RaboResearch - Economisch Onderzoek

Wat je nodig hebt, haal je in de stad

Themabericht

Delen:

Voorzieningen zijn doorgaans dichtbij hun klanten gevestigd. Deze wonen ongelijkmatig over het land verspreid. De bevolkingsdichtheid varieert sterk. Voorzieningen komen daarom evenmin gelijkmatig over het land gespreid voor. Er is sprake van -doorgaans- stedelijke centra van voorzieningen met een –doorgaans– landelijk ommeland. De verschillen tussen stedelijke gemeenten zijn echter groot. Anderzijds vervullen niet alleen steden een rol als voorzieningencentrum.

Voorzieningen zijn bijzondere ondernemingen

Productieketens

Winkels en andere voorzieningen zijn de laatste schakel in een lange keten van ondernemingen die ons voorzien van de producten en diensten die we in ons dagelijks leven gebruiken. In onze geglobaliseerde economie is deze keten opgedeeld in een groot aantal verschillende schakels, die van elkaar gescheiden kunnen zijn naar tijd en plaats. Stappen in het productieproces kunnen zich op verschillende plaatsen op het aardoppervlak bevinden en op verschillende momenten worden uitgevoerd. Daarbij wegen bedrijven het voordeel dat lokale productieomstandigheden opleveren af tegen de kosten en de moeite die het transport van goederen en diensten tussen de schakels met zich meebrengt. Als deze kosten de voordelen van de individuele productielocaties te boven gaan, ligt vestiging van de beide schakels bij elkaar voor de hand.

Nabijheid voorzieningen noodzakelijk

Als gevolg van deze opdeling van het productieproces wordt een groot deel van de economische productie tussen bedrijven onderling verhandeld. Alleen de onderneming die de laatste schakel in de productieketen vormt, verkoopt zijn product of dienst aan de consument die het product of de dienst gebruikt. Dit consumentgerichte karakter kenmerkt haar als een voorziening[1]. De locatie van voorzieningen ten opzichte van hun afnemers is van groot belang. De consument moet immers niet alleen de aanschafprijs van het product of de dienst betalen, maar moet ook de afstand tussen zijn woning en de leverancier overbruggen. Als deze moeite hem teveel wordt, ziet hij van de aanschaf af. Er is daarom sprake van een sterke samenhang tussen de ruimtelijke spreiding van voorzieningen en de bevolkingsspreiding (figuur 1). Voorzieningen zijn in principe in de nabijheid van hun klanten gevestigd.

Voorzieningen verschillen in reikwijdte

Dat is vooral het geval voor producten en diensten die vaak moeten worden aangeschaft: vers voedsel, basisonderwijs, eerstelijns medische zorg. De klant moet daarvoor immers meer moeite doen dan voor producten of diensten die minder frequent hoeven te worden betrokken[2]. Voor producten en diensten die minder frequent worden gebruikt –gespecialiseerde medische zorg, campings en pretparken– zijn consumenten bereid om een grotere afstand te overbruggen. Zo’n voorziening heeft, met andere woorden, een grote reikwijdte. Daardoor hangt de spreiding van deze voorzieningen minder sterk met de bevolkingsspreiding samen dan de spreiding van frequente behoeften[3].

Draagvlak onontbeerlijk voor een voorziening

Terwijl voor de consument de afstand tot een voorziening dus bepaalt of hij hiervan gebruik maakt, bepaalt de omvang van de afzetmarkt of een voorziening bestaansrecht heeft. Een ondernemer heeft een minimale omzet nodig om zijn bedrijf rendabel te kunnen voeren. Het aantal verkochte eenheden van een product of dienst -de afzet- en de prijs per eenheid bepalen de omzet. De afzet is afhankelijk van het aantal consumenten binnen de maximale afstand die consumenten bereid zijn tot de voorziening te overbruggen en van de frequentie waarin zij het product aanschaffen – het draagvlak. Dit draagvlak verschilt per voorziening (figuur 2). Om de benodigde omzet te behalen, hebben aanbieders van goedkope producten een groter draagvlak nodig dan aanbieders van dure producten.

Figuur 1: Voorzieningen en bevolkingsomvang gemeenten in Nederland 2013
Figuur 1: Voorzieningen en bevolkingsomvang gemeenten in Nederland 2013Bron: ABF-Research; bewerking Rabobank
Figuur 2: Aantal voor voorzieningen in Nederland benodigde klanten 2013
Figuur 2: Aantal voor voorzieningen in Nederland benodigde klanten 2013Bron: ABF-Research; bewerking Rabobank

Gemeenten verschillen in voorzieningenaanbod

Groot draagvlak in grote gemeenten

Naarmate de bevolkingsdichtheid hoger is, wonen binnen de reikwijdte van een voorziening meer consumenten en neemt het draagvlak voor voorzieningen toe. Bevolkingsconcentratie heeft daardoor concentratie van voorzieningen tot gevolg. De bevolkingsdichtheid is doorgaans hoger naarmate een gemeente meer inwoners telt (figuur 3)[4]. In de stad zijn daardoor meer winkels, scholen en gezondheidscentra gevestigd dan in het landelijke gebied en deze voorzieningen zijn veel dichter bij elkaar gevestigd dan in het landelijke gebied (figuur 4). Stedelingen hebben daardoor keuze uit meer voorzieningen dan bewoners van het landelijke gebied.

Grote gemeenten vervullen centrumfunctie

Bovendien kennen steden een ander voorzieningenaanbod dan kleinere gemeenten doordat zij voor voorzieningen die een groot draagvlak nodig hebben wel dit draagvlak bieden, maar die kleinere gemeenten niet. Deze stedelijke voorzieningen hebben doorgaans een grote reikwijdte. Consumenten uit de omgeving van de stad zijn bereid om de afstand tot die voorzieningen te overbruggen. Grote gemeenten zijn dan ook centra van voorzieningen en werkgelegenheid voor hun omgeving[5].

De stad is toch te klein

Voor een aantal van deze stedelijke voorzieningen, zoals ziekenhuizen, hoger onderwijs, bioscopen en theaters, zijn consumenten uit het ommeland hard nodig om deze voorzieningen voldoende draagvlak te verschaffen. De consumenten uit de grote gemeente alleen bieden niet voldoende draagvlak (figuur 2). Omdat een groot deel van hun afzetmarkt en ook andere voorzieningen er zijn geconcentreerd, zijn deze voorzieningen toch in die grote gemeente gevestigd. Ook speelt de historische ontwikkeling een rol. Met de aanpassing van het voorzieningenaanbod aan de omvang van een gemeente is tijd gemoeid. Recent gegroeide gemeenten beschikken daardoor vaak over minder voorzieningen dan ‘oudere’ gemeenten van gelijke omvang[6]. Bij verhuizing of een nieuwe vestiging blijkt dat voorzieningen die een draagvlak nodig hebben dat de omvang van de grootste gemeenten te boven gaat, niet gebonden zijn aan een grote gemeente. Deze voorzieningen vestigen zich doorgaans niet in een grote gemeente, maar juist op een centraal gelegen en goed bereikbare locatie[7].

Figuur 3: Aantal inwoners per hectare per grootteklasse van gemeenten 2013 (NL = 1)
Figuur 3: Aantal inwoners per hectare per grootteklasse van gemeenten 2013 (NL = 1)Bron: ABF-Research; bewerking Rabobank
Figuur 4: Aantal voorzieningen per hectare per grootteklasse van gemeenten 2013
Figuur 4: Aantal voorzieningen per hectare per grootteklasse van gemeenten 2013Bron: ABF-Research; bewerking Rabobank

Centrumvoorzieningen

Bijna twee derde deel van de voorzieningen heeft zo’n stedelijk karakter[8]. Deze stedelijke voorzieningen worden om die reden dan ook wel centrumvoorzieningen genoemd. Het aanbod van deze voorzieningen, zoals winkels, voortgezet onderwijs, sportvoorzieningen en een deel van de gezondheidszorg, per inwoner is in gemeenten van 50.000 inwoners of meer groter dan gemiddeld in ons land en in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners kleiner (figuur 6). Ruim tien procent van deze grootstedelijke voorzieningen, zoals academische medische zorg en theaters, is sterk geconcentreerd in de vier ‘grote steden’.

Plattelandsvoorzieningen

Daarnaast neemt voor een kwart van de voorzieningen het aanbod per inwoner juist af naarmate het inwonertal van een gemeente toeneemt. Deze voorzieningen hebben geen stedelijk, maar juist een ‘landelijk’ karakter. Dat is bijvoorbeeld het geval voor agrarische werkgelegenheid, basisonderwijs, voetbalverenigingen en benzinestations. Het gaat hierbij voor een deel om voorzieningen die uit collectieve middelen worden bekostigd, waardoor draagvlak minder van belang is voor de rentabiliteit van de voorziening[9].

Voorzieningenaanbod per inwoner

Door de concentratie van centrumvoorzieningen in grote gemeenten is het aandeel van deze gemeenten in het aanbod van voorzieningen groter dan hun aandeel in de bevolkingsomvang. Oftewel, het aantal voorzieningen per inwoner neemt toe met de bevolkingsomvang van een gemeente (figuur 5). De categorie gemeenten van 100.000 tot 250.000 inwoners vormt echter een uitzondering op deze regel. Door hun forse bevolkingsomvang is de centrumfunctie van deze categorie gemeenten minder sterk dan de centrumfunctie van de categorie van 50.000 tot 100.000 inwoners, die vaak de rol van kern in het landelijke gebied vervult -Meppel, Gorinchem, Goes- of die een specifiek marktsegment bedient – Bussum, Laren, Zeist. Bovendien is binnen de grootteklassen sprake van een forse variatie in het aantal voorzieningen per inwoner. In de ranglijst van Nederlandse gemeenten qua centrumfunctie gaat een aantal kleine gemeenten zelfs aan kop, nog voor de grote en middelgrote steden. Deze koplopers zijn overigens vooral gemeenten met een sterk toeristisch karakter, waar voorzieningen in belangrijke mate zijn gericht op de vele toeristen die deze gemeenten bezoeken. Het draagvlak is hier dus groter dan de omvang van de gemeente doet vermoeden.

Figuur 5: Aantal voorzieningen per inwoner per grootteklasse van gemeenten 2013
Figuur 5: Aantal voorzieningen per inwoner per grootteklasse van gemeenten 2013Bron: ABF-Research; bewerking Rabobank
Figuur 6: Aantal voorzieningen per inwoner per grootteklasse van gemeenten 2007-2012
Figuur 6: Aantal voorzieningen per inwoner per grootteklasse van gemeenten 2007-2012Bron: ABF-Research; bewerking Rabobank

Conclusies

Ondernemingen die de consument bedienen –voorzieningen– vestigen zich doorgaans in de buurt van hun klanten. Daarom komt de spreiding van het voorzieningenaanbod sterk overeen met de bevolkingsspreiding. Grote gemeenten tellen dan ook meer voorzieningen dan kleinere. Grote gemeenten bieden ook onderdak aan voorzieningen waarvoor het draagvlak in kleinere gemeenten ontbreekt. Deze stedelijke centrumvoorzieningen bedienen niet alleen consumenten uit de stad zelf, maar ook consumenten uit de omgeving.

Dankzij deze centrumvoorzieningen is het aandeel van grote gemeenten in het voorzieningenaanbod in ons land groter dan hun aandeel in de bevolking. Voor kleinere gemeenten is dit in het algemeen juist andersom. Oftewel, grote gemeenten tellen een groot aantal voorzieningen per inwoner, kleine gemeenten juist weinig.

Aan de hand van het aantal voorzieningen per inwoner in een gemeente kan worden bepaald in welke mate een gemeente een voorzieningencentrum is voor haar omgeving. Ondanks de samenhang tussen centrumfunctie en bevolkingsomvang gaan in de rangorde van Nederlandse gemeenten niet de grote gemeenten aan kop, maar juist toeristische gemeenten –Vlieland, Ameland, Sluis– en middelgrote gemeenten –Goes, Meppel, Stadskanaal– in het landelijk gebied. Anderzijds zijn er grotere gemeenten –Katwijk, Spijkenisse, Zaanstad– die maar in geringe mate een voorzieningencentrum zijn.

Hoewel zij sterk van elkaar verschillen, geldt voor driekwart van de voorzieningen dat het aanbod samenhangt met de bevolkingsomvang van een gemeente. Voor een kwart van de voorzieningen geldt echter het omgekeerde. Kleine, landelijke gemeenten tellen per inwoner meer van deze voorzieningen dan grote. Aan de hand van de mate waarin centrum- of plattelandsvoorzieningen in een gemeente voorkomen, kan de functie die een gemeente in het voorzieningenaanbod heeft worden geduid als meer of minder stedelijk of landelijk van karakter.

Voetnoten

[1] Voorzieningen zijn –net zoals de behoeften van de consument– rijkgeschakeerd. Winkels voorzien hem in tastbare goederen (voedsel, kleding, media, transportmiddelen, meubelen), een breed palet aan dienstverleners (kappers, zorginstellingen, theaters, scholen, vervoerders) biedt de consument persoonlijke verzorging, ontspanning en ontwikkeling.

[2] Een consument kan alleen ‘ver van de bewoonde wereld’ wonen als hij het aantal bezoeken aan een frequent benodigde voorziening kan beperken, door bijvoorbeeld in een supermarkt en gros in te kopen en de aankopen thuis op te slaan of door diensten zoals onderwijs en medisch advies in elektronische vorm af te nemen.

[3] Consumenten verschillen in de frequentie waarin zij behoefte hebben aan een product of dienst. Voor een leerplichtig persoon is de nabijheid van een school noodzakelijk, voor een volwassene zonder kinderen niet. De meeste consumenten zijn bereid tot het overbruggen van een forse afstand voor het bezoeken van een theatervoorstelling of concert. Voor een fervent cultuurliefhebber is de nabijheid van een theater of concertzaal waarschijnlijk onontbeerlijk.

[4] Het aantal gemeenten in de vijf grootteklassen verschilt aanzienlijk. Ons land telt 142 gemeenten met minder dan 20.000 inwoners, 193 gemeenten met een inwonertal tussen 20.000 en 50.000, 46 gemeenten met meer dan 50.000 maar minder dan 100.000 inwoners, 23 gemeenten tussen 100.000 en 250.000 inwoners en vier gemeenten met meer dan een kwart miljoen inwoners.

[5] De 27 gemeenten in ons land die meer dan 100.000 inwoners tellen, maken zeven procent uit van het aantal gemeenten in ons land en zijn goed voor 34 procent van de bevolking. In deze gemeenten is echter 37 procent van de werkgelegenheid en winkels in mode en luxeartikelen, 38 procent van de VWO-scholen, 43 procent van de theaters en 93 procent van de academische ziekenhuizen in ons land gevestigd.

[6] Groningen en Almere tellen ongeveer even veel inwoners, maar het aanbod van centrumvoorzieningen in Groningen is veel groter. ‘Stad’ beschikt echter over een universiteit, een academisch ziekenhuis, theaters en veel meer winkels dan Almere.

[7] De drie ‘factory-outlets’ in ons land zijn gevestigd in middelgrote gemeenten die centraal zijn gelegen in een uitgestrekt of dichtbevolkt ommeland –Lelystad en Roosendaal– of gunstig ten opzichte van een grote buitenlandse afzetmarkt – Roermond. Daarnaast was enkele jaren geleden sprake van de vestiging van een groot winkelcentrum bij verkeersplein Deil, dat een groot deel van Nederland zou moeten bedienen.

[8] Dit onderscheid tussen de voorzieningentypen grootstedelijk, stedelijk en platteland is gebaseerd op de clustering van bijna tachtig voorzieningen op basis van het patroon dat zij qua aanbod per inwoner per grootteklasse vertonen.

[9] Benzinestations in het landelijke gebied bedienen niet alleen de lokale bevolking, maar ook het doorgaande verkeer. Daarnaast is de verkoop van benzine aan consumenten soms een nevenactiviteit van toeleveranciers voor het agrarische bedrijfsleven.

Delen:
Auteur(s)

naar boven