RaboResearch - Economisch Onderzoek

Luilekkerland of de participatiemaatschappij?

Column

Delen:

De meest intellectuele bron van veel journalisten blijkt toch The Economist te zijn. Dit tijdschrift had enkele weken geleden een mooi coververhaal over de gevolgen van technologische vooruitgang op banen. Niets nieuws voor degenen die de economische discussie de afgelopen jaren hebben gevolgd. Immers, het verdwijnen van banen is van alle tijden. Veel interessanter is wat we wel gaan doen en hoe we de extra welvaart gaan verdelen die automatisering ons oplevert. Van een welvaartsstaat naar een welzijnsstaat.

Het tweede machinetijdperk

Wat is het geval? Het lijkt er steeds meer op dat ICT er toe leidt dat bepaalde banen overbodig worden. De Amerikaanse economen Brynjolffson en McAfee geven in hun recent verschenen boek The Second Machine Age een actueel en inspirerend beeld van hoe onze wereld verandert. De computer kan steeds meer menselijke vaardigheden overnemen. En daar waar in de industriële revolutie menselijke fysieke kracht steeds minder opleverde, wordt nu steeds meer hersenkracht vervangen.

Voor een heel scala aan beroepen bestaat de kans dat ze verdwijnen. Een tot de verbeelding sprekend idee, dat we vaker in de geschiedenis hebben gezien. Tijdens de industriële revolutie in Engeland zorgden textielarbeiders -de zogenoemde ‘Luddetes’, vernoemd naar hun voorman Ned Ludd- voor opstanden en rellen tegen de bedreiging van de mechanische weefgetouwen. Sinds die tijd wordt iedereen die beweert dat technologische vooruitgang tot achteruitgang voor werknemers leidt ook wel ‘luddite’ genoemd.

Een logische gedachte. Als de taxichauffeur overbodig wordt omdat de auto zelf rijdt, moet hij wat anders gaan doen. Hetzelfde geldt voor de jurist wanneer zijn opzoekwerk niet langer nodig is. En zo lang je niet weet wat je gaat doen, word je niet vrolijk. Terwijl dat, vanuit economisch oogpunt, wel zou moeten: we kunnen meer welvaart creëren zonder dat we er zelf iets voor hoeven te doen. Dus iedereen moet eigenlijk blij zijn met deze vooruitgang.

Luilekkerland?

Maar wat gaan we dan nu doen? Keynes hield zich daar in 1930 ook al mee bezig. Als ons welvaartsniveau zo hoog is en we nagenoeg al het mensenwerk weg hebben geautomatiseerd, dan kunnen we ook minder werken met zijn allen. Immers, het werk wordt wel gedaan, de toegevoegde waarde gecreëerd. Keynes voorzag in 1930 voor zijn kleinkinderen dan ook een werkdag van maximaal drie uur, en een leven waarbij  ‘het goede’ voorging boven ‘het nuttige’.
Met wellicht dit in het achterhoofd roepen ook nu de eerste mensen dat we het beschikbare werk moeten herverdelen over de mensen die we hebben. Zodat er voor iedereen nog wat overblijft. Arbeidsduurverkorting, weet u nog?

Maar dat is een kansloze exercitie. En wel om drie redenen. Ten eerste betekent een kortere (verplichte) arbeidsduur per week altijd een restrictie van het arbeidsaanbod. En minder aanbod betekent dat arbeid duurder wordt, wat uiteindelijk leidt tot minder welvaartscreatie. Ten tweede zal aan bepaalde vaardigheden juist meer behoefte ontstaan.  Dan moet je het aanbod niet beperken. Maar de belangrijkste reden: we houden het razend druk. Onze maatschappij komt weer een stapje hoger in de behoeftepiramide. Van een agrarische samenleving zijn we overgestapt naar een industriële samenleving om ons vervolgens de afgelopen decennia steeds meer te richten op diensten. Als een deel van de werkgelegenheid in diensten ook verdwijnt, gaan wij ons meer bezighouden met waar we nog wel toegevoegde waarde hebben: voor elkaar zorgen, contact zoeken en aandacht geven. Investeren in ons welzijn in plaats van alleen onze materiële welvaart. Daarbij hoort ook een overheid die veel minder voor ons gaat zorgen. Was dat niet precies waar de participatiemaatschappij om draait?

Welvaart verdelen

Oké, we hoeven ons dus in de toekomst niet te vervelen.  Een prettig perspectief. Dan blijft er nog een vraag over: hoe gaan we dan die welvaart verdelen, die vooral wordt gegenereerd door middel van kapitaal en waarvan de gemiddelde burger niet profiteert? We zien nu ook in verschillende landen het aandeel van het looninkomen afnemen. In de VS stijgt het mediane inkomen al decennialang niet. Ook op dit vlak kunnen we van de vorige industriële revolutie leren. In antwoord op sociale onrust, op Marx zo u wilt, is stapje voor stapje de welvaartsstaat opgebouwd.  Tot voor kort een vrij succesvol concept om de welvaart te herverdelen.

Wellicht staan we nu ook weer voor zo’n keuze en moeten we de bakens van ons economische systeem geleidelijk verzetten. Als de toegevoegde waarde die wordt gecreëerd geen extra werkgelegenheid en dus geen extra looninkomen  meer oplevert, dan is de arbeidsmarkt als verdelingsmechanisme uitgespeeld. Het moet dus anders. Ten eerste moeten we de winsten van degenen die uiteindelijk de echte vruchten plukken van automatisering zwaarder belasten en de lonen van werkenden minder zwaar. Dat betekent uiteindelijk hogere winstbelasting en/of vermogensbelasting. Dit kan alleen door internationale coördinatie, zoals we nu ook maar al te goed zien. Terzelfdertijd kan ook de belasting van arbeid naar consumptie worden verschoven. Daardoor wordt arbeid goedkoper, en het is nog goed voor het milieu ook.

Daarna moet die gecollectiviseerde welvaart opnieuw worden verdeeld. Dit kan bijvoorbeeld door een basisinkomen of een negatieve inkomstenbelasting, zodat elk gewerkt uur meteen loont. Dit zijn gedachten die al decennialang de ronde doen, maar die nu opnieuw actueel kunnen worden. Ook daarvoor is internationale samenwerking essentieel.

Een welzijnsstaat

We zullen nooit zonder werk zitten en nooit in Luilekkerland wonen. Er zijn altijd weer andere nuttige dingen te doen. Het echte probleem bij technologische vooruitgang is hoe je  de nieuwe welvaart verdeelt. Dat is de radicale verandering van innovatie. En dat moet op tijd en goed geregeld worden. We moeten van een welvaartsstaat naar een welzijnsstaat.

Verschenen in het Financieele Dagblad, 14 februari 2014

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven