RaboResearch - Economisch Onderzoek

Afloop verruiming schenkingsvrijstelling heeft beperkt negatief effect in 2015

Themabericht

Delen:
  • Per 1 januari 2015 loopt de tijdelijke verhoging van de vrijstelling voor de schenkbelasting tot € 100.000 ten einde.
  • De komende jaren zal de schenkingsvrijstelling ten minste € 52.256 zijn.
  • De tijdelijke verruiming vergroot de overwaarde en vermindert de onderwaarde van doorstromers.
  • De afloop van de tijdelijke verruiming heeft een negatief transactie-effect in 2015 van circa 1.200-3.000.
  • Het marktgedreven herstel is naar verwachting echter sterker. 

Vrijstellingen op schenkbelasting bestaan al jaren…

Sinds de invoering van de Successiewet in 1956 betalen Nederlanders belasting op schenkingen (Rijksoverheid, 2014a). Hiervoor heeft altijd een aantal vrijstellingen bestaan. Voor goede doelen[1] geldt nu bijvoorbeeld een volledige vrijstelling, en voor schenkingen aan familie en overige derden geldt­­­ -afhankelijk van de relatie en de hoogte van het bedrag- ook een aantal vrijstellingen.

… maar zijn verruimd om de woningmarkt verder op gang te helpen

De koopwoningmarkt en de bouwsector kenden in 2008-2013 een forse neergang door de verslechterde economische situatie en beleidsonzekerheden. De huizenprijsdalingen ten tijde van de crisis hebben ervoor gezorgd dat een aantal eigenwoningbezitters met het probleem van onderwaarde kampt, wat hen belemmert om te verhuizen (De Vries, 2014). Bovendien hebben de huizenprijsdalingen een remmend effect op de huishoudconsumptie (CPB, 2014, p.120). Mede hierdoor heeft de Rijksoverheid tijdens de crisis de vrijstellingen op schenkingen verhoogd om de woningmarkt te stimuleren (Rijksoverheid, 2014b).

Inhoud beleidsmaatregelen

Allereerst heeft de Rijksoverheid in 2010 bovenop de schenkingsvrijstelling van € 24.000 een aanvullende eenmalige[2] schenkingsvrijstelling ingesteld van € 26.000 per kind (Belastingdienst, 2014a). Dit bedrag mogen ouders belastingvrij aan hun kinderen van 18 tot 35 jaar schenken indien kinderen deze schenking gebruiken voor een studie van boven de € 20.000 of voor een eigen woning. In dit laatste geval gaat het om de volgende uitgaven:

1) de kosten van het verwerven van een eigen woning[3];

2) het aflossen van een eigenwoningschuld (hypotheekschuld)[4];

3) de kosten van het verbeteren en onderhouden van een eigen woning in het jaar van de schenking of tot uiterlijk twee jaar daarna;

4) de afkoop van erfpachtcanon bij een eigen woning (Belastingdienst, 2014b).

Ten tweede heeft de Rijksoverheid voor de periode van 1 oktober 2013 tot en met 31 december 2014 een forse verruiming doorgevoerd van de schenkingsvrijstelling tot € 100.000 (verder verruimde vrijstelling genoemd). Daarbij maakt het niet meer uit wat de relatie tot de ontvanger is en de leeftijd speelt evenmin een rol. Voorwaarde is wel dat de ontvanger van de schenking deze gebruikt voor een eigen woning (Belastingdienst, 2014c). Op 1 januari 2015 loopt de verruimde vrijstelling af.[5] Wat overblijft is de maximale schenking van € 52.256 per kind tot veertig jaar, dus iets hoger dan de eerder genoemde 35 jaar. Dit is de ‘normale’ eenmalige vrijstelling en de aanvullende vrijstelling die kinderen alleen voor de eigen woning en hun studie mogen gebruiken (tabel 1).

Tot slot is het van belang op te merken dat er pas sprake is van een schenking wanneer de akte van levering van de woning bij de notaris passeert. Dit is gemiddeld twee maanden later dan de koopovereenkomst bij een makelaar. Dit betekent dat huishoudens die nog gebruik willen maken van de verruimde vrijstelling bij aankoop van een woning op tijd de overeenkomst werkelijkheid moeten maken door de eigendomsoverdracht plaats te laten vinden bij de notaris.

Tabel 1: Overzicht schenkingsvrijstellingen 2009-2015

Tabel 1: Overzicht schenkingsvrijstellingen 2009-2015* In oktober 2012 is ingevoerd dat kinderen de aanvullende schenkingsvrijstelling ook mogen gebruiken voor het aflossen van restschulden.
** Stijgt doorgaans jaarlijks met de inflatie, afhankelijk van het belastingplan van het Rijk van 2015. Dit plan moet nog definitief worden goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer. De daadwerkelijke vrijstelling kan nog iets hoger uitvallen.

Inschatting toename percentage transacties waarbij schenkingen een rol spelen

Diverse (markt-)partijen hebben gesteld dat de verruimde vrijstelling een bijdrage levert aan het herstel op de woningmarkt (zie bijvoorbeeld Netwerk Notarissen, 2014; Kimman, 2014). Een onderzoek van de Volkskrant (2014) concludeert dat in de eerste helft van 2014 bij 10-15% een schenking een rol heeft gespeeld bij een transactie. NVM-voorzitter Ger Hukker bevestigt in hetzelfde artikel: “Een jaar geleden speelden schenkingen nog bij ongeveer één op de negen woningentransacties (11%), nu bij één op de zes à zeven (ruim 15%).” Een toename van 11 naar 15,5% betekent een stijging van ongeveer 40%.

Het onderzoek van de Volkskrant stelt dus dat in 2014 10-15% van de transacties plaatsvindt met behulp van schenkingen. Omdat ook in voorgaande jaren al woningverkopen tot stand kwamen met schenkingen, is het effect van de verhoogde schenkingsvrijstelling op de toename van het aantal transacties echter kleiner dan genoemde percentages. Als we de aandelen corrigeren voor de eenmalige stijging van 40%, dan blijkt dat schenkingen in de eerste helft van 2013 een rol hebben gespeeld bij 7,1 tot 10,7% van de transacties. 

Inschatting effect op de raming voor 2015

Voor geheel 2014 verwachten wij dat er ruim 145 duizend woningen van eigenaar zullen wisselen. Op basis van de zojuist genoemde verhoudingen kunnen we het neerwaartse effect van het einde van de verruimde vrijstelling doorrekenen voor het aantal verkopen in 2015. Tabel 2 toont de berekening, zonder te corrigeren voor het feit dat een groot aantal transacties ook hadden plaatsgevonden zonder schenking.

Tabel 2: Extra transacties met behulp van schenkingen over heel 2014 (zonder correctie)
Tabel 2: Extra transacties met behulp van schenkingen over heel 2014 (zonder correctie)Bron: Rabobank

Uit tabel 2 blijkt dat er in 2014 ruim vijfduizend transacties meer met schenkingen plaatsvinden door de verruimde vrijstelling dan in 2015. Om in te schatten hoeveel van deze woningen daadwerkelijk niet zouden zijn gekocht of ‘naar voren zijn gehaald’, moeten we nog een aantal correcties toepassen die wij baseren op het gedrag van kopers bij Startersleningen en op basis van geaggregeerde interne Rabobankgegevens.

Effect starterslening biedt inzicht in het effect van de verruimde vrijstelling…

Een verwante beleidsmaatregel die huishoudens helpt met de aankoop van een woning is de zogeheten Starterslening, verstrekt door de stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). De lening overbrugt het verschil tussen de aankoopkosten en het bedrag dat de starter maximaal kan lenen volgens de normen van de Nationale Hypotheek Garantie. Door de Starterslening kunnen koopstarters eerder een woning kopen en/of een duurder huis kopen dan zonder deze lening. Dat komt doordat starters over deze lening de eerste drie jaar geen rente en aflossing betalen. Uit onderzoek van het EIB (2014) over Startersleningen blijkt dat 72% van de huishoudens de aankoop zonder Starterslening niet zou hebben gedaan, maar één of twee jaar langer zou hebben gewacht om voldoende financieringscapaciteit op te bouwen.

Een schenking voor de aankoop van een eigen woning is echter van een andere aard dan de Starterslening. Aanvragers van een Starterslening hebben niet voldoende financieringscapaciteit voor de aankoop van hun koopwoning, op basis van hun inkomen. Ontvangers van schenkingen (grotendeels kinderen[6]) daarentegen krijgen van de vermogende relatie extra eigen vermogen, terwijl dit doorgaans al vermogende huishoudens zijn.

Wij gaan er dan ook vanuit dat bij transacties met schenkingen slechts 20-50% van de vijfduizend verkopen zonder schenking niet zou hebben plaatsgevonden. Het wegvallen van de verruimde vrijstelling resulteert daarom in een negatief effect voor 2015 van circa 1.000 tot 2.500 transacties. Toch zal het effect groter zijn dan alleen het wegvallen van de aankopen door starters omdat ook opvolgende transacties niet in gang worden gezet (verhuisketens). Alles overwegend komen wij dan uit op ongeveer 1.200-3.000 transacties.

… en meer overwaarde of minder onderwaarde genereren ook meer verkopen

Deze 20-50% (het effect van de huishoudens die niet zouden hebben gekocht omdat ze anders onvoldoende geld beschikbaar hadden) is echter nog niet het hele verhaal. De schenkingsvrijstelling is namelijk niet alleen gebruikt voor de directe aankoop van een woning; een groot aantal huishoudens heeft de schenking gebruikt om af te lossen op een hypotheeklening. Vervolgens zijn deze huishoudens op een later tijdstip verhuisd (indirect het effect van de verruimde vrijstelling).

In onze interne geaggregeerde Rabobank-gegevens van extra aflossingen op bestaande hypotheekleningen[7] zien we namelijk een forse toename van het aantal aflossingen boven de € 50.000. De Belastingdienst spreekt over 50.000 aanvragen voor de schenkingsvrijstelling (Wiebes, 2014). Hieronder kunnen ook schenkingen onder de € 50.000 vallen. Als we onze eigen aflossingen extrapoleren naar de totale markt gaat het naar verwachting om 20.000 extra aflossingen op bestaande hypotheken boven de € 50.000 euro.

In de categorie tussen de € 25.000-50.000 zien we geen significante toename: het percentage extra aflossingen op bestaande hypotheken bedroeg hier 9,3 in de eerste helft van 2013 en 9,7 in diezelfde periode van 2014. Hieruit concluderen wij dat de toename boven de € 50.000 voor het grootste deel kan worden toegeschreven aan de verruimde vrijstelling.

Verder blijkt dat 75% van deze extra hypotheekaflossingen zorgt voor meer overwaarde en 25% voor minder onderwaarde. Beide situaties stimuleren de doorstroming op de koopwoningmarkt. Dit effect is naar verwachting vooral groter bij huishoudens die kampen met onderwaarde; verhuizen met een restschuld leidt tot een extra stijging van de maandlasten wat hen belemmert om een volgende stap te zetten in de wooncarrière (De Vries, 2014). Merk verder op dat een bedrag van boven de € 50.000 voldoende is om huishoudens te helpen om van hun restschuld af te komen; de mediaan hiervan is circa € 28.000. Vermogende huishoudens zijn doorgaans op hogere leeftijd en zijn ook minder verhuisgeneigd. Als zij hun overwaarde vergroten, is het opwaartse effect op de verhuisketen kleiner.

Concluderend heeft dit indirecte effect naar verwachting ook gezorgd voor extra verkopen door huishoudens in 2014. Tegelijkertijd vertaalt minder onderwaarde of meer overwaarde zich niet direct in meer verkopen; beide kunnen ook volgend jaar of later zorgen voor meer transacties. Per saldo verwachten we van dit indirecte effect geen negatieve groeibijdrage voor 2015 ten opzichte van 2014.

Conclusie

De verruimde vrijstelling heeft in 2014 naar verwachting voor circa 1.200-3.000 extra transacties gezorgd en dus als stimuleringsmaatregel haar werk gedaan. Deze extra verkopen missen we in 2015. Verder heeft de groep vermogende schenkers gezorgd voor een stijging van de overwaarde of een daling van de onderwaarde. Dit laatste is met name positief voor de doorstroming. Per saldo verwachten wij hiervan geen negatieve bijdrage. Wij verwachten tot slot dat de koopwoningmarkt en de economie zodanig herstellen dat het aantal verkopen in 2015 hoger zal uitkomen dan in 2014 (zie ons recente Kwartaalbericht Woningmarkt). 

Voetnoten

[1] Die de zogeheten classificatie ‘Algemeen Nut Beogende Instellingen’ hebben (ANBI’s).

[2] Eenmalig wil hier zeggen, eenmaal in het leven.

[3] Op voorwaarde dat de ontvanger van de schenking uiterlijk in 2017 de woning gaat betrekken.

[4] Per 1 oktober 2012 valt hieronder ook de restschuld: het gedeelte van de eigenwoningschuld dat groter is dan de waarde van het onderpand.

[5] Bij kluswoningen geldt hiervoor nog wel een technische uitzondering, zie ‘Schenking kan ook na 2015 gebruikt worden.’

[6] De steekproef bij notarissen gaat uit van 92%; in 80% gaat het om een schenking aan alle kinderen (Netwerk Notarissen, 2014).

[7] Dit zijn dus per definitie doorstromers of uitstromers, geen starters.

Literatuur

Belastingdienst (2014a), Tabel eenmalig verhoogde vrijstellingen. 

Belastingdienst (2014b), Vrijstelling voor financiering van eigen woning of voor de kosten die daarna zijn gemaakt.   

Belastingdienst (2014c), Tijdelijke verruiming vrijstelling schenkbelasting.

CPB (2014), Roads to recovery.

Dalen, P. van (2014), Vertrouwen Nederlandse woningmarkt naar hoogste punt sinds 2004.

Dekker, W. (2014), Repeterende schenking: nieuw smeermiddel voor de woningmarkt?

EIB (2014), Gebruik en effecten van de Starterslening.

Hofs, Y. (2014), Families en subsidies achter herstel op de woningmarkt, Volkskrant.

ING (2014), 1 op 10 beleggers heeft verruimde schenkingsmogelijkheid voor woning gebruikt.

Kimman, R. (2014), Maak dit jaar nog gebruik van vrijstelling schenkbelasting!

Netwerk Notarissen (2014), Herstel woningmarkt te broos om aflopen schenkingsvrijstelling aan te kunnen.

NU.nl (2014), Schenking kan ook na 2015 gebruikt worden.

Rijksoverheid (2014a), Artikel XIV (Successiewet 1956).  

Rijksoverheid (2014b), Schenkbelasting.

Vries, de P. (2014), Onderwaarde en doorstroming op de woningmarkt.

Weekers, F. (2014), Tijdelijke verruiming van de vrijstelling voor de schenking van de eigen woning.

Wiebes, E. (2014), Antwoord op vragen van het lid Bashir over de schenkingsregeling bij een koophuis.  

Delen:
Auteur(s)
Pieter van Dalen
Rabobank KEO
030 21 2666
Paul de Vries
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
088 726 7864

naar boven