RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wereldeconomisch commentaar: de eurozone op weg naar deflatie?

Economisch commentaar

Delen:
  • De olieprijs is in de afgelopen weken fors gedaald
  • Een lagere olieprijs is goed voor de bestedingskracht van consumenten, wat een extra impuls kan leveren aan de economie
  • Mocht de olieprijs voor langere tijd laag blijven, dan verhoogt dit de kans op deflatie in de eurozone

Olieprijs in USD met bijna 40% gedaald sinds juni

De olieprijs is in de tweede helft van 2014 met bijna 40% gedaald. Om precies te zijn: van de piek van 115,1 USD/vat medio juni naar het dal van 70,0 USD/vat eind november (figuur 1). In euro’s was deze daling met 27,5% minder groot, aangezien de euro verzwakte ten opzichte van de dollar. Oorzaken voor deze  beweging in het olieprijsniveau zijn een afname van de vraag (vanwege de zwakke wereldwijde groei) en een toename van het aanbod. De olieproductie is de afgelopen jaren fors uitgebreid door de groeiende productie van schalieolie in de VS en een (tijdelijke)herstel van de olieproductie in Libië. De beslissing van de OPEC op donderdag 27 november om de productiequota ongewijzigd te laten, zette extra neerwaartse druk op de olieprijs. 

Figuur 1: Olieprijs fors gedaald in de afgelopen maanden
Figuur 1: Olieprijs fors gedaald in de afgelopen maandenBron: Macrobond
Figuur 2: Invloed van olieprijs op overheidsbegrotingen
Figuur 2: Invloed van olieprijs op overheidsbegrotingenBron: Eurasia Group Research, IMF, Macrobond

Impact op groei en inflatie wereldwijd

Mocht de lagere olieprijs een (semi)permanent karakter krijgen, wat afhankelijk is van vele economische en politieke factoren en dus met grote onzekerheid is omgeven, dan is dit een positieve ontwikkeling voor de wereldeconomie. De economische effecten op de importeurs van olie verschillen van die op de exporteurs. In de importerende landen zorgt de lagere olieprijs voor lagere energiekosten voor consumenten. Ook nemen de transportkosten af en heeft de olieprijsdaling een disinflationair effect op de producentenprijzen. Als de producenten de marges gelijk houden (vanwege bijvoorbeeld competitieve overwegingen), dan zal ook de verkoopprijs van de producten dalen. De daling van de consumentenprijsinflatie zorgt voor een verhoogde koopkracht en uiteindelijk ook tot een hoger consumptievolume.

Ook in de olieproducerende landen geldt het hierboven beschreven transmissiekanaal voor consumenten. De daling van de olieprijs kan echter ook leiden tot een depreciatie van de munt (een voorbeeld is de recente forse daling van de waarde van de Russische Roebel), waardoor de importinflatie fors stijgt. Of de lagere olieprijs voor consumenten in deze landen positief is, hangt af van de mate waarin de twee krachten effect hebben. Voor de overheidsbegrotingen van de olieproducerende landen is de invloed van een lagere olieprijs wel duidelijk negatief. De overheden in deze landen zijn vaak grotendeels afhankelijk van de olie-inkomsten om hun uitgaven te financieren. Figuur 2 geeft een overzicht van de olieprijzen waarop de overheidsbegrotingen voor 2015 zijn gebaseerd voor enkele olieproducerende landen. Duidelijk wordt dat veel olieproducerende landen bij het huidige prijsniveau een slechter dan geraamd overheidssaldo zullen hebben in 2015. Of dit ook leidt tot een tekort op de overheidsbegroting verschilt per land.

Komt de eurozone dan toch in deflatie?

Vanwege het lage inflatieniveau in de eurozone (0,3% in november) is de kans dat de muntunie enkele maanden van deflatie tegemoet zal gaan aanzienlijk. Figuur 3 toont het verband tussen de verandering in de olieprijs en de energiebijdrage aan de consumentenprijsinflatie.  De olieprijs (uitgedrukt in euro’s) daalde met 20% j-o-j gemiddeld over november. Op basis van de olieprijsverwachting in de financiële markten zal de daling in december versnellen tot bijna 28% j-o-j. Met een bijdrage van 5,6%-punt van brandstoffen en 10,8% van energie (inclusief elektriciteit en gas) aan de consumentenprijsinflatie, zou dit tot een forse daling van de inflatie moeten leiden. In de praktijk zal dit effect waarschijnlijk veel gematigder uitvallen. Zo dempen de accijnzen de doorwerking van de olieprijs in de brandstofprijzen, bewegen overige energieprijzen (elektriciteit en gas) slechts gedeeltelijk mee met de olieprijs en zijn energiecontracten vaak vooraf voor langere tijd vastgelegd.  

Enkele maanden van deflatie vanuit energieprijzen is niet slecht, zo lang de kerninflatie in de eurozone nog wel positief blijft (0,7% in november). Figuur 4 laat zien dat echter ook de kerninflatie de afgelopen jaren onder druk is komen te staan door de zwakke vraag in de muntunie. Het is echter van belang dat een tijdelijke deflatie (vanuit energieprijzen) niet te lang zal aanhouden. Anders bestaat het risico dat inflatieverwachtingen voor de langere termijn naar beneden worden bijgesteld, waardoor de nominale loon- en prijsvorming onder druk komen te staan en daarmee ook de kerninflatie afneemt. Vooralsnog verwachten wij nog geen langdurige deflatie (zie Deflatie in de eurozone: is het waarschijnlijk?). In ons basisscenario blijft de zwakke bestedingsdruk in de eurozone echter nog wel enige tijd voor een laag inflatieniveau zorgen.

Ondanks dat de eurozone waarschijnlijk enkele maanden van deflatie tegemoet gaat, is de daling van de olieprijs toch voornamelijk gunstig voor de economie van de eurozone. De lagere uitgaven aan energie, en brandstoffen in het bijzonder, leiden tot een  stijging van het besteedbare inkomen. Aangezien in gedeeltes van de eurozone nog een proces van private schuldafbouw gaande is (zie Private schuldafbouw in Zuid-Europa: een lange weg te gaan), zal de extra groei van de private consumptie worden geremd doordat mensen een deel van wat ze overhouden zullen sparen. Desondanks blijft de ontwikkeling een mooie meevaller voor de consument. De economische groeiverwachtingen, zoals vorige week gepubliceerd in onze Visie op 2015, blijven ongewijzigd.

Figuur 3: Daling olieprijs zorgt voor deflationaire druk vanuit energiebijdrage
Figuur 3: Daling olieprijs zorgt voor deflationaire druk vanuit energiebijdrageBron: Macrobond
Figuur 4: Kerninflatie is hoger dan de totale inflatie
Figuur 4: Kerninflatie is hoger dan de totale inflatieBron: Macrobond
Delen:
Auteur(s)

naar boven