RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Blik op de wereld: neerwaartse geopolitieke risico’s

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht

  • Zeer geleidelijk herstel wereldeconomie zet door in 2014 en 2015
  • Groeiversnelling industrielanden
  • Neerwaartse risico’s in de vorm van geopolitieke spanningen toegenomen
  • Conflict in Oost-Oekraïne raakt vooral Europese economie
  • Ontwikkelingen in Libië en Iran kunnen leiden tot hogere olieprijs

Het zeer geleidelijke herstel van de mondiale economie zal dit en volgend jaar naar verwachting doorzetten. Wij constateren echter dat de neerwaartse geopolitieke risico’s de afgelopen maanden sterk zijn toegenomen. Het conflict in Oost-Oekraïne kan met name de Europese economie parten spelen, maar daarnaast zijn er diverse andere geopolitieke spanningen die de mondiale economie kunnen raken via bijvoorbeeld een lagere wereldhandelsgroei of een hogere olieprijs. Dit toont eens te meer aan dat het herstel van de wereldeconomie zeer fragiel is.

Hans Stegeman geeft een toelichting bij de internationale economische vooruitzichten.

Industrielanden pakken handschoen op

Naar verwachting vertoont de mondiale economie dit en volgend jaar een geleidelijk aantrekkend herstel. De groei zal naar verwachting zowel in 2014 als in 2015 licht hoger liggen dan de 3,2% BBP-volumegroei van vorig jaar. Dit lijkt in tegenspraak met de wat tegenvallende mondiale cijfers in de eerste helft van dit jaar. Zowel de mondiale industriële productie als de wereldhandel presteerde in de eerste zes maanden van dit jaar minder dan in de laatste maanden van vorig jaar (zie figuur 1 en 2). Dit kwam echter door tijdelijke negatieve factoren zoals de zeer koude winter in de VS. Naar verwachting zal het herstel in de tweede helft van dit jaar wat aan kracht winnen, zowel in de industrielanden als in de opkomende markten.

Per saldo verwachten wij dat de economische groei in de geïndustrialiseerde economieën volgend jaar iets versnelt ten opzichte van 2014. In de geïndustrialiseerde wereld is er nog steeds sprake van een twee-sporenherstel, waarbij het verschil tussen de aantrekkende economieën van de VS en het VK enerzijds en de kwakkelende economie van de eurozone anderzijds steeds duidelijker wordt (zie ook de hoofdstukken VS en Eurozone elders in dit Kwartaalbericht). Zowel in de VS als in het VK blijft het herstel op de woningmarkt naar verwachting gesteund door de lage rente, terwijl ook de vooruitzichten op de arbeidsmarkt nog steeds verbeteren. Zeker voor de VS verwachten wij een duidelijke groeiversnelling in 2015 ten opzichte van dit jaar. Dit staat in schril contrast met het magere herstel in de eurozone, die naar verwachting dit en komend jaar blijft kampen met een hoge werkloosheid en lage inflatie. De mogelijkheid en bereidheid tot verdere budgettaire en monetaire stimulering in de eurozone is zeer beperkt.

De Japanse economie kent sinds vorig jaar een eigen dynamiek die sterk afhangt van het stimuleringsbeleid, ook bekend als Abenomics. Deze afhankelijkheid werd onderstreept door het grote negatieve effect van de BTW-verhoging op de teleurstellende BBP-cijfers in het tweede kwartaal van dit jaar. Twijfels over de effectiviteit van Abenomics op de lange termijn zijn hierdoor alleen maar toegenomen, te meer daar de ‘derde pijler’ van het beleid (structurele hervormingen) nog niet echt op stoom komt (zie ook het hoofdstuk Japan).

Figuur 1: Zwak 14H1 wereldhandel
Figuur 1: Zwak 14H1 wereldhandelBron: Macrobond
Figuur 2: Afnemende groei productie
Figuur 2: Afnemende groei productieBron: Macrobond

De verwachte economische versnelling van de industrielanden lijkt in mindere mate op te gaan voor de meeste opkomende landen. De Aziatische groeimarkten spelen hierin een cruciale rol. Deze regio vertegenwoordigt in 2014 naar verwachting 27% van het mondiale BBP, gemeten in koopkrachtpariteit (figuur 3). De opkomende Aziatische landen, die sterk afhankelijk zijn van de groei in China, hebben de afgelopen maanden nog kunnen profiteren van de recente Chinese stimuleringsmaatregelen in de vorm van investeringen in spoorwegen en huizenbouw. Vooruitkijkend verwachten wij echter een wat lagere Chinese groei, mede omdat de huizenmarkt geleidelijk blijft verzwakken (zie ook het hoofdstuk China). Ook andere opkomende markten kunnen naar verwachting volgend jaar geen substantiële groeiversnelling laten zien. Landen die in sterke mate kunnen profiteren van het aantrekkende herstel in de VS, zoals Mexico, vormen hierop een uitzondering. Overigens blijven de opkomende markten dit en volgend jaar veruit de belangrijkste groeibijdrage –ongeveer drie kwart- leveren aan de mondiale economie.

Figuur 3: Aandeel Azië steeds groter
Figuur 3: Aandeel Azië steeds groterBron: Reuters EcoWin, Rabobank

Geopolitieke risico’s: Oost-Oekraïne

Per saldo blijft de macro-economische impact van het huidige conflict in Oost-Oekraïne op zowel de mondiale als de Europese economie in ons basisscenario beperkt. De mondiale economie toont weliswaar een geleidelijk aantrekkend herstel, maar tegelijkertijd constateren wij dat de neerwaartse risico’s de afgelopen maanden zijn toegenomen. Deze spelen met name op het geopolitieke vlak. In deze paragraaf bekijken we de impact van het conflict in Oost-Oekraïne, in de volgende paragraaf beschrijven we de economische impact van een mogelijk hogere olieprijs als gevolg van spanningen in diverse olieproducerende landen.

Met betrekking tot Oost-Oekraïne maken we onderscheid tussen de verwachte effecten op basis van de huidige stand van zaken en de mogelijke additionele effecten in geval van escalatie. Op basis van de huidige situatie spelen er allereerst directe effecten ten gevolge van de wederzijdse handelssancties. Deze raken met name de Europese Unie (EU), aangezien zij veruit de belangrijkste handelspartner is van Rusland met 42% van de Russische goederenimporten in 2012. Binnen de EU verschilt de situatie sterk per land en sector. Figuur 4 laat zien dat met name de Baltische staten, Finland en in mindere mate Polen last zullen ondervinden van de sancties op landbouwproducten. De totale directe impact van de sancties op de Europese economie zal naar onze inschatting echter beperkt zijn. De export van landbouwproducten naar Rusland bedroeg in 2013 slechts 0,18% van de totale EU-28 goederenexport. Maar er is ook sprake van indirecte effecten. Ten eerste spelen er secundaire effecten doordat handelsstromen van agrarische producten worden verlegd van Rusland naar de Europese markt. Ten tweede moeten we rekening houden met een verslechtering van het Europese consumenten- en producentenvertrouwen. De verzwakte Economisch Sentiment Indicator van de EC in augustus vormt hiervan het eerste geënquêteerde bewijs.

Figuur 4: Impact handelssancties
Figuur 4: Impact handelssanctiesBron: Eurostat, Rabobank

De neerwaartse risico’s ten opzichte van de huidige situatie zijn echter toegenomen. Een escalatie van het conflict in Oost-Oekraïne kan via mogelijk opgevoerde handelssancties een veel grotere impact hebben op de Europese export. Hierbij blijft het onwaarschijnlijk dat Rusland importrestricties oplegt op voor de Russische economie cruciale goederen en diensten. Hoewel de impact van een escalatie van handelsmaatregelen mondiaal merkbaar zal zijn, blijft onze inschatting dat de effecten in Europa het meest duidelijk zullen worden gevoeld. Een onverhoopte militaire escalatie kan via het vertrouwenskanaal, zowel in de reële economie als op de financiële markten, zowel in de EU als daarbuiten voelbaar zijn. Een verslechtering van het mondiale economische sentiment kan ook haar weerslag hebben op de wereldhandelsgroei; box 1 schetst de impact van deze variant. Op de financiële markten zullen kapitaalmarktrentes verder dalen -ten gevolge van een sterkere vraag naar veilig staatspapier- en aandelenkoersen verder omlaag komen.

 

 

Box 1: Variant wereldhandel

Een risico bij deze raming is dat niet alleen het conflict in Oost-Oekraïne, maar ook andere internationale spanningen kunnen leiden tot een zwakker economisch klimaat wereldwijd en daarmee tot een lagere groei van de wereldhandel. Een berekening met het macro-economische model NiGEM biedt een indicatie van wat er zou gebeuren als de wereldhandelsgroei in de tweede helft van dit jaar en volgend jaar zou halveren ten opzichte van ons centrale pad. Een belangrijke aanname is dat er geen stimulerend budgettair of monetair beleid wordt gevoerd als reactie op de verminderde wereldhandelsgroei.

Tabel 1: Uitkomsten wereldhandelsvariant
Tabel 1: Uitkomsten wereldhandelsvariantBron: NiGEM, Rabobank

Tabel 1 laat zien dat het effect van een wereldhandelsschok weinig invloed heeft op de jaarcijfers van 2014. Dit is weinig verrassend omdat de effecten in de laatste twee kwartalen van dit jaar weinig impact hebben op het jaarcijfer van 2014. In 2015 zien we dat de mondiale economische groei met 0,5%-punt wordt gedrukt ten opzichte van het basisscenario. In de meeste grote economieën is de negatieve impact ongeveer vergelijkbaar, al zal een 0,6%-punt lagere groei in de eurozone –vanwege het lage groeiniveau- anders voelen dan een 0,5%-punt lagere groei in China. Alleen de VS heeft als grote, relatief gesloten economie minder last van een lagere wereldhandelsgroei. Zie ook de tekst Eurozone voor een uitgebreidere beschrijving van de impact van deze variant op de muntunie.  

Meer geopolitiek: spanning rond olieproductie

Een ander risico vormt een mogelijk hogere olieprijs. Hoewel veel aandacht uitgaat naar het conflict in Oost-Oekraïne, zijn er diverse andere geopolitieke risico’s die de mondiale economie kunnen raken. Omdat een aantal conflictsituaties en instabiele overheden zich concentreren in olieproducerende landen, beschrijft deze paragraaf de gevolgen van een verhoogde olieprijs, als reactie op een onverhoopte escalatie van deze conflicten. Hierbij vormen juist de internationale conflicten die recentelijk veel media-aandacht hebben gekregen, de patstelling in Oost-Oekraïne en de IS-opmars in Irak, slechts een beperkt direct risico voor de olieprijs. De drempel voor het opleggen van handelsrestricties op olie- en gasexporten vanuit Rusland is zowel voor Rusland zelf als voor Europa zeer hoog. Voor Irak is de omvang van de olieproductie in het door IS-gecontroleerde Noord-Irak te beperkt om een significante invloed te hebben op de mondiale prijs. Deze inschatting ligt anders voor de olieproductie en –export vanuit Libië en Iran, aldus politiek analist Eurasia en de International Energy Agency (2014). In Libië bedreigt de aanhoudende politieke instabiliteit de voorzichtige herstart van de olie-export eerder dit jaar. In Iran is de uitkomst van de onderhandelingen met de VS over het Iraanse nucleaire programma van cruciaal belang voor het opheffen of juist aanscherpen van de export-restricties voor Iraanse olie. Het mislukken van deze onderhandelingen, alhoewel dit niet wordt gezien als basisscenario, geldt als een voornaam risico voor een hogere olieprijs. Box 2 schetst de mondiale impact van een variant met een hogere olieprijs.

Box 2: Variant olieprijs

Door middel van een variant berekend met het macro-economische model NiGEM onderzoeken wij de economische effecten van een hogere olieprijs. Deze variant betreft een verhoging van de olieprijs met $ 20 per vat vanaf het vierde kwartaal van 2014 tot en met het vierde kwartaal van 2015 (zie figuur 5). Het basispad voor de olieprijs is gebaseerd op future-prijzen. Tabel 2 laat de resultaten van deze variant zien. Een olieprijsschok laat het mondiale BBP volgend jaar met 0,2%-punt afnemen ten opzichte van het basisscenario. De negatieve economische impact is groter op de energie-importerende eurozone en VS. In de eurozone heeft een dergelijke olieschok tot gevolg dat de economische groei 0,5%-punt minder hard groeit dan in ons basisscenario en dat de werkloosheid volgend jaar niet daalt zoals in ons basisscenario, maar stabiel blijft. Zowel in de VS als in de eurozone stijgt de inflatie komend jaar fors in deze variant. Voor de eurozone lijkt dit zelfs wenselijk omdat de inflatie in 2015 dichter bij de ECB-doelstelling van 2% zit, maar wij benadrukken dat dit energie-gedreven effect geheel van tijdelijke aard is. Deze resultaten gelden onder de aanname dat centrale banken niet reageren op een energie-gedreven verhoging van de inflatie door middel van een hogere beleidsrente.

Figuur 5: Olieprijs-variant
Figuur 5: Olieprijs-variantBron: NiGEM, Rabobank
Tabel 2: Uitkomsten olievariant
Tabel 2: Uitkomsten olievariantBron: NiGEM, Rabobank

Referenties
International Energy Agency (2014), Oil Market Report August 2014.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: GB: Verenigd Koninkrijk, IE: Ierland, VS: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, BE: België, FI: Finland, DK: Denemarken, LT: Litouwen, EE: Estland, LV: Letland, CY: Cyprus, PT: Portugal, SI: Slovenië

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: 
Hans Stegeman, hoofd Internationaal Onderzoek
Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp en Reinier Meijer

Delen:
Auteur(s)
Michiel Verduijn
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven