RaboResearch - Economisch Onderzoek

Beperkte banengroei in 2015

Themabericht

Delen:

De langdurige laagconjunctuur sinds 2009 heeft zijn weerslag gehad op de Nederlandse arbeidsmarkt. Het huidige werkloosheidspercentage bevindt zich niet ver onder de recordhoogtes van begin jaren tachtig. Hoewel de omvang van de economie in 2014 en 2015 weer voorzichtig groeit, leidt dit waarschijnlijk pas in de loop van 2015 tot een beperkte groei van de werkgelegenheid. Bovendien lopen de verwachtingen voor de verschillende sectoren wat banengroei betreft sterk uiteen.

De arbeidsmarkt na de crisis

Toen de Nederlandse economie in 2009 met 3,3% kromp, was de verwachting dat dit zich zou vertalen in een forse toename van de werkloosheid. Uiteindelijk viel de stijging mee vergeleken met wat er op basis van de sterke terugval in de productie mocht worden verwacht. Het werkloosheidspercentage piekte medio 2010 op 4,6% (figuur 1). De belangrijkste verklaring voor de beperkte stijging van de werkloosheid is dat bedrijven meer personeel in dienst hielden dan gezien het productieniveau noodzakelijk was (labour hoarding). Dit had een aantal oorzaken. Zo was de verwachting dat de productie op korte termijn wel weer zou aantrekken en stond het bedrijfsleven er financieel gezond voor (De Jong, 2011). Toen de economische opleving in 2011 van korte duur bleek, liep de werkloosheid alsnog verder op. Momenteel is een kleine 7% van de beroepsbevolking werkloos. Erken et al (2014) laten zien dat dit iets hoger is dan hun foutencorrectiemodel voorspelt. In recente maanden is de werkloosheid licht gedaald, maar het is onzeker of deze daling doorzet. Er is weliswaar sprake van voorzichtig economisch herstel, maar bij de overheid, en dan voornamelijk de zorgsector, wordt dit en volgend jaar nog verder bezuinigd.

Figuur 1: Ontwikkeling werkloosheid
Figuur 1: Ontwikkeling werkloosheidBron: CBS

Na twee jaar krimp is onze verwachting dat het BBP-volume in 2014 met ½% en in 2015 met 1½% groeit. Hoewel de economische activiteit weer zal aantrekken, zal dit zich waarschijnlijk niet direct vertalen in meer werkgelegenheid. Een reden hiervoor is dat werkgevers in de eerste fase van het herstel de arbeidsproductiviteit weer op niveau proberen te krijgen alvorens ze overgaan tot het aannemen van nieuw personeel. Dit is het klassieke scenario van ‘baanloze groei’ (Gordon, 2011). 

Ontwikkelingen in de arbeidsproductiviteit

Tijdens en na de recessie van 2009 is de arbeidsproductiviteit (productie per gewerkt uur) in veel sectoren afgenomen doordat de krimp van de werkgelegenheid achterbleef bij de productiedaling. In het eerste kwartaal van 2014 lag de arbeidsproductiviteit in de meeste sectoren weer op of boven het niveau van begin 2008 (figuur 2 [1]). In de bouw ligt de productiviteit echter nog ruimschoots onder het niveau van vlak voor de crisis. Hoewel de productiviteit in de meeste sectoren alweer terug is op het niveau van vlak voor de crisis, hoeft dit niet te betekenen dat de werkgelegenheid op korte termijn weer gaat aantrekken. Pas als de productie harder groeit dan de structurele toename van de productiviteit, is er weer ruimte voor groei van de werkgelegenheid.

De gemiddelde historische toename van de arbeidsproductiviteit verschilt sterk per sector (figuur 3). In de horeca, de bouwnijverheid en bepaalde deelsectoren van de niet-commerciële dienstverlening (zoals onderwijs en cultuur, sport en recreatie) nam de arbeidsproductiviteit tussen 1989 en 2012 jaarlijks gemiddeld af. In de meeste sectoren stijgt de productiviteit echter trendmatig. Deze structurele toename in de productiviteit is het hoogst in de groothandel, de landbouw en de maakindustrie. Uit figuur 3 blijkt ook dat de verschillen in productiviteitsontwikkeling binnen bepaalde hoofdsectoren uit figuur 2 groot zijn. Dat geldt met name voor de handel (groot- en detailhandel) en de commerciële dienstverlening (financiële dienstverlening en specialistische zakelijke diensten).

Figuur 2: Productiviteit meeste sectoren weer terug op niveau 2008
Figuur 2: Productiviteit meeste sectoren weer terug op niveau 2008Bron: CBS
Figuur 3: Gemiddelde productiviteitsgroei
Figuur 3: Gemiddelde productiviteitsgroeiBron: CBS

Economisch beeld

Wij verwachten dat het economische herstel dit en volgend jaar vooral zal drijven op de aantrekkende uitvoer. Door de terugkeer van economische groei in de Eurozone en een versnelling van de groei in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten neemt de vraag daar toe. De open Nederlandse economie zal daarvan profiteren. Hierbij krijgt de uitvoer in de loop van dit jaar en in 2015 een steun in de rug van een waardedaling van de euro ten opzichte van de dollar. Het economische herstel zal echter worden geremd door een zwakke ontwikkeling van de binnenlandse bestedingen. Wij verwachten dat de consumptieve bestedingen dit jaar krimpen en volgend jaar slechts licht toenemen.

Door de hogere economische groei in de voor Nederland belangrijke handelspartners profiteren vooral internationaal georiënteerde sectoren. De op de binnenlandse markt gerichte sectoren blijven achter doordat de binnenlandse bestedingen zich langzamer herstellen. Tabel 1 toont onze verwachtingen voor de ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de door ons onderscheiden sectoren.

Tabel 1: Toegevoegde waarde sectoren (jaar-op-jaar % mutatie)
Tabel 1: Toegevoegde waarde sectoren (jaar-op-jaar % mutatie)Bron: Rabobank

Model voor de werkgelegenheid

Om een inschatting te maken van de kans dat zich op de Nederlandse arbeidsmarkt een situatie van ‘baanloze groei’ gaat voordoen, is een eenvoudig regressiemodel opgesteld dat de verandering van de werkgelegenheid verklaart aan de hand van de groei van de toegevoegde waarde. De gebruikte regressievergelijking is weergegeven in Appendix A. Werkgelegenheid is gedefinieerd als het aantal werkzame personen en bevat zowel werknemers als zelfstandigen. Een beperking van het model is dat niet wordt gecontroleerd voor veranderingen in het aantal gewerkte uren. Hierdoor wordt bijvoorbeeld de structurele daling in het aantal gewerkte uren per werkzame persoon buiten beschouwing gelaten.

De groei van de toegevoegde waarde voor dit en volgend jaar is gebaseerd op onze meest recente sectorraming en onze meest recente macro-economische raming voor de Nederlandse economie. Zoals te zien is in Tabel 2 van Appendix A, hebben veranderingen in de reële toegevoegde waarde in het huidige en het vorige jaar een significant positief effect op veranderingen in de werkgelegenheid in het huidige jaar. Het gebruikte model heeft vooral een goede voorspellende voor de sectoren maakindustrie, bouwnijverheid, handel, commerciële en niet-commerciële dienstverlening. Voor de sectoren vervoer en horeca geldt dat in mindere mate en voor de groep sectoren landbouw, delfstoffen en nuts is de verklaringskracht gering.

Op basis van het regressiemodel is allereerst een voorspelling gemaakt van de ontwikkeling van de totale werkgelegenheid voor dit en volgend jaar (figuur 4). Dit jaar krimpt de werkgelegenheid naar verwachting nog met 0,4% (35 duizend arbeidsplaatsen). In 2015 neemt de werkgelegenheid volgens het model met 0,3% toe (22 duizend arbeidsplaatsen). Per saldo betekent dit een afname in de werkgelegenheid van 13 duizend arbeidsplaatsen. Deze afname komt bovenop de forse krimp van het aantal arbeidsplaatsen in de afgelopen twee jaar. Als we uitgaan van de uitkomsten van het model, dan ligt het niveau van de werkgelegenheid eind volgend jaar nog steeds 2% onder het niveau van 2008. Een dergelijke langdurige stagnatie van de werkgelegenheid heeft zich in de naoorlogse geschiedenis niet eerder voorgedaan.

Figuur 4: Beperkt herstel van de werkgelegenheid in 2015
Figuur 4: Beperkt herstel van de werkgelegenheid in 2015Bron: CBS, Rabobank

De regressievergelijking uit Appendix A is eveneens gebruikt om een werkgelegenheidsvoorspelling voor de individuele sectoren te maken. Voor de meeste sectoren voorspellen we de werkgelegenheidsverandering voor dit en volgend jaar. Omdat voor de sectoren handel, vervoer en horeca slechts data tot en met 2012 beschikbaar zijn, voorspellen we voor deze sectoren ook de ontwikkeling van de werkgelegenheid in 2013. De algemene conclusie is dat de werkgelegenheid in de meeste sectoren dit jaar nog krimpt of stagneert (zie de figuren 1 tot en met 8 in Appendix B).

Volgend jaar zal er naar verwachting vooral in de commerciële dienstverlening werkgelegenheid bijkomen (figuur 5). Het aantal arbeidsplaatsen in deze sector groeit dit en volgend jaar naar schatting met 7 duizend en 34 duizend. Voor de sectoren handel, vervoer en horeca wijst het model eveneens op een toename van de werkgelegenheid. In de vervoerssector is die groei naar verwachting nog zeer beperkt, omdat de arbeidsproductiviteitsgroei ondanks de aantrekkende productie nog onder het langjarige gemiddelde ligt.[2] Bij de overheid verdwijnen volgens onze schattingen nog 15 duizend banen in 2014 en 2015. Ondanks de aantrekkende productiegroei zullen dit en volgend jaar waarschijnlijk ook in de maakindustrie nog arbeidsplaatsen verdwijnen. De groei van de arbeidsproductiviteit ligt in deze sector nog onder de trendmatige groei. Daarom gaan we er vanuit dat de productie eerst verder moet aantrekken voordat werkgevers hun personeelsbestand uitbreiden. Ook in de bouwsector neemt de werkgelegenheid dit jaar naar verwachting nog af. In deze sector werkt de productiedaling van de afgelopen jaren nog negatief door in de werkgelegenheid.

Figuur 5: Sectorale werkgelegenheidsontwikkeling
Figuur 5: Sectorale werkgelegenheidsontwikkelingBron: CBS, Rabobank

Conclusie

Sinds de recessie van 2009 is veel werkgelegenheid verdwenen. Dit jaar krimpt de totale werkgelegenheid naar verwachting, terwijl volgend jaar waarschijnlijk sprake is van een lichte groei. De groei van de werkgelegenheid moet in de komende twee jaar vooral komen van de commerciële dienstverlening. De werkgelegenheid in exportgerichte sectoren als de maakindustrie en het vervoer neemt in 2014 en 2015, ondanks de groeiende productie door de aantrekkende buitenlandse vraag, niet of nauwelijks toe.

Literatuur

Erken, H., M. Doll en M. Raterink (2014), De oploop van de werkloosheid verklaard, ESB Jaargang 99 (4677), 24 januari, pp. 42-45

Gordon, R.J. (2010), The Demise of Okun’s Law and of Procyclical Fluctuations in Conventional and Unconventional Measures of Productivity, Paper gepresenteerd bij de 2010 NBER Summer Institute meetings, Cambrigde (MA) 21 juli

Jong, J. de (2011), Werkloosheid en de Grote Recessie, CPB Policy Brief 2011/10

Voetnoten

[1] De groep landbouw, delfstoffen en nuts had in het eerste kwartaal van dit jaar te maken met een sterke terugval in productiviteit, wat terug te voeren valt op het warme weer, waardoor de gasproductie fors lager uitkwam.

[2] Overigens weten we op basis van realisaties dat de totale werkgelegenheid in deze drie sectoren gezamenlijk in 2013 met 10 duizend is gekrompen, terwijl het model wijst op een groei van 13 duizend (dit is de optelsom van de verandering in werkgelegenheid in de drie sectoren). Hieruit blijkt dat de onzekerheidsmarges voor sommige sectoren groot zijn.

Appendix A

De te verklaren variabele in ons model is de procentuele verandering in de werkgelegenheid (uitgedrukt in aantal werkzame personen). De verklarende variabele in het model is de procentuele verandering van de reële toegevoegde waarde, met een aantal vertragingstermen. Er is ook een vertragingsterm opgenomen van de te verklaren variabele (werkgelegenheid). Voor het model zijn jaardata gebruikt over de periode 1969-2013. Voor de sectoren handel, vervoer en horeca zijn data tot en met 2012 gebruikt. R-kwadraat geeft het percentage van de variatie in werkgelegenheid dat door het model wordt verklaard.

Vergelijking 1
Vergelijking 1
Tabel 2: Regressie werkgelegenheid op toegevoegde waarde (productie)
Tabel 2: Regressie werkgelegenheid op toegevoegde waarde (productie)Bron: Rabobank

Appendix B

Figuur 6: Landbouw, delfstoffen, nuts
Figuur 6: Landbouw, delfstoffen, nutsBron: CBS, Rabobank
Figuur 7: Maakindustrie
Figuur 7: MaakindustrieBron: CBS, Rabobank
Figuur 8: Bouwnijverheid
Figuur 8: BouwnijverheidBron: CBS, Rabobank
Figuur 9: Handel
Figuur 9: HandelBron: CBS, Rabobank
Figuur 10: Vervoer
Figuur 10: VervoerBron: CBS, Rabobank
Figuur 11: Horeca
Figuur 11: HorecaBron: CBS, Rabobank
Figuur 12: Commerciële diensten
Figuur 12: Commerciële dienstenBron: CBS, Rabobank
Figuur 13: Niet-commerciële diensten
Figuur 13: Niet-commerciële dienstenBron: CBS, Rabobank
Delen:
Auteur(s)

naar boven