RaboResearch - Economisch Onderzoek

Gekochte tijd, vermorste tijd?

Column

Delen:

Soms krijgt een mens het gevoel dat Noord-Europese beleidsmakers een afkeer hebben van economische groei. Ofschoon telkens met de mond wordt beleden dat een hoger groeitempo van de economie niet alleen mooi is, maar ook bitter noodzakelijk om de banenmotor weer aan te zwengelen, heeft het beleid de afgelopen jaren de economische groei nou niet bepaald bevorderd. Het beleid in de eurozone was boven alles gericht op reductie van de overheidstekorten in de individuele lidstaten. Dit beleid kende enig succes, want over de hele linie nemen de overheidstekorten in de eurozone af. Maar de prijs is zeer hoog geweest. De eurozone kent zo ongeveer de laagste economische groei ter wereld en de werkloosheid is er erg hoog. Daarbij kennen de ontwikkelingen wel een grote spreiding. In Noord Europa is de werkloosheid nog relatief laag, maar in Zuid Europa is deze dramatisch hoog. In landen als Spanje en Portugal bijvoorbeeld ligt de werkloosheid boven de 20% van de beroepsbevolking. De jeugdwerkloosheid ligt er in de buurt van de 50%. Als econoom constateer je een groot onbenut potentieel, als mens zie je een sociaal drama. Het gaat bij het huidige groeitempo nog vele jaren duren voordat de werkloosheid weer afneemt naar meer acceptabele niveaus. In de tussentijd worden er in verschillende landen verkiezingen gehouden. Daarbij zal de huidige beleidsconsensus onder grote druk komen te staan. Om de eurozone bij elkaar te houden is het noodzakelijk dat het groeitempo wordt opgevoerd, zodat iedereen, en zeker de werklozen, de toekomst weer vrolijker tegemoet kunnen zien.

Waarom dan toch die nadruk op tekortreductie? Voor een deel is het begrijpelijk, omdat wij in Europees verband nu eenmaal afspraken hebben gemaakt over de maximaal toegestane omvang van het overheidstekort en -schuld. Afspraken maak je om na te leven. Het kan best gepast kan zijn om de wijsheid van die afspraken nog eens ter discussie te stellen, want het zijn, hoe je het ook wendt of keert, tamelijk willekeurige plafondwaarden. Maar het geeft geen pas om gemaakte afspraken direct terzijde te schuiven als het even niet uitkomt. Daarom is het goed verklaarbaar dat landen zich inspannen om zich aan de afspraken te houden.

Maar je moet natuurlijk niet overdrijven. Vooral Duitsland speelt inmiddels toch wel een dubieuze rol. Het land heeft een overschot op de begroting, een groot nationaal spaaroverschot en een vertragende groei. Dat de Duitse regering in die context weigert om een expansief beleid te voeren valt niet te verdedigen. De Duitse minister van financiën, Schaüble, stelde onlangs dat Duitsland het beleid niet in expansieve richting moest bijstellen, maar dat andere landen meer op Duitsland moeten gaan lijken, dus met spaaroverschotten. Deze opmerking grenst aan het absurde.

Overigens is Duitsland niet de enige grote lidstaat die het laat afweten. Frankrijk en Italië hebben vrijwel niets gedaan op het gebied van structurele hervormingen. Deze landen lopen beleidsmatig een jaar of twintig achter ten opzichte van de meeste noordelijke lidstaten.

De Europese Centrale Bank heeft met haar interventies niet alleen de monetaire omstandigheden verruimd, maar ook de euro gered. Zij levert een enorme bijdrage aan het herstel in het bankwezen. En zij heeft boven alles veel tijd gekocht voor politici om hun huis op orde te brengen en de reële economie weer aan de praat te krijgen. In sommige landen is in die tijd, onder druk van de omstandigheden, heel veel in gang gezet. Maar juist in de grote landen is veel van de gekochte tijd inmiddels vermorst. Dat is best zorgelijk. Want niet alleen werklozen en kiezers, maar ook de financiële markten kunnen hun geduld met de Europese beleidsmakers wel eens verliezen. En dan zal blijken dat de eurocrisis nog lang niet voorbij is.

Delen:
Auteur(s)
Wim Boonstra
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven