RaboResearch - Economisch Onderzoek

Een ander crisisgevoel bij inclusieve groei

Column

Delen:

Volgens minister Dijsselbloem zijn we uit de crisis. Het is maar dat u het weet. Wat mij betreft is dit een traditionele reflex. Gekeken naar economische groeicijfers gaat het inderdaad beter. Maar wellicht moeten we eerst verder kijken voordat we constateren dat de crisis voorbij is. Een ander begrip van vooruitgang biedt daarvoor nieuwe inzichten.

De economische indicatoren staan in Nederland en Europa inmiddels niet meer op rood. Een beetje groen als we kijken naar productie en economische groei.  De OESO en de Europese Commissie kwamen deze week met hun ramingen. De wereldeconomie en ook de economie in de eurozone herstelt. En natuurlijk, daar mogen we blij mee zijn. Voor 2015 verwacht de OESO dat de club van rijke landen gemiddeld met 2,8% groeit,  voor de eurozone wordt uitgegaan van 1,8%. Dat is meer dan de afgelopen jaren, maar in historisch perspectief toch echt mager.  Maar goed, het begin van het economisch herstel is er. En de reden dat eurogroep-voorzitter minister Dijsselbloem blij was, was waarschijnlijk dat het beter gaat met de overheidsfinanciën in de eurozone. Bijna over de hele linie vielen de cijfers met betrekking tot de overheidsschuld en het –tekort gunstiger uit.

Maar een veel belangrijkere vraag is: wie heeft wat aan die hogere groei? Deze week verscheen ook een ander rapport van de OESO over inclusieve groei. Helaas kreeg dat minder aandacht in de media dan de reguliere groeivoorspellingen. Dit rapport “All on board: making inclusive growth happen” ging over een breder begrip van vooruitgang.  Met inclusieve groei wordt vooruitgang bedoeld die voor eenieder kansen biedt om te profiteren van die toegenomen vooruitgang, zowel op financieel als niet-financieel gebied.  Daarbij wordt dus niet alleen de economische groei in ogenschouw genomen, maar vooral ook wie van die groei profiteert in termen van werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en sociale participatie.

Als we zo’n breder begrip leggen naast de huidige situatie in de eurozone vind ik het toch moeilijk om te constateren dat het herstel echt is ingezet.  Zo is de economische groei inmiddels wel enigszins op gang gekomen, maar de gemiddelde inkomensstijging van huishoudens is nog bij lange na niet hersteld. De inkomensontwikkeling verschilt per land, maar hogere belastingen en een groei die vooral exportgeleid is, hebben veel huishoudens in de eurozone toch aanzienlijk armer gelaten.  Bovendien is een groter deel van de toegenomen groei bij bedrijven terecht gekomen. Daarnaast is de werkloosheid gemiddeld genomen nog steeds hoog met zo’n 12% in 2014 en deze neemt in 2015 slechts een klein beetje af. Werkloosheid leidt tot meer dan alleen inkomensverlies. Het verliezen van een baan leidt tot sociale en psychologische effecten op het welbevinden van mensen, die nog belangrijker zijn dan het koopkrachtverlies. De stand van de conjunctuur blijkt bovendien een zelfstandig effect te hebben op de kwaliteit van ons leven. Als de werkloosheid hoog is, zijn werklozen en niet-werklozen minder tevreden dan in perioden waarin de werkloosheid laag is.

In de afgelopen jaren is bovendien de inkomensongelijkheid in de eurozone toegenomen. Dit verschilt wel per land. Zo is in Nederland nauwelijks sprake van een verandering, maar in veel landen geldt dat de middengroepen een kleiner deel van het inkomen hebben en dat vooral aan de top er redelijk wat is bijgekomen.  Voor de gezondheidszorg is het beeld minder negatief. Alleen de forse bezuinigingen in verschillende landen zijn de komende jaren wel een bedreiging voor de toegang tot goede zorg.

Dus zowel qua inkomen, banen als ongelijkheid is er nog geen sprake van een echt herstel, in tegenstelling tot de BBP-maatstaf waar standaard naar wordt gekeken. Kortom, volgens mij was het beter geweest als de ambtenaren van  minister Dijsselbloem op basis van het rapport van de OESO over inclusieve groei hun minister hadden gebriefd. Dan was hij met zijn uitspraken in ieder geval dichter bij de belevingswereld van de gemiddelde Europese kiezer gebleven. 

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 10 mei 2014

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven