RaboResearch - Economisch Onderzoek

Japan: reflatie of stagflatie?

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Abenomics levert vooralsnog niet beoogd resultaat op
  • Vooruitzichten rest van 2014 niet hoopgevend
  • Economie stevent af op situatie van lage groei en hoge inflatie
  • Export worstelt voort

Steeds meer signalen wijzen erop dat Abenomics niet het beoogde resultaat gaat opleveren. Doel van dit programma was om de Japanse economie met ongekende budgettaire en monetaire stimuleringsmaatregelen en hervormingen een flinke duw in de rug te geven en de inflatie blijvend tot 2% op jaarbasis op te stuwen. De Japanse economie zou dus een beweging moeten maken van lage groei en deflatie naar hogere groei en een gematigde inflatie. In plaats daarvan stevent zij echter af op een situatie van lage groei en hoge inflatie, ook wel bekend als stagflatie. De verwachting voor de rest van 2014 is nog niet hoopgevend, hoewel de vooruitzichten beter zijn dan voor het tweede kwartaal.

De inflatie -afgemeten aan de CPI- kwam in juni uit op 3,6% op jaarbasis, iets lager dan de verwachte 3,7% voor juli, maar nog steeds rond het hoogste niveau sinds 1991. Voor de Japanse economie is dit een hele prestatie, aangezien zij lange tijd te kampen heeft gehad met deflatie. Bovendien stond de BBP-deflator (de ruimste maatstaf voor inflatiedruk) op 2,0% op jaarbasis, tegen -0,1% in het eerste kwartaal. Dit is een record sinds halverwege de jaren negentig een begin is gemaakt met deze meting. De inflatieverwachting van consumenten bleef mede daardoor ook hoog: 82% van de ondervraagden gaf aan te verwachten dat de prijzen vanaf juni verder zouden stijgen. Dit is minder dan de 89% van februari, maar van deflatieverwachtingen is geen sprake meer.

Hogere inflatie gaat niet gepaard met loonstijging

Het Japanse probleem is echter dat deze hogere inflatie niet gepaard gaat met een stijging van de gemiddelde lonen of van de consumentenkredieten en -bestedingen; het gaat dus nog steeds om een kosteninflatie en niet om een bestedingsinflatie. Een nominale loonontwikkeling van 0,3% op jaarbasis in juni onderstreept dit (figuur 1). Weliswaar is dit een verbetering ten opzichte van de daling op jaarbasis van de nominale inkomens die tussen augustus 2011 en februari 2014 plaatshad. Als de inflatie per maand echter twaalf maal zoveel toeneemt, dan neemt de koopkracht van huishoudens aanzienlijk af. In feite daalden de reële inkomens in juni met 2,1% op jaarbasis. Daarmee is het laagste punt bereikt sinds 1991 (op basis van een 12-maands voortschrijdend gemiddelde bedroeg de reële loonindex 97,5 in juni van dit jaar tegen 105 in januari 1991. De reële inkomens zijn de afgelopen 23 jaar dus met 7,6% gekrompen). De BBP-cijfers over het tweede kwartaal van 2014 reflecteren deze ontwikkeling met een krimp van 1,8% op kwartaalbasis. Op jaarbasis kwam de groei uit op 0% tegen 2,7% in het eerste kwartaal. Zo krachtig en bemoedigend als de groei in het eerste kwartaal was, zo zwak en teleurstellend was deze dus in het tweede kwartaal (figuur 2). De oorzaak hiervan is dat huishoudens in het eerste kwartaal nog snel goederen hebben aangeschaft voordat de overheid de omzetbelasting in april met 3 procentpunt verhoogde (is nu 8%).

Figuur 1: Prijsontwikkeling Japan
Figuur 1: Prijsontwikkeling JapanBron: CEIC
Figuur 2: BBP-groei Japan
Figuur 2: BBP-groei JapanBron: CEIC

Japanse export worstelt door

Ook de Japanse exportsector worstelt door: in juni daalde de uitvoergroei tot 1,9% op jaarbasis terwijl de importgroei steeg tot 8,4%. Zelfs met een zwakkere yen weet de Japanse export nauwelijks te profiteren van het geringe mondiale herstel. Ook binnenlands stelt het land teleur: in april daalden de orders in de machine-industrie met 9,1% op maandbasis, in mei met 19,5% op maandbasis, en juni liet een herstel zien van slechts 8,8% op maandbasis, de helft van de marktverwachting. Verder liet het producentenvertrouwen voor het tweede kwartaal een daling zien. De Nikkei, aanvankelijk explosief gestegen na de introductie van Abenomics, noteerde -5,9% sinds half augustus 2013.

Bank of Japan ziet vooralsnog af van kwantitatieve verruiming

De Bank of Japan (BoJ) lijkt echter nog steeds redelijk positief over de economische vooruitzichten en blijft bij haar doelstelling van een monetaire basis van JPY 270 biljoen (dat wil zeggen dat de kwantitatieve verruiming niet toeneemt). Als er in het derde kwartaal nog geen tekenen zijn van een omslag in de groei of als de regering niet voortmaakt met de economische hervormingen, dan zal de druk op de BoJ om in te grijpen waarschijnlijk verder toenemen. En hoewel de markten aanvankelijk positief zullen reageren op een dergelijke ontwikkeling, is het niet waarschijnlijk dat verdere kwantitatieve verruiming Japan substantieel vooruit zal helpen. Sterker nog, bij gebrek aan structurele hervormingen zou kwantitatieve verruiming wel eens tot verdere stagflatie kunnen leiden.

Tabel 1: Kerngegevens Japan
Tabel 1: Kerngegevens JapanBron: Reuters EcoWin, Rabobank

Auteur
Michael Every

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: GB: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, BE: België, FI: Finland, DK: Denemarken, LT: Litouwen, EE: Estland, LV: Letland, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Hans Stegeman, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)

naar boven