RaboResearch - Economisch Onderzoek

Ongelijkheid en groei

Column

Delen:

Verschenen in het Reformatorisch Dagblad, 12 april 2014

Ongelijkheid en economische groei hebben veel met elkaar te maken. Dat leert in ieder geval het nieuwe boek van de Franse econoom Thomas Piketty. De inkomensongelijkheid is in het Westen de afgelopen tientallen jaren aanzienlijk toegenomen. Hiervan ligt de oorzaak in een verschil tussen vermogensopbrengsten en economische groei. Dit is een zelfversterkend proces. Alle reden om weer heel goed na te denken over de gevolgen van ongelijkheid.

Als econoom die een beetje op de actualiteit is gericht, moet je iets zeggen over de nieuwste revelatie: het boek van de Franse econoom Piketty met de titel Capital in de 21st Century. Nog weinig Nederlanders zullen het ruim 600 bladzijden tellende boek uit hebben, omdat het pas sinds een week hier verkrijgbaar is. Ik ben zelf net voorbij de inleiding. De belangrijkste conclusies zijn al wel op verschillende plekken weergegeven. Ongelijkheid, en dan vooral vermogensongelijkheid, is in de Westerse wereld bijna weer terug op het niveau van voor de Eerste Wereldoorlog. Toen was de inkomensongelijkheid sinds het begin van de industriële revolutie op haar hoogtepunt. En een groot deel van die ongelijkheid komt niet door verschillen in loon, maar door erfenissen en het rendement op de vermogens. Daarnaast spelen de toegenomen topinkomens een rol.

In de periode vanaf 1914 tot en met begin jaren zeventig nam de gelijkheid toe. Eerst door fysieke vernietiging van vermogen en hyperinflatie. Na de Tweede Wereldoorlog groeiden de Westerse economieën hard, waarbij die groei redelijk eerlijk werd verdeeld tussen kapitaal en arbeid. Ook werd een groot deel van de vermogenswinsten in veel landen wegbelast. Dit is ook de fase waarin de meeste economische theorieën zoals we die nu kennen zijn bedacht.

Sinds begin jaren zeventig neemt de ongelijkheid weer toe. Deze is in de Verenigde Staten alweer bijna even groot als in het Europa van 1913, toen de bovenste 1 procent meer dan de helft van al het vermogen bezat. Ook in Europese landen loopt de ongelijkheid op, en dan met name de vermogensongelijkheid. In Nederland bezit de bovenste 1,2 procent maar liefst 40 procent van alle rijkdom.

De reden waarom vermogen sneller groeit dan het gemiddelde inkomen is volgens Piketty dat het rendement op vermogen gemiddeld genomen hoger is dan de economische groei, gecombineerd met een Westers beleid dat in veel landen, met de VS voorop, minder bezig was met herverdeling. Het lijkt er op dat deze trend de laatste jaren nog sterker is geworden, onder meer als gevolg van technologische vooruitgang.

Een grote inkomensongelijkheid is niet alleen een politiek probleem. Het is ook een economisch probleem. Twee dingen komen daarbij samen. Het punt van Piketty is dat het vermogen bij een gemiddelde economische groei gemiddeld sneller groeit dan het arbeidsinkomen. Bij lagere groei kan het verschil nog groter zijn. Daarnaast heeft het IMF in een studie van begin dit jaar aangetoond dat landen met een grotere inkomensongelijkheid economisch minder goed presteren. Ergo, inkomensongelijkheid verzwakt de groei, en zwakke groei leidt tot sterkere inkomensongelijkheid.

En nu komen we op een dilemma dat voor Europa wellicht nog prangender is dan voor de VS. De economische groei zal waarschijnlijk in Europa de komende jaren in historisch perspectief laag zijn. Dit is een combinatie van de naweeën van de financiële crisis, en wellicht nog belangrijker, de vergrijzing. Dan is vooruitgang nog meer afhankelijk van innovatie, voor het grootste deel ICT. En als dat nu juist de ongelijkheidsmachine is? Dan hebben we een probleem.

Dit is dus in eerste instantie een economisch probleem. Maar de oplossing bevindt zich in het hart van de politiek: er moet worden herverdeeld. En wel meer dan dat we nu doen. Maar die vrij onontkoombare conclusie is politiek nog lang niet getrokken. En die herverdeling moet ten eerste vooral gaan over vermogens. Economisch een vrij goede optie daarbij is een hogere erfenisbelasting. Die verstoort bijvoorbeeld niet de beslissing van mensen om wel of niet te gaan werken. Daarnaast moet ook de vermogensbelasting anders worden vormgegeven. En dat kan alleen maar in internationaal verband. Dát lijkt me nou een goed thema voor de Europese verkiezingen.

 

Delen:
Auteur(s)
Hans Stegeman
RaboResearch Nederland Rabobank KEO
030 21 62666

naar boven