RaboResearch - Economisch Onderzoek

Ongedacht aanpassingsvermogen

Column

Delen:

De afgelopen week kwam zowel de Europese Commissie als de OESO met de voorjaarsramingen naar buiten. En net als de afgelopen maanden is het nieuws wat positiever dan waar we de laatste jaren gewend aan zijn geraakt. En het positieve nieuws is niet dat de ramingen opwaarts zijn bijgesteld. Nee, we zijn blij dat de vorige voorspellingen grosso modo uit lijken te komen. En dat wordt door sommigen opgevat als een teken dat de crisis voorbij is. Ik vind het vooral een bewijs van het ongedachte aanpassingsvermogen van ons referentiekader.

Ja, de wereldeconomie, en ook de economie in de eurozone herstelt. En natuurlijk, daar mogen we blij mee zijn. Voor 2015 verwacht de OESO dat de club van rijke landen gemiddeld met 2,8% groeit,  voor de eurozone wordt uitgegaan van 1,8%. Dat is meer dan de afgelopen jaren, maar in historisch perspectief toch echt mager. In ieder geval is het lager dan de gemiddelde groei van 1990 tot en met 2007. En dat is opvallend. Want tegelijkertijd rapporteert zowel de OESO als de Europese Commissie dat het verschil tussen de potentieel mogelijke en de werkelijke productie, de output gap, naar historische standaarden nog steeds groot is. Ook de werkloosheid is in de eurozone met zo’n 12% in 2014 nog steeds historisch hoog en neemt in 2015 slechts een klein beetje af.

En dan begint het bij mij toch een beetje te knagen. Hoe kan het dat de groeiprestatie ook komend jaar naar historische standaarden laag is, er geen inhaalgroei is, en er toch optimisme bestaat over de economische vooruitzichten? Dat heeft volgens mij niets te maken met de kale economische cijfers. Die zijn ook voor 2015 nog steeds slecht. Nee, ik geloof meer in ons eigen mentale aanpassingsvermogen en het belang van stabiliteit. Omdat de vooruitzichten inmiddels gemiddeld genomen ongeveer een jaar lang niet slechter zijn geworden (maar ook niet beter!), krijgen we weer enigszins het gevoel van vaste grond onder de voeten. Niet telkens weer verrast worden door neerwaartse bijstellingen, crisisbezuinigingen en paniekmaatregelen geeft een gevoel van stabiliteit. En dus ook van het idee dat ‘we goed bezig zijn’.

Daarbij is ons referentiekader van wat een gezonde economische groei is de afgelopen jaren in sneltreinvaart verschoven. In plaats van een groei van 2 tot 3% zijn we al blij met 1,5% groei. En we worden bijna euforisch van het idee dat de Europese economie met bijna 2% groeit.

Op zichzelf is het fijn, dit gevoel van welbehagen. Een positiever gemoed van de gemiddelde consument helpt de economie immers een stukje op weg. Maar hierin schuilt meteen ook het gevaar. Want objectief blijven de cijfers in historisch perspectief ronduit bedroevend. En dat heeft alles te maken met de problemen die we nog hebben op te lossen, vooral in de eurozone. Denk daarbij aan de afbouw van private schulden waar we nog nauwelijks aan zijn begonnen. Of aan de overheidsschulden die nog steeds toenemen. Maar vooral aan de torenhoge werkloosheid in met name Zuid-Europa.

Wat we hiervan wel kunnen leren, is dat veranderingen best snel kunnen wennen. Laten we dan ook de structuur van de economie aanpassen en niet tevreden achterover gaan leunen. Maar dat laatste lijkt toch weer de reflex te worden.

En dan schuilt er weer een nieuw gevaar: het nieuw gewonnen optimisme door ons nieuwe referentiekader kan dan toch weer een knauw krijgen. Een traag herstel is er dan wel, maar dat betekent nog niet een echt merkbare vooruitgang. En dan kunnen we toch nog chagrijnig worden. 

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven