RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederlandse economie geeft geen krimp

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

Ondanks een terugval in het eerste kwartaal zal het Nederlandse BBP-volume in 2014 licht groeien,  vooral met dank aan de export en de investeringen. Voor 2015 voorzien we een groeiversnelling, mede dankzij de toename van de particuliere consumptie.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Tim Legierse geeft een toelichting bij de economische vooruitzichten voor Nederland.

Terugval eerste kwartaal niet zo erg als het lijkt

In het eerste kwartaal van dit jaar kromp het Nederlandse BBP-volume met maar liefst 1,4% ten opzichte van het laatste kwartaal van 2013. Die forse krimp is minder ernstig dan het lijkt. De terugval in het eerste kwartaal is namelijk grotendeels het gevolg van incidentele fluctuaties in autoverkopen en gasproductie.

In het laatste kwartaal van 2013 groeide de economie extra hard (met 1% ten opzichte van het voorgaande kwartaal) omdat er veel meer nieuwe auto’s zijn verkocht dan gebruikelijk in het vierde kwartaal. Zowel bedrijven als particulieren kochten nog snel een auto voor het einde van het jaar, omdat dit fiscaal aantrekkelijk was. Per 1 januari 2014 zijn namelijk de CO2-grenzen voor de aanschafbelasting (BPM) en de bijtelling voor het privégebruik van leaseauto’s strenger geworden. In het eerste kwartaal van 2014 zorgde het wegvallen van deze extra verkopen al direct voor een daling van het reële Bruto Binnenlands Product (BBP) op kwartaalbasis.

Bovendien was het in het eerste kwartaal uitzonderlijk warm in West-Europa. Dit zorgde door een lagere binnenlandse consumptie en een lagere uitvoer van aardgas voor een sterke daling van de gasproductie en dus van het BBP in het eerste kwartaal. Voor de consument is een daling van de energierekening natuurlijk juist prettig en dit illustreert maar weer eens dat het BBP niet altijd geschikt is als maatstaf voor welvaart[1].

Als we deze incidentele fluctuaties buiten beschouwing laten, dan waren zowel de groei van het BBP in het vierde kwartaal van 2013 als de krimp in het eerste kwartaal van 2014 een stuk kleiner en per saldo heffen ze elkaar vrijwel op. Ook is het niet ondenkbaar dat de eerste raming nog wordt bijgesteld door het CBS, omdat de statistische restpost nog vrij groot is (zie figuur 1).

Figuur 1: BBP-volume en bestedingscomponenten
Figuur 1: BBP-volume en bestedingscomponentenBron: CBS

Wij verwachten dat de economie in de rest van 2014 weer licht groeit, waardoor het BBP-volume met ½% toe zal nemen ten opzichte van vorig jaar. Deze groei is vooral te danken aan de uitvoer en de investeringen. In 2015 leveren  ook de consumptieve bestedingen van huishoudens een positieve bijdrage en verwachten wij een BBP-groei van 1½%.

Uitvoer profiteert van aantrekkende economie handelspartners

De export is een belangrijke pijler van de Nederlandse economie, zeker nu de binnenlandse bestedingen al jaren dalen. Het is dan ook goed nieuws dat de eurozone uit recessie is gekomen. Na een krimp van 0,4% in 2013 verwachten we voor de eurozone als geheel een BBP-groei van 1% in 2014.

De drie belangrijkste exportmarkten voor Nederland zijn Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Naar deze landen exporteren wij veel goederen en diensten met een relatief hoge toegevoegde waarde. Bij deze handelspartners is het sentiment onder inkoopmanagers in de maakindustrie sinds medio 2013 sterk verbeterd (figuur 2) en voor 2014 verwachten we een flinke economische groeiversnelling ten opzichte van vorig jaar. Waar de groei in deze landen vorig jaar nog tussen de 0,5% en 1,9% lag, verwachten we voor 2014 groeipercentages van 2% (Duitsland), 2½% (VS) en 3% (VK). Zie ook de hoofdstukken Eurozone en Verenigde Staten elders in dit Kwartaalbericht. 

Figuur 2: Sentiment inkoopmanagers (PMI)
Figuur 2: Sentiment inkoopmanagers (PMI)Bron: Reuters EcoWin, Rabobank

De euro is in de afgelopen maand goedkoper geworden ten opzichte van zowel de Amerikaanse dollar als het Britse pond. Omdat we verwachten dat deze beweging nog iets verder door zal zetten (zie het hoofdstuk Rente & valuta elders in dit Kwartaalbericht) geeft dit de uitvoer in de loop van 2014 en in 2015 wat steun in de rug. De concurrentiepositie wordt verder ondersteund doordat de werkgelegenheid dit en volgend jaar minder hard toeneemt dan de productie, waardoor de productiviteit oploopt en de arbeidskosten per eenheid product minder sterk stijgen. Voor dit jaar voorzien we een stijging van het uitvoervolume naar 2¾%. In 2015 trekt de uitvoergroei verder aan, door verder verbeterde economische omstandigheden in de eurozone en een zwakkere euro. Hierdoor groeit de uitvoer volgend jaar met naar verwachting 5%.

Figuur 3: Bezettingsgraden Nederlandse industrie- en transportsector
Figuur 3: Bezettingsgraden Nederlandse industrie- en transportsector Bron: CBS

Wanneer de export groeit, dan zullen vooral de Nederlandse maakindustrie en delen van de transportsector hiervan profiteren. We zien dat de bezettingsgraad in deze bedrijfstakken in de afgelopen kwartalen al is toegenomen (figuur 3).

Investeringen groeien weer

Naarmate de bezettingsgraden en economische vooruitzichten verbeteren gaan bedrijven meer investeren. Sinds vorig jaar zijn de bedrijfsinvesteringen alweer voorzichtig aan het groeien. Deze groei was wel enigszins geflatteerd door de hoge autoverkopen in het vierde kwartaal. Maar ook de investeringen in andere soorten activa, zoals gebouwen, machines en computers, nemen sinds het eerste kwartaal van 2013 weer toe (figuur 4). Gegeven de verbeterde economische vooruitzichten verwachten wij dat bedrijven de komende jaren weer meer zullen investeren, zowel in kapitaalgoederen als in mankracht.

Figuur 4: Investeringen in vaste activa
Figuur 4: Investeringen in vaste activaBron: CBS

Het beginnende herstel op de woningmarkt heeft in de afgelopen kwartalen voor een groei van de woninginvesteringen gezorgd (zie ons recente Kwartaalbericht Woningmarkt). In de tweede helft van het jaar en vooral in 2015 zal een toename van de nieuwbouw deze investeringen verder opstuwen. Wij verwachten dat de reële bruto private investeringen in vaste activa in 2014 en 2015 met respectievelijk 6% en 5% per jaar zullen stijgen.

Werkloosheid voorlopig nog hoog

Hoewel de productie weer langzaam aantrekt, laat het herstel op de arbeidsmarkt nog op zich wachten. De toenemende bedrijvigheid zal uiteindelijk voor extra werkgelegenheid zorgen, maar dit gebeurt zoals gebruikelijk met enige vertraging (zie figuur 5). Bedrijven zullen namelijk eerst wachten tot de bezettingsgraad voldoende is gestegen voordat zij extra mankracht inhuren. De stijging van het aantal uitzenduren en het aantal vacatures in de afgelopen kwartalen is een voorbode voor het aantrekken van de private werkgelegenheid (zie Economisch Commentaar: Stijging uitzenduren goed nieuws voor Nederlandse arbeidsmarkt). Tegelijkertijd neemt de werkgelegenheid in de publieke sector nog af. De totale werkgelegenheid neemt daarom volgens onze voorspelling pas in 2015 weer toe.

Figuur 5: Ontwikkeling werkgelegenheid volgt economische groei
Figuur 5: Ontwikkeling werkgelegenheid volgt economische groei Bron: CBS

Samen met de werkgelegenheid neemt ook het aanbod van arbeidskrachten naar verwachting weer toe. In de tweede helft van 2013 daalde het arbeidsaanbod nog fors (zie figuur 6), vermoedelijk omdat een deel van de niet-werkenden zich heeft teruggetrokken van de arbeidsmarkt (discouraged worker effect) en niet meer geregistreerd staat als werkloos. Wanneer de kans op werk weer toeneemt, zal het aantal niet-werkenden dat actief zoekt naar werk ook weer gaan stijgen.

Figuur 6: Werkgelegenheid en arbeidsaanbod
Figuur 6: Werkgelegenheid en arbeidsaanbod Bron: CBS

Wij verwachten dat de werkloosheid dit jaar per saldo nog iets oploopt, tot 7¼% van de beroepsbevolking volgens de internationale definitie van de International Labour Organisation (ILO)[2]. In 2015 zal de werkloosheid met gemiddeld 7% iets lager uitvallen dan in 2014.

Consumptievolume krimpt nog

Huishoudens hebben weer meer te besteden en zijn positiever gestemd over de economie en hun eigen financiële situatie. Toch houden zij dit jaar nog de hand op de knip: wij verwachten een daling van het particuliere consumptievolume met ¾%. Pas in 2015 zal ook de consumptie weer licht gaan stijgen.

Na vier jaar van daling neemt de koopkracht van huishoudens in 2014 weer toe. Dankzij het sterk vertraagde inflatietempo is de daling van de reële lonen tot stilstand gekomen (zie figuur 7). Wij verwachten dat de inflatie in 2014 minder dan 1% zal bedragen. De koopkracht wordt nog verder ondersteund door een verlaging van de belastingdruk  op lage inkomens en een verlaging van de pensioen- en zorgpremies.

Omdat het begrotingstekort van de overheid in 2014 en 2015 naar verwachting onder de 3%-BBP blijft, hoeft zij dit en volgend jaar geen aanvullende bezuinigingen of lastenverzwaringen door te voeren. Dit is een zeer welkome verandering ten opzichte van de afgelopen jaren, toen het kabinet regelmatig aanvullende begrotingspakketten presenteerde. Als de vooruitzichten voor het begrotingstekort in 2015 verder verbeteren, zal de overheid dit wellicht aangrijpen om lastenverlichtingen door te voeren. In dat geval zal de consumptiegroei in 2015 hoger uit kunnen vallen.

De ruimte voor lastenverlichting is echter beperkt. Hoewel Nederland inmiddels is ontslagen van het zogeheten Europese ‘strafbankje’ (de buitensporige-tekortprocedure) zou het volgens de zogenaamde preventieve tak van de Europese begrotingsregels eigenlijk méér moeten bezuinigen. Dat komt doordat het structurele begrotingssaldo van de Nederlandse overheid niet voldoende snel naar de middellangetermijndoelstelling van -0,5%-BBP toe beweegt. Dit beperkt de mogelijkheid om het begrotingstekort weer op te laten lopen teneinde het economische herstel te bespoedigen. 

Figuur 7: Lonen en inflatie
Figuur 7: Lonen en inflatie Bron: CBS
Figuur 8: Consumentenvertrouwen sterk verbeterd
Figuur 8: Consumentenvertrouwen sterk verbeterd Bron: CBS, Rabobank

Het consumentenvertrouwen is sinds medio 2013 sterk verbeterd. Er zijn nu bijna evenveel consumenten positief als negatief gestemd  (zie figuur 8). En dat is bijzonder, want meestal hebben de pessimisten in Nederland de overhand – het langjarige gemiddelde over de afgelopen 25 jaar is -8. Consumenten zijn positiever gestemd over het economische klimaat in het algemeen en over de eigen financiële situatie. De koopbereidheid blijft nog iets achter, maar ook op dit punt is het sentiment verbeterd.

De toegenomen koopkracht en het sterk verbeterde consumentenvertrouwen bieden in theorie perspectief op enige toename van het consumptievolume. Maar wij gaan ervan uit dat balansherstel door gezinnen, te weten het afbouwen van schulden en het opbouwen van vermogen, de consumptie de komende jaren nog zal afremmen. Dit jaar zal daardoor de consumptie op jaarbasis nog krimpen, terwijl de consumptiegroei volgend jaar achterblijft bij de inkomensgroei.

Bij het voorgaande moet worden opgemerkt dat de onderlinge verschillen tussen huishoudens groot zijn. Jonge huishoudens hebben gemiddeld een klein financieel vermogen en –zodra zij een eigen woning kopen– vaak een flinke hypotheekschuld (zie figuur 9). Vooral degenen van wie de woning ‘onder water staat’ (de hypotheekschuld is hoger dan de woningwaarde, zie ook ons Kwartaalbericht Woningmarkt), zullen indien mogelijk extra willen aflossen. Steeds vaker worden zij hierbij geholpen door hun ouders. De tijdelijke verhoging van de schenkingsvrijstelling loopt nog tot eind 2014 en zal ook dit jaar zorgen voor extra aflossingen op hypotheken. 

Figuur 9: Gemiddeld financieel vermogen Nederlandse huishoudens (exclusief pensioenopbouw)
Figuur 9: Gemiddeld financieel vermogen Nederlandse huishoudens (exclusief pensioenopbouw)Bron: CBS

Bovendien heeft een steeds grotere groep Nederlanders betalingsachterstanden op rekeningen en leningen. Volgens het Bureau Kredietregistratie (BKR) hadden op 1 januari van dit jaar maar liefst 740.000 personen een betalingsachterstand van negentig dagen of meer op een lening of verzendhuiskrediet, een stijging van circa 25% sinds 2011. Deze groep zal alle zeilen moeten bijzetten om de achterstanden weer in te lopen en de consumptieve bestedingen dus moeten beperken.

Hier staat tegenover dat een grote groep huishoudens, zoals een deel van de 60-plussers, wel degelijk de mogelijkheid heeft om in te teren op het opgebouwde vermogen. Tegelijkertijd is dit niet de groep huishoudens die in de afgelopen jaren de consumptie heeft beperkt. De reële bestedingen van deze huishoudens zijn in de periode 2008-2012 zelfs toegenomen met 4,4 % (CBS). Maar voor zover vermogende huishoudens de afgelopen jaren toch enigszins de hand op de knip hebben gehouden, kan de groei van de particuliere consumptie dit en volgend jaar wellicht hoger uitkomen dan we nu verwachten. Ook het relatief sterke herstel van het aantal woningverkopen kan er voor zorgen dat de consumptieve bestedingen iets harder groeien dan we nu voorzien. 

Conclusie

Hoewel dit jaar begon met economische krimp, verwachten we dat het BBP-volume in 2014 en 2015 weer voorzichtig zal toenemen (figuur 10). Dankzij de stijgende uitvoer en verbeterde economische vooruitzichten gaan de bedrijfsinvesteringen al in 2014 weer groeien. Ook voor huishoudens is er goed nieuws: mede dankzij de lage inflatie neemt de koopkracht weer toe. Desondanks verwachten wij dat de consumptieve uitgaven in 2014 nog zullen dalen, maar minder hard dan in voorgaande jaren. De werkloosheid blijft voorlopig nog hoog en zal in 2014 wellicht zelfs nog iets toenemen.

Pas in 2015 staan alle seinen weer op groen en zien we eindelijk weer een kleine stijging van de particuliere consumptie en een lichte daling van de werkloosheid.

Figuur 10: Economie herstelt na krimp eerste kwartaal
Figuur 10: Economie herstelt na krimp eerste kwartaalBron: CBS, Rabobank
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Bron: CBS, Rabobank

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Voetnoten

[1] Zie ook onze eerdere studie Op weg naar duurzame groei.

[2] Volgens de internationale definitie wordt iemand die minder dan twaalf uur per week werkt en het aantal uren wil uitbreiden beschouwd als ‘werkend’, terwijl die persoon in de Nederlandse definitie als ‘werkloos’ wordt gezien. Daarom valt de werkloosheid volgens de Nederlandse definitie doorgaans hoger uit. Op de website van het CBS staat een uitleg van deze definities.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: SE: Zweden, GB: Verenigd Koninkrijk, CZ: Tsjechië, IE: Ierland, CH: Zwitserland, US: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, MX: Mexico, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, IN: India, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, ZA: Zuid-Afrika, AU: Australië, BE: België, NZ: Nieuw-Zeeland, CA: Canada, NO: Noorwegen, FI: Finland, DK: Denemarken, KR: Zuid-Korea, TW: Taiwan, UA: Oekraïne.

Gebruikte afkortingen valuta: try: Nieuwe Turkse lira, brl: Braziliaanse real, thb: Thaise bath, rub: Russische roebel, huf : Hongaarse forint, zar: Zuid-Afrikaanse rand, gbp: Britse pond, eur: Euro, USD: Amerikaanse dollar.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp

Delen:
Auteur(s)

naar boven