RaboResearch - Economisch Onderzoek

Stijgend consumentenvertrouwen leidt nog niet tot meer consumptie

Economisch commentaar

Delen:

Het consumentenvertrouwen is deze maand verder gestegen, van -12 in januari naar -10 in februari. Daarmee stijgt het voor de vijfde maand op rij en nadert het cijfer het langjarige gemiddelde van -7,4. Wij verwachten echter niet dat hierdoor ook de consumptie van huishoudens zal toenemen.

Groeiende koopbereidheid bemoedigend

Het consumentenvertrouwen wordt berekend door een panel van consumenten vijf vragen te stellen over het algemene economische klimaat en hun eigen financiële situatie (de koopbereidheid). Voor elke vraag worden de positieve en negatieve antwoorden gesaldeerd. Dit saldo is de uitkomst voor de deelvraag, het totale consumentenvertrouwen is het gemiddelde van de uitkomsten van de vijf deelvragen.

Sinds de crisis van begin jaren tachtig is het consumentenvertrouwen niet zo laag geweest als in februari 2013 (-44). In het afgelopen jaar is de vertrouwensindex echter zeer snel gestegen (figuur 1). Vooral het afgelopen half jaar zijn consumenten minder negatief geworden. In die periode is de toename van het consumentenvertrouwen vooral toe te schrijven aan een positiever beeld van het economische klimaat, maar in februari kwam de verbetering van het vertrouwen volledig voor rekening van een hogere koopbereidheid (figuur 1). Binnen de koopbereidheid valt vooral het per saldo minder negatieve antwoord op de vraag of het een goede tijd is om grote aankopen te doen op (niet weergegeven in de figuur). Deze indicator steeg van -17 in januari naar -12 in februari.

Geen woorden maar daden

Omdat de consumptie van Nederlandse huishoudens sinds begin 2011 vrijwel onafgebroken daalt, is de groei van de koopbereidheid op zichzelf bemoedigend. Maar hoewel het betere sentiment bij consumenten waarschijnlijk een opwaarts effect heeft op de consumptie, verwachten wij niet dat de consumptie daardoor zal stijgen. In januari is de werkgelegenheid verder gedaald, waardoor het gemiddelde reëel beschikbare inkomen van huishoudens, ondanks de gedaalde inflatie, afneemt. De werkloosheid is daardoor na een periode van stabilisatie in de tweede helft van 2013 in december en januari weer toegenomen. Door de stijging in december zijn consumenten weer een stuk negatiever gestemd geraakt over de ontwikkeling van de werkloosheid. Maar liefst 71 procent verwacht dat deze in de komende twaalf maanden zal toenemen, terwijl slechts 10 procent een daling van de werkloosheid verwacht (figuur 2). Dat staat overigens in schril contrast met de verwachting voor de financiële positie in de komende twaalf maanden. Dit laatste is wel te verklaren, omdat voor huishoudens die niet met werkloosheid zullen worden geconfronteerd de koopkracht dit jaar na jaren van daling weer eens toeneemt.

Ondanks de stijging van het consumentenvertrouwen is het economische herstel nog pril en blijft de hoge en nog stijgende werkloosheid voor een aantal huishoudens nog een onzekere factor. Daarnaast zullen de inkomens- en woningprijsdaling van de afgelopen jaren ook dit jaar nog een neerwaartse druk op het consumptievolume van huishoudens uitoefenen. Voor 2014 verwachten wij daarom dat de consumptie verder af zal nemen en dat de beperkte economische groei die we voorspellen van de export en van investeringen door het exporterende bedrijfsleven zal komen.

Figuur 1: Consumentenvertrouwen
Figuur 1: ConsumentenvertrouwenBron: CBS
Figuur 2: Werkloosheid en financiële positie
Figuur 2: Werkloosheid en financiële positieBron: CBS
Delen:
Auteur(s)

naar boven