RaboResearch - Economisch Onderzoek

Economische groei in Nederlandse regio’s liep sterk uiteen in 2014

Economisch commentaar

Delen:
  • Gigantische regionale verschillen in economische groei in 2014
  • Van +13,4% in Zuidwest-Friesland tot -8,6% in Overig-Groningen
  • Regionale economische structuur zeer bepalend voor de groei

De Nederlandse economie groeide in 2014 met 0,9%. Op 23 april publiceerde het CBS de regionale groeicijfers. De verschillen zijn gigantisch. Zuidwest-Friesland noteerde met maar liefst 13,4% de hoogste groei, terwijl het volume van het Bruto Regionaal Product -de regionale equivalent van het BBP- in Overig Groningen met 8,6% afnam. Kaart 1 toont de groei voor de veertig Nederlandse regio’s. De twee hiervoor genoemde noordelijke regio’s steken schril af tegen hun omgeving.

De sterke krimp van het BRP in Overig Groningen heeft voor een zeer groot deel te maken met de relatief warme wintermaanden en de lage gasconsumptie in 2014. Daardoor was de productie van gas 18,6% lager dan in 2013. Als we de daling van de gasproductie buiten beschouwing laten, dan bedroeg de landelijke economische groei in 2014 niet 0,9 maar 1,4%. Anders gezegd ‘kostte’ de lagere gasproductie ons 0,5%-punt economische groei. Omdat die productie zo sterk is geconcentreerd in Overig Groningen, waardoor de economische groei in die regio zo fors daalde, was de groei in de meeste andere regio’s bovengemiddeld. In slechts vijf regio’s was de groei lager dan 0,9%.

De zeer hoge groei van de Zuid-Friese economie is op het eerste gezicht moeilijker te verklaren. De productiesectoren (de landbouw, de bouw en de industrie) zijn er iets sterker vertegenwoordigd dan landelijk en die sectoren kenden een relatief hoge groei in 2014. Maar dat verklaart geen groei van 13,4%. Waarschijnlijk is ook een deel van de hoge groei toe te schrijven aan de melkveehouderij, een relatief grote sector in Zuidwest-Friesland. Als gevolg van de afschaffing van het melkquotum per 1 april 2015 mogen melkveehouders hun productie opschroeven en kunnen zij profiteren van de groeiende internationale markt voor zuivelproducten. Hoewel die productiegroei pas in 2015 plaatsvindt, is hier door de sector op voorgesorteerd en zijn in de jaren voorafgaand aan de afschaffing forse investeringen gedaan, vooral in 2014. Een deel daarvan zal terecht zijn gekomen buiten de regio, maar ook regionale ondernemers, zoals bouwbedrijven en installateurs, hebben hun graantje meegepikt. Harde cijfers ontbreken maar dat kan ook een deel van de regionale groei verklaren. Overigens is Zuidwest-Friesland in economisch opzicht bijna de kleinste Nederlandse regio (figuur 1). De groei van 13,4% betekent in absolute zin een toename van ongeveer € 300 miljoen. In Groot-Amsterdam, 35 keer zo groot als Zuidwest-Friesland, zou dat een groei van 0,4% betekenen.

Kaart 1: Regionale economische groei in 2014
Kaart 1: Regionale economische groei in 2014Bron: CBS
Figuur 1: Aandeel van de regio’s in het BBP
Figuur 1: Aandeel van de regio’s in het BBPBron: CBS

Hoewel Zuidwest-Friesland en Overig Groningen natuurlijk de absolute uitschieters zijn, zien we nog een paar opvallende groeiers. Zo was de groei relatief sterk in Zuidwest-Gelderland (Rivierenland), Delft en Westland en Noord-Limburg, waarschijnlijk deels als gevolg van de agrarische sector die vanwege het uitzonderlijk warme weer een goed seizoen kende. Met enige goede wil zijn ook de A15, de A27 en vooral de A2, belangrijke transportassen, te herkennen in de kaart. In 2014 was de landelijke groei voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de uitvoer, waardoor vooral exporterende bedrijven konden profiteren. Die zijn relatief sterk vertegenwoordigd in het oosten en het westen van Noord-Brabant en het noorden van Limburg. In Groot-Amsterdam en Groot-Rijnmond viel de groei wat tegen.

Delen:
Auteur(s)

naar boven