RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Blik op de wereld: al hobbelend omhoog

Economisch Kwartaalbericht

Delen:
Deze publicatie is verouderd. Bekijk de recentste editie

De groei van de mondiale economie is en blijft zwak. De bijdrage aan de groei van de geïndustrialiseerde landen is wel groter dan in de afgelopen jaren terwijl de groeibijdrage van de opkomende markten afneemt. Wel draagt de opkomende wereld de groei van de mondiale economie nog steeds voor het overgrote deel. De redenen voor de groeivertraging aldaar lopen uiteen, maar monetaire verkrapping in opkomende markten en (geo-)politieke onrust spelen hierin een rol. Naar verwachting zal de groei van de wereldeconomie dit jaar per saldo licht versnellen, al blijven er risico’s bestaan.

Naar de overzichtspagina van het Economisch Kwartaalbericht.

Hans Stegeman geeft een toelichting bij de internationale economische vooruitzichten.

Langzaam vooruit

Het eerste kwartaal van 2014 is qua economische groei slechter gebleken dan het laatste kwartaal van 2013. De wereldwijde industriële productie groeide in de eerste maanden van dit jaar iets minder hard (figuur 1), terwijl de wereldhandel zelfs kromp. Daarbij spelen een tragere groei in Azië, met name in China, en een onvoorzien slecht eerste kwartaal in de VS een rol. De Amerikaanse economie kromp in het eerste kwartaal met 1% in volume ten opzichte van een kwartaal eerder, wat is te verklaren door extreem koud winterweer. Onderliggende data duiden nog altijd op een groeiversnelling dit en volgend jaar (figuur 2). In het VK was het eerste kwartaal sterker dan eerder geraamd door een hogere groei van de bedrijfsinvesteringen dan verwacht. Dit is een goed teken voor de houdbaarheid van het economische herstel. Het herstel in de eurozone zet door, maar is aanzienlijk zwakker dan dat in de VS en het VK. Onder andere balansherstel en een hoge werkloosheid werken de groei tegen. Japan was met de sterkste groei van de geïndustrialiseerde landen de grootste positieve verrassing van dit kwartaal. Vermoedelijk was de enorme opleving voor het grootste deel slechts een tijdelijk effect als gevolg van de naar voren gehaalde bestedingen vanwege de forse BTW-verhogingen in april 2014. Op basis van onderliggende data en sentimentsindicatoren (figuur 2) verwachten wij in de geïndustrialiseerde wereld in 2014 en 2015 een lichte groeiversnelling ten opzichte van 2013.

Figuur 1: Groei industriële productie is afgenomen
Figuur 1: Groei industriële productie is afgenomenBron: CPB wereldhandelsmonitor
Figuur 2: De inkoopmanagersindex
Figuur 2: De inkoopmanagersindexBron: Reuters EcoWin

Ondertussen vertraagt de groei in de opkomende wereld dit jaar juist ten opzichte van 2013. De groeivertraging in China, door een andere beleidskoers, speelt hierin een belangrijke rol. De verschillen tussen de diverse opkomende markten zijn echter groot door onder meer (geo-) politieke ontwikkelingen en monetair beleid. Mede hierdoor trekt de mondiale groei beperkt en in historisch perspectief redelijk traag aan (figuur 3). Verder zal deze groei voornamelijk steunen op de opkomende markten in de Oosterse wereld, ondanks de groeivertraging daar.

Figuur 3: Mondiale economie
Figuur 3: Mondiale economieBron: IMF en Rabobank
Figuur 4: Valuta’s reageren sterk op politieke ontwikkelingen
Figuur 4: Valuta’s reageren sterk op politieke ontwikkelingenBron: Reuters EcoWin

Politiek als rem of drijver

Politieke ontwikkelingen hebben momenteel een grote invloed op de groeiverwachtingen van opkomende landen, zowel negatief als positief. In Oekraïne heeft de politieke onrust zoals verwacht geleid tot een krimp van de economie in het eerste kwartaal en in Rusland tot een vertraging van de groei. Ook hebben beide landen als gevolg van de politieke onrust ook last van afnemende netto kapitaalinstromen. De munten van beide landen verzwakten hierdoor sterk (figuur 4). Hulp van het IMF was nodig om een betalingsbalanscrisis in Oekraïne te voorkomen en in Rusland werd de rente verhoogd om de roebel te ondersteunen. De munt stabiliseerde, maar er werd tegelijkertijd een rem gezet op de binnenlandse bestedingen. De verkiezing van Petro Poroshenko als de nieuwe president van Oekraïne is een voorzichtige eerste stap in de richting van een oplossing voor het conflict. De kans is echter zeer groot dat het in 2014 politiek onrustig blijft in Oekraïne.

In India hebben politieke ontwikkelingen juist een positief effect. Voor het eerst in dertig jaar heeft één partij (de Bharatiya Janata Partij) een meerderheid in de Lok Sabha (de Tweede Kamer van India) gewonnen. Dit biedt perspectief op economische hervormingen in een land dat berucht is om haar trage politieke besluitvorming en overmatige bureaucratie. Economische hervormingen kunnen het groeipotentieel van India vergroten. Het sentiment is dan ook sterk verbeterd. Toch zullen de structurele problemen in India niet van de ene op de andere dag verdwijnen. De verwachtingen zijn dus momenteel misschien wat te hoog gespannen.

Ook in China speelt de politiek een belangrijke rol. Daar gaat de overheid onverminderd door met het uitvoeren van een grootschalige hervormingsagenda. De kwaliteit van de groei gaat meer en meer boven kwantiteit, maar stabiliteit gaat boven alles. Potentiële problemen op de huizenmarkt of in de financiële sector moeten dus onder controle worden gehouden terwijl de groei van het Chinese BBP-volume elk jaar met ongeveer 0,5 procentpunt vertraagt. Omdat China de tweede economie van de wereld is, heeft deze relatief kleine vertraging een relatief grote invloed op het wereldbeeld. Deze vertraging is overigens niet gelijkmatig over het jaar verdeeld. Net als vorig jaar was in de eerste maanden een sterkere groeivertraging te zien. Door de angst voor een sterkere groeivertraging in China dan verwacht, verslechterde het sentiment ten opzichte van opkomende markten in het algemeen. Inmiddels zijn er weer tekenen van stabilisatie, wat ook het sentiment weer positiever maakt.

Tot slot was Turkije in de tweede helft van 2013 mede als gevolg van hoog opgelopen politieke spanningen een van de economieën die het hardst werden geraakt door tapering. Een adequate beleidsreactie bleef vanwege het politieke getouwtrek lang uit. Met de presidentsverkiezingen in zicht (10 augustus) zal de politieke druk groot blijven en van invloed op het (monetaire) beleid met mogelijke gevolgen voor het sentiment en de economische groei. Zo was de recente renteverlaging (figuur 5) waarschijnlijk een gevolg van politieke druk.

De onbedoelde effecten van monetair beleid…

Het extreem ruime monetaire beleid in de Westerse wereld heeft de afgelopen jaren geleid tot wereldwijd lage rentes en een zoektocht naar rendement. De aankondiging van de geleidelijke afbouw hiervan door de VS (tapering) heeft een sterke invloed gehad op het monetaire beleid in opkomende markten. Tegelijkertijd kan het ruime monetaire beleid van de ECB tot beleidsinertie in de eurozone leiden en moet ook het risico op (nieuwe) zeepbellen op een aantal Westerse huizenmarkten in de gaten worden gehouden. 

…in opkomende markten…

Ongeveer een jaar geleden kondigde de Fed aan dat het de monetaire verruiming ging afbouwen (tapering). De heftige reactie op de financiële markten die hierop volgde, noodzaakte economisch zwakkere landen monetaire beleidsmaatregelen te treffen. In economisch sterke opkomende markten was dit niet nodig (figuur 5).

De beleidsmaatregelen die sinds de aankondiging van tapering zijn ingevoerd, hebben een grote invloed op de groeiverwachtingen in opkomende markten. Rentes zijn verhoogd om de financiële markten te kalmeren, maar een hogere rente remt ook de binnenlandse bestedingen af. In landen die snel beleidsacties ondernamen en waar het vertrouwen al snel terugkeerde, zoals India, zal de economische groei dit jaar accelereren. Wel blijft de groei relatief gezien aan de lage kant. In Turkije zijn adequate en tijdige beleidsmaatregelen gefrustreerd door politieke spanningen. In combinatie met de substantiële renteverhoging die uiteindelijk wel werd doorgevoerd, leidt dit naar verwachting in 2014 tot een vertraging van de groei en zal deze pas volgend jaar weer versnellen. Dit is ook het geval in Brazilië en Indonesië, waar monetaire maatregelen wel snel zijn genomen, maar waar door een hoge inflatie een sterke en langdurige renteverhoging nodig was. In landen waar geen beleidsmaatregelen nodig waren, zoals Zuid-Korea, Taiwan en Polen, trekt de groei in 2014 en 2015 verder aan (figuur 6).

Figuur 5: Monetaire beleidsreacties verschillen sterk per land…
Figuur 5: Monetaire beleidsreacties verschillen sterk per land…Bron: Reuters EcoWin
Figuur 6: ...net als de groeiverwachtingen
Figuur 6: ...net als de groeiverwachtingen Bron: Rabobank

De afgelopen maanden zijn buitenlandse investeerders weer veel enthousiaster geworden over (de meeste) opkomende markten. Terwijl de onrust in Oekraïne in maart en april nog een remmende invloed had op de totale kapitaalstromen naar de opkomende markten, zijn deze kapitaalstromen in mei gestegen tot het hoogste niveau sinds september 2012, toen de Fed de derde monetaire verruimingsronde aankondigde. Hierdoor appreciëren veel valuta’s weer (figuur 7). Naast een verbeterde risicoperceptie ten opzichte van de opkomende markten liggen hieraan de recentelijk opgelopen verschillen ten grondslag tussen de rente in geïndustrialiseerde landen, die uiterst laag is, en die in opkomende markten. Eerder genoemde politieke ontwikkelingen beïnvloeden het sentiment echter sterk en niet alle landen profiteren gelijkmatig. Ook bestaan er nog wel degelijk risico’s. In veel landen is er op het gebied van structurele hervormingen weinig vooruitgang geboekt. Mocht de huidige wereldwijde lage risicoperceptie weer toenemen, bijvoorbeeld door ontwikkelingen in Oekraïne of acties van de Amerikaanse Fed, dan kan het sentiment ten opzichte van de fundamenteel economisch zwakkere landen weer snel verslechteren.

Figuur 7: Investeerders weer enthousiaster over opkomende markten
Figuur 7: Investeerders weer enthousiaster over opkomende marktenBron: Reuters EcoWin
Figuur 8: Staatsrentes eurozone lager dan voor de crisis
Figuur 8: Staatsrentes eurozone lager dan voor de crisisBron: Reuters EcoWin

…in de eurozone…

In de eurozone is het aanhoudend ruime monetaire beleid van de ECB vermoedelijk een van de redenen achter de huidige bijzonder lage 10-jaars staatsrentes in de monetaire unie (figuur 8). Uiteraard speelt de weggeëbde angst voor het uiteenvallen van de eurozone ook een belangrijke rol. In tegenstelling tot de Fed heeft de ECB onlangs het monetaire beleid verruimd. In combinatie met het betere economische klimaat neemt hierdoor de druk op overheden af om zowel nationale als eurozone-instituties verder te versterken. Dit komt de weerbaarheid van de eurozone(-landen) tegen financiële en economische schokken niet ten goede en zou uiteindelijk kunnen leiden tot een terugkeer van de onrust op de financiële markten (zie verderop in dit Kwartaalbericht Rente & valuta en Eurozone of Loman en Wijffelaars, 2014). De Europese verkiezingen brengen in dit licht ook niet de oplossing noch veel verandering. Hoewel eurosceptische partijen een forse winst hebben geboekt ten opzichte van de vorige verkiezingen, zijn zij niet groot en homogeen genoeg om een krachtig blok te vormen. Een waarschijnlijker scenario is een voortzetting van de (te) trage besluitvorming tot verdere integratie met de daarbij behorende risico’s op een terugkeer van de onrust op de financiële markten.

…en op de huizenmarkt

Hoewel de daling van de huizenprijzen in verschillende landen de afgelopen jaren fors was, bevinden de huizenprijzen in de Westerse wereld zich nog altijd op een historisch hoog niveau (figuur 9). De lage rentes maken lenen goedkoop. Dit leidt in landen die minder hard zijn geraakt door de crisis of die herstellen tot een stijging van de vraag naar huizen en daarmee tot stijgende prijzen. In 2013 zijn de prijzen gemiddeld genomen ook weer gestegen (figuur 9). Daarnaast zijn de huizenprijzen in de Westerse wereld nog steeds hoger dan voor het begin van de Grote Recessie waardoor het erop lijkt dat in sommige landen nieuwe zeepbellen in de maak zijn. Zo ligt de relatief simpele ratio van huizenprijzen ten opzichte van het inkomen (price to income ratio) gemiddeld genomen nog onder het langjarige gemiddelde, maar die ten opzicht van de huren (price to rent ratio) ligt alweer boven het langjarige gemiddelde. De verschillen tussen landen zijn echter groot (figuur 10) en voor een volledig beeld dienen ook landspecifieke institutionele kenmerken op de huizenmarkt en schuldopbouw van huishoudens te worden meegenomen.

Figuur 9: Ontwikkeling huizenprijzen en betaalbaarheidsratio’s in OESO-landen
Figuur 9: Ontwikkeling huizenprijzen en betaalbaarheidsratio’sBron: OESO
Figuur 10: Grote verschillen in betaalbaarheidsratio’s
Figuur 10: Grote verschillen in betaalbaarheidsratio’sBron: OESO

Desalniettemin dienen beleidsmakers ontwikkelingen op de huizenmarkt in de gaten te houden (zie ook Stegeman, 2014). Daar de langjarige reële rente momenteel laag is, is het van belang dat landen macro-prudentieel beleid inzetten om de huizenmarkt onder controle te houden. Daarbij wordt gedoeld op beleidsmaatregelen die de financiële stabiliteit bevorderen en risico’s daarvoor tegengaan. Op de huizenmarkt gaat het bijvoorbeeld om het begrenzen van de maximaal te verstrekken hypotheek ten opzichte van de waarde van de woning of van de hoogte van de hypotheeklening ten opzichte van het inkomen. Het zal moeten blijken of overheden hiertoe bereid zijn, omdat het mogelijk ook een rem zet op de economische groei op de korte termijn. Zonder goed beleid worden de risico’s op de langere termijn echter groter. 

Tot slot

Recente ontwikkelingen hebben onze verwachting omtrent een aantrekkende wereldeconomie niet substantieel gewijzigd. De groeiversnelling moet vanuit de geïndustrialiseerde wereld komen, daar verschillende opkomende markten te kampen hebben met (lichte) tegenwind. Daarbij blijft politieke stabiliteit en beleid een belangrijke (risico-) factor voor economische groei in opkomende markten. Met name fundamenteel economisch zwakkere landen zijn nog altijd kwetsbaar voor een toenemende wereldwijde risicoperceptie en verdere afbouw van het nog altijd zeer ruime monetaire beleid in de Westerse wereld. Als het monetaire beleid niet op tijd wordt verkrapt, vergroot dit echter de kans op (nieuwe) zeepbellen en beleidsinertie. De uitdagingen voor (monetaire) beleidsmakers blijven dus onverminderd groot.

Colofon

Het Economisch Kwartaalbericht is een uitgave van het Directoraat Kennis en Economisch Onderzoek van Rabobank Nederland en kwam mede tot stand in samenwerking met Financial Markets Research van Rabobank International.

De in deze publicatie gepresenteerde visie is mede gebaseerd op gegevens uit door ons betrouwbaar geachte bronnen, waaronder Reuters EcoWin. Deze bronnen zijn op zorgvuldige wijze in onze analyses verwerkt. De economische groeivoorspellingen zijn gegenereerd met behulp van het werelddekkende econometrische structuurmodel NiGEM.

Overname van de inhoud met bronvermelding is toegestaan. Het Directoraat aanvaardt echter geen enkele aansprakelijkheid voor het geval dat de in deze publicatie neergelegde gegevens of prognoses onjuistheden bevatten.

Gebruikte afkortingen bronnen: CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek, EIU: Economist Intelligence Unit, NIESR: National Institute of Economic Social Research, ONS: Office of National Statistics, OECD: Organisation for Economic Co-operation and Development.

Gebruikte afkortingen landen: SE: Zweden, GB: Verenigd Koninkrijk, CZ: Tsjechië, IE: Ierland, CH: Zwitserland, US: Verenigde Staten, HU: Hongarije, DE: Duitsland, IT: Italië, NL: Nederland, MX: Mexico, ES: Spanje, PL: Polen, AT: Oostenrijk, IN: India, FR: Frankrijk, GR: Griekenland, TR: Turkije, ID: Indonesië, JP: Japan, BR: Brazilië, RU: Rusland, CN: China, ZA: Zuid-Afrika, AU: Australië, BE: België, NZ: Nieuw-Zeeland, CA: Canada, NO: Noorwegen, FI: Finland, DK: Denemarken, KR: Zuid-Korea, TW: Taiwan, UA: Oekraïne.

Gebruikte afkortingen valuta: try: Nieuwe Turkse lira, brl: Braziliaanse real, thb: Thaise bath, rub: Russische roebel, huf : Hongaarse forint, zar: Zuid-Afrikaanse rand, gbp: Britse pond, eur: Euro, USD: Amerikaanse dollar.

Deze informatie kunt u ontvangen door een mail te sturen naar economie@rn.rabobank.nl onder vermelding van ‘KEO Kennismail’. Hierdoor wordt u op de verzendlijst geplaatst van de gratis digitale nieuwsbrief van Kennis en Economisch Onderzoek die tenminste eens per maand uitkomt. In deze nieuwsbrief zijn links te vinden naar het Economisch Kwartaalbericht, maar ook naar alle andere publicaties van onze medewerkers.

Voor overige informatie kunt u bellen met Kennis en Economisch Onderzoek via tel. 030 - 2162666. U kunt ons ook bereiken op het volgende e-mailadres: economie@rn.rabobank.nl

Eindredactie: Tim Legierse, hoofd Nationaal Onderzoek

Redactie: Enrico Versteegh

Productiecoördinatie: Christel Frentz

Graphics: Selma Heijnekamp

Delen:
Auteur(s)

naar boven