RaboResearch - Economisch Onderzoek

Eurozone: kwartaal van grote verschillen

Economisch commentaar

Delen:

Het licht teleurstellende BBP-cijfer voor de eurozone in het eerste kwartaal van het jaar (+0,2% k-o-k) herbergt grote onderlinge verschillen tussen de lidstaten. De cijfers lijken in sterke mate gekleurd door de impact van het milde weer. Onderliggend is het positief dat de binnenlandse vraag in toenemende mate het economische herstel lijkt te ondersteunen.

Blik achteruit

Het BBP-volume van de eurozone is in het eerste kwartaal van 2014 met 0,2% k-o-k gegroeid, na vergelijkbare groei in het kwartaal ervoor (figuur 1). Dit kwartaalcijfer is licht teleurstellend gezien de consensus-voorspelling van +0,4% k-o-k. De verschillen tussen de lidstaten zijn aanzienlijk en lijken in flinke mate gedreven door tijdelijke factoren.

Het kwartaalcijfer is tweeledig gekleurd door het milde winterweer. Enerzijds had dit een positieve impact op de bouwactiviteiten, anderzijds had het een negatieve impact op de gasconsumptie. Zo groeide de industriële productie van de eurozone exclusief de bouwsector het afgelopen kwartaal slechts bescheiden met 0,2% k-o-k. Als de bouwproductie in maart –die nog niet gepubliceerd is- gelijk is gebleven aan februari, is de bouwproductie in het eerste kwartaal van dit jaar echter gegroeid met 2,7% k-o-k. De positieve impact op de bouwactiviteiten speelde onder andere een rol in het sterke Duitse kwartaalcijfer (+0,8% k-o-k). De keerzijde van het milde winterweer in de vorm van zwakke gasconsumptie was vooral zichtbaar in de teleurstellende cijfers voor Frankrijk (+0,0% k-o-k) en Nederland (-1,4% k-o-k). Zie hier voor een verdere analyse van het Nederlandse kwartaalcijfer.

Hoewel de bestedingscomponenten van diverse lidstaten nog niet zijn gepubliceerd, lijkt de bijdrage van de netto internationale handel zwak. De exportontwikkeling viel tegen in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Portugal. Dit beeld komt overeen met de terugval van de wereldhandel in januari en februari (figuur 2). Het lijkt met name het gevolg van het zwakke eerste kwartaal in de VS (daar juist door het extreme koude winterweer) en teleurstellende exportcijfers uit China. Ook de relatief sterke euro kan een rol hebben gespeeld in de exportprestaties van de eurozonelidstaten. De mate waarin de binnenlandse vraag in staat is om de zwakke buitenlandse vraag te compenseren, verschilt nog sterk tussen de lidstaten. Perifere lidstaten als Italië (-0,1% k-o-k) en Portugal (-0,7% k-o-k) lijken nog veel hinder te ondervinden van de zwakke export. Het aanhoudende herstel in Spanje (+0,4% k-o-k) vormt hierop een positieve uitzondering.

Figuur 1: BBP-ontwikkeling 14K1
Figuur 1: BBP-ontwikkeling 14K1Bron: Reuters EcoWin
Figuur 2: Zwak kwartaal wereldhandel
Figuur 2: Zwak kwartaal wereldhandelBron: CPB

Blik vooruit

Vooruitkijkend voorzien wij voor de eurozone een geleidelijk economisch herstel in de rest van 2014. Positief is dat wij verwachten dat de binnenlandse vraag in toenemende mate een positieve bijdrage zal leveren aan het herstel. Ook in Zuid-Europa zal de binnenlandse vraag beduidend minder hard krimpen dan in de afgelopen jaren. Hier is een aantal verklaringen voor. Ten eerste lijkt het bezuinigingstempo in de eurozone dit jaar af te nemen ten opzichte van afgelopen jaren. Volgens de voorjaarsraming van de Europese Commissie (EC) zal het structurele begrotingssaldo van de eurozone dit jaar gemiddeld met 0,2%-punt verbeteren. Vorig jaar verbeterde dit saldo nog met 0,8%-punt. Ten tweede is er binnen de eurozone sprake van een sentimentsverbetering, zowel in de reële economie als op de financiële markten. Zo is de Economisch Sentiment Indicator van de EC het afgelopen jaar aanzienlijk gestegen en stond deze in april duidelijk boven haar langjarige gemiddelde (figuur 3). Ook op de obligatiemarkten van de perifere lidstaten is sprake van een herstel van vertrouwen. Zoals ook door ons beschreven in een recent blog, benadrukken wij echter dat het wegvallen van de marktdruk kan leiden tot uitstel van noodzakelijke institutionele en structurele hervormingen, wat ten koste gaat van de weerbaarheid van de eurozone. Het gevaar bestaat dat een sterkere vertegenwoordiging van euro-sceptische partijen na de verkiezingen voor het Europees Parlement de institutionele herinrichting verder zal bemoeilijken. Ten derde zal de huidige lage inflatie (gemiddelde voor de eurozone was 0,7% in april) de consumentenbestedingen een duwtje in de rug geven, met name in Zuid-Europa. Zo is de particuliere consumptie in Spanje al drie kwartalen op rij gestegen en ook de krimp van de particuliere consumptie in Italië is aanzienlijk afgenomen.

Ondanks deze positieve ontwikkelingen benadrukken wij dat de groei van de binnenlandse vraag de komende jaren nog altijd geremd zal blijven vanwege de aanhoudende noodzaak van private schuldafbouw en moeizame bancaire kredietverlening (figuur 4), met name in de Zuid-Europa. De huidige lage inflatie vormt een risico voor de toekomstige afbouw van nominale schulden. Om die reden blijft de eurozone voor noemenswaardige economische groei en een afname van de hoge werkloosheid (11,8% in maart) afhankelijk van groei van de buitenlandse vraag. In dit opzicht is het bemoedigend dat het economische herstel in twee belangrijke handelspartners, de VS en het VK, lijkt door te zetten. De belangrijkste risico’s voor onze exportgroei lijken te zitten in de instabiliteit van diverse opkomende markten, in het bijzonder Rusland, en een aanhoudend sterke euro.

Figuur 3: Sentiment staat op groen
Figuur 3: Sentiment staat op groenBron: Reuters EcoWin
Figuur 4: Kredietverlening blijft onder druk
Figuur 4: Kredietverlening blijft onder drukBron: Reuters EcoWin

 

Delen:
Auteur(s)
Michiel Verduijn
Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven