RaboResearch - Economisch Onderzoek

Zzp’ers tijdens de crisis

Themabericht

Delen:

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) spelen een steeds belangrijkere rol in de Nederlandse economie. Tegelijkertijd nemen de zorgen toe over het stijgende aantal kwetsbare zelfstandigen die vaak verborgen werkloos zijn en regelmatig onder de armoedegrens vallen. In dit Themabericht kijken we naar de rol van zzp’ers in de afgelopen jaren van laagconjunctuur. Daarnaast bezien we hoe het aantal zzp’ers zich in de toekomst waarschijnlijk zal ontwikkelen.

Onafgebroken toename van aantal zzp’ers sinds begin deze eeuw

Het aantal zelfstandigen zonder personeel is de afgelopen tien jaar onafgebroken toegenomen. Tussen 2000 en 2013 is het aantal zzp’ers gestegen van 445.000 naar 784.000 (figuur 1). In aandeel van de werkzame beroepsbevolking is dit een stijging van 6,4% naar 10,8%. In Europees perspectief is deze toename in aandeel opmerkelijk hoog: Nederland behoort tot de grootste stijgers in Europa, met een groei over de afgelopen tien jaar die meer dan twee maal zo hoog ligt als het EU gemiddelde (Kösters en Souren, 2014).

Figuur 1: Opkomst zzp’ers
Figuur 1: Opkomst zzp’ersBron: CBS

Een belangrijke verklaring voor de stijging van het aantal zzp’ers is de ouder wordende beroepsbevolking. Het aandeel zzp’ers neemt namelijk sterk toe met de stijging van de leeftijd. De groei van het aantal zelfstandigen heeft voor het overgrote deel plaatsgevonden onder de groep 40 tot 65 jarigen, vooral onder mannen (Kösters en Souren, 2014). Ook sociaal-culturele ontwikkelingen hebben bijgedragen aan de toenemende populariteit van zelfstandig ondernemen (Dekker en Stavenuiter, 2012). Veel zzp’ers geven dan ook aan dat het een bewuste keus is geweest om zelfstandige te worden, met de ervaren vrijheid als belangrijkste motief (Vroonhof et al., 2008).

Toch heeft overheidsbeleid ten gunste van zelfstandigen de belangrijkste rol gespeeld in de toename van het aantal zzp’ers (Van Es en Van Vuuren, 2010). De introductie van specifieke fiscale aftrekposten aan het begin van deze eeuw, vooral de zelfstandigenaftrek[1], heeft zelfstandig ondernemen fiscaal een stuk aantrekkelijker gemaakt ten opzichte van werken in loondienst. Daarnaast zijn de administratieve lasten sterk verminderd en is met de introductie van de Verklaring Arbeids Relatie (VAR) meer duidelijkheid ontstaan voor zzp’ers en hun opdrachtgevers.[2]

Zzp’ers gedurende de crisis: beperking werkgelegenheidsdaling door inkomensflexibiliteit…

Het toegenomen aandeel van zzp’ers in de werkzame beroepsbevolking heeft het economisch belang van deze groep vergroot. Dit is interessant aangezien de gevolgen van een recessie zich bij zelfstandigen anders voltrekken dan bij werknemers in loondienst. Nominale looninkomens zullen bij werknemers die hun baan behouden ook in slechte tijden niet dalen. Door loonrigiditeit dalen de nominale uurlonen niet en het aantal contractuele uren wordt doorgaans evenmin verlaagd.[3] Bedrijven kunnen de arbeidskosten daardoor alleen verlagen door het ontslaan van een deel van hun werknemers. Zelfstandigen zullen in slechte tijden daarentegen hun arbeidsinkomen zien dalen, door een afname van het aantal orders en doordat tarieven onder druk staan (De Vries et al., 2010). Daardoor nemen het aantal gewerkte uren en de beloning per uur af. Op die manier kunnen zzp’ers voorkomen dat zij volledig werkloos worden.  

Figuur 2 en figuur 3 geven dit verschil in dynamiek tussen werknemers en zelfstandigen goed weer voor de Nederlandse arbeidsmarkt. In 2003 en 2008, perioden van laagconjunctuur, daalde het inkomen van zelfstandigen fors maar bleef het inkomen van werknemers nominaal stijgen (figuur 2). Daardoor waren bedrijven genoodzaakt om een deel van hun werknemers te ontslaan. In de periode van laagconjunctuur na 2008 daalde de werkgelegenheid dan ook met circa 260.000 werknemers, terwijl het aantal zelfstandigen onafgebroken bleef toenemen (figuur 3).

Figuur 2: Inkomen van zelfstandigen en werknemers
Figuur 2: Inkomen zelfstandigen en werknemersBron: CBS
Figuur 3: Werkgelegenheid zelfstandigen en werknemers
Figuur 3: Werkgelegenheid zelfstandigen en werknemersBron: CBS

Zzp’ers hebben door hun flexibiliteit dus een dempende werking op de werkgelegenheidsdaling gehad: door hun prijzen en aantal gewerkte uren te verlagen en door in te teren op hun vermogen waren ze in staat werkzaam te blijven. Daardoor blijken zzp’ers zelfs bij een forse vraaguitval toch een band te houden met de arbeidsmarkt (Ende et al., 2010), ook omdat zij meerdere opdrachtgevers hebben. De flexibiliteit van zzp’ers heeft dan ook veel voordelen boven de rigiditeit van vaste werknemers, die in tijden van laagconjunctuur vaker ontslagen worden, met het risico om langdurig buiten de arbeidsmarkt te geraken.

…maar keerzijde is verborgen werkloosheid en armoede

Toch heeft de flexibele dynamiek van zzp’ers ook een keerzijde. Ten eerste zal de dempende werking van zzp’ers bij een daling van de werkgelegenheid eveneens leiden tot een vertraagde toename van de werkgelegenheid bij het aantrekken van de economie: bedrijven zullen eerst meer opdrachten aan zzp’ers verstrekken voordat zij besluiten werknemers in dienst te nemen. Hierdoor zal het langer duren voordat de werkloosheid weer daalt.

Ook is de instroom van zzp’ers sinds de crisis van 2008 kwalitatief anders dan daarvoor. In tijden van hoogconjunctuur zijn er zogenaamde pull-factoren die het aantal zelfstandigen zullen vergroten: er zijn dan meer kansen voor zelfstandigen en dat maakt zelfstandig ondernemerschap lucratiever. In een recessie zullen de aantallen juist kunnen stijgen door push-factoren: veel mensen zijn ontslagen of hebben moeite met het vinden van een baan, en zullen uit noodzaak voor zichzelf beginnen. In feite zijn deze mensen verborgen werkloos, aangezien zij eigenlijk in dienstverband of meer uren zouden willen werken.

Veel zelfstandigen werden dat in deze crisis dan ook noodgedwongen. Uit de Zelfstandigen Enquête Arbeid voor 2012 (CBS, 2013) blijkt dat 12% van de zzp’ers dat werd doordat men geen geschikte baan vond, 9% door ontslag en 3% werd gedwongen door zijn werkgever.[4] Het Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek (AGO, 2014) komt tot soortgelijke cijfers. Uit deze studie blijkt ook dat zzp’ers die dat de afgelopen jaren zijn geworden vaker zelfstandige werden uit noodzaak dan in de jaren ervoor. De verborgen werkloosheid onder zzp’ers lijkt dus substantieel te zijn, zeker onder de instromende zzp’ers in de afgelopen jaren van laagconjunctuur. Enerzijds valt een noodgedwongen bestaan als zzp’er vaak te verkiezen boven volledige werkloosheid, vooral omdat de aansluiting met de arbeidsmarkt behouden kan blijven. Anderzijds is het zorgelijk dat een aanzienlijk deel van de zzp’ers zich nu in een grijs gebied tussen zelfstandige en werkloze bevindt, waardoor de ernst van de huidige werkloosheid wordt onderschat.

Naast verborgen werkloosheid is er ook in toenemende mate sprake van armoede onder zzp’ers, omdat de groep zelfstandigen aan de onderkant niet in staat is de klappen van de crisis op te vangen in hun inkomen. Het mediane vermogen van zzp’ers is met €116.000 weliswaar behoorlijk te noemen en veel zelfstandigen zouden een tijdelijke inkomensdaling dan ook goed moeten kunnen opvangen(Lok et al., 2012). Zelfstandigen met lagere inkomens daarentegen hebben een beduidend slechtere vermogenspositie, en vaak zelfs negatief vermogen. Hierdoor zal een inkomensdaling grote gevolgen voor deze groep hebben. Het risico op armoede onder huishoudens met zzp’ers als belangrijkste inkomstenbron is sinds het begin van de crisis dan ook fors toegenomen: het aandeel zelfstandigen zonder personeel dat deel uitmaakte van een huishouden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens[5] steeg van 11% in 2008 tot 14% in 2010 (Lok et al., 2012). Dit terwijl het aandeel werknemers onder de lage-inkomensgrens gedurende de eerste jaren van crisis constant laag bleef op 3%. Een bijkomende zorg is dat veel zzp’ers nog extra kwetsbaar zijn doordat zij maar weinig investeren in sociale zekerheid: slechts een kwart draagt premies af voor arbeidsongeschiktheid en maar een op de vijf betaalt lijfrente voor de opbouw van pensioen (Lok et al., 2012).

Toekomstige groei zzp’ers afhankelijk van fiscaal beleid

In de toekomst zal het aandeel zzp’ers in de werkzame beroepsbevolking blijven toenemen. De groei zal naar verwachting echter een stuk minder hoog liggen dan voorheen. De eerste paragraaf van dit Themabericht concludeerde al dat de belangrijkste reden voor de bovengemiddelde groei van het aantal zzp’ers sinds begin deze eeuw de invoering van fiscaal gunstige regelingen voor zelfstandigen was. Het Economisch Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (EIM) schat dat het aantal zelfstandigen zelfs een vijfde lager zou zijn als de zelfstandigenaftrek niet bestond (Vroonhof et al., 2005). Een rapport van het CPB uit 2012 concludeert dat de toekomstige groei van het aantal zzp’ers dan ook vooral zal afhangen van het al dan niet voortzetten van de huidige beleidsmaatregelen ten aanzien van zzp’ers (Bosch et al., 2012). Het CPB stelt dat door de ouder wordende beroepsbevolking en sociaal-culturele ontwikkelingen de snelle stijging van het aantal zzp’ers bij ongewijzigd beleid vooral onder mannen zal doorzetten. Het aandeel mannelijke zzp’ers zou zelfs kunnen stijgen van 12% van de werkzame beroepsbevolking in 2012 tot 19% in 2030. Dit is echter enkel het geval als de huidige fiscale voordelen voor zelfstandigen blijven bestaan. Als het overheidsbeleid ten aanzien van zelfstandigen (deels) zou worden teruggedraaid verwacht het CPB dat de groei zal stagneren.

Dat de fiscale voordelen voor zzp’ers worden beperkt is aannemelijk. Hoewel de regering vorig jaar onder zware druk nog besloot af te zien van de geplande bezuinigingen op de zelfstandigenaftrek, zal het huidige fiscale beleid voor zzp’ers waarschijnlijk geleidelijk toch worden herzien. Het is namelijk de vraag of fiscale voordelen voor zelfstandigen bijdragen aan de beleidsdoeleinden en in hoeverre zij economisch te rechtvaardigen zijn. Zelfstandigen betalen significant minder belasting dan werknemers: van een verdiende euro houden zij 15 tot 25 cent meer over dan werknemers (Van Vuuren, 2012). Door zelfstandig ondernemerschap zo te stimuleren hoopte de overheid innovatie en werkgelegenheid te bevorderen, maar van beide doelen lijkt weinig gerealiseerd. Het grootste deel van de zzp'ers heeft geen intentie personeel aan te nemen (MKB-Nederland, 2008). Daarnaast lijkt de opkomst van zzp'ers niet samengegaan met een toename van innovatie (Stam, 2013) en zijn er directere fiscale instumenten beschikbaar die innovatie stimuleren zoals de WBSO[6] (Van Vuuren, 2012). De Commissie Van Dijkhuizen concludeerde vorig jaar dan ook dat er geen rechtvaardiging is voor de fiscale voordelen van zelfstandigen. Zij pleitte daarom voor een geleidelijke afschaffing van de zelfstandigenaftrek (Commissie Inkomstenbelasting en toeslagen, 2013). Daarnaast heeft de Belastingdienst in april van dit jaar al aangegeven strenger op te treden tegen schijnzelfstandigen door hen het recht op zelfstandigenaftrek te ontnemen. De Belastingdienst schat dat er in 2010 rond de 90.000 zzp’ers waren die in feite verkapt in dienstverband werkten en dus onterecht gebruik maakten van de zelfstandigenaftrek.

Als de zelfstandigenaftrek steeds meer wordt ingeperkt, kan dit grote gevolgen hebben voor sommige zzp’ers, zeker degenen in de lagere inkomensgroep. Dezen hoeven nu soms maar over een zeer beperkt deel van hun inkomsten belasting te betalen (Mateboer et al., 2014). Bij afschaffing van de zelfstandigenaftrek zouden zij hun inkomen substantieel zien dalen. Als deze groep zzp’ers geen gebruik meer zal kunnen maken van de zelfstandigenaftrek is het waarschijnlijk dat een groot deel dan weer kiest voor een regulier dienstverband of als dat niet lukt werkloos in de bijstand raakt. Het is daarom waarschijnlijk dat de toename van het aantal zzp’ers in de toekomst gematigd zal zijn als de overheid haar beleid aanscherpt.

Conclusie

Zzp’ers spelen een steeds belangrijkere rol op de arbeidsmarkt, wat ook tijdens de huidige crisis duidelijk werd. Door de klappen van de recessie in hun inkomen op te vangen hebben zij de werkgelegenheidsdaling gedempt. De keerzijde hiervan is echter dat het aantal kwetsbare zelfstandigen toeneemt, die steeds vaker verborgen werkloos zijn of onder de armoedegrens vallen. Of het aantal zzp’ers ook in de toekomst sterk toeneemt, hangt af van het overheidsbeleid met betrekking tot de fiscale voordelen voor zelfstandigen. Het is waarschijnlijk dat de overheid de zelfstandigenaftrek op termijn zal beperken, aangezien de fiscale voordelen voor zelfstandigen op economische gronden moeilijk te rechtvaardigen zijn. Dit zal naar verwachting leiden tot een sterk gematigde groei van het aantal zzp’ers in de toekomst.

Voetnoten

[1] De zelfstandigenaftrek bedraagt momenteel 7.280 euro. Dit bedrag mag van de belastbare winst worden afgetrokken, op voorwaarde dat er minstens 1.225 uur in de onderneming wordt gestoken.

[2] Met een VAR geeft de belastingdienst aan hoe zij het inkomen beoordeelt. Door een VAR aan te vragen kunnen zelfstandigen van te voren zekerheid krijgen dat hun inkomen als winst uit onderneming wordt aangemerkt en weten opdrachtgevers dat zij geen loonbelasting en sociale premies hoeven te betalen.

[3] Een uitzondering hierop vormt de bijzondere regeling werktijdverkorting, die het tijdens de mondiale kredietcrisis voor werkgevers mogelijk maakte om het aantal uren van werknemers terug te schroeven als er sprake was van een acute omzetdaling.

[4] Het gaat hier om ‘nieuwe’ zzp’ers die voornamelijk eigen arbeid aanbieden.

[5] De lage inkomensgrens wordt hier gedefinieerd als een vast koopkrachtbedrag van 940 euro per maand, in prijzen van 2010. De huishoudensinkomens van de meerpersoonshuishoudens zijn berekend met behulp van een equivalentiefactor.

[6] Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk

Bibliografie

Arbeidsmarkt GedragOnderzoek (2014). 1 op de 6 werd noodgedwongen zzp’er in 2013. Intelligence-group.nl, 4 maart 2014.

Bosch, N., Roelofs, G., Van Vuuren, D. & Wilkens, M. (2012). De huidige en toekomstige groei van het aandeel zzp’ers in de werkzame beroepsbevolking. CPB 2012.

Centraal Bureau voor de Statistiek (2013). Zelfstandigen Enquête Arbeid 2012. Den Haag: CBS.

Commissie inkomstenbelasting en toeslagen (2013). Naar een activerender belastingstelsel, juni 2013.

Dekker, F. & Stavenuiter, M. (2012). Zzp’ers: op weg naar herziening? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Ende, M., Erken, H. & Streefkerk, M. (2010). Lage werkloosheidsgroei ten tijde van crisis. Economisch Statistische berichten, 95(4589).

Van Es, F. & Van Vuuren, D. (2010). Een decompositie van de groei van het aandeel zelfstandigen in de beroepsbevolking. TPEdigitaal, jaargang 4(3).

Kösters, L., & Souren, M. (2014). De toename van zzp’ers in Europees perspectief. Economisch Statistische Berichten, 99(4683).

Lok, R., Otten, F, en Leufkens, K. (2012). Financiële kwetsbaarheid van zelfstandigen zonder personeel. Economisch Statistische Berichten,97(4634).

Mateboer, M., Erksen, J., Muller, H. & Langenberg, H. (2014). Inkomen en kenmerken van zelfstandigen zonder personeel. Central Bureau voor de Statistiek, 1 mei 2014.

MKB-Nederland (2008). Wat werkgevers weerhoudt: Belemmeringen voor een hogere arbeidsdeelname. Delft: MKB-Nederland.

Stam, E. (2008). De Nederlandse ondernemerschap-paradox: Arbeidsmarktregulering en ondernemerschap in Nederland. TPE-digitaal, 7 (4), 21-40.

Vries, N. de, Bangma, K. & Vroonhof, P. (2010). Een kwestie van ondernemen: zzp’ers in de crisis. Zoetermeer: EIM, februari 2010.

Vroonhof, P., Verhoeven, W. & Folkeringa, M. (2005). Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap. Zoetermeer: EIM, augustus 2005.

Vroonhof, P., Tissing, H., Swaters, M. Bruins, A. & Davelaar, E. (2008). Zelfstandigen zonder personeel. Zoetermeer: EIM/ Bureau Bartels.

Van Vuuren, D. (2012). De fiscale behandeling van zelfstandigen: een kritische blik. Den Haag:CPB.

Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven