RaboResearch - Economisch Onderzoek

This article is also available in English

Nederland: kleinere krimp BBP

Conjunctuurbeeld

Delen:

Volgens de tweede raming van het CBS kromp de omvang van de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van 2014 met 0,6% k-o-k. In de eerste raming was dat 1,4%. Het aanzienlijke verschil tussen beide ramingen komt door een herziene berekeningsmethode van het BBP en de beschikbaarheid van aanvullende gegevens. De krimp in het eerste kwartaal is grotendeels veroorzaakt door tijdelijke factoren. Voor de rest van dit jaar verwachten wij wel een beperkte economische groei. In 2014 als geheel groeit het BBP-volume naar verwachting met ½% ten opzichte van vorig jaar.

BBP daalt door tijdelijke factoren

De daling van het BBP-volume in het eerste kwartaal van 2014 is voornamelijk veroorzaakt door tijdelijke factoren. De autoverkopen liepen terug als gevolg van nieuwe fiscale regels en de gasconsumptie was lager door het relatief warme weer. Onderliggend zijn er wel tekenen van economisch herstel, die dit jaar voornamelijk gedreven wordt door private investeringen en de export. De productie in de maakindustrie nam in april met 2,2% m-o-m toe. Het momentum (3m/3m groei) was in deze maand nog licht negatief. De j-o-j groei van de productie in de maakindustrie is sinds oktober 2013 onafgebroken positief geweest en kwam in april uit op 2,3% (figuur 2). Het productieherstel vertaalde zich in de afgelopen vier kwartalen al in een stijging van de bezettingsgraad. Sentimentsindicatoren wijzen op een verdere productiegroei in de rest van dit jaar. De Purchasing Manufacturing Index (PMI) nam in mei toe van 53,4 tot 53,6 (figuur 2). Dit is ruim boven de grens van 50, die grofweg het verschil aangeeft tussen groei en krimp.

Figuur 1: Lagere krimp BBP
Figuur 1: Lagere krimp BBPBron: CBS
Figuur 2: Sentiment maakindustrie positief
Figuur 2: Sentiment maakindustrie positiefBron: CBS, Markit

Consumptie stijgt licht, inflatie daalt

Na een sterke toename in de tweede helft van 2013 en de eerste maanden van dit jaar bleef het consumentenvertrouwen in juni met -2 gelijk. Dit is boven het langjarige gemiddelde van -8. Het toegenomen vertrouwen vertaalt zich vooralsnog echter niet in een robuust herstel van de private consumptieve bestedingen. Het momentum van de consumptie was in mei negatief, al kwam dit deels door de eerder genoemde dynamiek in autoverkopen. In april nam de consumptie weliswaar met 0,7% m-o-m toe (eigen seizoenscorrectie), maar dit volgde op een krimp van 0,4% in maart (figuur 3).

Het inflatietempo daalde in mei tot 0,8% (figuur 4). Het inflatiecijfer dat is vastgesteld op basis van internationale richtlijnen, de HICP, was in mei met 0,1% nog lager (en geeft op dit moment een beter beeld van de conjuncturele inflatie, zie Het verschil in Nederlandse inlatiecijfers verklaard). De inflatie is sinds 2009 niet meer zo laag geweest, wat indicatief is voor de nog steeds zwakke binnenlandse vraag. En hoewel deze lage inflatie er mede voor zorgt dat de koopkracht van huishoudens dit jaar weer toeneemt, verwachten wij dat huishoudens deze ruimte vooral zullen gebruiken om hun besparingen te verhogen. Hierdoor zal de huishoudconsumptie dit jaar nog dalen.

Figuur 3: Consumptie neemt licht toe
Figuur 3: Consumptie neemt licht toeBron: CBS
Figuur 4: Inflatie (CPI) laag
Figuur 4: Inflatie (CPI) laagBron: CBS

Eerste tekenen herstel arbeidsmarkt

Uit recente data blijkt dat de arbeidsmarktsituatie licht is verbeterd. De werkloosheid (ILO/Eurostat definitie) daalde van 7,2% in april naar 7% in mei (figuur 5). Deze daling is veroorzaakt door een groei van de werkgelegenheid, wat duidt op een voorzichtig herstel op de arbeidsmarkt. Enkele vroegcyclische indicatoren wijzen bovendien op verbeterde arbeidsmarktomstandigheden. Zo stijgt het aantal vacatures al vier kwartalen op rij en heeft het aantal uitzenduren het hoogste punt bereikt sinds 2011. Dit duidt op een geleidelijke toename van de werkgelegenheid in de private sector in de loop van dit jaar. De stijging van werkgelegenheid in de private sector zal echter gematigd zijn. De ontwikkeling van de binnenlandse bestedingen beperkt de economische groei namelijk nog steeds. Ook verwachten wij dat de totale werkgelegenheid dit jaar nog licht daalt, vooral door een verdere afname van het aantal banen in de zorg als gevolg van geplande bezuinigingen. Wij verwachten dat de werkloosheid dit jaar gemiddeld uitkomt op 7¼%.

Figuur 5: Werkloosheid daalt
Figuur 5: Werkloosheid daaltBron: CBS
Tabel 1: Kerngegevens Nederland
Tabel 1: Kerngegevens NederlandBron: CBS, Rabobank
Delen:
Auteur(s)
Martijn Badir
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 - 21 62666

naar boven