RaboResearch - Economisch Onderzoek

MKB Regio Top 40

Themabericht

Delen:

De nieuwe MKB Regio Top 40 is uit. Zoals u van ons gewend bent, rangschikken we daarin de veertig Nederlandse regio’s op basis van de prestaties van het MKB in het afgelopen jaar. Om met de deur in huis te vallen: Zeeuws-Vlaanderen is de winnaar van 2013! In dit themabericht leest u hoe wij de prestaties van het MKB meten en hoe de veertig Nederlandse regio’s scoren.

Het belang van het MKB

Van alle bedrijfsvestigingen in Nederland heeft 99,2 procent minder dan honderd werknemers. Deze ondernemingen behoren tot het midden- en kleinbedrijf (MKB). In slechts drie regio’s (Groot-Rijnmond, Zuidoost-Zuid-Holland en Agglomeratie Leiden en Bollenstreek) is het aandeel van het MKB in het totale aantal vestigingen lager dan 99 procent. Het belang van het MKB is qua economische omvang uiteraard veel kleiner. Zo is het aandeel van het MKB in het totale Nederlandse arbeidsvolume bijvoorbeeld 62 procent en in de totale Nederlandse toegevoegde waarde ‘slechts’ 52 procent. De regionale verschillen zijn echter groot: voor wat betreft de bruto toegevoegde waarde variërend van 43 procent in Groot-Amsterdam tot 70 procent in Zuidoost-Drenthe (zie figuur 1). De meeste grote bedrijven zijn in of rondom de grote steden gevestigd, waardoor het belang van het MKB in de totale productie daar beperkt is.

Figuur 1: Aandeel van het MKB in de totale regionale bruto toegevoegde waarde
Figuur 1: Aandeel van het MKB in de totale regionale bruto toegevoegde waardeBron: Rabobank

Naast de focus op het MKB, waar zoals gezegd 99 procent van alle bedrijven in Nederland toe behoort, richt de MKB Regio Top 40 zich enkel op de marktsectoren industrie, bouwnijverheid, automotive, groothandel, detailhandel, transport, horeca en commerciële dienstverlening. De (semi-)overheidsdiensten zijn vooral gericht op het welzijn van de burgers en het faciliteren van de marktsector. Deze dienstverlening is in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Evenmin maken de landbouw en de financiële instellingen onderdeel uit van de MKB Regio Top 40. Figuur 2 toont het belang van de acht marktsectoren in de totale productie (bruto toegevoegde waarde) en het totale arbeidsvolume. Samen zijn zij goed voor 71 procent (van zowel de productie als het arbeidsvolume).

Figuur 2: Aandeel van de sectoren in de totale productie en het totale arbeidsvolume van het MKB
Figuur 2: Aandeel van de sectoren in de totale productie en het totale arbeidsvolume van het MKBBron: Rabobank

Economisch presteren

De economische prestaties van het MKB brengen we in kaart aan de hand van vijf bedrijfseconomische kengetallen. De nettowinstmarge (economisch resultaat / omzet) en de arbeidsproductiviteit (bruto toegevoegde waarde / arbeidsvolume) geven een indicatie van de waardecreatie van het MKB. Dat geldt ook voor de investeringsratio (investeringen / bruto toegevoegde waarde), maar dan van waardecreatie in de toekomst. De liquiditeit ((vlottende middelen + liquide middelen) / kort vreemd vermogen) en de solvabiliteit (eigen vermogen / totaal vermogen) tonen de financiële gezondheid van het MKB op korte en lange termijn. Figuur 3 geeft het model schematisch weer. Voor elk van de vijf indicatoren worden de regio’s vergeleken met Nederland als geheel[1]. Een goede of slechte score op een indicator wil dus zeggen dat het MKB in een regio op die indicator in 2013 beter of slechter presteerde dan het gemiddelde van het totale Nederlandse MKB. 

Economische groei en economische omvang, en daarmee het aandeel van een regio in de Nederlandse economie, maken geen deel uit van het model. De vijf bedrijfseconomische kengetallen geven antwoord op de vragen in welke mate het MKB in een regio in staat is geweest om waarde te creëren en of het MKB er financieel gezond voor staat, ongeacht economische omvang en groei. De neiging om er vanuit te gaan dat de grootstedelijke regio’s goed scoren en de Nederlandse periferie onderaan de top 40 staat, is vanuit het oogpunt van economische omvang begrijpelijk, maar bezien vanuit dit model dus niet terecht. Zo blijkt ook uit de uitkomsten voor 2013 (zie kaart 1). Het MKB in Zeeuws-Vlaanderen presteerde in 2013 het beste, gevolgd door het MKB in Midden-Limburg.

Figuur 3: Model economisch presteren
Figuur 3: Model economisch presterenBron: Rabobank
Kaart 1: Totaalscore economisch presteren MKB
Kaart 1: Totaalscore economisch presteren MKBBron: Rabobank

Figuur 4 toont naast de totaalscore ook de score voor de welvaartscreatie door en de financiële gezondheid van het MKB in de veertig regio’s. De donkerblauwe en oranje staven geven de welvaartscreatie en de financiële gezondheid weer. Hun saldo is de totaalscore, weergegeven door de lichtblauwe lijn. Een score boven de as betekent dat de regio beter presteerde dan Nederland als geheel. Een hoge welvaartscreatie en een goede gezondheid gaan lang niet altijd samen. Dat geldt wel voor de regio’s met het best en slechtst presterende MKB, maar in de meeste regio’s in de middengroep is dat niet het geval. Het MKB in Zeeuws-Vlaanderen scoort vooral goed op welvaartscreatie, maar ook de financiële gezondheid van het MKB is er bovengemiddeld. De drie volgende regio’s, Midden-Limburg, Zuidwest-Gelderland en de Veluwe, huisvesten het in financieel opzicht gezondste MKB. De welvaartscreatie is daar echter slechts gemiddeld. Op de vijfde plaats vinden we de eerste stedelijke regio: Arnhem/Nijmegen. In de top 5 staan dus drie Gelderse regio’s. Daarna volgen vier Randstedelijke regio’s, waaronder Groot-Amsterdam. Groot-Rijnmond, Utrecht en Agglomeratie Den Haag vinden we op plaats 14, 24 respectievelijk 32. Delfzijl en omgeving staat onderaan de ranglijst door vooral een relatief slechte financiële gezondheid van het MKB. In de bijlage vindt u de ranglijst voor de vijf afzonderlijke indicatoren.

Figuur 4: Totaalscore economisch presteren MKB
Figuur 4: Totaalscore economisch presteren MKBBron: Rabobank

 Voetnoot

[1] Door normalisering zijn de waarden van de vijf indicatoren gestandaardiseerd. Daardoor kunnen de uitkomsten voor een regio op de verschillende indicatoren met elkaar worden vergeleken en worden opgeteld. Op die manier komt het model tot een totaalscore voor het economisch presteren van het MKB. De scores die uit de normalisering komen, zogenoemde Z-scores, zijn geminimaliseerd op -3 en gemaximaliseerd op 3.

De vijf kengetallen

Onderstaande kaarten tonen de uitkomsten van de veertig regio’s voor de vijf bedrijfseconomische kengetallen. De nettowinstmarge laat een duidelijk ruimtelijk patroon zien. Het MKB in de Groningse en Friese regio’s doen het wat dat betreft relatief slecht. Drenthe en het noorden van Overijssel, de regio rondom Zwolle, vormen een positieve uitschieter in het noorden. De hoogste winstgevendheid vinden we in de Zaanstreek en Zeeuws-Vlaanderen.

Voor wat betreft de arbeidsproductiviteit zien we een verschil tussen regio’s met een bepaalde economische structuur. Arbeidsproductiviteit verschilt sterk per sector. In de kapitaalintensieve sectoren, zoals de groothandel, de industrie en de transportsector, is de arbeidsproductiviteit veel hoger dan in de arbeidsintensieve sectoren, zoals de detailhandel, de horeca en de bouw. In Delfzijl en omgeving, de regio’s rondom Amsterdam en Rotterdam, Zeeuws-Vlaanderen, Zuidoost-Brabant en Zuid-Limburg zijn de kapitaalintensieve sectoren relatief sterk vertegenwoordigd. De grootschalige industriële bedrijven in Delfzijl, de IJmond, Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg behoren niet tot het MKB en zijn dus niet in deze cijfers meegenomen. Die bedrijven maken die regio’s echter ook aantrekkelijk voor toeleveranciers in dezelfde sector.

Kaart 2: Nettowinstmarge
Kaart 2: NettowinstmargeBron: Rabobank
Kaart 3: Arbeidsproductiviteit
Kaart 3: ArbeidsproductiviteitBron: Rabobank

Het beeld is diffuser als het gaat om de mate waarin het MKB investeert. Zeeuws-Vlaanderen dankt zijn koppositie vooral aan de hoge investeringsratio van het MKB. De industrie in die regio investeerde veel meer dan de Nederlandse industrie als geheel. Samen met een groot belang van die sector in de regionale economie -een kwart van de toegevoegde waarde van de acht marktsectoren- leidt dat tot een hoge investeringsratio voor de regio als geheel. Ook in Delfzijl en omgeving staat de industrie garant voor een zeer groot deel van de toegevoegde waarde. De sector investeerde daar echter niet meer dan gemiddeld in Nederland. Flevoland is sinds zijn bestaan de sterkst groeiende regio van Nederland, dus een hoge investeringsratio van het MKB mag daar worden verwacht. In Oost-Zuid-Holland heeft vooral de commerciële dienstverlening -die garant staat voor een kwart van de totale toegevoegde waarde in de regio- een hoge investeringsratio. Gezien de sector en de ligging van de regio -grofweg het westelijke deel van het Groene Hart- is het aannemelijk dat het hier niet om investeringen in fysieke uitbreiding gaat, maar eerder om investeringen in bijvoorbeeld ICT.

Kaart 4: Investeringsratio
Kaart 4: InvesteringsratioBron: Rabobank

Ook voor wat betreft de financiële gezondheid van het MKB is het moeilijk om een ruimtelijk patroon te ontdekken. Anders gezegd: in alle winstreken komen regio’s voor met een relatief gemiddeld, gezond en ongezond MKB. Voor wat betreft de liquiditeit lijkt het noorden iets minder gezond dan het oosten en het zuiden, maar ook in het noorden vinden we regio’s die er wat dat betreft goed voorstaan. Zoals figuur 4 al liet zien, is de financiële gezondheid het beste in Midden-Limburg, op de Veluwe en in Zuidwest-Gelderland. Daar is niet alleen de liquiditeit van het MKB relatief hoog, ook de gezondheid voor de lange termijn, de solvabiliteit, is beter dan gemiddeld.

Kaart 5: Liquiditeit
Kaart 5: LiquiditeitBron: Rabobank
Kaart 6: Solvabiliteit
Kaart 6: SolvabiliteitBron: Rabobank

Bijlage: MKB Regio Top 40

vvBron: Rabobank
Delen:
Auteur(s)

naar boven