RaboResearch - Economisch Onderzoek

Onevenwichtigheden in de EU vereisen aanpak

Themabericht

Delen:
  • Volgens het vierde waarschuwingsmechanismeverslag van de Europese Commissie nemen de macro-economische onevenwichtigheden binnen de Europese Unie iets af, maar vormen ze nog altijd een aanzienlijk probleem.
  • Tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans lopen verder terug, terwijl overschotten toenemen en interne onevenwichtigheden niet worden gereduceerd.
  • Naar verwachting zal de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden in haar huidige vorm helaas niet veel bijdragen aan de gewenste afname ervan.

Voor de vierde maal op zoek naar onevenwichtigheden

Volgens de Europese Commissie (EC) nemen de macro-economische onevenwichtigheden in de Europese Unie wel iets af, maar vormen ze nog altijd een aanzienlijk probleem dat moet worden aangepakt. Dit is de conclusie van het vierde waarschuwingsmechanismeverslag (Alert Mechanism Report, AMR) dat de EC in november heeft uitgebracht.

Het AMR is de eerste stap in de procedure voor het tegengaan van macro-economische onevenwichtigheden (zie box 1). Voor dit verslag analyseert de Commissie aan de hand van een scorebord met elf indicatoren[1] de ontwikkeling van macro-economische onevenwichtigheden in de Europese Unie. Aan deze indicatoren is een waarde voor het niveau of de groei gekoppeld die bij overschrijding een (op komst zijnde) onevenwichtigheid signaleert. In totaal heeft het scorebord in het AMR 2015 89 waarschuwingen afgegeven tegenover 98 vorig jaar op een totaal van 308. Met name de externe onevenwichtigheden in tekortlanden zijn afgenomen (figuur 1). De reële effectieve wisselkoersen van de EU-lidstaten zijn minder gedeprecieerd en de tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans zijn kleiner geworden. In perifere eurozonelidstaten zijn tekorten zelfs omgezet in een overschot. Volgens de Commissie komt een groot deel van deze verbetering in de GIIPS-landen, met uitzondering van in Griekenland, overeen met een verbetering in het cyclisch geschoonde saldo van de lopende rekening op de betalingsbalans (figuur 2). Dit betekent dat tekorten ook niet de facto als vanouds terugkeren zodra de economie aantrekt.

Figuur 1: Scorebord geeft minder waarschuwingen af
Figuur 1: Scorebord geeft minder waarschuwingen afBron: Europese Commissie, Rabobank
Figuur 2: Cyclisch geschoonde tekorten sterk verminderd
Figuur 2: Cyclisch geschoonde tekorten sterk verminderdBron: Europese Commissie - Autumn forecast 2014

Box 1: De procedure voor macro-economische onevenwichtigheden 1.0

De procedure voor macro-economische onevenwichtigheden (Macroeconomic Imbalance Procedure, MIP) van de Europese Commissie (EC) is in december 2011 opgezet en in 2012 voor het eerst in werking getreden. De procedure is gericht op het opsporen, voorkomen en corrigeren van macro-economische onevenwichtigheden die het functioneren van de Europese Unie in gevaar zouden kunnen brengen. Met een aantal stappen signaleert de MIP trends die tot 'booms en busts' zouden kunnen leiden. Vervolgens zou zij moeten helpen de juiste beleidsreacties vorm te geven om deze risico’s in te perken en te beheersen. De eerste stap is het schrijven van het waarschuwingsmechanismeverslag (Alert Mechanism Report, AMR) dat de Europese Commissie ieder jaar in november publiceert. In deze eerste screening gaat de EC na welke lidstaten nader onderzoek behoeven om vast te stellen of ze maatregelen moeten nemen. 

De volgende stap is de uitvoering van de diepgaande evaluaties en het in kaart brengen van excessieve onevenwichtigheden. Bij constatering van excessieve onevenwichtigheden kan zij een lidstaat in de Procedure voor Buitensporige Onevenwichtigheden (PBO) plaatsen. Eenmaal in deze procedure kan de Europese Commissie, evenals bij de Buitensporigetekortprocedure (BTP) in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), op straffe van een boete maatregelen eisen.

Interne onevenwichtigheden

Met betrekking tot de interne onevenwichtigheden zien we weinig vooruitgang ten opzichte van vorig jaar. Externe herbalancering gaat al jaren ten kosten van de interne balans. De private schuld is zeker in Ierland, maar ook in Spanje en het VK behoorlijk gedaald in 2013, maar blijft evenals in de meeste andere lidstaten zeer hoog (tabel 1 en 2). Ditzelfde geldt voor de publieke schuld. Lage economische groei en inflatie bemoeilijken het proces van schuldafbouw naar verwachting ook in de komende jaren. Significant herstel op de arbeidsmarkt laat door de lage groei ook op zich wachten. De werkloosheid, hoewel in vele landen licht dalend, blijft een groot probleem in verschillende (perifere eurozone-) lidstaten.

Tabel 1: Scorebord MIP 2014 Europese Commissie
Tabel 1: Scorebord MIP 2014Bron: Europese Commissie, Rabobank
Tabel 2: Scorebord MIP 2015 Europese Commissie
Tabel 2: Scorebord MIP 2015Bron: Europese Commissie, Rabobank

Het probleem van asymmetrische herbalancering…

Als we inzoomen op het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans valt op dat er in het AMR 2015 geen enkele lidstaat meer een te groot tekort heeft volgens de MIP. Er worden enkel nog waarschuwingssignalen afgegeven voor landen met een te groot overschot. Daar waar de tekorten in de perifere lidstaten dus zijn teruggebracht, zijn de overschotten in de kernlanden toegenomen. Dit geeft eens te meer aan dat de herbalancering in de eurozone asymmetrisch heeft plaatsgevonden (figuur 3). En ook deels het gevolg is van de lage (investerings-)vraag in perifere lidstaten, met de implicatie dat interne onevenwichtigheden omvangrijk blijven.

Figuur 3: Asymmetrische herbalancering eurozone
Figuur 5: Asymmetrische herbalancering eurozoneBron: Macrobond

…en de oplossing?

Het is positief voor de herbalancering in de eurozone dat de reële effectieve wisselkoers (REER) op basis van inflatie gemiddeld over de afgelopen drie jaar sneller is gedaald in Griekenland en Ierland dan in de overschotlanden Duitsland en Nederland. Portugal, Spanje en Italië hebben niet aan (prijs-)concurrentiekracht gewonnen ten opzichte van Duitsland, maar wel ten opzichte van Nederland (tabel 1 en 2). Daarnaast was de appreciatie van de REER in 2013 in met name Nederland maar ook in Duitsland hoger dan die in de perifere lidstaten en Frankrijk en België. Verder hebben Griekenland, Spanje en Cyprus in 2013 ook gewonnen aan concurrentiekracht afgemeten aan de arbeidskosten per eenheid product doordat zij deze kosten als enige zagen dalen.

Hoewel het bovenstaande mogelijk bijdraagt aan de herbalancering binnen de eurozone is het niet voldoende. Het is van belang voor de economie van de gehele eurozone dat landen met grote overschotten zoals Duitsland en Nederland meer doen om hun binnenlandse vraag te stimuleren (EC, 2014; IMF, 2014a, 2014b). Dit verhoogt de importvraag in deze landen en maakt de herbalancering in de eurozone mogelijk minder pijnlijk voor de perifere lidstaten. Dit is niet enkel in het voordeel van de (voormalige) tekortlanden, maar ook in die van de stimulerende landen zelf. Ten eerste verslechtert een lagere vraag in perifere lidstaten niet alleen de (potentiële) BBP-volumegroei aldaar, maar vanwege de grote interne markt ook die van de kernlanden. Ten tweede zijn de overschotten in Duitsland en Nederland niet enkel het gevolg van een sterke concurrentiepositie, maar ook van een te lage binnenlandse dynamiek. Meer investeren in rendabele projecten binnen de landsgrenzen zou de (potentiële) economische groei van beide landen en de gehele unie ten goede komen.

Voor zestien landen diepgaande evaluatie geboden

Naar aanleiding van de bevindingen in het AMR 2015 acht de Europese Commissie het nodig om voor zestien lidstaten een diepgaande analyse uit te voeren. Het gaat hier om hetzelfde lijstje als vorig jaar exclusief Denemarken en aangevuld met Portugal en Roemenië[2]. Dat voor deze laatste twee landen nog niet eerder een diepgaande analyse is gemaakt, komt niet doordat er eerder geen sprake was van onevenwichtigheden. Het komt doordat deze landen vorig jaar nog niet zijn opgenomen in de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden (Macroeconomic Imbalances Procedure, MIP). Ze werden toen nog beoordeeld op basis van de hervormingen en bezuinigingen die ze moesten doorvoeren in ruil voor de financiële steun die ze ontvingen van Europa[3]. De diepgaande analyses worden in maart gepubliceerd, met daarin een definitieve conclusie over het wel of niet bestaan van (excessieve) onevenwichtigheden die moeten worden aangepakt[4].

De MIP als rots in de branding?

Het feit dat landen met een overschot op de lopende rekening zijn opgenomen in het lijstje waarvoor een diepgaande evaluatie zal worden uitgevoerd, wil niet zeggen dat de gehele exercitie onder de naam MIP er ook daadwerkelijk voor zal zorgen dat overschotten worden aangepakt. Evenmin als dat het in andere landen leidt tot het aanpakken van hun macro-economische onevenwichtigheden (Wijffelaars en Stegeman, 2014)[5]. De Europese Commissie heeft er tot nog toe voor gekozen om geen land in de Procedure voor Buitensporige Onevenwichtigheden (PBO) te plaatsen, terwijl dit in sommige gevallen wel tot de mogelijkheden behoorde[6]. En waardoor ze dus op straffe van een boete maatregelen had kunnen afdwingen. Dit verkleint de kans aanzienlijk dat de MIP het instrument is dat er voor zal zorgen dat onevenwichtigheden worden teruggedrongen[7]. En dat is jammer. Het is immers, in bijvoorbeeld Spanje en Ierland, gebleken dat macro-economische onevenwichtigheden kunnen leiden tot grote problemen met overheidsfinanciën en financiële stabiliteit. Met negatieve spillover-effecten voor de rest van de eurozone als gevolg. Het is daarom wenselijk dat macro-economische onevenwichtigheden op eenzelfde manier worden aangepakt als een buitensporig begrotingstekort en een buitensporige overheidsschuld. Belangrijkste is wat ons betreft nu dat ook de overschotten op de lopende rekening serieus worden genomen. Hét signaal dat de binnenlandse bestedingen in deze landen moeten worden verhoogd. En als dat niet vanzelf gaat, ligt daar een duidelijke rol voor de Europese Commissie.

Voetnoten

[1] Deze indicatoren zijn momenteel: de lopende rekening van de betalingsbalans, de netto internationale investeringspositie, de reële effectieve wisselkoers, het exportmarktaandeel, de nominale arbeidskosten per eenheid product, de reële huizenprijzen, de kredietstromen naar de private sector, de schuld van de private sector, de overheidsschuld, het werkloosheidspercentage en de verplichtingen van de financiële sector. Het scorebord kan met de tijd qua samenstelling worden aangepast.
Naast het scorebord zelf worden ook de economische interpretatie ervan en andere relevante informatie meegenomen.

[2] De landen waarvoor een diepgaande analyse zal worden uitgevoerd zijn: België, Bulgarije, Duitsland, Ierland, Spanje, Frankrijk, Hongarije, Nederland, Finland, Italië, Kroatië, Portugal, Roemenië, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

[3] Ditzelfde geldt nu nog voor Cyprus en Griekenland.

[4] Het niveau of de groei van een bepaalde macro-economische indicator weerspiegelt een macro-economische onevenwichtigheid wanneer deze de economie van een lidstaat, de EMU of de gehele Europese Unie schaadt of kan schaden. Een onevenwichtigheid wordt als excessief beschouwd als deze het functioneren van de EMU in gevaar brengt of kan brengen.

[5] Ook als we buiten beschouwing laten dat het lastig is om te bepalen wat voor beleid de gewenste resultaten zou hebben.

[6] In 2013 zijn Slovenië en Spanje en in 2014 Slovenië, Kroatië en Italië ontsnapt aan een procedure doordat de Europese Commissie de maatregelen aangekondigd in de Stabiliteits- en Convergentieprogramma’s en nationale hervormingsprogramma’s voldoende achtte. Maatregelen genoemd in deze programma’s zijn echter niet door de Commissie afdwingbaar.

[7] Dit wil niet zeggen dat macro-economische onevenwichtigheden nu niet zullen worden teruggedrongen, maar dat dit afhankelijk blijft van de daad- en wilskracht van overheden en economische omstandigheden.

Literatuur

Europese Commissie (2014), Alert mechanism report 2015, november 2014.

IMF (2014a), Euro Area policies – 2014 article IV consultation, box 5. External Rebalancing in the Euro Area: Developments and Policies, p.20, IMF Country Report No. 14/198.

IMF (2014b), World economic outlook: Legacies, Clouds and Uncertainties, oktober 2014.

Wijffelaars, M. en H. Stegeman (2014), Europese Commissie kijkt toe terwijl Europa uit balans blijft, Mejudice, 17 maart 2014.

Delen:
Auteur(s)
Maartje Wijffelaars
RaboResearch Global Economics & Markets Rabobank KEO
030 21 68740

naar boven