RaboResearch - Economisch Onderzoek

Eurozone: fragiel herstel ja, paniek nee

Economisch commentaar

Delen:
  • De recente verslechtering van het marktsentiment heeft diverse oorzaken
  • De terugval van de maakindustrie is vooralsnog een Duits verhaal
  • Het langzame herstel van de binnenlandse vraag zet voorlopig door
  • Ons beeld van een fragiel herstel van de eurozone wordt eens te meer bevestigd

Pessimisme financiële markten

De afgelopen weken was er sprake van een duidelijke verslechtering van het sentiment op de financiële markten. Dit was onder andere merkbaar in een stevige correctie op de mondiale aandelenbeurzen en een verdere daling van de Europese kapitaalmarktrente. Hierin speelden de recente teleurstellende economische cijfers uit Duitsland een belangrijke rol. Dit is opmerkelijk aangezien tot voor kort negatieve ontwikkelingen in de reële economie nauwelijks effect hadden op het marktsentiment. Wij benadrukken echter dat deze teleurstellende cijfers moeten worden gezien tegen de achtergrond van diverse negatieve factoren die de afgelopen maanden al speelden. Wij onderscheiden 1) de groeivertraging in diverse opkomende markten, zoals ook beschreven in de World Economic Outlook van het IMF, 2) diverse geopolitieke spanningen, zoals het conflict in Oost-Oekraïne en de daaruit volgende handelssancties 3) zorgen over specifieke ontwikkelingen in enkele eurozone lidstaten, zoals de begrotingsproblematiek in Frankrijk en de politieke instabiliteit in Griekenland.

In de volgende paragraaf kijken wij in meer detail naar recente economische data van de vier grootste eurozone lidstaten. Wij komen tot de conclusie dat de eurozone economie ook in het derde kwartaal waarschijnlijk dicht bij de nulgroei heeft gezeten.

(Tijdelijke) zwakte maakindustrie vooral Duits verhaal

Zoals beschreven in ons Economisch commentaar Recente zwakte Duitse economie vooralsnog tijdelijk van aard was de harde Duitse data van augustus slechter dan verwacht, maar is dit gedeeltelijk te verklaren door een verschoven vakantieplanning. In augustus, de eerste maand na de ramp met de MH17, daalde de industriële productie in Duitsland met 4,3% m-o-m, terwijl deze in de overige drie grote eurozone landen (Frankrijk, Italië en Spanje) stabiel bleef of licht steeg. Ook het negatieve effect van het conflict in Oost-Oekraïne op de inkoopmanagers index (PMI) is het meest zichtbaar in Duitsland (figuur 1). Zowel in Spanje (52,6) als in Italië (50,7) ligt de PMI voor de maakindustrie nog boven het neutrale niveau (50), waarmee ze op groei wijzen. De recente zwakte lijkt dus vooral een Duits verhaal, waarbij de komende maanden moeten uitwijzen in welke mate sprake was van tijdelijke factoren.

Figuur 1: Recente daling sentiment
Figuur 1: Recente daling sentimentBron: Bloomberg

Herstel binnenlandse vraag lijkt door te zetten

In de afgelopen kwartalen zagen we dat de binnenlandse vraag binnen de eurozone weer duidelijk tekenen van herstel begint te vertonen (zie ons laatste Economische Kwartaalbericht eurozone). Allereerst is er sprake van een geleidelijke verbetering van het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens vanwege de lage inflatie en het recente herstel van de werkgelegenheid. Zeker in Duitsland is sprake van een forse reële loongroei. Wel is het consumentenvertrouwen geraakt door het conflict in Oost-Oekraïne, maar in veel landen ligt het niveau nog altijd boven het langetermijngemiddelde (figuur 2). In enkele eurozone lidstaten, waaronder Nederland, lijkt het vertrouwen in oktober alweer licht te zijn hersteld. Op basis hiervan zien wij geen aanleiding voor een terugval in het recente herstel van de binnenlandse vraag.

Figuur 2: Consumentenvertrouwen nog steeds boven het langetermijngemiddelde
Figuur 2: Consumentenvertrouwen nog steeds boven het langetermijngemiddeldeBron: Macrobond

Dus geen paniek, maar wat dan wel?

Het angstbeeld van een aanstaande recessie is naar onze inschatting dus niet terecht. Dit laat onverlet dat wij al geruime tijd onderkennen dat de uitgangssituatie van de eurozone zeer zwak is en dat er op zijn best sprake is van een fragiel herstel. Immers, de komende jaren zullen diverse factoren de groei van de binnenlandse vraag blijven remmen. De belangrijkste groeiremmers zijn de aanhoudende noodzaak tot publieke en private schuldafbouw en de zeer moeizame bancaire kredietverlening. De negatieve impact van deze factoren zal de komende jaren slechts geleidelijk afnemen. Dit beeld ligt ook ten grondslag aan onze inschatting dat de gemiddelde inflatie in de eurozone nog geruime tijd laag zal blijven en de werkloosheid juist hoog, zoals beschreven in onze recente Special Deflatie in de eurozone: is het waarschijnlijk?. Ook verder vooruitkijkend stellen wij dat de eurozone, vanwege onder andere vergrijzing en een verwachte lagere groei van de arbeidsproductiviteit, beter kan wennen aan lagere economische groei. Zie onze recente Special Het groeiperspectief van de eurozone voor een uitgebreide analyse.

Onderliggend toont de vooruitblik voor de eurozone dus slechts een zeer gematigd herstel. Wij zien de ontwikkelingen van de afgelopen weken vooral als een waarschuwing dat Europa de geleidelijke verbetering van het sentiment in de afgelopen twee jaar niet als een gegeven mag beschouwen. In een wereld vol geopolitieke risico’s en grillig marktsentiment is de weg van een fragiel herstel naar een tijdelijke dip snel afgelegd.

Delen:
Auteur(s)

naar boven