RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: broos herstel Nederlandse economie

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Nederlandse economie groeit licht in 2014 en versnelt iets in 2015
  • Particuliere consumptie herstelt in tweede helft van dit jaar en in 2015
  • Arbeidsmarkt vertoont tekenen van herstel
  • Geopolitieke spanningen vormen een neerwaarts risico voor het economische herstel

Tim Legierse geeft een toelichting bij de economische vooruitzichten voor Nederland.

Nadat de economie in de afgelopen vier kwartalen per saldo gegroeid is verwachten we in de rest van dit jaar een milde verdere toename van de economische activiteit, waarvoor vooral de uitvoer en de investeringen verantwoordelijk zijn. Het BBP-volume neemt in 2014 als geheel met naar verwachting ½% toe ten opzichte van vorig jaar. In 2015 leveren ook de consumptieve bestedingen van huishoudens een positieve bijdrage en verwachten wij een BBP-groei van 1½%. Door de toename van de particuliere consumptie zal het herstel volgend jaar ook in de op het binnenland gerichte sectoren zoals de detailhandel, de horeca en de persoonlijke dienstverlening voelbaar zijn. Doordat de werkgelegenheid verder aantrekt zal ook de werkloosheid volgend jaar wat naar beneden komen. De werkloosheid blijft in 2014 nog hoog. Geopolitieke spanningen vormen een neerwaarts risico voor de uitvoer en het vertrouwen en daarmee voor het nog voorzichtige herstel van de Nederlandse economie.

Het uitvoervolume neemt dit jaar naar verwachting met 3% toe ten opzichte van vorig jaar. In 2015 trekt de uitvoergroei onder aanvoering van een hogere mondiale groei aan naar 5½%. Op basis van de betere economische vooruitzichten voor onze belangrijkste handelspartners verwachten wij dat bedrijven de komende jaren weer meer zullen investeren. Dit jaar zullen de reële bruto private investeringen in vaste activa naar verwachting met 1¾% toenemen en volgend jaar met 5%.

Het reëel beschikbare inkomen van huishoudens zal in 2014 na jaren van daling weer licht toenemen als gevolg van de lage inflatie en overheidsbeleid. Balansherstel onder gezinnen, te weten het afbouwen van schulden en het opbouwen van vermogen, zal de consumptiegroei dit jaar nog remmen. Per saldo verwachten we dat de particuliere consumptie in de tweede helft van dit jaar licht zal toenemen. In 2014 als geheel zal er echter nog sprake zijn van een krimp van de consumptieve uitgaven met ¼% ten opzichte van vorig jaar. Het reëel beschikbare inkomen neemt volgend jaar verder toe, vooral door een stijging van de werkgelegenheid. Hierdoor verwachten we dat de consumptie volgend jaar met 1% toeneemt, na drie jaar achtereen te zijn gedaald.

Het bezuinigingsbeleid van de Nederlandse overheid begint inmiddels zijn vruchten af te werpen voor het terugdringen van het tekort. Het overheidstekort zal dit jaar naar verwachting uitkomen op 2¾% van het BBP.

De werkloosheid blijft dit jaar met 7% per saldo hoog (Eurostat/ILO definitie). In de publieke sector, en dan met name de zorg, zullen door bezuinigingen nog banen verdwijnen. In 2015 neemt de totale werkgelegenheid volgens onze voorspelling pas weer toe, vanwege groei van de private werkgelegenheid. Hierdoor daalt de werkloosheid volgend jaar licht, tot 6¾%.

Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank

Tweede kwartaal niet zo sterk als het lijkt

In het tweede kwartaal nam het reële Bruto Binnenlands Product (BBP) met 0,5% toe ten opzichte van het eerste kwartaal. Dit kwam voornamelijk door tijdelijke factoren (figuur 1). Vanuit de bestedingskant droegen de hogere export en particuliere consumptie en de lagere import bij aan de groei (figuur 1). De stijging van de export en particuliere consumptie had vooral te maken met een normalisatie van de gasproductie na een relatief warm eerste kwartaal. Onderliggend waren de ontwikkeling van de consumptie en die van de uitvoer in het tweede kwartaal nog tamelijk zwak, waardoor de BBP-groei van 0,5% nog een te rooskleurig beeld van de werkelijkheid schetst.

Over het afgelopen jaar nam het Nederlandse reële Bruto Binnenlands Product (BBP) met gemiddeld 0,2% kwartaal-op-kwartaal toe. Die groei kwam vrijwel geheel vanuit de uitvoer, onder aanvoering van de hogere mondiale economische groei. Ook de private investeringen namen in het afgelopen jaar gemiddeld genomen toe, doordat het exporterende bedrijfsleven zijn bezettingsgraad toe zag nemen en door het herstel op de woningmarkt. De consumptie van zowel huishoudens als de overheid bleef in dezelfde periode per saldo gelijk. Het herstel is nog broos. Ten eerste is de economische groei van de afgelopen kwartalen nog niet sterk genoeg geweest om te zorgen voor werkgelegenheidsgroei. Daarnaast vormen de ontwikkelingen in Oekraïne en in het Midden-Oosten een duidelijk neerwaarts risico.

Figuur 1: BBP-volume en bestedingscomponenten
Figuur 1: BBP-volume en bestedingscomponentenBron: CBS

Uitvoer draagt het herstel

De uitvoer is al geruime tijd de drijvende kracht achter het herstel van de Nederlandse economie. Direct na de kredietcrisis droeg vooral de groei in de opkomende markten de groei van onze export. Over de afgelopen jaren is de groei in de opkomend wereld wel wat afgekoeld, vooral vanwege een lagere groei van de Chinese economie. Daar staat tegenover dat de economie van de eurozone weer groeit en de groei van belangrijke handelspartners als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk verder aantrekt. Hoewel de BBP-toename in de eurozone in het tweede kwartaal van dit jaar iets wegzakte, wijzen sentimentsindicatoren in de voor de Nederlandse uitvoer belangrijke bestemmingen op aanhoudende groei. De uitvoer krijgt dit en volgend jaar steun in de rug van een verdere daling van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en het Britse pond (figuur 2) (zie ons hoofdstuk over Rente & Valuta).

Figuur 2: Daling wisselkoers euro
Figuur 2: Daling wisselkoers euro tegen belangrijke valutaBron: Macrobond

Een nadrukkelijk risico voor de Nederlandse uitvoer vormt het conflict in de Oekraïne. Er zijn inmiddels internationale sancties ingesteld tegen Rusland, dat heeft gereageerd met een invoerverbod van een jaar op groente, fruit, vlees, vis en zuivel vanuit lidstaten van de EU, de Verenigde Staten, Canada, Australië en Noorwegen. De Russische boycot van agrarische producten betreft 0,1% van de totale Nederlandse goederenuitvoer. Hoewel dit een zeer beperkt deel is van onze export, hebben de sancties wel grote gevolgen voor de Nederlandse landbouw en voedingsmiddelenindustrie.

De toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie van de directe uitvoer van geboycotte goederen naar Rusland bedroeg vorig jaar ongeveer € 300 miljoen (CBS, 2014). Daarnaast exporteren Nederlandse producenten ook veel agrarische producten naar Polen en de Baltische staten, die deze producten vervolgens deels doorvoeren naar Rusland. De toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie van dit type export bedraagt naar schatting nog eens € 300 miljoen, zodat de totale directe schade uitkomt op circa 0,1% van het BBP (€ 600 miljoen). Daarnaast brengen de Russische sancties de agrarische sector schade toe doordat de marktprijs van bepaalde producten is gedaald.

Mocht het conflict verder escaleren, dan zullen meer sancties over en weer volgen en zal een groter deel van de Nederlandse uitvoer worden geraakt. In een dergelijk scenario zal ook het vertrouwen van consumenten en bedrijven verder worden geschaad en is de kans groot dat het toch al voorzichtige economische herstel wordt onderbroken. In het hoofdstuk Blik op de wereld rekenen we voor wat er met de mondiale economische groei zou gebeuren in het extreme scenario waarin de internationale spanningen zouden leiden tot een halvering van de wereldhandelsgroei in de tweede helft van dit jaar en volgend jaar. Voor de Nederlandse economie heeft dit scenario dit jaar nog weinig impact op het jaarcijfer van het BBP, maar volgend jaar zou de groei van het reële BBP substantieel lager uitkomen.

Investeringen nemen verder toe

Het aantrekkende aantal woningverkopen zorgde in de afgelopen kwartalen voor een toename van de woninginvesteringen. Onze verwachting is dat een toename van de nieuwbouw deze investeringen in de tweede helft van het jaar en in 2015 verder zal opstuwen.

Na een gestage toename vorig jaar en in het eerste kwartaal van dit jaar nam de bezettingsgraad van de maakindustrie in het tweede kwartaal van 2014 iets af. Ook de investeringsbereidheid nam in de meeste sectoren iets af in het tweede kwartaal. Hoewel er nog altijd meer ondernemers zijn die dit jaar een investeringskrimp verwachten dan een groei, is het algehele klimaat het afgelopen jaar fors verbeterd (figuur 3).

Figuur 3: Investeringsbereidheid neemt toe
Figuur 3: Investeringsbereidheid neemt toeBron: CBS

Consument nog afwachtend

De stemming onder consumenten is sinds begin 2013 fors verbeterd door het naar de achtergrond verdwijnen van de Europese schuldencrisis, het goede nieuws over het herstel op de woningmarkt en het afnemende tempo waarin de overheid bezuinigt. In augustus nam het vertrouwen plotseling af, waarschijnlijk als gevolg van spanningen in de Oekraïne en het Midden-Oosten (figuur 4). De verslechtering van het sentiment laat zich vooral zien in de deelindicator die de stemming van consumenten over het economische klimaat in de komende twaalf maanden meet. De bereidheid tot het doen van grote aankopen bleef in augustus gelijk.

Het verbeterde vertrouwen vertaalt zich vooralsnog niet in een echt herstel van de particuliere consumptie. Over de afgelopen vier kwartalen nam de consumptie per saldo niet toe. Wel neemt de duurzame consumptie sinds november vorig jaar op jaarbasis weer toe (figuur 5).

Figuur 4: Consumentenvertrouwen daalt door internationale spanningen
Figuur 4: Consumentenvertrouwen daalt door internationale spanningenBron: CBS
Figuur 5: Einde aan daling duurzame consumptie
Figuur 5: Einde aan daling duurzame consumptieBron: CBS

Onze verwachting is dat het herstel op de woningmarkt in de rest van dit jaar voor een verdere groei van de duurzame consumptie zal zorgen. Uit de relatie tussen de activiteit op de woningmarkt en de consumptie in het verleden blijkt dat een stijging van de woningtransacties met 10% in een bepaald kwartaal leidt tot een stijging van de duurzame consumptie van 0,7% (Giesbergen, 2014). In ons Kwartaalbericht Woningmarkt van augustus geven we aan dat we voor 2014 als geheel 135 tot 145 duizend transacties verwachten. De duurzame consumptie zou dan een stimulans krijgen van maximaal 2,2%. Recente ontwikkelingen duiden erop dat we dit jaar zelfs heel goed boven de 145 duizend transacties kunnen eindigen, waardoor de groei van de duurzame consumptie nog iets hoger kan uitvallen. Ook volgend jaar krijgt de particuliere consumptie steun van een verder woningmarktherstel.

Beperkte ruimte voor lastenverlichting

Het begrotingstekort komt dit jaar uit onder de door de Europese Commissie gestelde tekortlimiet van 3% van het BBP. Het tekort komt iets hoger uit dan vorig jaar. Dit komt door het wegvallen uit de begroting van de eenmalige opbrengsten van de 4G telecomveiling en lagere inkomsten uit de gaswinning. Onderliggend is er dus wel degelijk sprake van een verbetering van de overheidsbegroting.

Positief is dat het kabinet dit jaar geen extra bezuinigingen hoeft aan te kondigen bovenop de maatregelen die al bekend zijn. Begin dit jaar heeft het kabinet € 500 miljoen vrijgemaakt om volgend jaar de lasten voor midden- en hogere inkomens te verlichten. Verder zal het kabinet op Prinsjesdag een verdere lastenverlichting bekend maken van omstreeks € 500 miljoen, onder meer gerealiseerd uit een verlaging van het belastingtarief in de eerste schijf met 0,25%. Deze bedragen gaan af van de tekortreducerende maatregelen van circa € 7 miljard in 2015 die het gevolg zijn van reeds voorgenomen beleid (figuur 6). Hoewel het zwaartepunt achter ons ligt, bezuinigt de overheid ook volgend jaar dus wel degelijk.

Figuur 6: Tekortreducerende maatregelen
Figuur 6: Tekortreducerende maatregelenBron: CPB

Werkgelegenheid in de private sector trekt aan

Er zijn voorzichtige teken van herstel op de arbeidsmarkt. De werkloosheid nam in juli voor de derde maand op rij af, van 6,8% van de beroepsbevolking in juni naar 6,7% (Eurostat/ILO definitie) (figuur 7). Er kwam in het eerste en het tweede kwartaal van dit jaar zo goed als een einde aan de krimp van het aantal banen van werknemers (figuur 8). Het aantal banen in de private sector groeide in het tweede kwartaal zelfs licht op kwartaalbasis.

Het groeiende aantal vacatures en een toename van uitzenduren wijzen op een verder herstel van de werkgelegenheid in de private sector in de rest van dit jaar en in 2015. Het herstel zal naar verwachting worden geremd doordat de arbeidsproductiviteit in veel sectoren nog onder het niveau ligt waarop werkgevers weer personeel durven aan te nemen. Onze verwachting is dat het herstel van de werkgelegenheid in absolute zin het meest merkbaar zal zijn in de commerciële dienstverlening (Smid, 2014). Hoewel de werkgelegenheid in de tweede helft van 2014 weer iets toeneemt, zal er over het jaar als geheel nog sprake zijn van een daling.

Figuur 7: Werkloosheid daalt
Figuur 7: Werkloosheid daaltBron: CBS
Figuur 8: Aantal banen krimpt minder hard
Figuur 8: Aantal banen krimpt minder hardBron: CBS

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: GB: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, BE: België, FI: Finland, DK: Denemarken, LT: Litouwen, EE: Estland, LV: Letland, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Hans Stegeman, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven