijven een wig tussen de totale loonkosten voor de werkgever enerzijds en het nettoloon van de werknemer anderzijds.

Politici links en rechts van het midden zijn op dit punt opvallend eensgezind: die ‘wig’ van belastingen en premies moet kleiner, vooral voor laagbetaald werk. Dan kunnen er meer mensen aan het werk en houden zij netto ook meer over. Staatssecretaris Wiebes van Financiën noemt de wig zelfs de ‘draaideurcrimineel van de arbeidsmarkt’. Zo’n lastenverlaging op lage lonen leidt natuurlijk wel tot een daling van de overheidsinkomsten en dit zal elders moeten worden gecompenseerd. Hierover zijn politici al een stuk minder eensgezind. De overheidsuitgaven verder terugdringen? Hogere belasting op de hoogste inkomens, op consumptie of op vermogen? Of moeten we juist ondernemingswinsten of grondstoffenverbruik zwaarder belasten? Waarschijnlijk kunt u zelf wel zo’n beetje invullen welke partij welke voorkeur heeft. Niet voor niets worden de aanstaande belastinghervormingen beschouwd als de lakmoesproef voor het kabinet Rutte II.

Economen kunnen bij dit proces een handje helpen door inzichtelijk te maken welke soorten belasting het minst verstorend werken. Want verstorend zijn belastingen vrijwel altijd, doordat ze leiden tot gedragsreacties, zoals mijn collega Martijn Badir schrijft in zijn Themabericht en Special. En de minst verstorende belasting is helaas ook de minst populaire. Het hervormen van het belastingstelsel is daarom een bijzonder ingewikkelde klus.

Ik hoop dat ze eruit komen, daar in Den Haag. Het vooruitzicht van meer personeel in winkels en restaurants, beter opgeruimde bedrijfsarchieven en interessantere stages stemt mij in ieder geval vrolijk.

Delen:
Auteur(s)

naar boven