RaboResearch - Economisch Onderzoek

VS: Amerika ontwaakt uit winterslaap

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Nu het extreme winterweer achter de rug is, komt de Amerikaanse economie weer op gang. De Fed draait de geldkraan langzaam dicht en begint al na te denken over de eerste renteverhoging.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Economie stond even stil in de sneeuw

De zwakke economische maandcijfers tijdens de barre wintermaanden waren er al een voorbode van, maar de BBP-cijfers voor het eerste kwartaal hebben bevestigd dat de Amerikaanse economie volledig was vastgelopen in de sneeuw. Volgens de meest recente schatting kromp de economie zelfs met 1,0% op jaarbasis. De investeringen namen af en de groei van de private consumptieve bestedingen aan goederen vertraagde. De groeiversnelling van de private consumptieve bestedingen aan diensten, veroorzaakt door de invoering van president Obama’s gezondheidszorgverzekering, verzachtte de klap nog enigszins. Maar vooral de voorraden en de netto export leverden een negatieve bijdrage aan de economische groei in het eerste kwartaal.

Inmiddels is het extreme weer achter de rug en lijkt de Amerikaanse economie ontwaakt uit een winterslaap. De maandcijfers bevestigen het beeld dat het economische herstel doorzet. De werkgelegenheidsgroei bedroeg meer dan 200.000 banen per maand in februari-april (figuur 1). De dalende trend in de werkloosheid zet door, ook als we naar ruimere maatstaven kijken die rekening houden met ontmoedigde werkzoekenden en deeltijdwerkers die graag voltijds zouden willen werken. Al met al wijzen de cijfers op een doorzettend economisch herstel. De fundamenten van de Amerikaanse economie zien er dan ook een stuk beter uit. De negatieve effecten van de ‘fiscal cliff’, een combinatie van belastingverhogingen en automatische bezuinigingen, zijn uitgewerkt en niet langer een blok aan het been van de private consumptieve bestedingen. Ook de schuldenpositie van consumenten is de afgelopen jaren verbeterd, waardoor er meer ruimte vrijkomt voor bestedingen: de spaarquote begint dan ook weer te dalen. Bovendien zijn de overheidsfinanciën substantieel verbeterd door de aanvankelijk gevreesde begrotingsmaatregelen. Volgens ramingen van het Congressional Budget Office zal het federale begrotingstekort volgend jaar dalen tot 2,6% van het BBP. De overheidsschuld zet naar verwachting een daling in van 73,6% in 2014 tot 72,3%-BBP in 2017.

Figuur 1: Werkgelegenheidsgroei VS
Figuur 1: Werkgelegenheidsgroei VSBron: Macrobond

De wapenstilstand tussen de Republikeinen en de Democraten over verdere begrotingsmaatregelen heeft ook het binnenlandse investeringsklimaat verbeterd. Voorlopig hoeven we niet meer te vrezen voor sluitingen van de federale overheid of een dreigend faillissement van de VS zoals vorig jaar. De verwachting is dan ook dat de bedrijfsinvesteringen na het teleurstellende eerste kwartaal weer een substantiële bijdrage aan de economische groei gaan leveren. Het huizenmarktherstel lijkt ook na de winter door te zetten (figuur 2), maar ondervindt wel enige hinder van de hogere renteniveaus die het gevolg zijn van het naderende einde van het extreem ruime monetaire beleid van de Fed. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat institutionele beleggers een belangrijke rol spelen in het herstel van de huizenprijzen dat in 2012 inzette.[1]

Figuur 2: Huizenprijsontwikkeling VS
Figuur 2: Huizenprijsontwikkeling VSBron: Macrobond

Uiteindelijk zullen huishoudens deze rol moeten overnemen, maar voorlopig zorgen beleggers voor het herstel van deze cruciale sector in de Amerikaanse economie. Het aantrekken van de arbeidsmarkt zal uiteindelijk meer huishoudens in staat stellen een huis te kopen.

Ook de inflatie trekt aan

Ondanks de verbetering van de arbeidsmarkt lijkt de groei van de lonen niet aan te trekken. In april kwam deze zelfs tot stilstand. Dit suggereert dat er nog steeds sprake is van substantiële overcapaciteit op de arbeidsmarkt. Ondanks de dalende trend in de verschillende maatstaven voor werkloosheid bevinden de ruimere maatstaven zich nog steeds op een hoog niveau. Als we bovendien de totale werkgelegenheid afzetten tegen de totale bevolking, dan zien we dat er na de scherpe daling tijdens de Grote Recessie nauwelijks herstel is opgetreden. Voor een deel is dit toe te schrijven aan de vergrijzing, maar ook de participatie in jongere leeftijdsklassen is afgenomen.

Figuur 3: Inflatie VS
Figuur 3: Inflatie VSBron: Macrobond

Ondanks de bescheiden loongroei lijkt de inflatie de weg omhoog weer te hebben gevonden. De trage reactie van de lonen kan de consument op korte termijn nog enige koopkracht kosten. De consumentenprijsinflatie steeg in april naar 2,0% (jaar-op-jaar) na 1,5% in maart (figuur 3). Hoewel dit voor een deel is veroorzaakt door de volatiele voedsel- en energieprijzen steeg ook de kerninflatie, van 1,7% naar 1,8%. Met het aanhouden van het economische herstel verwachten we dat de overcapaciteit in de arbeidsmarkt afneemt, de lonen alsnog zullen aantrekken en daardoor de kerninflatie verder zal oplopen in de richting van de 2,0%.

Onzekerheid over overcapaciteit

Zolang de kerninflatie de 2,0% niet teveel overschrijdt, zal de Fed de overcapaciteit op de arbeidsmarkt naar verwachting gebruiken als reden om het extreem ruime monetaire beleid voort te zetten (figuur 4). De Amerikaanse centrale bank heeft namelijk een duaal mandaat dat niet alleen is gericht op prijsstabiliteit, maar ook op ‘volledige werkgelegenheid’. Zolang er nog teveel mensen die willen of kunnen werken zonder baan zitten heeft de Fed het mandaat om de werkgelegenheid verder te stimuleren. Voor de beleidsrente (de ‘federal funds rate’) geldt al jaren een bandbreedte van 0,00% tot 0,25%. Om extra neerwaartse druk op de langere rentes uit te oefenen, koopt de centrale bank nog steeds obligaties op. Omdat deze langere rentes bepalend zijn voor investeringen en private consumptie probeert de centrale bank op deze manier het economische herstel te ondersteunen. Op dit moment pompt de Fed met deze aankopen maandelijks nog steeds $ 45 miljard in de obligatiemarkten, maar elke beleidsraadsvergadering wordt dit bedrag met $ 10 miljard verminderd. Als het dichtdraaien van de geldkraan in dit tempo doorgaat, kan het kwantitatieve verruimingsprogramma in het laatste kwartaal van 2014 worden afgerond. De volgende stap die de Fed dan wil zetten, is het verhogen van de beleidsrente. Dit zal niet direct na het afronden van ‘QE3’ gebeuren: de beleidsraad heeft aangegeven dat er een aanzienlijke hoeveelheid tijd tussen deze twee gebeurtenissen zal liggen. Fed-voorzitter Yellen dacht bijvoorbeeld aan een periode van zes maanden. Bovendien zal de eerste renteverhoging afhangen van verschillende maatstaven voor de arbeidsmarktomstandigheden, indicatoren voor inflatiedruk, inflatieverwachtingen en financiële ontwikkelingen. Door de onzekerheid en onenigheid binnen de beleidsraad over de exacte omvang van de overcapaciteit in de Amerikaanse economie is het niet eenvoudig om een precieze omschrijving te geven van de arbeidsmarktvoorwaarden waaronder de Fed de beleidsrente zal verhogen. Fed-voorzitter Janet Yellen geeft aan dat er nog steeds een hoop overcapaciteit op de arbeidsmarkt is. Er zijn veel potentiële werkzoekenden die tijdens de recessie de hoop op werk hebben opgegeven en daarom formeel niet meer als werkloos worden gerekend, maar zich bij een doorzettend herstel wellicht weer op de arbeidsmarkt zullen melden. Bovendien zijn er veel deeltijdwerkers die liever een volledige baan zouden willen hebben.

Figuur 4: Werkloosheid VS
Figuur 4: Werkloosheid VSBron: Macrobond

We denken niet dat de arbeidsmarktomstandigheden in de komende twaalf maanden zo sterk zullen verbeteren dat de meerderheid van de beleidsraad het zal aandurven om de rente te verhogen, tenzij de leden hun opvattingen over overcapaciteit veranderen. Een snellere stijging in de kerninflatie dan verwacht zou hier een extra impuls aan kunnen geven. Met deze kwalificaties in het achterhoofd gaan we er vooralsnog vanuit dat de Fed pas in het laatste kwartaal van 2015 de rente zal verhogen.

Tabel 1: Kerngegevens Verenigde Staten
Tabel 1: Kerngegevens Verenigde StatenBron: Reuters EcoWin, Rabobank

Auteur
Philip Marey

Voetnoot

 [1] Philip Marey en Stefan Koopman, Rebuilding America, Rabobank Financial Markets Research, Special Report, 18 februari 2014.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: SE: Zweden, GB: Verenigd Koninkrijk, CZ: Tsjechië, IE: Ierland, CH: Zwitserland, US: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, MX: Mexico, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, IN: India, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, ZA: Zuid-Afrika, AU: Australië, BE: België, NZ: Nieuw-Zeeland, CA: Canada, NO: Noorwegen, FI: Finland, DK: Denemarken, KR: Zuid-Korea, TW: Taiwan, UA: Oekraïne.

Gebruikte afkortingen valuta: try: Nieuwe Turkse lira, brl: Braziliaanse real, thb: Thaise bath, rub: Russische roebel, huf : Hongaarse forint, zar: Zuid-Afrikaanse rand, gbp: Britse pond, eur: Euro, USD: Amerikaanse dollar.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp

Delen:
Auteur(s)
Philip Marey
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 71 21437

naar boven