RaboResearch - Economisch Onderzoek

Eurozone: geopolitiek bedreigt pril herstel

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Eurozone-BBP neemt licht toe in 2014 en 2015
  • Geleidelijk aantrekkende binnenlandse vraag draagt de groei, zowel in de Noordelijke als in de Zuidelijke lidstaten
  • Buitenlandse vraag valt nog wat tegen, maar zal langzaam aan kracht winnen
  • Geopolitieke spanningen zorgen voor neerwaartse risico’s

Ondanks de licht teleurstellende eerste helft van dit jaar voorzien wij een geleidelijke toename van het BBP-volume van de eurozone gedurende 2014 (¾%) en 2015 (1½%).Wij verwachten dat dit gematigde groeiherstel slechts mondjesmaat werkgelegenheid zal creëren en daarmee de werkloosheid maar langzaam omlaag zal brengen. Een geleidelijk aantrekkende binnenlandse vraag zal de groei dragen, zowel in de Noordelijke als in de Zuidelijke lidstaten. Tegelijkertijd verwachten wij dat de buitenlandse vraag langzaam aan kracht wint omdat het met de economieën van de belangrijkste handelspartners beter gaat. Een kanttekening hierbij is het neerwaartse risico op de wereldhandel vanuit een onverhoopte verdere toename van geopolitieke spanningen.

Geleidelijk herstel valt stil

Het BBP-volume van de eurozone is in het tweede kwartaal van 2014 gelijk gebleven, na een groei van 0,2% k-o-k in het eerste kwartaal van 2014 (figuur 1). De kwartaalcijfers van de lidstaten verschillen onderling aanzienlijk, waarbij de sterke BBP-groei van Spanje en Portugal, beide +0,6% k-o-k, en Nederland met 0,5% k-o-k opvallend positief was. De cijfers voor het tweede kwartaal zijn beïnvloed door enkele tijdelijke factoren. Door het milde winterweer aan het begin van dit jaar zijn in bijvoorbeeld Duitsland veel bouwactiviteiten naar voren gehaald. Dit had een sterk positief effect op de groei in het eerste kwartaal, maar een negatief effect op de groei in het tweede kwartaal. De afnemende bouwactiviteiten speelden een belangrijke rol in de teleurstellende ontwikkeling van de industriële productie in de eurozone in het tweede kwartaal (-0,2% k-o-k).

Het exportvolume steeg in het tweede kwartaal (0,5% k-o-k), mede door aantrekkende importen vanuit de Verenigde Staten, iets sterker dan het importvolume (0,3% k-o-k). Daardoor was de bijdrage van de netto internationale handel licht positief (0,1%-punt).

Ondanks de stagnatie in het tweede kwartaal is de werkloosheid licht verder gedaald (11,6% in het tweede kwartaal van dit jaar na 11,7% in het eerste kwartaal) door de licht toegenomen werkgelegenheid in het tweede kwartaal. Dit is ook ons beeld voor de komende kwartalen: een licht toenemend BBP-volume en een tergend langzaam dalende werkloosheid in de eurozone.

Figuur 1: BBP-groei eurozone
Figuur 1: BBP-groei eurozone Bron: Reuters EcoWin
Tabel 1: Kerngegevens eurozone
Tabel 1: Kerngegevens EurozoneBron: Reuters EcoWin, Rabobank

Binnenlandse vraag: niet alleen in het Noorden

De binnenlandse vraag in de eurozone toonde de afgelopen kwartalen duidelijk tekenen van herstel. Opvallend was dat ook de binnenlandse bestedingen in enkele Zuidelijke lidstaten eindelijk groeicijfers lieten zien. Vooruitkijkend verwachten wij dat deze trend dit en volgend jaar doorzet, al zal het herstel slechts geleidelijk blijven vanwege aanhoudend remmende factoren als publieke en private schuldafbouw en moeizame kredietverlening.

De afgelopen jaren konden Noordelijke lidstaten als Duitsland, Frankrijk en België hun binnenlandse bestedingen op peil houden, terwijl vrijwel alle Zuidelijke lidstaten forse krimpcijfers moesten noteren. In de afgelopen kwartalen trokken de binnenlandse bestedingen echter ook aan in enkele Zuidelijke lidstaten, zoals Spanje en Portugal. Zo groeide de particuliere consumptie in beide landen de afgelopen vier kwartalen met gemiddeld 0,4% k-o-k, groeicijfers waar de meeste Noordelijke lidstaten niet aan konden tippen. Merk op dat het consumptievolume in Spanje en Portugal nog altijd respectievelijk 7% en 10% onder de pre-crisispiek ligt. Het recente herstel kan worden verklaard door een sterk verbeterd sentiment (figuur 2) en een mildere bezuinigingsinspanning dan in voorgaande jaren. Maar wij benadrukken ook de (tijdelijke) rol van lage inflatie. De gemiddelde eurozone-inflatie is de afgelopen maanden verder gedaald, waarbij het verschil tussen de Noordelijke en Zuidelijke lidstaten in stand is gebleven (figuur 3). Zeker de huishoudens in de Zuidelijke lidstaten konden hierdoor de afgelopen kwartalen profiteren van een reële loongroei. Immers, de gemiddelde cao-loonstijgingen in bijvoorbeeld Spanje en Italië liggen weliswaar onder het eurozone gemiddelde -een logisch gevolg van de hoge werkloosheidspercentages en in Spanje van de doorgevoerde arbeidsmarkthervormingen- maar de nominale loonstijging ligt nog steeds beduidend boven de inflatie in deze lidstaten (figuur 4). Aangezien wij dit en volgend jaar slechts een beperkte prijsstijging verwachten in de eurozone, kan dit positieve koopkrachteffect nog even aanhouden. Wel zal het steeds kleiner worden. Op langere termijn schuilen er gevaren in de lage inflatie: 1) zij ondermijnt de houdbaarheid van hoge nominale publieke en private schulden en 2) vanwege nominale loonstarheid tast zij de aantrekkelijkheid aan van het in dienst hebben van werknemers. Hierdoor laat het zeer gewenste herstel op de arbeidsmarkt langer op zich wachten.

Figuur 2: Sentiment aanzienlijk verbeterd
Figuur 2: Sentiment aanzienlijk verbeterd Bron: Macrobond
Figuur 3: Inflatieverschillen eurozone
Figuur 3: Inflatieverschillen eurozone Bron: Macrobond

Ook de private investeringen zijn de afgelopen kwartalen in nagenoeg de hele eurozone aangetrokken. Met name bedrijfsinvesteringen in diverse Zuidelijke lidstaten zullen dit en komend jaar verder aantrekken, ingegeven door de verbeterde economische vooruitzichten en de afgenomen onrust op de financiële markten. Bouwinvesteringen zullen juist daar wel achterblijven, vanwege de nog altijd forse leegstand in bijvoorbeeld Spanje. De laatste Bank Lending Survey van de ECB ondersteunt dit. Hieruit blijkt dat de kredietvraag minder krimpt en de verstrekkingsvoorwaarden het laatste kwartaal licht zijn versoepeld. In een aantal Noordelijke lidstaten, waaronder Duitsland, is het producentenvertrouwen recentelijk juist wat gedaald. De geopolitieke spanningen en de onzekerheid die dit oplevert voor het prille economische herstel hebben hier vermoedelijk aan bijgedragen. Wij houden er rekening mee dat de ingevoerde handelssancties en de onzekerheid een negatieve impact hebben op de export- en investeringsontwikkeling in het derde kwartaal. Een escalatie van het conflict in Oost-Oekraïne geldt dan ook als een voornaam neerwaarts risico voor het Europese investeringsklimaat (zie ook de tekst Blik op de wereld).

Figuur 4: Loonontwikkeling verschilt sterk
Figuur 4. Loonontwikkeling verschilt sterkBron: Macrobond

Buitenlandse vraag valt vooralsnog wat tegen

Waar het economische herstel de afgelopen jaren in grote mate afhankelijk was van de buitenlandse vraag, verwachten we dat de netto internationale handel dit jaar licht negatief gaat bijdragen aan de volumegroei. Door de langzaam aantrekkende binnenlandse vraag in zowel de Noordelijke als de Zuidelijke lidstaten stijgt ook het importvolume. Tegelijkertijd bleef de groei van het exportvolume in de eerste helft van dit jaar nog achter. Wij verwachten desondanks dat de exportgroei weer langzaam gaat aantrekken, van 2¼% in 2014 naar 3¾% in 2015. Zo zal de wat zwakker wordende euro -de koers ten opzichte van de US dollar is sinds afgelopen mei met ruim 5% gedaald- de export een duwtje in de rug kunnen geven. Ook de sterke groeicijfers in belangrijke handelspartners van de eurozone zoals de VS, VK en China, ondersteunen het beeld van een herstellende buitenlandse vraag.

De negatieve invloed van het conflict in Oost-Oekraïne op de export valt naar verwachting mee (zie een recent Economisch Commentaar). Slechts 5% van de exportwaarde uit de eurozone gaat naar Rusland (zie figuur 5). De figuur toont alleen de exporten buiten de eurozone, terwijl iets meer dan de helft van de exportwaarde van de individuele lidstaten binnen de eurozone zelf blijft. Indirect kan het conflict, in combinatie met diverse andere conflicten wereldwijd, wel effect hebben op het mondiale sentiment en daarmee op de importbehoefte van de handelspartners van de eurozone (box 1). Het magere herstel in de eurozone blijft voorlopig dus omgeven met neerwaartse risico’s.

Figuur 5: Exportpartners eurozone 2013
Figuur 5: Exportpartners van de eurozone in 2013Bron: Reuters EcoWin

Box 1: Variant wereldhandel

In ons basisscenario gaat de netto internationale handel volgend jaar weer positief bijdragen aan de BBP-groei in de eurozone. Een risico bij deze raming is echter dat niet alleen het conflict in Oost-Oekraïne, maar ook de vele andere internationale spanningen kunnen leiden tot een zwakker economisch klimaat wereldwijd en daarmee tot een lagere groei van de wereldhandel. Een berekening met het macro-economische model NiGEM biedt een indicatie van wat er zou gebeuren als de wereldhandelsgroei in de tweede helft van dit jaar en volgend jaar zou halveren ten opzichte van ons centrale pad. Een kanttekening bij deze variant is dat er geen rekening mee wordt gehouden in welke landen de verminderde importbehoefte plaatsvindt. Een andere aanname is dat er geen stimulerend budgettair of monetair beleid wordt gevoerd als reactie op de verminderde wereldhandelsgroei. De algemene impact van een lagere wereldhandelsgroei raakt vooral kleine, open economieën.

Tabel 2: Uitkomsten variant halvering van de groei van de wereldhandel
Tabel 2: Uitkomsten variant halvering van de groei van de wereldhandelBron: NiGEM, Rabobank

Tabel 2 laat zien dat het effect van een wereldhandelsschok weinig invloed heeft op het jaarcijfer van 2014. Dit is weinig verrassend omdat de effecten in de laatste twee kwartalen van dit jaar weinig impact hebben op het jaarcijfer van 2014. In 2015 zien we dat een negatieve bijdrage vanuit de netto internationale handel de economische groei behoorlijk drukt. In ons basisscenario bedraagt deze +¼%-punt, waar de bijdrage in deze variant naar -¼%-punt gaat. In kleine, open economieën zoals Nederland en België is de afname van de BBP-groei ongeveer twee keer zo groot als in landen met een grotere, meer gesloten economie als Frankrijk en Italië. Als gevolg van de verslechterde economische dynamiek neemt ook de binnenlandse vraag in de eurozone licht af ten opzichte van het basisscenario en neemt de werkloosheid juist licht toe.  

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: GB: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, BE: België, FI: Finland, DK: Denemarken, LT: Litouwen, EE: Estland, LV: Letland, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Hans Stegeman, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:

naar boven