RaboResearch - Economisch Onderzoek

Daar gaan we weer

Column

Delen:

In de eerste zeven dagen van dit jaar was het in De Bilt gemiddeld 8,6 graden boven nul. Een warmterecord voor deze periode van het jaar. Sinds 1901 was het in deze periode gemiddeld 2,5 graden. Lekker natuurlijk, om ’s ochtends geen snijdende kou te hoeven trotseren om van woning naar werk te komen. Of voor de mensen die graag in een korte broek hun rondje hardlopen. Zelf ben ik wat minder blij met dit buitengewone weer. De els en de hazelaar zijn al enthousiast aan het bloeien. En mijn neus gaat niet erg goed om met de resulterende pollen in de lucht. Nu had dat probleem zich anders in februari wel aangediend, maar ik had het liever nog even uitgesteld.

Een ander ongemak van te warm weer is dat het de duiding van de economische ontwikkelingen lastig maakt. Als het milde weer aanhoudt, dan zullen de buitengewone temperaturen de economische cijfers beïnvloeden. Vorig jaar was dat ook het geval. Toen was het eerste halfjaar, en vooral het eerste kwartaal, kouder dan gebruikelijk. Dat leidde tot een hoger gasverbruik dan normaal voor de tijd van het jaar, waardoor de economie veel minder sterk kromp dan anders het geval zou zijn geweest. In de kwartalen erna normaliseerde het gasverbruik weer. Dat betekende een terugval van het verhoogde niveau van het eerste kwartaal, waardoor de economische groei juist lager uitkwam dan anders het geval zou zijn geweest. Omdat het gasverbruik behoorlijk kan schommelen en daardoor een behoorlijke impact kan hebben op de groeicijfers, is het altijd van belang om dit in het achterhoofd te houden bij het duiden van de economische cijfers.

De laatste keer dat het gehele eerste kwartaal buitengewoon warm was, speelde er overigens nog een ander effect mee. Ik rekende destijds op een zwak eerste kwartaal van 2011, omdat het gasverbruik door het milde weer laag was. Maar een ander effect van dat milde weer was een forse stijging van de bouwproductie. Deze ligt in de winter doorgaans lager dan in andere seizoenen, omdat de vrieskou bepaalde activiteiten onmogelijk maakt. Dat was door het milde weer veel minder het geval dan in andere jaren, waardoor de economische activiteit in dat kwartaal onverwacht sterk was. Te warm weer maakt het duiden van de economische ontwikkelingen dus nog lastiger dan te koud weer.

Wellicht hoeft het allemaal niet zo ver te komen. Het KNMI voorziet tot en met begin volgende week een gestage daling van de temperatuur en daarna een redelijke kans op echt winters weer. Wellicht wordt het dus alsnog een heel normale winter en krijgen we dit jaar geen last van moeilijk te interpreteren kwartaalcijfers over de economische ontwikkeling. Historisch gezien biedt een warm begin van het jaar ook zeker geen garantie voor een mild eerste kwartaal als geheel. De eerste zeven dagen van 2013 staan met een gemiddelde temperatuur van 8,2 graden op de vijfde plaats van warme perioden aan het begin van het jaar. Uiteindelijk volgde een buitengewoon koud kwartaal, met de zojuist beschreven gevolgen voor de dynamiek in de economische cijfers tot gevolg. Verder meldt het KNMI in een toelichting op het warme januariweer dat het in Maastricht gemeten warmterecord van 16 januari 1947 drie weken later werd gevolgd door de Elfstedentocht. Overigens begon januari in dat jaar wel buitengewoon koud. Maar toch, met dit record in de eerste zeven dagen van januari op zak geloof ik er wel in dat de Tocht der Tochten dit jaar door zal gaan. Voor het eerst sinds 1997. Wat zal het effect op de economie daarvan zijn?

Delen:
Auteur(s)

naar boven