RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: een economisch goed begin is het halve werk

Conjunctuurbeeld

Delen:
  • BBP-groei vierde kwartaal 2014 bij tweede CBS-raming bijgesteld van 0,5% naar 0,8%
  • Overheidsfinanciën in 2014 vallen ook beter uit dan verwacht
  • Exportgroei laat versnelling zien aan het begin van dit jaar
  • Lichte terugval particuliere consumptie en productie maakindustrie, vooruitzichten wel positief

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft de groei van het Nederlandse reële Bruto Binnenlands Product (BBP) voor het vierde kwartaal van 2014 naar boven bijgesteld. Het BBP-volume groeide niet met 0,5%, maar met 0,8% ten opzichte van het kwartaal ervoor. Deze bijstelling komt vooral door hogere bedrijfs- en woninginvesteringen. Onze verwachting is dat de BBP-groei in het eerste kwartaal van dit jaar wat terug zal vallen, doordat er in het laatste kwartaal van 2014 veel eenmalige factoren waren die positief aan die kwartaalgroei bijdroegen. Voor heel 2015 gaan wij uit van 1¾% BBP-groei door een aantrekkende exportgroei en een toename van de binnenlandse bestedingen. In 2016 zal de economie naar verwachting ook met 1¾% groeien (tabel 1).

Naast de opwaartse bijstelling van de BBP-groei in het vierde kwartaal van 2014 is ook meer bekend geworden over het overheidstekort en de overheidsschuld over heel 2014. Het begrotingstekort kwam uit op 2,3% van het BBP (figuur 1). Hiermee is de tekortratio van 2013 geëvenaard. Dit ondanks het wegvallen van eenmalige baten uit de 4G-veiling en lagere gasbaten als gevolg van het relatief warme weer in 2014 ten opzichte van het jaar ervoor. De overheidsschuld verbeterde ook en kwam in 2014 uit op 68,8% van het BBP.

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank
Figuur 1: Verbetering overheidsfinanciën
Figuur 1: Verbetering overheidsfinanciënBron: CBS, Rabobank

Export schakelt naar een tandje hoger

De groei van het exportvolume van Nederlandse goederen versnelde aan het begin van dit jaar. In januari nam de goederenexport met 3,7% toe ten opzichte van december 2014 (seizoensgecorrigeerd). Het momentum (3maands/3maands-gemiddelde) bereikte hierdoor zelfs het hoogste punt sinds september 2009 (figuur 2). De waardedaling van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar ondersteunde deze groeiversnelling. Hiermee zet de positieve ontwikkeling van 2014 zich voort. Voor de komende kwartalen gaan wij uit van verdere exportgroei. Inkoopmanagersindices in de voor Nederland belangrijke uitvoerbestemmingen ondersteunen dit beeld (figuur 3). Zij wijzen op verdere groei van de Nederlandse maakindustrie (zie onder) en de daarmee samenhangende export in de komende maanden.

Het productievolume van de maakindustrie daalde in januari 2015 met 1,1% ten opzichte van december 2014 (seizoensgecorrigeerd). In de laatste drie maanden van 2014 nam de productie in de maakindustrie steeds licht toe. In de eerste maand van het nieuwe jaar was er dus sprake van een terugval. Vooruitkijkend verwachten wij dat de maakindustrie steun zal krijgen van een toenemende binnenlandse vraag. De Nederlandse inkoopmanagersindex (PMI) nam in maart met een stand van 52,5 weer licht toe (figuur 3). Het door het CBS gemeten producentenvertrouwen voor de Nederlandse maakindustrie daalde in maart wel. Maar beide sentimentsindicatoren duiden nog steeds op groei van de Nederlandse maakindustrie. Ook de positieve ontwikkeling van de uitvoer wijst hierop (figuur 2). Wij verwachten dan ook dat de sector na de zwakke start van het jaar een sterker vervolg zal laten zien.

Figuur 2: Momentum export stijgt verder
Figuur 2: Momentum export stijgt verderBron: CBS, Rabobank
Figuur 3: Sentiment duidt nog steeds op groei
Figuur 3: Sentiment duidt nog steeds op groeiBron: Markit, Bloomberg

Consument gaat ook zijn steentje bijdragen

In 2014 was de bijdrage van de consumptie van huishoudens aan het BBP relatief laag, met name door het warme weer. Dit had een negatieve invloed op de gasconsumptie in dat jaar. In januari 2015 daalde de particuliere consumptie ten opzichte van december 2014, maar dat was door de sterke groei aan het einde van vorig jaar geen verrassing. Ten opzichte van januari 2014 werd de hoogste jaar-op-jaarstijging behaald sinds november 2010 (figuur 4). Verder nam het consumentenvertrouwen in maart toe doordat consumenten positiever zijn over het algemene economische klimaat. De koopbereidheid onder consumenten steeg echter slechts licht. Naast een verbeterd sentiment zal dit jaar ook de toename van reëel beschikbare huishoudinkomens een positieve impact hebben op de consumentenbestedingen. Gezien deze ontwikkelingen verwachten we dat de consumptie van Nederlandse huishoudens dit jaar meer gaat bijdragen aan de BBP-groei.

De werkloosheid kwam in februari uit op 7,1% (Eurostat/ILO-definitie), na 7,2% in januari. Deze lichte daling van de werkloosheid was vrijwel volledig ingegeven door een afname van het arbeidsaanbod. Voor de komende maanden gaan wij uit van een verdere daling van de werkloosheid doordat de werkgelegenheid weer verder toe zal nemen. Arbeidsmarktindicatoren suggereren dit, zoals de toename van het aantal uitzenduren (figuur 5). Als de werkgelegenheid aantrekt, is dit vaak het eerste merkbaar doordat bedrijven meer flexibelere arbeid zoals uitzendkrachten inhuren.

Figuur 4: Sterke januarimaand door gasnormalisatie
Figuur 4: Sterke januarimaand door gasnormalisatieBron: CBS
Figuur 5: Aantal uitzenduren neemt toe
Figuur 5: Aantal uitzenduren neemt toeBron: CBS, Rabobank
Delen:
Auteur(s)
Björn Giesbergen
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
06 3047 8523

naar boven